BK-Books.eu » Wat Jezus werkelijk zei » De hemelkoningin, ‘valsheid’ in geschrifte, en het werk van Margaret Barker

De hemelkoningin, ‘valsheid’ in geschrifte, en het werk van Margaret Barker

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Sinds een twintigtal of iets meer jaren verschijnen steeds nieuwe publicaties van Dr Margaret Barker (1944) over de Hebreeuwse religie die aan de Joodse voorafging en over de wijze waarop de laatste de eerste probeerde weg te schrijven uit de ‘heilige schriften’. Evenals over het opvallende feit dat Johannes de Doper en zijn leerling Jezus evenals een aanzienlijk aantal ‘Joodse’ tradities in en buiten Palestina (vooral in Egypte en Arabië) de oorspronkelijke Hebreeuwse traditie in vele opzichten in ere herstelden. Deze lente en zomer spreekt zij tweemaal enkele lezingen uit in Nederland. Een van haar recentste artikelen, dat een goede samenvatting biedt van haar werk en een boeiende inleiding, heb ik met haar toestemming op mijn website geplaatst in Nederlandse vertaling: https://www.bk-books.eu/de-tempel-van-salomo-herstellen.html . Ik leg even uit waarom.

Dr Margaret Barker is een Britse oudtestamentica van Methodistische huize die zichzelf op haar dertiende Hebreeuws leerde en haar levenslange fascinatie voor de oude Hebreeuwse en Aramese teksten (en de gevarieerde rol die in de loop der geschiedenis aan deze toeviel) heeft om weten te zetten in een breed opgezette nieuwe visie op de geschiedenis van deze teksten en de vroege tradities die eraan ten grondslag liggen en de latere die zich er op baseerden. Die laatste omvatten niet alleen diverse te onbekende Joodse tradities en hun geschriften (of wat daarvan rest) maar ook de eruit voortgekomen of zich er op baserende christelijke en islamitische tradities en bronnen. Daarbij is zij archeologische en historische bronnen buiten de officiële godsdiensten niet uit de weg gegaan. Een reusachtige arbeid.

Al die jaren studie van vele details op onderzoeksterreinen die deels ontgonnen dienden te worden, hebben geleid tot opmerkelijke resultaten die steeds duidelijker worden aan het groeiende publiek dat haar studies en lezingen volgt. Niet alleen wordt de samenhang van de grote lijnen duidelijker waardoor velen die eerst sceptisch stonden tegenover haar ontdekkingen, nu vol nieuwsgierigheid en bewondering zich afvragen waarom niemand anders deze samenhangen zo natuurlijk over het voetlicht bracht, maar ook welke gevolgtrekkingen uit haar in eerste instantie historische en feitelijke ontdekkingen te trekken zijn. Want die zijn er niet alleen voor de objectieve historische wetenschap maar ook voor wie van Bijbelstudies en van godsdienstonderzoek gebruik maken voor hun pastorale, gelovige of andere praktische bezigheden. In WJWZ verwees ik in de literatuurlijst naar haar meest recente (ongetwijfeld en hopelijk niet laatste) werk ‘Mother of the Lord, vol. 1′. Dat boek is het eerste deel van een tweeluik. Alle details over publicaties en actuele seminars e.d. vindt u op haar website www.margaretbarker.com en verwante studies en activiteiten op www.templestudies.org en www.templestudiesgroup.com .

Haar belangrijkste stelling is dat de zogeheten ‘deuteronomistische’ hervorming onder koning Josia, die vlak voor de Babylonische ballingschap plaatshad (in de zesde eeuw v.C.) en pas na terugkeer daaruit (meer dan een eeuw later) haar beslag kreeg onder Ezra en de na hem optredende leiding bestaande uit een beperkt geslacht priesters, het begin was van wat wij nu ‘het’ Jodendom noemen; zij herstelden Jeruzalem en bouwden de tweede tempel. Wat zij zonneklaar aantoont, is dat met die hervorming een godsdienst werd weggedrukt (althans zodanig omgevormd dat de trekken ervan slechts voor de goede lezer van de herschreven heilige schriften nog te herkennen waren) waarvan zij de opmerkelijke karaktertrekken uitvoerig beschrijft. De aartsvaders Abraham, Izaäk en Jakob vereerden de godin! Centrale plaats in de tempel (de eerste, te weten ’van Salomo’) was het heiige der heiligen, met de cherubs boven de ark, en de levensboom. Centrale figuur erin was de Vrouwe van de tempel, de hemelkoningin Ashrata, wier rol die van koninginmoeder was van haar 70 zonen met Jahweh als de oudste daarvan. Rituelen die in de tweede, na de ballingschap herbouwde tempel niet meer voorkwamen, zijn herontdekt in de tradities van de Henochitische geschriften en die van groepen die naar Egypte en Arabië uitweken (of zelfs in Ethiopië en China sporen nalieten), gebaseerd op ervaringen van priesters van de oudere door Barker Hebreeuws genoemde godsdienst. Deze was deels verwant aan die van sommige omliggende volken maar vormde wel een geheel eigen variant in die samenhang. Het bijzondere is dat een aantal specifieke trekken zoals de hemelkoningin, de cherubs, de heilige zalfolie, de levensboom, de menora (als tempelonderdeel), de levensrivier, de rol van brood en wijn, opvallend naar voren komen in de vroegchristelijke riten en geschriften, zowel in als buiten het Nieuwe Testament. Maar ook de rol van de hogepriester-koningen Adam en Melchizedek, en van de ‘engelen’ (priesters). Speciaal de Openbaring aan Johannes is een sprekend getuigenis van de terugkeer op aarde van de eerste tempel. Ik wil hier niet uitweiden maar de hoeveelheid zaken en teksten waarover zo een helderder licht schijnt is overweldigend. Zowel betreffende de Hebreeuwse en Joodse godsdienst en hun geschriften, als de christelijke en zelfs hier en daar de islam. Uiteraard met inachtneming van het belang van archeologie, en van ook buiten-Bijbelse historie en geschriften. De deuteronomistische hervorming reduceerde de Hebreeuwse religie in vele opzichten. Centraal kwam de geschreven wet van Mozes te staan, centralisering van de cultus in Jeruzalem onder één bepaald priesterlijk geslacht, en alles wat zweemde naar verering van de godin, of naar verbindingen met ‘de hemel’ buiten de wet om, werd streng bestreden. Het Oude Testament, de Tenach, zoals we die kennen, staat nog vol passages die daaraan herinneren, per ongeluk of opzettelijk; vele berichten zijn zelfs tegenstrijdig, omdat ze eigenlijk maar bij een van beide tradities passen (de Hebreeuwse dan wel de Joodse, dat wil zeggen deuteronomistische, godsdienst). Maar de oude tradities zouden herleven nadat ze eerst eeuwen in de genoemde periferie (en in de Henochitische geschriften en de daarop gebaseerde Qumrantraditie in Palestina) waren blijven voortbestaan. Hoewel de Jezusvereerders van de eerste eeuwen zich op die Henochitische traditie baseerden en de oude Hebreeuwse religie met haar bijzondere tempeldienst en -voorstellingen wilden herstellen, namen de kerken de Henochitische bronnen van het christendom (met hun enorme invloed, onder meer herkenbaar in de Openbaring aan Johannes maar ook op vele andere tradities en geschriften en vooral ook de christelijke liturgie) niet op in hun heilige schrift maar kozen in plaats daarvan voor de recent (tegen de oude Henochitische traditie en de recente christelijke nieuwlichterij) geselecteerde canon van de rabbijnen als hun ‘Oude Testament’ om voor de hand liggende redenen. Zo konden zijn in het dispuut met het rabbijnse jodendom uitgaan van eenzelfde tekst (de Masoretische waar de herinneringen aan de Hebreeuwse religie aantoonbaar zoveel mogelijk uit waren weggeschreven) en tegelijk beweren dat zij een betere uitleg daarvan hadden. Helaas vergaten zij daarbij nogal eens de herkomst ervan uit de Hebreeuwse religie zoals Margaret Barker die op indrukwekkende wijze naar voren heeft gehaald, met opmerkelijke conclusies over vele elementen uit de geschriften en tradities, Hebreeuwse, Joodse en christelijke, die zij in die indrukwekkende nieuwe samenhang belicht. Een schat aan inspiratie.

Onder meer Johannes de Doper en zijn leerling Jezus bouwden er op voort. Vele teksten uit de evangelies zijn pas in het licht van het herstel van de oude Hebreeuwse religie te begrijpen, en dat geldt ook voor veel elementen uit de riten van de christenen (brood en wijn, om maar een paar belangrijke te noemen). Jezus als nieuwe hogepriester-koning, de latere rol van Maria als ‘moeder van de HEER’. Te veel om hier op te noemen.

En dan heb ik nog niet eens de grote interesse van Margaret Barker voor de Wijsheid als Vrouwe naast God, en voor het herstel van de heelheid van de schepping, van de verhouding van mens en natuur genoemd.

Reden te over dus om naar haar werk te verwijzen, dat een belangrijke aanvulling biedt op WJWZ. In het voorwoord van WJWZ schreef ik al (p. 17) dat ik in WJWZ graag meer aandacht aan de tempelvoorstellingen had gewijd. Barkers boekje Temple Theology, ook vermeld in WJWZ, telt nog geen honderd bladzijden en biedt een mooi overzicht om te beginnen. Wie een nog kleiner maar wel smakelijk hapje verkiest, kan ik verwijzen naar https://www.bk-books.eu/de-tempel-van-salomo-herstellen.html ,  voor de vertaling in het Nederlands van het recente artikel van Margaret Barker ‘Restoring Salomo’s Temple‘ (2012).

 

Boudewijn

 

 

Gepubliceerd door

bk_books

In mijn jonge jaren woonde ik in Sint Laurens, nu onderdeel van Middelburg. Met mijn vriend Peter Karstanje verkende ik de omgeving, behalve dicht bij huis en aan de kust (stranden en boulevard) ook tijdens zomerse fietstochten langs jeugdherbergen, tot Roden toe. Op de middelbare school in Middelburg en Goes leerde ik veel talen. Wim Wattel met wie ik vier jaar lang de gymnasiumlessen in Goes volgde, was met Piet Boon en enkele anderen een vaste reisgenoot in de trein. Tijdens mijn studie in Amsterdam leerde ik via Krina de Regt, Wims partner die ook in onze klas zat en in Baarn de sociale academie volgde, Nel Knip kennen: wij zijn sindsdien bij elkaar. Wij vervolgden onze studies en beroepsmatige werkzaamheden in Amsterdam, Tiel, Driebergen, en van daaruit in heel wat plaatsen in Nederland, Mijn eerste studie was theologie aan de Vrije Universiteit, waar ik vier jaar lang als student-assistent onder de zeer begaafde Harry Kuitert leerde hoe denken en taal samenhangen (en hoe machtsverhoudingen in kerkelijke kringen uitgespeeld worden, met Kuitert als kop van jut). Mijn tweede studie, filosofie, volgde ik vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik behalve allerlei aanvullende wijsgerige basiskennis het geluk had Otto Duintjer als mijn hoofddocent metafysica te treffen bij wie ik afstudeerde (Plato, Kant, Heidegger, Wittgenstein en de verschillen met oosterse denkwijzen; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Vanuit Driebergen werkte Nel als hoofd PZ van het VU Ziekenhuis in Amsterdam en later als interim manager PZ in vele grote ziekenhuizen en welzijnsinstellingen in Nederland. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Wij maakten de maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig intensief van binnen uit mee. De onderwerpen van mijn interesse treft u hier aan in de vorm van leesverslagen, berichten. lezingen en een aantal vertalingen en boeken over de culturele betekenis van Oost en West voor elkaar (beginnend bij meditatie, boeddhisme, Jacob Boehme, niet-dualisme; en eindigend bij een herdruk van mijn vertaling van de Zen-leraar en -denker Dogen Kigen, en een nog te verschijnen nieuwe inleiding in het denken van Jacob Boehme over de eenheid van tegenstellingen). Met als grote studie onder leiding van Gilles Quispel de visie op man en vrouw in het christendom, bij enkele bijzondere denkers in de eerste eeuwen en bij Jacob Boehme en zijn kringen en erfgenamen. Een rijke leerschool! Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer via Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema. Hoewel mijn onderzoek in eerste instantie op kernvragen en op de innerlijke samenhang van (patronen in) denken en werkelijkheid (zowel de objectieve als de subjectieve) gericht was vanuit mijn westerse theologische en filosofische traditie, heb ik achteraf het gevoel ook veel verwantschap te hebben gevonden in oosters denken. Zowel dat van religieuze denkers en van fundamentele denkers over wetenschap, objectiviteit en subjectiviteit, als in het bijzonder over taal: dit leverde veel invalshoeken op waarmee naar oost en naar west gekeken kan worden! Op deze manier kon ik zelfs de eigen piëtistische calvinistische tradities van Walcheren en West-Europa, en later ook de gnostische en mystiek-theologische tradities van het Westen vergelijken met bepaalde opvattingen in het Oosten, en beide beter begrijpen en relativeren. Ik hoop dat u en anderen hier vruchten van plukken en tot een en ander een eigen verhouding ontwikkelen. Zij het dat die taak nooit af is. Maar zelfs over tijd en zijn, en tijd en eeuwigheid valt veel te leren, heb ik gemerkt. Dat heb ik graag doorgegeven, en u vindt er hier veel over. Ook dat er een tijd komt, zoals nu voor mij, dat het niet meer allereerst gaat om nog meer onderwerpen bij de kop te pakken om me er grondig in te verdiepen en ze vertaald, dat wil zeggen in een bepaalde context begrijpelijk neer te zetten. Maar om te erkennen dat er na een tijd van toelaten en verdiepen ook een tijd mag volgen van het rationele iets meer loslaten en van iets meer intuïtief bij de zich steeds vernieuwende (...) 'kern' blijven. Een proces dat opmerkelijk genoeg in de natuur (dat is de hele werkelijkheid) en het al (of de kosmos of de eeuwigheid) in het klein en in het groot al voortdurend aan de gang blijkt, zonder iets van zijn essentie, vreugde en spanning te verliezen, en dus ook van zijn soms subtiele soms grove tegenstellingen en de veranderingen daarin. Alle goeds en goede voortgang!