BK-Books.eu » Wat Jezus werkelijk zei » Jezus en de Islam, de nieuwe vragen en visies: boeken van Barbara Köster en Norbert G. Pressburg

Jezus en de Islam, de nieuwe vragen en visies: boeken van Barbara Köster en Norbert G. Pressburg

Kernwoorden: ,

In WJWZ (34; zie Burgmer, Gross en Ohlig in de literatuurlijst) vermeldde ik de ontdekking dat de koran, en dus ook de islam, voor een aanzienlijk deel gebaseerd lijkt op syrisch-christelijke tradities. Over deze ontdekkingen verscheen al een serie artikelen in het dagblad Trouw. Ik bespreek eerst Der missverstandene Koran van Barbara Köster en daarna Good Bye Mohammed van Norbertr G. Pressburg.

In 2010 verscheen een boeiend en veel uitgebreider overzicht van deze ontdekkingen, geschreven door Barbara Köster (Der missverstandene Koran: Warum der Islam neu begründet werden muss. Berlin (Schiler), 270pp.). Het overzicht biedt een uiterst heldere vraagstelling geïllustreerd aan vele voorbeelden van teksten. Historisch, maatschappelijk en theologisch laat dit overzicht weinig te wensen over, althans als het gaat om het zicht op de historische ontdekkingen en hun implicaties. Die zijn alleen al interessant omdat zij vergelijkbaar zijn met de manier waarop naar de historie ‘achter’ Nieuwe en Oude Testament wordt gezocht, en hoe de ontdekkingen daarover van actueel belang zijn bij het bepalen van de rol(len) die religies, of het nu om het christendom of de islam gaat, in de wereld van nu spelen.

Niet alleen worden vele verbanden tussen het Syrische christendom en het ontstaan van de islam veel duidelijker, ook wordt opnieuw de vraag gesteld of de persoon van de profeet Mohammed (die de koran persoonlijk geopenbaard zou hebben gekregen) wel bestaan heeft. Want heel veel zogenaamde historische feiten van de eerste twee eeuwen van de islam kunnen eenvoudig, en veel beter, verklaard worden uit een andere herkomst dan die van Mohammed, Mekka en Medina. Het staat onder meer vast dat de Arabische herkomst van de islam voor het allergrootste deel een ‘noordelijke’ achtergrond heeft: de betreffende Arabieren waren gewoon een belangrijke taalkundige en etnische stroming in het semitische Oosten (oostelijk van de Middellandse Zee, van Syrië tot Perzië). En wel: een christelijke!

Frappant en indrukwekkend is dus de gelijktijdige ontdekking van het vergeten ‘oostelijke’ christendom t.w. het Syrische van de eerste eeuwen, en van het feit dat de wortels van de islam voor een groot deel bestaan uit dat vergeten oostelijke christendom! Gezien de enorme spanningen tussen christendom en islam is het voor beide kanten nogal opmerkelijk om een verwantschap te ervaren die met bloedbroeder- en zusterschap te vergelijken is, ook al geven ze beide toe ‘Abrahamitische religies’ te zijn (wat gemakkelijk nogal vaag gehouden kan worden zodat de impact geringer lijkt dan in werkelijkheid het geval is). Tussen Jodendom en christendom en tussen Jodendom en islam is dat al moeilijk genoeg. Om een voorbeeld te geven (dat overigens zo niet in het boek voorkomt): stel dat de verhouding tussen islam (vergelijk het Syrische christendom van de eerste eeuwen) en (later Westers) christendom zoiets zou blijken te zijn als dat in het boeddhisme tussen het oudere ‘kleine voertuig’ (Hinayana, ook Theravada geheten) en het latere ‘grote voertuig’ (Mahayana)! Dat zou niet alleen de grote overeenkomst in steile rechtgelovigheid tussen islam enerzijds en bijvoorbeeld zowel rooms als protestants christelijk dogmatisme en fundamentalisme anderzijds begrijpelijker maken maar ook verduidelijken dat de maatschappelijke rol van de islam niet los te maken is van die van welke christelijke stromingen dan ook. Zaken die veel te denken kunnen geven. Is de islam de meest primitieve, maar zeer strijdbare tak van wat later het minder strijdbare, meer een brede volksbeweging geworden christendom? Is Mohammed oorspronkelijk alleen een eretitel ‘de Verhevene’ van Jezus? Dan wordt de relatie tussen Westers-christelijke cultuur en politiek en die van islamitische landen nog meer dan zij al is een zaak van eigen ‘bloed’. Zoals Westerse christenen ook met Joden, hun godsdienst en politiek, ervaren hebben. Feit is dat de islam precies het monotheïsme voorstaat dat historisch aansluit bij de Syrisch-christelijke traditie van de monofysieten en Nestorianen wier visie werd veroordeeld op de grote concilies die door Grieks en Latijn sprekende Westerse bisschoppen gedomineerd werden. Bevorderden die concilies door het Oosten te veroordelen impliciet het ontstaan van de islam? Dan is er heel wat om over na te denken. Waaronder verantwoordelijkheid voor de cultureel miserabele staat van vele islambevolkingen. Of ging het toen ook al om culturele standaarden? Maar ook dan liggen er vragen genoeg: te weten over de verhouding van godsdienst en cultuur. Waar de islam niet graag over de verhouding van godsdienst en politiek, en godsdienst en cultuur nadenkt (omdat die gevoelige actuele verhoudingen inclusief misstanden raakt), mogen het christendom noch het daaruit gegroeide Westen die vragen niet ontlopen.

Overigens was niet alleen Jezus maar ook diens leraar en voorganger Johannes de Doper in de Syrisch sprekende wereld van grote betekenis en had eigen volgelingen naast die van Jezus. Johannes de Doper werd daar evenals Jezus als grote profeet en leraar opgevat. (Er is zelfs één groep van nog geen 100000 volgelingen die hun bijzondere traditie tot op de dag van vandaag heeft voortgezet, de Mandaeërs, die wegens de onlusten daar grotendeels geëmigreerd zijn naar de Verenigde Staten. Hun opvattingen worden wel vergeleken met christelijk-gnostische.) Als deze volgelingen van Johannes de Doper net zo radicaal waren als hun leraar maakt ook hun puritanisme een kans invloed te hebben gehad op dat van de islam die in hun streken ontstond. In hetzelfde gebied bestond ook de groep Jezusvereerders waaruit Mani, de stichter van het manicheïsme, voortkwam, de Elkesaïeten; zij hadden interessante, mogelijk aan de gnostiek verwante opvattingen en kenden de herhaalde doop om zuiver te blijven. (Genoemde verwantschappen met de gnostiek zijn als voorlopig op te vatten: het zou heel goed kunnen dat al deze tradities elementen uit de voorstellingswereld van de Hebreeuwse tempel van voor de ballingschap gebruikten en daarin met elkaar verwant waren, zoals het werk van Margaret Barker aantoont.) Over al deze stromingen zijn interessante pagina’s te vinden op de Engelse Wikipedia. Over de verhouding van Johannes de Doper en Jezus en over de uitgebreide (!) rol van Johannes de Doper in het Nieuwe Testament en verder bij de Jezusvereerders zie ook: Essays on John the Baptizer en Post-Biblical Traditions on John the Baptizer.

Ik verwijs graag naar het boek van Köster over het ontstaan van Koran en islam. Zij wijst er terecht op dat dit nog maar het begin is van het benodigde veel grotere onderzoek. Een onderzoek dat onmiskenbaar veelbelovend is. Ook al worden terecht tegenkrachten aangewezen die het onderzoek zouden kunnen belemmeren zoals ze dat al eeuwen hebben gedaan. Uiteraard politieke belangen, maar vooral ook diep ingesleten onjuiste vooronderstellingen. Voor oprechte zuivere wetenschappelijke onderzoekers liggen hier dus volop kansen.

Wat nooit wil zeggen dat zelfkritiek dan niet meer nodig zou zijn. Wetenschap en kritiek zijn geen placebo voor de feiten zelf en hun samenhang in ontwikkeling. Maar het stellen van open vragen is beslist vernieuwend, blijkt door dit inspirerende en uiterst informatieve boek. Waarbij ik als vraag wel graag toevoeg: als zoveel duidelijk wordt over de feitelijke (christelijke!) achtergronden van de islam, van de koran en van Mohammed, hoe zijn dan de betekenis en opkomst van Mekka en Medina, en van de rol van de profeet, en van het sterk antithetische karakter van de islam dan wél te verklaren? Zover komt dit boek nu nog net niet, en dus is er nog veel om naar uit te zien. Als dit onderzoek (wat ik hoop) wordt voortgezet.

Dat daar hoop op is, blijkt zeker uit het boek van Norbert Pressburg (Good Bye Mohammed: Das neue Bild des Islam, Norderstedt (Books on Demand) 2012-derde druk, 252pp. met verhelderende illustraties). Hij geeft niet alleen een scherpe analyse van vele historisch onjuiste beweringen waarop de islam gegrondvest is, in dezelfde lijn als Köster, maar vult die aan met vele buitengewoon treffende en interessante details. Dat maakt zijn boek enerzijds wat journalistieker en (nog) leesbaarder dan dat van Köster, vooral omdat hij iets polemischer is en uiterst scherp loze historische beweringen die de islam moeten stutten, onderuit haalt. Sterker aan zijn boek is nog dat hij een heel goed begin maakt met het invullen van hoe de geschiedenis van het ontstaan van de islam echt verlopen is. Door de opkomst van het oostelijke christendom dat aramees (oud-syrisch) sprak en schreef, ontstond een breed draagvlak voor een bloeiende Arabische (rondom het huidige Syrië maar veel uitgebreider) taal, regering en cultuur waarin ook veel aandacht was voor de Griekse en verdere hellenistische erfenis. Pas nadat bepaalde fundamentalisten in dat rijk een islamitische stroming creëerden, ontstonden de Koran en werden Mohammed, Mekka en Medina ‘in het leven geroepen’ om dat islamitische fundamentalisme historisch te rechtvaardigen. Dat de Arabische cultuur aanvankelijk successen boekte en tot bloei kwam, en ook doordrong tot bijvoorbeeld Spanje, heeft net zo veel met christendom te maken (waaronder het christelijke Arianisme dat aan het monotheïsme hechtte in tegenstelling tot de Drie-eenheid die de concilies van Romeinse en Byzantijnse keizers vaststelden als grondslag voor het Westelijke christendom) als met de islam. Die laatste werkte eerder overal cultuurvernietigend. Pressburg toont dit buitengewoon knap aan op basis van de feiten die de lezer een betrouwbaar en geheel nieuw historisch beeld geven. Althans vergeleken met de visie op de islam die meestal heerst, en die cultureel gezien te positief is. Pressburg maakt zowel begrijpelijk hoe vernietigend het uit het christendom voortgekomen islamitisch fundamentalisme is als dat veel wat aan positiefs over de geschiedenis van de ‘islamitische’ cultuur en landen gezegd kan worden niet islamitisch is maar eerder Arabisch (in een andere zin dan de thans meest gebruikte, namelijk die van een taalgemeenschap die niet per se fundamentalistisch had hoeven te zijn, zoals ze dat oorspronkelijk ook niet was, althans niet in cultureel opzicht). Dat geldt met name voor zijn behandeling van de tijd dat in Spanje de Arabische cultuur (let op: niet de islamitische) een grote rol speelde. Van die periode haalt hij heel wat heilige huisjes omver. De geschiedenis van Spanje, Europa en verder wordt er alleen begrijpelijker en interessanter door. We denken veel te graag in simpele sjablonen. De kruistochten leidden eerder tot vernietiging van het Byzantijnse christendom (verwoesting van Constantinopel) dan dat er zoveel strijd met ‘de islam’ gestreden werd, bijvoorbeeld (zelfs Jeruzalem werd tegen de kruisvaarders eerder door christenen en Joden verdedigd dan door ‘islamieten’).
Ook het boek van Pressburg roept nieuwe vragen op, bijvoorbeeld naar de manier waarop het genoemde christelijke Arianisme (dat behalve in het Oosten en in Afrika ook in West-Europa grote aanhang had!) uiteindelijk het onderspit heeft gedolven. De relatie tussen cultuur, politiek en godsdienst blijft buitengewoon intrigerend, blijkt uit dit uitstekend geschreven, zeer leesbare en goed gedocumenteerde boek. Hoogstens zou je gewenst hebben dat Pressburg minder aandacht had besteed aan aperte historische leugens van islamitische zijde op internet en meer verwijzingen had opgenomen naar historische bronnen of studies die hij nu tot zijn literatuurlijst beperkt. Overigens is de vermelding van die leugens wel heel leerzaam om ook naar de apologetische teksten van christenen en Joden en verdere religieuze en spirituele groepen op internet te kijken; ze helpen om die te leren door te prikken. En zo zie je ook dat spiritualiteit en politiek altijd alles met elkaar te maken hebben, zij het dat dat niet altijd per definitie gevaarlijk hoeft te zijn. Ze kunnen elkaar namelijk ook versterken en dan een goede culturele uitwerking en verrijking en bloei tot gevolg hebben.
De vraag is wel welke rol fundamentalisme, culturele openheid en politieke dominantie kunnen spelen om groepen mensen, lokaal, regionaal, en mondiaal, met buitengewoon uiteenlopende taalsystemen en historische achtergronden te laten samenwerken of beschermen zodat bloei en niet vernietiging bereikt worden. Een oude vraag die nog zeer actueel blijkt.

Beide boeken zeer aanbevolen!

Gepubliceerd door

bk_books

In mijn jonge jaren woonde ik in Sint Laurens, nu onderdeel van Middelburg. Met mijn vriend Peter Karstanje verkende ik de omgeving, behalve dicht bij huis en aan de kust (stranden en boulevard) ook tijdens zomerse fietstochten langs jeugdherbergen, tot Roden toe. Op de middelbare school in Middelburg en Goes leerde ik veel talen. Wim Wattel met wie ik vier jaar lang de gymnasiumlessen in Goes volgde, was met Piet Boon en enkele anderen een vaste reisgenoot in de trein. Tijdens mijn studie in Amsterdam leerde ik via Krina de Regt, Wims partner die ook in onze klas zat en in Baarn de sociale academie volgde, Nel Knip kennen: wij zijn sindsdien bij elkaar. Wij vervolgden onze studies en beroepsmatige werkzaamheden in Amsterdam, Tiel, Driebergen, en van daaruit in heel wat plaatsen in Nederland, Mijn eerste studie was theologie aan de Vrije Universiteit, waar ik vier jaar lang als student-assistent onder de zeer begaafde Harry Kuitert leerde hoe denken en taal samenhangen (en hoe machtsverhoudingen in kerkelijke kringen uitgespeeld worden, met Kuitert als kop van jut). Mijn tweede studie, filosofie, volgde ik vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik behalve allerlei aanvullende wijsgerige basiskennis het geluk had Otto Duintjer als mijn hoofddocent metafysica te treffen bij wie ik afstudeerde (Plato, Kant, Heidegger, Wittgenstein en de verschillen met oosterse denkwijzen; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Vanuit Driebergen werkte Nel als hoofd PZ van het VU Ziekenhuis in Amsterdam en later als interim manager PZ in vele grote ziekenhuizen en welzijnsinstellingen in Nederland. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Wij maakten de maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig intensief van binnen uit mee. De onderwerpen van mijn interesse treft u hier aan in de vorm van leesverslagen, berichten. lezingen en een aantal vertalingen en boeken over de culturele betekenis van Oost en West voor elkaar (beginnend bij meditatie, boeddhisme, Jacob Boehme, niet-dualisme; en eindigend bij een herdruk van mijn vertaling van de Zen-leraar en -denker Dogen Kigen, en een nog te verschijnen nieuwe inleiding in het denken van Jacob Boehme over de eenheid van tegenstellingen). Met als grote studie onder leiding van Gilles Quispel de visie op man en vrouw in het christendom, bij enkele bijzondere denkers in de eerste eeuwen en bij Jacob Boehme en zijn kringen en erfgenamen. Een rijke leerschool! Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer via Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema. Hoewel mijn onderzoek in eerste instantie op kernvragen en op de innerlijke samenhang van (patronen in) denken en werkelijkheid (zowel de objectieve als de subjectieve) gericht was vanuit mijn westerse theologische en filosofische traditie, heb ik achteraf het gevoel ook veel verwantschap te hebben gevonden in oosters denken. Zowel dat van religieuze denkers en van fundamentele denkers over wetenschap, objectiviteit en subjectiviteit, als in het bijzonder over taal: dit leverde veel invalshoeken op waarmee naar oost en naar west gekeken kan worden! Op deze manier kon ik zelfs de eigen piëtistische calvinistische tradities van Walcheren en West-Europa, en later ook de gnostische en mystiek-theologische tradities van het Westen vergelijken met bepaalde opvattingen in het Oosten, en beide beter begrijpen en relativeren. Ik hoop dat u en anderen hier vruchten van plukken en tot een en ander een eigen verhouding ontwikkelen. Zij het dat die taak nooit af is. Maar zelfs over tijd en zijn, en tijd en eeuwigheid valt veel te leren, heb ik gemerkt. Dat heb ik graag doorgegeven, en u vindt er hier veel over. Ook dat er een tijd komt, zoals nu voor mij, dat het niet meer allereerst gaat om nog meer onderwerpen bij de kop te pakken om me er grondig in te verdiepen en ze vertaald, dat wil zeggen in een bepaalde context begrijpelijk neer te zetten. Maar om te erkennen dat er na een tijd van toelaten en verdiepen ook een tijd mag volgen van het rationele iets meer loslaten en van iets meer intuïtief bij de zich steeds vernieuwende (...) 'kern' blijven. Een proces dat opmerkelijk genoeg in de natuur (dat is de hele werkelijkheid) en het al (of de kosmos of de eeuwigheid) in het klein en in het groot al voortdurend aan de gang blijkt, zonder iets van zijn essentie, vreugde en spanning te verliezen, en dus ook van zijn soms subtiele soms grove tegenstellingen en de veranderingen daarin. Alle goeds en goede voortgang!