BK-Books.eu » Literatuurlijsten » Literatuurlijst Islam voor beginners 2e deel

Literatuurlijst Islam voor beginners 2e deel

Terug naar 1e deel van de literatuurlijst Islam voor beginners: het beginoverzicht

(vervolg van (3) Mohammed, de koran, de historie en de traditie)

De Koran: Uit het Arabisch vertaald door Prof. Dr. J.H. Kramers, bewerkt door Drs. Asad Jaber en Dr. Johannes J.G. Jansen, met inleiding, noten en register, met CD die de hele inhoud van dit boek doorzoekbaar omvat, Amsterdam / Antwerpen (De Arbeiderspers) 2003-18e druk, 634pp.

Uiteraard een waardevolle inleiding. De vertaling staat bekend als nogal letterlijk maar tegelijk nog enigszins poëtisch, en is bijgewerkt naar de meest recente wetenschap. De tekst is niet meer doorlopend gepresenteerd maar zoals in gedichten: met vrije regelval. De noten van de bewerkers zijn vooral voor niet-moslims bedoeld, en erg handig. Gebruik van de CD vereist installatie van de Acrobat Reader software (gratis bijgeleverd). Het is altijd waardevol meerdere vertalingen te vergelijken om – zover mogelijk – zicht te krijgen op wat er oorspronkelijk bedoeld is.

De koran: een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands door Fred Leemhuis,[ met parallelle Arabische en Nederlandse tekst,] met nawoord en verantwoording, en register van namen en onderwerpen, Houten (Fibula / Unieboek) 2005-12e druk, 439pp.

Deze vertaling is bedoeld als betrouwbare standaardvertaling ook voor gebruik door moslims. Zoals de ondertitel al aangeeft is zij slechts “een” benadering van de betekenis van de Arabische tekst, en wel passend bij de meerderheidsopvatting onder moslims. Zij is in doorlopend Nederlands weergegeven, dat goed leest en herkenbaar en begrijpelijk is. Het is altijd waardevol meerdere vertalingen te vergelijken om – zover mogelijk – zicht te krijgen op wat er oorspronkelijk bedoeld is.

Der Koran: übersetzt, kommentiert und eingeleitet von Rudi Paret, CD naar een eerdere schriftelijke uitgave,[ met uitvoerige zoekfunctie,] Berlin (Directmedia) 2005; = Digitale Bibliothek 46

Ik kan zelf geen oordeel hebben over de – vooral taalkundig zeer goed bekend staande – kwaliteit van deze vertaling en dit commentaar maar beide voegen ongetwijfeld veel toe aan kennis voor diegenen die geen toegang hebben tot Arabische bronnen. Het is altijd waardevol meerdere vertalingen te vergelijken om – zover mogelijk – zicht te krijgen op wat er oorspronkelijk bedoeld is.
Om de CD te kunnen gebruiken is het installeren van de bijbehorende software nodig (gratis bij aankoop van de CD).

Jacques Waardenburg (redactie), Islam: Norm, ideaal en werkelijkheid: (met medewerking van [een tiental auteurs]): Tweede, herziene druk, met lijst van kaarten en afbeeldingen, woorden vooraf bij beide drukken, inleiding, aanwijzing voor de uitspraak en weergave van Arabische, Perzische en Turkse woorden, (diverse) appendices (waaronder een apart bijgevoegde chronologische vergelijkingstabel Europa – Hartlanden Islam – Oostelijke gebieden), (zeer uitgebreide) bibliografie, (dito) register, lijst van koranplaatsen, (informatie over) de auteurs, Baarn (Het Wereldvenster) 1987-2e (1984-1e), 579pp.

Indertijd gepresenteerd als beknopt handboek voor de islam voor studenten in de inhoudsopgave genoemde talen en van islamstudies, en voor studenten van vele andere studierichtingen die al dan niet zijdelings met de islam te maken hebben, van sociale wetenschappen en religiestudies tot historische studies. Het is dan ook zeer informatief en uitgebreid over vele aspecten, en tegelijk zeer leesbaar. Uitgegeven als handzame paperback met kleine letter, maar nog steeds met kostbare, zorgvuldig verzamelde informatie. Waaronder een zeer goede bibliografie voor de literatuur tot omstreeks 1985.

Garth Fowden, Qusayr Amra: Art and the Umayyad Elite in Late Antique Syria, met veel illustraties, Berkeley / Los Angeles / London (Univ. Of Calif. Press) 2004, 390pp.

Dit boek behandelt de muurschilderingen in het bad van het jachthuis van een van de vooraanstaande Umayyaden, de islamitische dynastie. Zij werden waarschijnlijk geschilderd omstreeks 730-740! Meestal werd het zo voorgesteld dat de islamitische veroveraars van Syrië (het rijk dat toen behalve het huidige land met die naam ook Jordanië, Palestina en Libanon omvatte) de daar aanwezige antieke beschaving onderdrukten en het eind ervan inluidden. Uit dit boek blijkt zonneklaar – al is het maar een van de voorbeelden die nog nader onderzoek verdienen -dat dit allerminst het geval is geweest. In deze muurschilderingen wordt uitgebreid van klassieke voorstellingen, van christelijke en andere, gebruik gemaakt naast en in combinatie met die welke passen bij de nieuw ontstane islam van de Umayyaden. Dit is een geleerd werk, in zekere zin specialistisch. Maar het is een bewijs is voor het belang van de toenmalige Syrische cultuur die eeuwenlang een grote bloei heeft vertoond, zoals onder meer blijkt uit de nu opnieuw bestudeerde christelijke Thomastradities waartoe het Evangelie van Thomas behoort. En daarom het vermelden meer dan waard.
Net als de enorme invloed en verbreiding van het de christelijke kerk van Mani die vanaf de derde tot de negende eeuw een belangrijke religie was van het oostelijke Middellandse-Zeegebied tot in China toe.
Beide zijn het voedingsbodems geweest niet alleen voor het ontstaan maar ook voor de verbreiding van de islam die deze gebieden in een vloek en een zucht kon overnemen. En die daarbij van de aanwezige cultuur een goed gebruik maakte, wat de eerste grote bloei van de islam tot gevolg had. Hoe dat in zijn werk heeft kunnen gaan verdient nog veel onderzoek (zie boven de citaten van Gerard Bowering). Uit dit boek wordt al duidelijk dat er schakels genoeg zijn geweest die de antieke cultuur en de daarin opbloeiende religie van het christendom (in zijn oostelijke vormen), naast de daar nog overal aanwezige kernen van joodse religie en cultuur, met de latere islam verbinden. Juist omdat er later grote spanningen zijn geweest tussen het Byzantijnse christelijke rijk van het oostelijke Middellandse-Zeegebied en achtereenvolgende Islamrijken is dit een uiterst interessant gegeven. Niet alleen wordt zo een onbekende tak van de Westerse cultuur weer opnieuw in beeld gebracht, ook de verwantschap met of ten minste de rol ervan in de eerste eeuwen van de islam. De overeenkomsten en verschillen verdienen opnieuw in kaart gebracht te worden.

Annemarie Schimmel, Meine Seele ist eine Frau: Das Weibliche im Islam, met uitvoerige literatuurlijst en registers, München (Kösel) 1995, 208pp.

Een studie van de erkend uitermate deskundige islamkenner, zelf vrouw en zich zeer bewust dat de bescheiden positie van de vrouw in de islam erg lijkt op die in het christendom. Zij laat in dit werk goed zien hoe invloedrijk sommige vrouwen in de islam geweest zijn. Maar ook hoe negatief het spreken over vrouwen een emancipatie niet bevorderde. Wel werd in de islam, althans in het soefisme, erkend dat ook vrouwen het niveau van mannen konden bereiken in geestelijk opzicht. Een interessante en leesbare studie, waarvan de auteur in haar inleiding laat zien dat ze die graag uitgebreider had gezien. Maar elk goed begin is er één, zullen we maar zeggen.
Ongetwijfeld is – behalve als onderdeel van inleidingen en boeken over meer algemene onderwerpen – op internet een overvloed aan verdere literatuur te vinden, ook in het Engels, over de vele historische en actuele aspecten van de vrouw en haar positie in de islam.

(4) Islamitische spiritualiteit

Lex Hixon, Heart of the Koran, Wheaton, IL (Theos. Publ. House) 1988, 267pp.

“Het hart van islam is de heilige koran, en het hart van de koran is de stralende bevestiging dat er geen werkelijkheid is dan God.” (achterflap) Dit zijn sleutelzinnen voor de uitleg van de teksten van dit boek (afkomstig van een lezer). De auteur heeft een groot aantal teksten uit de koran die hem diep aanspraken vanuit dit gezichtspunt vormgegeven in zijn eigen woorden. De auteur – een Westerling die tot de islam is toegetreden maar zich ook diepgaand heeft bezig gehouden met onder meer het boeddhisme – is een moderne mysticus die op velen diepe indruk gemaakt heeft. Omdat hij in de woorden van de verschillende geschriften die hij heeft gelezen de werkelijkheid vermoedt en ervaart van God. Dit boek is een van zijn meditatieve hertalingen die daarvan getuigen.

Islamic Spirituality: Foundations: Edited by Seyyed Hossein Nasr, met inleiding, woordenlijst, bibliografie, lijst van auteurs, registers, New York (Crossroad) 1997 (1987), 450pp.
Islamic Spirituality: Manifestations: Edited by Seyyed Hossein Nasr, met inleiding, bibliografie, lijst van auteurs, register, New York (Crossroad) 1997 (1991), 548pp.

Deze beide delen bieden een toegankelijk overzicht. Het deel ‘Foundations‘ behandelt de wortels, de verschillende hoofdrichtingen, vervolgens het soefisme en ten slotte de kennis van de (‘hogere’) werkelijkheid. Het deel ‘Manifestations‘ behandelt een veelvoud aan belangrijke soefi-tradities en -meesters, vervolgens islamitische literatuur in het perspectief van spiritualiteit, en ten slotte spiritualiteit in de kunst en het denken.
Een buitengewoon rijke bron van informatie, over een gebied dat bijna onoverzienbaar groot is.

Reynold A. Nicholson, The Mystics of Islam, London (Arkana) 1989, 178pp. (1e uitgave bij George Bell & Sons, 1914)

Klassieke inleiding met veel waardevolle informatie

Roemi: Daglicht: een dagboek van spirituele leiding: Bloemlezing uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi naar de Engelse bewerking van Camille and Kabir Helminski en in het Nederlands vertaald door Sipko A. den Boer en Aleid C. Swierenga,[ met voorwoord, inleiding, noten en register,] Den Haag (Synthese) 2003 (Utrecht (Servire / Kosmos-Z&K) 2000-1e druk), 221pp.
Roemi: Juwelen: Een dagboek met 365 fragmenten van wijsheid: Bloemlezing uit de Masnavî van Djelal-oed-din Roemi: Naar de Engelse bewerking van Camille and Kabir Helminski in het Nederlands vertaald door Sipko A. den Boer en Aleid C. Swierenga,[met voorwoord, inleiding, noot van de vertalers, noten en register,] Den Haag (Synthese) 2006-2e herziene druk(Utrecht (Servire / Kosmos-Z&K) 2001-1e druk), 224pp.
Roemi, Liefde is de weg: Kwatrijnen van Djela-oed-Din Roemi, Vertaling uit het Perzisch door Sipko A. den Boer, met redactionele medewerking van Aleid C. Swierenga, geïllustreerd met kalligrafieën van Fraisoon W. Hosainy, Den Haag (Synthese)2007 (2002-1e druk bij andere uitgeverij), 128pp.
[Sjams, ] Waar twee oceanen samenkomen: De inspiratie van Sjams en Roemi: Bloemlezing uit de Maqalat-e Sjams [De woorden van Sjams], Vertaling uit het Perzisch door Sipko A. den Boer, met medewerking van Aleid C. Swierenga en Fraisoon W. Hosainy, Den Haag(Synthese)2007, 255pp.
Djalalu’ddin Rumi, Fragmenten uit de Mashnawi: Naar het Perzisch vertaald en toegelicht door Prof. Dr. R. van Brakell Buys, met zeer uitgebreide inleiding en commentaar in noten aan het eind, Den Haag (East-West) z.j. [“gewijzigde herdruk van de uitgave van 1952 door de Arbeiderspers te Amsterdam”, p. 4], 245pp.
Rumi, Het is wat het is, met inleiding en aan het eind een verslag van de ceremonie van de draaiende derwisjen met foto’s, vertaling naar het Engels en Frans van Robert Hartzema, Amsterdam (Karnak) 1978? (=jaartal voorwoord), 157pp.

Wat een voorrecht om de eerstgenoemde vier nieuwe vertalingen van teksten van Roemi te lezen en hun verkrijgbaarheid aan te kondigen! Zoveel wijsheid en troost, ingrijpende spirituele lessen, lafenis voor de ziel en uitnodiging tot het soms uiterst pijnlijke opgeven van zelf en ik – je kunt er in zwelgen maar ook mondjesmaat van genieten want hier is iemand aan het woord met een ongelofelijke zeggingskracht. Maar de lessen zijn niet alleen daarop gericht. Uiteindelijk gaat het om de praktijk, om het doen en niet minder het (los-)laten. Om het geleefde leven zelf – vanuit de steeds opnieuw en op nog meer manieren ontdekte waarheid, de Ene, de Liefde. De Geliefde die zo hard naar jou op zoek was en is.
De laatste twee boeken zijn iets oudere uitgaven (Fragmenten is overigens nog verkrijgbaar) met een eveneens gedeeltelijke vertaling van belangrijke teksten van Rumi. Als Rumi is hij vooral in het Westen bekend, in Turkije als Mevlana, de uit Afghanistan afkomstige (dat toen onder Perzië viel) en naar Turkije verhuisde grote spirituele leider en dichter.
De ‘Mashnavi’ is een verzameling poëtische ‘verhalen, uitspraken en gezegden’, het laatste hier genoemde boek is een vertaling van toespraken en gesprekken uit de ‘Fihi ma Fihi’ (hier vertaald met: ‘Het is wat het is’).
Op internet is veel actuele informatie over Rumi ofwel Mevlana te vinden, over de uitgave en vertalingen van zijn teksten enzovoort. Meest in het Engels.
Evenals in het Duits voor wie die taal redelijk meester is.

Henri Corbin, Swedenborg and Esoteric Islam,[ vertaling van twee hoofdstukken uit een boek van de auteur uit 1984,] met voorwoord van de vertaler en register, West Chester (Swedenborg Foundation) 1999-2e (1995-1e druk), 160pp.

Corbin is een beroemde kenner van de Perzische en islamitische mystiek en spiritualiteit, die veel geschriften uitgaf in het Westen maar ook in het Perzisch, en tevens zijn leven lang zich verdiept heeft in de Zweedse mysticus Swedenborg. Het resultaat van zijn vergelijkend onderzoek is te vinden in deze twee artikelen. Corbin had een eigen systeem om zijn studieonderwerpen te interpreteren maar daarin zijn veel elementen van grote waarde te ontdekken die voor iedere geïnteresseerde in spiritualiteit, zeker in de islamitische, van belang zijn.

(5) Islam op het raakvlak tussen godsdienst en politiek, historisch en actueel

Karl-Josef Kuschel, Strijd om Abraham: Wat joden, christenen en moslims onderscheidt – en hen verbindt, Zoetermeer (Meinema) 2001, 303pp.

Dit boek is een schoolvoorbeeld van inlevingsvermogen. De auteur – een christen en kenner van geschiedenis en theologie – heeft zich op basis van intensieve ontmoeting met Joden en moslims de vraag gesteld wat de figuur van Abraham in de drie godsdiensten Jodendom, christendom en islam betekent. Aan de ene kant schetsen zij hem alle drie als model van de ware Jood, christen en islamiet, aan de andere kant blijken zij alle drie de figuur van Abraham de rol toe te kennen van eerste die aan hun eigen godsdienst voorafging en van wie uit de eigen godsdienst kritisch bezien kan worden. Dit levert een belangrijk beginpunt, steunpunt en legitimatie op voor de dialoog tussen de drie religies. Het uitwerken en doordenken van deze mogelijkheid levert uiterst verrassende perspectieven op die veel aanknopingspunten bieden voor gesprek tussen joden, christenen en moslims. En tussen deze drie groepen en anderen die met hen willen spreken over wat hen verbindt en onderscheidt, bijvoorbeeld politici en degenen die zij behoren te vertegenwoordigen en zelf ook een mening over deze zaken zullen hebben of willen bijhouden.
Hoewel dit boek is opgebouwd van binnen uit, namelijk uit de bestaande drie religies en hun geschiedenis, blijkt er uit dat in die geschiedenis veel meer aanknopingspunten voor nieuwe wegen en nieuwe visies zijn – ook gezamenlijke! – dan algemeen bekend is. Dit is dus een boek dat de visies van diegenen die binnen deze religies opereren, sterk kan verruimen. Natuurlijk dient de politiek allereerst de voorwaarden te scheppen voor een vrije dialoog tussen mensen, zeker ook van verschillende culturen en godsdiensten. Dat die omstandigheden momenteel moeilijk zijn, wordt in het ‘Woord vooraf’ genoemd. Maar het is aan de politiek – en aan de politieke rol van iedere burger, ook de aanhangers van de drie religies – om aan deze omstandigheden te werken en ze zo gunstig mogelijk te laten zijn. De godsdienstige leiders moeten hier dan aan meewerken. Zie hierboven mijn inleiding bij deze literatuurlijst over islam, godsdienst, politiek, vrijheid van meningsuiting en democratie. Spinoza zag het goed!
Tegelijk biedt dit boek veel informatie die weinig bekend is over de geschiedenis van de drie religies, zowel hun afzonderlijke als hun gezamenlijke. Het zijn nu eenmaal sterk verwante religies. Daarom is dit boek ook heel praktisch voor wie geïnteresseerd is in de verhouding van godsdiensten en samenleving en / of politiek.
De informatie is onberispelijk, de toon is bevlogen en warm. Helaas is een klein maar niet onbelangrijk hoofdstukje uit het Duitse origineel weggelaten (waarin een aantal risico’s ofwel de beperkte kansen van de benadering van dit boek worden omschreven). Verder ontbreekt een register wat afbreuk doet aan het nuttige gebruik van het boek. Van de gebruiker wordt dus enige zelfwerkzaamheid verwacht. Het is belangrijk het Woord vooraf (bij de Nederlandse uitgave) eerst te lezen, alsmede de inleiding. Iedere lezer kan aan dit boek veel hebben, omdat het gaat om zaken die nog vaak aan de orde zullen zijn, en omdat ze hier in een waardevol perspectief aan de orde gesteld worden. En ook zijn in noten onder aan de pagina nog veel nuttige verwijzingen gegeven, ook voor verder lezen.

Abu Bakr Muhammad ibn Tufayl, Hayy Ibn Yaqzan: Een filosofische allegorie uit Moors Spanje, Vertaald en ingeleid door Remke Kruk, Amsterdam (Bulaaq) 2005, 150pp.

Hier genoemd omdat dit ‘sprookje’ een aantal denkbeelden van een van de oudste filosofen van het Westen weergeeft (12e eeuw), en van de Latijnse vertaling in 1672 een Nederlandse vertaling verscheen omdat de tekst in kringen rond Spinoza indruk had gemaakt. Inderdaad is het een rationalistisch wereldbeeld dat naar voren komt. Zoals toegelicht wordt door de vertaalster, hoogleraar Arabistiek, in haar inleiding. Zie bespreking NRC Handelsblad, 11 & 12 februari 2006, p. 47.

Mohammed Arkoun, Islam in discussie: 24 vragen over de islam, met aan het eind een verslag van een inhoudelijke ontmoeting met de auteur, en een register, Amsterdam / Antwerpen (Contact) 1993, 231pp.

Het is opmerkelijk dat de deskundigheid van Arkoun in dit boek dat in de antwoorden op 24 vragen ingaat op allerlei problemen betreffende het begrijpen van de islam in de historische context en haar verschil met het Westen, evenals omtrent de actuele positie van de islam in het Oosten en het Westen, nog steeds zoveel frisheid uitademt. Zijn analyses zijn ter zake en nog steeds relevant. Zij hebben onder meer betrekking op de geheel andere maatschappelijke functie van het wettenstelsel in de islamitische culturen dan in het Westen, en raken vele fundamentele kwesties.

Inside Islam: The Faith, The People, And The Conflicts of the World’s Fastest-Growing Religion, edited by John Miller / Aaron Kennedy, Introduction Akbar S. Ahmed, New York (Marlowe) 2002, 263pp. (voor een prikje te verkrijgen op markten en op Internet)

Bundel van informatieve artikelen van erkende auteurs over islamitische landen., over belangrijke aspecten van de islam als godsdienst, en over de achtergrond van enkele moderne conflicten tussen de islam en elementen van de Westerse cultuur. Verzameld kort na 11 september 2001 maar eerder geschreven. Het voordeel is dat de auteurs niet door die laatste gebeurtenissen beïnvloed kunnen zijn. En dat we hun waarnemingen en meningen objectief kunnen verwerken. Erg interessant materiaal dat leest als een trein. Na 11 september 2001 is er veel gebeurd in het vervolg van deze conflicten, en de andere die opnieuw in het Midden-Oosten ontbrand zijn. Maar het is goed te weten dat de aanzetten ervoor al langer geleden klaar lagen. Omgaan met conflicten betekent op zijn minst de wortels ervan leren kennen.
Een boek dat veel duidelijk maakt over de achtergronden van de populariteit van het jihadisme en de opkomst van de radicale islam, is: Pankaj Mishra, Temptations of the West: How to be Modern in India, Pakistan and Beyond, (Picador) 439pp. (Recensie NRC Handelsblad, 11 augustus 2006, p. C18: ‘Ze hebben wél een punt’ door Bas Heijne). De huidige spanningen komen voort uit door grote politieke en economische en culturele veranderingen veroorzaakte angst voor identiteitsverlies (aan beide zijden), leidend tot fundamentalisme (in alle religies voorkomend) dat misbruikt wordt door macchiavellistische politici, en speciaal uit zeer aanwijsbare (!) vernederingen door het Westen van bevolkingsgroepen en leiders in diverse niet-Westerse landen.

Herman de Ley, ‘Epiloog: De Islamitische Mens- en Maatschappijvisie’, hoofdstuk 10 van de website Wortels van de Islam: Een Beknopte Historische Introductie

Dit hoofdstuk 10 is volgens mij belangrijk omdat het verheldert met welke ogen de gemiddelde moslim naar de samenleving kijkt. Iets wat nogal belangrijk is om te weten in onze samenleving waarin moslims een duidelijke en groter wordende plaats innemen. Bovendien is die visie erg interessant. Ook om eigen en andere visies er naast te zetten.

Voor diegenen die wat dieper willen ingaan op de islam, kan ik de hele website van deze auteur aanbevelen, al behandelt hij de islam vooral van binnen uit. Hij gaat namelijk uit van een welomschreven definitie van godsdiensten die niet het politieke aspect als uitgangspunt heeft maar bestaat uit een aantal aspecten, dat aan iedere godsdienst te onderscheiden is. Die aspecten van de islam behandelt hij vervolgens op een mijns inziens erg kundige en verhelderende wijze. Wat ook erg prettig is, zijn de citaten waarmee hij zijn stof doorspekt, en de uitvoerige toelichting in noten die hij aan ieder hoofdstuk toevoegt. De website wordt niet gepresenteerd als definitief afgerond maar wie een afdruk maakt van deze website heeft nu al een prachtig overzicht in handen om de islam (als godsdienst) van binnen uit te leren kennen, en tegelijk een waardevol overzicht van literatuur die hierover momenteel beschikbaar is. De site biedt een uitgebreide en interessante literatuurlijst.
Een sterk punt van de site is bovendien de historische aanpak. Met speciale aandacht voor pre-islamitisch Arabië, de verhouding tussen de Islam en (post)tribalisme, het idee van de Jihad, voor het islamitische recht enzovoort. Gedetailleerd en boeiend.
Wie zelf goede of volledige informatie wil presenteren, kan aan de informatie op deze site veel hebben. Hoe je de informatie vervolgens gebruikt, vereist zelfwerkzaamheid van de lezer, inclusief de nodige zelfkritiek en de bereidheid om het gebruik van de kennis te beoordelen in de (onder andere politieke) context die je voor ogen hebt.
Anders gezegd: wetenschap van de godsdienst dient zich bewust te zijn van het primaat van de de – of een bepaalde – politiek boven de godsdienst, zoals Spinoza goed zag. Hoe dat primaat er in een concreet geval uit ziet, is altijd handig om goed te beseffen, of dat nu uitgesproken is dan wel verondersteld.

Fouad Laroui, Over het Islamisme, een persoonlijke weerlegging, Breda (De Geus) 2006

Fouad Laroui neemt stelling tegen degenen die van het persoonlijke geloof van een moslim de verplichte onderschrijving van een dogmatische islam maken, het behoren tot een uniforme groep die ook nog eens de fundamentalistische interpretatie van de islam zou moeten aanhangen. Aan deze formulering van de inhoud van zijn boek, waarover een interview met de schrijver verscheen in NRC Handelsblad van 17 & 18 maart 2007, kun je al aflezen dat de schrijver over de zaken heeft nagedacht. Hij neemt bijvoorbeeld zijn moeder uit Marokko tot voorbeeld. Die voelde zich traditioneel moslima, hield van het Suikerfeest, maar zag zich helemaal niet als aanhanger van een fanatieke groep islam-gelovigen met een politieke taak. Natuurlijk komt hij ook te spreken over de vraagstukken die moslims tegen komen als zij in West-europese niet-moslimlanden wonen. En gaat daar zeer leesbaar en zinnig op in. Voor moslims en niet-moslims. Ook dit boek is weer een voorbeeld van de noodzaak van beter geïnformeerd zijn bij beide laatstgenoemde groepen, zover zij het slechts van kreten in de media of hun eigen omgeving hebben, dus de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt. Fouad Laroui kan al zijn lezers het nodige leren. Lezen als je de kans krijgt!
(toevoeging 19 maart 2007)

Zie ook: Olivier Roy, De islam en de scheiding van kerk en staat, Vertaald uit het Frans door Hanneke Los,[ met noten achterin,] Amsterdam (Van Gennep) 2006, 128pp. (de link verwijst naar mijn bespreking: het is een zeer informatief boek over de actuele situatie, waarin zowel de complexiteit als de verschillende mogelijke benaderingen helder naar voren komen. Mijns inziens onmisbaar voor wie veel met de actuele positie van de islam in West-Europa te maken heeft.)

Intermezzo achteraf: Gerard Bowering over het ontstaan van de koran en de islam

Wie meer over de profeet Mohammed en het ontstaan van de koran wil weten, verwijs ik eerst naar de volgende citaten van de onderzoeker Gerard Bowering (Islamstudies, Yale University).
“De koran is het jongste van de grote heilige boeken … uit dictaten van Mohammed bin Abdullah, die leefde van 570 tot 632. Het boek geeft blijk van een sterke band met de joods-christelijke schriftelijke traditie. Als eerste proeve in boekvorm van Arabische literatuur bevindt de koran zich op het kruispunt van de pre-islamitische, mondelinge, verhalend-poëtische traditie van het Arabisch en de geschreven, steeds geleerder prozatraditie van het islamitische beschavingstijdperk. Deze overgang begint in de tijd van Mohammed en wordt weerspiegeld in de typische stijlvorm van de koran: proza-op-rijm, de vorm waarin pre-islamitische Arabische orakels hun voorspellingen deden. De koran bevat ook sporen van een tribale religie die werd gepraktiseerd in pre-islamitisch Arabië en van Mekkaanse religieuze gebruiken in het bijzonder. …
Voor godsdiensthistorici is de koran het laatste van de grote heilige boeken en het eerste boek in de Arabische taal. Maar voor de gelovigen overstijgt de tekst alle dimensies van tijd. Ook onder islamitische wetenschappers bestaat belangstelling voor de historische wortels van de tekst, maar een moslim moet heel voorzichtig zijn als hij zich daarin wil verdiepen. Hij heeft te maken met twee hindernissen. Aan de ene kant de vaste overtuiging dat de koran het woord van God is en daarom moet worden nagevolgd en gehoorzaamd als een gids voor het leven. Het is geen boek dat kan worden bestudeerd als ieder willekeurig ander boek, gezien het goddelijke gezag dat eraan ten grondslag ligt. De tweede hindernis is dat moslims hun godsdienst beschouwen als het eindpunt in de ontwikkeling van de wereldgodsdiensten, als de laatste en definitieve religie die door God is geopenbaard. Omdat moslims hun religie als eindvorm zien, menen ze zich niet te hoeven verdiepen in antecedenten en in overeenkomsten met oudere geopenbaarde religies. De tijd vóór de komst van de koran geldt immers als een Tijd van Duisternis, waaraan een einde kwam met het licht van de islam. …
Het historische onderzoek bracht vooral een chronologie aan in Mohammeds proclamaties of soera’s: die van vóór en na 622, het jaar waarin de profeet en zijn getrouwen, belaagd door hun vijanden in Mekka, uitweken naar de stad Jathrib (Medina). De Schotse onderzoeker Richard Bell heeft in de jaren dertig de chronologie van Mohammeds verkondiging verfijnd. Hij zag niet de migratie (hidjra) van 622 als keerpunt, maar de Slag van Badr in 624, toen Mohammed een beslissende militaire overwinning behaalde op zijn Mekkaanse tegenstanders. Toen brak bij Mohammed het besef door van zijn roeping: het eerste boek van openbaringen samenstellen in het Arabisch, voor zijn eigen Arabieren. Daarmee begon, stelde Bell vast, Mohammeds loopbaan als politiek leider, eerst van de gemeente in Medina en later, na de verovering van het Arabische schiereiland, van een islamitische staat. Bell’s werk geldt nog altijd als uitmuntend. …
Mohammed meende dat de Arabieren waren gepasseerd door de goddelijke openbaring en dat hij, als profeet, was geroepen om deze openbaring aan hen door te geven in hun eigen taal. Denkbeelden als de uniciteit van God, wederopstanding, leven na de dood en profetendom wortelen niet in de pre-islamitische tribale (van stammen afkomstige, BK) religie van Arabië. Vanuit het gezichtspunt van religiegeschiedenis komen deze ideeën uit de judaeo-christelijke traditie. Deze invloeden waren belangrijk voor de koran en laten zich eenvoudig traceren in het vocabulaire (woordenschat, BK) en de thema’s van het boek. Veel in de koran weerspiegelt ook de tribale maatschappij waarin Mohammed leefde. Toch stond hij op tegen tribale politiek en gewoonten, hij predikte een andere orde en putte daarbij inspiratie uit de judaeo-christelijke traditie. …
In de geschreven vorm was de koran nog niet compleet bij de dood van Mohammed in 632. De romptekst bestond al, deels in schriftelijke vorm, deels als mondelinge overlevering van volgelingen die passages van de koran al tijdens Mohammeds leven uit hun hoofd hadden geleerd en deze teksten gebruikten in hun rituele gebed. …(Rond 652 werd de tekst door een commissie vastgesteld, op gezag van de derde kalief. Onder een later kalifaat (685-705) werden er leestekens aan de tekst toegevoegd die onderscheid maken tussen medeklinkers. In die tijd werd de korantekst afgerond.)”
De koran ontstaat binnen een historische en culturele matrix (voedingsbodem, BK), niet omdat Mohammed die op 40-jarige leeftijd plotseling begint te verkondigen. Vóór die tijd was Mohammed al vertrouwd met bepaalde ideeën. Die kwamen bij hem naar buiten toen bij hem het besef doorbrak dat hij was geroepen als profeet en toen hij anderen begon te overtuigen van zijn intussen gevormde wereldbeeld. Dat bestond uit zowel tribale als judaeo-christelijke elementen. Verschillende onderzoekers hebben vastgesteld dat Mohammed via mondelinge overlevering en vrienden in Mekka kennis had gemaakt met een anti-trinitaire (tegen de voorstelling van een drie-eenheid opponerende, BK) gemeenschap.” (Tussendoor vertelt hij dat er nog veel onderzoek gedaan kan worden naar nieuwe Arabische bronnen voor de islamitische geschiedenis op grond van handschriften die pas de laatste decennia ontdekt zijn. En naar materiaal uit de tijd vóór de islam waaruit de wortels ervan zichtbaar worden, in erg verschillende talen zoals Syrisch-Aramees, Hebreeuws, Ethiopisch, Koptisch en Grieks.) “Vóór het optreden van Mohammed deden zich tal van ontwikkelingen voor binnen het christendom, waarbij één bepaalde interpretatie – Drie-eenheid, christologie – door de meerderheid, vergaderd in concilies, werd verheven tot de canonieke norm en alle andere werden weggezet als ketters: de gnostische beweging, de Arianen, de Nestorianen en een groot aantal andere. Arabië, waar de koran ontstond, behoorde tot een schemergebied waar het canonieke christendom niet bij machte was zijn meerderheidsvisie op te leggen. Er ligt een heel terrein braak aan sektarische geschriften waar het orthodoxe christendom geen belangstelling voor had. De islam verbreidde zich onder de eerste vier kaliefen in een gebied dat eerder had behoord tot het Griekse en Oosterse christendom en, in Noord-Afrika, ook tot het Latijnse christendom. Deze streken werden niet allemaal met het zwaard tot de islam gebracht. Velen omhelsden de nieuwe orde omdat dit eenvoudiger was dan belasting betalen aan het verre Byzantium. In veel gevallen had het christendom zich verzwakt door interne twisten en de islam oogstte de vruchten van die onenigheid. In de tijd van Tertullianus (160-220) en Augustinus (354-430) bloeide het Latijnse christendom in Noord-Afrika. Toen de islam hier oprukte, was het binnen enkele decennia verdwenen. Waarom? Omdat het zichzelf had uitgeput door interne godsdiensttwisten. Die ruzies liepen zo hoog op dat de moslims door sommigen werden gezien als bevrijders. Deze voedingsbodem voor de nieuwe religie (van de islam, BK) vraagt om nader onderzoek. De bronnen zijn verspreid en niet zo goed bewaard als die van het canonieke christendom, maar ze zijn er wel.” (Dirk Vlasblom, ‘Licht in het schemerduister: Gerard Bowering over de bronnen van Mohammed’, in: NRC Handelsblad, 10&11 sept. 2005, p. 47).
Toevoeging op 29 mei 2007: Hier moet beslist vermeld worden de artikelenserie over het recente historische onderzoek naar de islam en haar wortels die sinds 3 maart 2006 in het dagbald Trouw verschijnt en
op de site van dat blad te lezen is (zoek in het archief bijvoorbeeld op islam, eildert mulder, 3 maart 2006; er is ook een pagina met verwijzingen naar boeken en internet). Die vult de citaten van Bowering zo uitvoerig aan dat eruit duidelijk wordt dat in de wereld van de islamologen zowel als voor de traditionele islamgeleerden grote nieuwe vragen rijzen, waarop zij antwoord dienen te geven. Er zijn zoveel archeologische ontdekkingen gedaan en zoveel literaire bewijzen gevonden die een heel ander licht werpen en nog verder zouden kunnen werpen op het ontstaan van de islam, dat we gerust van een aanstaande revolutie in het islambeeld kunnen spreken. Net als bij het ontstaan van het christendom is het bestaande beeld vooral ontleend aan de geschiedschrijving van de overwinnaars, in dit geval de politieke heersers in de eeuwen na Mohammed die voor hun nieuwe rijken een nieuwe godsdienst naar voren brachten, de islam, die zij daarbij vormden naar een beeld dat meer bij hun aspiraties paste dan bij de historische gang van zaken. Die laatste zou onder meer inhouden dat er aantoonbare grote en bepalende invloeden zijn van (ook niet-arabische!) voor-islamitische, te weten aramees-syrische cultuur, taal en religie. Die religie heeft duidelijk trekken van de joodse en christelijke (mogelijk nestoriaanse en manicheese) stromingen die in de gebieden ten Oosten van de Middellandse Zee voorkwamen. De laatste woorden over deze ontdekkingen zijn nog niet gezegd, zij hebben veel stof doen opwaaien. De artikelen bieden veel interessante informatie; de serie is nog niet afgerond.
Terug naar literatuurlijst: 3. Mohammed, de koran, de historie en de traditie

Tot slot: Harm Botje over de integratie van moslims

Hoewel ik mij bewust ben dat het uitermate belangrijk is om niet alle verschijnselen en alle interpretaties met uitsluitend één sleutel te benaderen – daarvoor blijft de totale werkelijkheid altijd veel te groot voor welk conceptueel kader dan ook, laat staan voor een individueel begrip (ik pleit dus voor zo veel mogelijk objectiviteit, uitgaande van individuele meningsvrijheid) – lijkt mij onderstaand artikel een nuttige rol te kunnen spelen als we een poging doen om naar moslims te luisteren en hen te ontmoeten. Die ontmoeting zal het objectiverende kader van dit artikel ongetwijfeld verre kunnen overstijgen, er is immers een traditie van grote gastvrijheid onder moslims en zij zullen ook vaak bereid zijn hun opvattingen te delen met wie echt naar hen wil(len) luisteren, hen ont-moeten (!), hen ont-vangen (!).

Allereerst de koppen van de Volkskrant:

“Profeet botst met integratie”

“De islam belooft geen verlossing, maar biedt heil via gedragsregels. Wie aan die gedragsregels tornt, komt aan de islam. Dat verklaart veel integratie-ongemak, betoogt Harm Botje.”

Dan het artikel:

“Twee weken geleden verscheen een belangwekkend betoog van Lodewijk Asscher (Forum, 11 februari). Hij refereerde aan een programma dat de Nederlandse overheid in de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelde om de integratie van Oost-Europese joodse immigranten te bevorderen. De steun van een deel van de joodse elite was een belangrijke factor voor het succes. Asscher meent dat zoiets moet gebeuren te bevordering van moslims.
Dat veronderstelt wel dat zo’n moslim-elite bestaat. Misschien vormt die zich, maar zij is er nog niet. Voorts bezat de ashkenazische joodse gemeenschap een samenhang die de huidige islamitische gemeenschap ontbeert. Turkse en Marokkaanse gemeenschappen mengen nauwelijks. Zoals in alle Arabische landen wordt in Marokko elk onafhankelijk verenigingsleven door de overheid met wantrouwen bezien. De Nederlandse overheid kan dus niet op een bestaand traditioneel Marokkaans verenigingsleven inspelen. De vele en vaak spectaculaire voorbeelden van succesvolle Marokkaanse en Turkse integratie betreffen individuele gevallen. Ze zijn niet het gevolg van een stimulans uit die groepen.
De structuur van de islam staat zo’n vorm van integratie in de weg. Neem onze vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Historisch zijn die gebaseerd op het naast elkaar bestaan in één staat van uiteenlopende opinies over het christendom. Dat christendom preekt de verlossing van zonden, met name de erfzonde, ter delging waarvan Jezus als geïncarneerde God op aarde verscheen opdat door zijn verlossende kruisdood degenen die in hem geloven toegang hebben tot het hiernamaals.
Christendom is
, in welke versie ook, een orthodoxie: het gaat om de juiste manier van geloven. Geloof, het aanhangen van een bepaalde denkwijze, al dan niet godsdienstig, is daarom een constituerend deel van onze cultuur geworden. We vinden dat bepaalde ideeën moeten worden bestreden, andere gestimuleerd, liefst in een openbaar debat en volgens de Grondwet mag men over dit soort kwesties van mening verschillen.
De islam kent geen verlossing
, laat staan erfzonde. God zendt zijn profeten niet om de mensheid te verlossen, maar om haar op te voeden door het openbaren van door God voorgeschreven gedragsregels. In het navolgen van die gedragsregels zit het heil. Moslims drukken hun geloof daarom primair uit in voorgeschreven gedrag: islam is geen orthodoxie, het is een orthopraxie, zoals het jodendom.
Rond dat juiste gedrag is een enorm stelsel van regels ontwikkeld, de sharia, het Rechtgebaande Pad. Die gedragsregels heten direct van God afkomstig te zijn. Zij kunnen daardoor niet goed ter discussie worden gesteld, men gaat niet in debat met een almachtige en alwetende God.
Veel meer dan de koran is namelijk het voorbeeld van Mohammed – de soenna – de basis van de sharia
. De koran is trouwens zo nauw met Mohammed verweven, dat dat boek niet te begrijpen valt zonder te weten onder welke omstandigheden in Mohammeds leven bepaalde verzen tot stand kwamen (toevoeging BK: binnenkort stelt de Perzisch-Nederlandse auteur
Kader Abdolah zich voor zijn Nederlandse koranvertaling te publiceren, met voorafgaand aan iedere soera op de linkerbladzijde een gegeven uit de overlevering waaruit het karakter van Mohammed blijkt dat past bij die tekst in de koran). Vandaar dat op kritiek op de profeet zulke zware straffen staan, zoals Theo van Gogh ondervond. Zulke kritiek ondergraaft het hele islamitische bouwwerk.
Nederlandse beleids- en opiniemakers blijken daarvan niet op de hoogte. Neem de weigering van een imam minister Verdonk een hand te geven. Zijn zoon voerde op de televisie aan dat zijn vader daarmee bewust het voorbeeld van de profeet volgde: ook die gaf vrouwen geen hand. De interviewer leuterde over die cruciale opmerking heen. Paul Witteman maakte dezelfde miskleun. Een van de islamitische studenten in zijn panel wees verkiezingen af omdat zij haram, godsdienstig verboden zouden zijn. Het vaststellen van regels komt in de islam namelijk niet toe aan gekozen volksvertegenwoordigers, maar aan God. Witteman ging er niet eens op in. Dit onbegrip gaf ook iets onwerkelijks aan het debatje over smalende godslastering. Valt belediging van de profeet daaronder, per definitie geen God, maar zo bepalend voor de islam dat lastering van de profeet ernstiger wordt opgevat dan lastering van God? Geen Kamerlid die het onderwerp aanroerde.
Trouwens, het hele debat over de vrijheid van godsdienst heeft iets onwezenlijks. Vrijheid van godsdienst betekent voor een moslim dat hij vrij is de islamitische gedragsregels toe te passen. Maar wij kennen wel vrijheid van godsdienst in de zin dat je uitgebreid van mening mag verschillen over God of geen god, over de historiciteit van Mozes, Jezus of Mohammed, over de onzinnigheid van Marx enzovoort, we kennen echter bepaald geen vrijheid van gedrag. In tegendeel, onze wetgeving staat bol van gedragsbeperkingen.
Om een simpel voorbeeld te geven: Mohammed voerde geregeld oorlog tegen vijandige stammen. De mannen van die stammen werden gedood, de vrouwen als slaven weggevoerd. Met zo’n slavin, verse weduwes vaak, mocht men geslachtsgemeenschap hebben. De profeet maakte uitvoerig van dat recht gebruik: zijn seksuele potentie is legendarisch en gold c.q. geldt als bewijs van zijn goddelijke uitverkiezing.
Dat is precies wat in Darfur gebeurt. De Janjaweed daar menen een heilige oorlog te voeren en dwingen vervolgens veroverde vrouwen tot geslachtsgemeenschap. In onze ogen is dat ontoelaatbare verkrachting. In hun ogen is het het uitoefenen van een recht, waarbij zij naar het voorbeeld van de profeet verwijzen.
Daarin ligt de basis van het cultureel-religieuze conflict waar we mee zijn geconfronteerd. In onze cultuur, gebaseerd op orthodoxieën, moet plotseling een orthopraxie worden ingepast die gedragingen voorschrijft of toelaat die voor ons onacceptabel zijn en waarvan een aantal gedragsregels direct tegen ons strafrecht indruisen. Daarnaast zijn er in het sociale verkeer talloze ongeschreven regels, die vaak haaks staan op het in de islam voorgeschreven of aanbevolen gedrag, worden afgekeurd of ronduit zijn verboden.
Over integratie van moslims kan daarom pas goed worden gedebatteerd als diepgaand over de navolgenswaardigheid van de profeet wordt nagedacht. In feite zou dat betekenen dat de islam zich omvormt van een orthopraxie in een orthodoxie. Dat zie ik niet gauw gebeuren. Wie de rol van de profeet in de islam relativeert, laat van die godsdienst namelijk weinig over.

Dan de afsluiting:

Harm Botje is oud-correspondent voor NRC-Handelsblad in Cairo. (Volkskrant van 26-02-2005)

Naschrift BK: Er zijn zoals bekend binnen de islam ook diverse stromingen of pogingen van individuen om meer vrijheid van denken in te voeren, juist in zake gedrag. Zoals de verhouding van godsdienst en politiek, zie reeds boven. Of de positie en de rechten van vrouwen en het gedrag van de geslachten ten opzichte van elkaar. Over de mogelijke secularisering van de (tot nu toe islamitische) staat en dito nieuwe platforms in de islam als godsdienst om over de aanpassing van regels aan de veranderende tijden te denken. In de tijd van het ontstaan van de islam was er nog geen sharia en nog geen opzettelijk samenvallen van politieke en religieuze leiding, droegen vrouwen niet verplicht een bedekking van hun gelaat of een hoofddoek enzovoort. Veel regels zijn toevallig historisch ontstaan omdat zij goed leken uitdrukking te geven aan Gods bedoeling maar achteraf worden regels en teksten vaak anders uitgelegd: te weten naar wat de heersende partijen van een bepaald moment goed uitkomt, en dat wordt dan voorgeschreven. Zo is het aantoonbaar gegaan in de geschiedenis van alle godsdiensten, en de islam vormt hierop geen uitzondering.
Dat vraagt wel om de mogelijkheid voor islamitische kinderen van goed onderwijs enzovoort. Want – hoewel ik overtuigd ben van de goede wil van velen, ook van moslims – de barrières voor veranderingen in dit goede opzicht zijn hoog. Ik vraag hier op deze webpagina aandacht voor. In de praktijk blijkt vaak genoeg hoe intelligent islamitische leiders manoeuvreren in de internationale politiek. Er is dus best veel mogelijk voor sommige moslims (in bevoorrechte posities), bovendien kennelijk ‘binnen de regels van de islam’. Ik twijfel dan ook evenmin aan de intelligentie van mijn / onze minder bevoorrechte islamitische medelandgenoten en mede-wereldburgers. Ik sta op het standpunt dat we alles moeten doen om hen te ondersteunen. Zodat zij wegen vinden om niet alleen individueel maar ook collectief, als islamieten, met anderen (binnen en buiten de islam) vorm geven aan de islam en aan de wereld, door zich via scholing en het uitoefenen van sociale functies te ontwikkelen en – nog meer dan op dit moment – een persoonlijke nuttige bijdrage te leveren aan onze (wereld-)maatschappij, namelijk als wereld-burgers. Ik pleit niet voor het steunen van onderwijs in moedertalen per se; alleen zo ver het de integratie bevordert, en het gebruik van de hoofdtaal of -talen. Laten we taalverwerving steunen en omgekeerd vragen aan onze islamitische medeburgers of zij zich ook in onze taal of talen willen uitdrukken als zij met ons communiceren. Dat kan alleen als er een grote wederzijdse inspanning in kennisname van elkaars geschiedenis plaatsvindt. Een proces waarvan vele geslaagde voorbeelden uit de geschiedenis te vinden zijn, niet in de laatste plaats die van Joden en christenen en islamieten die Grieks en Latijn leerden (wij kennen onze Grieken nota bene doordat de Arabieren ze in hun taal bewaarden en in de Middeleeeuwen aan ons doorgaven).
Hoe zal dat zijn in deze fase van de wereldgeschiedenis nu Engels, Chinees en Spaans de grotere wereldtalen zijn, en we ook de klassieke culturen van India en China ontmoeten? Ook al staat voor mij het bevorderen van sociale en economische gelijkwaardigheid voorop, dit culturele probleem mogen we niet veronachtzamen. In ieder geval heeft het mijns inziens geen zin, want werkt precies de verkeerde kant op, als we onze eigen ‘heilige taal’ – Hebreeuws, Grieks of Arabisch; Pali, Sanskriet, Chinees, Koreaans of Japans, Duits, Russisch of Engels enzovoort; zelfs voor sommige Nederlanders de taal van slechts één vertaling, te weten de Statenvertaling van de bijbel – tot de enig bruikbare verklaren en alle anderen dwingen zich daaraan aan te passen. Communicatie is moeilijk maar niet onmogelijk blijkt iedere keer weer, met vaak onverwachte successen tot gevolg. Eigenlijk zijn vrijwel alle heilige geschriften daar voorbeelden van – want zonder een veelheid aan nu aanwijsbare bronnen zouden ze nooit die samenstelling gekregen en die kracht ontwikkeld hebben die wij nu aantreffen. Maar dat is wellicht en waarschijnlijk en hopelijk niet het laatste woord …
10 augustus 2006



Retour naar 1e deel van de literatuurlijst Islam voor beginners: het beginoverzicht

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.