BK-Books.eu » Lezingen » Jacob Böhme en de Vrijmetselarij

Jacob Böhme en de Vrijmetselarij

Lezing voorbereid voor een presentatie in een vrijmetselaarsloge, op basis van het verschijnen van mijn laatste boek (zie onder), welke presentatie op mijn verzoek niet doorging wegens de door de corona-pandemie vereiste onderlinge afstand en mijn onbekendheid met Zoom etc. Ik betuig allereerst respect voor hen die deze bijeenkomst en uitwisseling samen met mij hadden willen voorbereiden: hopelijk doet onderstaande tekst ook enig recht aan hun bedoeling. Zo niet, dan hoop ik dat zij mij onderstaande gedachten toestaan zonder hun kritiek erop achterwege te laten. Openheid en uitwisseling zijn immers naast gedeelde kennis fundamenteel voor elke sociale gebeurtenis.

Inhoud
• Inleiding
• Jacob Böhmes leven en werken en het ontstaan van de Vrijmetselarij stammen uit dezelfde periode
• Religiehistorische symbolen van de eenheid van alle tegenstellingen
• Ideehistorische bronnen van de eenheid van alle tegenstellingen
• Moderne uitwerkingen van de dialectiek van alle processen van de werkelijkheid
• Filosofische en praktische vragen aan het begin van de eenentwintigste eeuw
• Een onderliggend kernpunt dat (opnieuw?) om aandacht vraagt
• Twee verdere (mogelijke) bespreekpunten
• Literatuur

  • Inleiding

De volgende woorden leg ik met aarzeling aan u voor. Die aarzeling bestaat erin dat ik telkens weer ontdek te menen dat of doen alsof ik ‘de’ waarheid al definitief heb gevonden. Zo werkt het helaas niet: de waarheid is onderdeel van vele processen (en andersom) en kan slechts steeds opnieuw gezocht, vermoed, herkend en in praktijk gebracht worden. Waarna een nieuwe fase volgt.
Ik wil voor u de betekenis van Jacob Böhme heel kort inleiden met het doel een basis te bieden voor uw en mijn erop volgende onderlinge uitwisseling*. Met zijn bijzondere geschriften, zijn visionaire filosofie, zijn spirituele wereld en andere voorstellingen heeft hij velen na hem immers diep beïnvloed, op die gebieden maar niet minder het literaire en artistieke domein. Die voorstellingen en hun context en betekenis zou u deels hebben kunnen ontlenen aan mijn recente boek daarover met de titel Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen. En uiteraard aan de kennis die u eerder daarvan op deed, want ik heb begrepen dat in uw kring Böhme geen onbekende is, en zelfs als een belangrijk inspirator wordt beschouwd. Ik hoop straks met u te kunnen bespreken welke inzichten wij aan hem kunnen ontlenen en met elkaar delen. Ter inleiding wil ik enkele heel specifieke invalshoeken noemen die enerzijds de symboliek en de toekomst van de vrijmetselarij raken en anderzijds Böhme en zijn ideeënwereld in de context plaatsen van de Westerse ideeëngeschiedenis en zelfs die van de ontmoeting met het Oosten. Want Böhme lijkt mij precies op die kruispunten ook van belang voor de vrijmetselarij, net als voor heel de Westerse cultuur.
Omdat Böhme naar mijn beleving en opvatting staat voor het openstaan voor het hogere inzicht dat veel fundamenteler is en veel meer omvat dan ons rationele lagere inzicht, zie ik de uitdaging van deze ontmoeting* meer in het luisteren naar elkaars vragen en inzichten en het daarop eventueel verder borduren in de zin van elkaar ondersteunen bij het verhelderen en doorgeven van die inzichten en vragen, dan in de precieze toelichting en overbrenging van kennis omtrent Böhmes ideeën en inzichten als zodanig, al verdienen die desgewenst ter verduidelijking uiteraard alle aandacht, mits die toelichting dat luisteren naar en verder borduren op hogere inzichten en intuïties ondersteunt. Met andere woorden, op een ander moment is weer een ander deel van de werkelijkheid en de waarheid aan de orde, en zullen de vragen en uitdagingen en ook de mogelijke antwoorden en mogelijkheden er anders uit zien.

  • Jacob Böhmes leven en werken en het ontstaan van de Vrijmetselarij stammen uit dezelfde periode

Omdat ik bij u al enige bekendheid met Böhme mag veronderstellen, ga ik niet alle hoofdthema’s van zijn denken uitgebreid behandelen. Maar ik noem graag enkele zaken die mij lijken te raken aan de traditie van de Vrijmetselarij. Ik sluit bepaald niet uit dat we op sommige hoofdthema’s nog terecht komen bij de na mijn inleiding volgende uitwisseling*.
De Belgische filosoof en vrijmetselaar Leo Apostel schreef in zijn prachtige boek over de vrijmetselarij en haar de geschiedenis, ideeën en gebruiken dat die ontstond aan het begin van de zeventiende eeuw in Engeland. Wij weten dan ook niets van enige betrokkenheid van de grote spirituele leraar en denker Jacob Böhme daarbij; die woonde en schreef immers in het Duitse Saksen, het westelijke deel van het land Saksen waarvan het oostelijke deel in het huidige Polen ligt. Aan de vorstenhoven bloeide toen wel de alchemie, zowel materieel als spiritueel, maar Böhme hield zich vooral met de spirituele kant bezig, en met zijn daarmee nauw verbonden visie op de samenhang van alle verschijnselen, hun ontstaan, bloei en vergaan. Kernpunt is het samengaan van alle tegenstellingen. Daarvan is vooral de opera Die Zauberflöte van Mozart het bekende voorbeeld, zeer goed bekend in uw kringen. De vrijmetselarij zag de tegenstellingen en hun eenheid niet alleen in de relatie tussen man en vrouw, of breder de seksuele relatie tussen mensen, maar net als Jacob Böhme, Johann Wolfgang von Goethe en vele anderen in het ontstaan en overwinnen van de tegenstellingen op alle terreinen van de werkelijkheid, dus van alle verschijnselen, ook de politieke of natuurkundige. Dat beschreef ik in mijn in 2020 onder de titel Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen verschenen inleiding in Böhmes denken. Voor Böhme en de vrijmetselaren was de werkelijkheid ontstaan vanuit de eenheid, door splitsing ervan, een splitsing die in het midden van de geschiedenis, ook het midden van de kosmos, haar hoogte- of beter dieptepunt bereikte, bij de dood en opstanding van Jezus. En daar was ook het herstel begonnen. Je kunt geen onderdeel van de natuur of de cultuur bedenken of het valt onder een van de processen die Böhme daarin verenigd zag. Die visie deelden de nauw aan Böhme verwante Rozenkruisers en Vrijmetselaars met diverse vroomheidsstromingen in heel Europa en via Nederland en Engeland ook in Amerika. De Rozenkruisersgeschriften en de erop geïnspireerde bewegingen, geschriften en tradities en die van de Vrijmetselaars zijn in vele opzichten verwant; die overeenkomsten en uiteraard verschillen behandel ik hier verder niet. De geschiedenis ervan is nog niet volledig geschreven maar onmiskenbaar van grote invloed geweest. Van de bijbelse visioenen die een rol speelden noem ik er slechts twee uit De Openbaring van Johannes. Dat boek vertelt niet toevallig dat aan het eind van de geschiedenis Jeruzalem als een bruid uit de hemel zal neerdalen, nadat in eerdere weeën God de Moeder haar Zoon gebaard heeft te midden van de strijd tussen alle machten om het definitieve herstel of verlies van de nieuwe eenheid die alle tegenstellingen weer achter zich zal laten. Bij Böhme komt daar een systematische vraag bij, namelijk of de processen van ontstaan en bloei en vergaan dan eindigen of dat zij een systematiek herbergen die hun verder gaan omvat. Wat de vraag oproept in welke vorm dat dan zal zijn. Is de oneindigheid van de werkelijkheid iets dat in onze systematieken onder te brengen valt of dienen wij ons open te stellen voor het feit dat de diepere werkelijkheid aan ons rationele systeembegrip te boven gaat? Met andere woorden dat de geschiedenis dat wil zeggen de processen van de werkelijkheid in beginsel open zijn? En hoe leren wij recht te doen aan het gegeven dat elk verschijnsel, elk wezen, ook u en ik, ten diepste verbonden is met en geïnspireerd is vanuit de kern van de hele werkelijkheid, ook zonder dat we dat in woorden of handelingen kunnen vastleggen? Hoe weten we intuïtief en met ons hogere bewustzijn dat dat die verbondenheid er altijd is ook al is ons oppervlakkige kennen altijd beperkt tot dat deel van de werkelijkheid dat we onze persoon en haar omgeving noemen? Helaas schieten woorden hier te kort maar mogen we vertrouwen dat ons minieme bewustzijn en kleine leven toch geheel en al deel uitmaakt van en verbonden is met alles.
Deze inleidende feiten vertel ik niet zomaar. Zij vormen de context van het ontstaan van de vrijmetselarij, of misschien zelfs een belangrijke kern van haar leefwereld en symboliek. Die symboliek kwam in beginsel uit de sfeer van de gilden van de bouwers van onder andere de middeleeuwse kathedralen en andere bijzondere gebouwen. In die symboliek waren hun kracht en hun waarden tot krachtige idealen en communicatiemiddelen verheven, naast andere symbolen vanuit de alchemie en de christelijke traditie. De ervaring van het gescheiden zijn, het verlangen naar vestiging en herstel van de eenheid kwam daarnaast en daarbovenop, speciaal in de symboliek van de coniunctio, het heilige huwelijk (en tevens de kern van alle processen waarin samengaan en veranderen tot een nieuwe fase of uitkomst leiden). Dat had zowel in de alchemie als bij Böhme echter nauwe parallellen of sterker nauwe verbindingen met de opvatting van de wereldgeschiedenis als ontstaan uit een afsplitsing van de oorspronkelijke eenheid van vóor de schepping, en daarna nog een tijd in het paradijs, waarna de processen van innerlijke verdeeldheid en scheiding zich uitten in alle uiterlijke tegenstellingen, niet alleen van goed en kwaad, maar elke denkbare tegenstelling. En het herstel daarvan zou dan ook niet alleen dat van de morele zonden en hun gevolgen maar ook die van alle andere tegenstellingen in natuur en cultuur omvatten. U kent de voorbeelden uit de vrijmetselaarsliteratuur en – geschiedenis ongetwijfeld veel beter dan ik. Maar het boek van Leo Apostel is niet voor misverstand vatbaar: de hoge idealen van de vrijmetselarij hebben alles met het herstel van alle tegenstellingen tot de hoogste en diepste eenheid te maken. En hebben dus de nauwste relatie met de verbondenheid van alle vrijmetselaars met elkaar en de hele buitenwereld, de hele maatschappij, de hele natuur en de hele kosmos.
* Het verzoek behelsde een introductie van mijn recente boek over de inzichten van Jacob Böhme (naar aanleiding van mijn boek daarover, zie onder), als inleiding voor een uitwisseling (beide in de setting van een logebijeenkomst met lezers van en andere geïnteresseerden in Böhme)

  • Religiehistorische symbolen van de eenheid van alle tegenstellingen

Nu kunt u in mijn recente boek daarover van alles vinden. Vooral dat Böhme zijn ideeën deels ontleend heeft aan de voorstellingen uit de Joodse Kabbala en de veel oudere Hebreeuwse bronnen daarvan over het huwelijk van God en zijn Vrouw Wijsheid die samen mens en wereld schiepen en onderhouden. Daarover is veel meer in de Joodse Tenach en Talmoedim te vinden, en ook veel meer dan in de vele christelijke bijbels (want al dan niet met de apocriefe geschriften erbij, waaronder de nieuw ontdekte gnostische). In deze apocriefe geschriften krijgen de verschillende tussenstappen die God en zijn vrouw Wijsheid bij de schepping en daarna maakten, bijzondere aandacht; een leger van engelen en machten treden op. Er zijn vele verhalen van hoe het misging en er verdeeldheid en pijn ontstond in de werkelijkheid, in de kosmos en in onze harten. Wij vinden het idee van het herstel van de eenheid in de Vijf Boeken van Mozes onder meer terug in de beelden van de tempelrituelen, hoe ieder jaar op Grote Verzoendag de eenheid van God de Heer en zijn vrouw de Hemelkoningin werd bevestigd of hersteld door de koning en de koningin, door de reinigingsrituelen in het heilige der heiligen van de tempel. Daardoor werden alle scheefgelopen zaken van het voorbije jaar hersteld. Een beeld dat voor de eerste christenen terugkeert in het herstel van de tempel in de vorm van het nieuwe Jeruzalem, dat neerdaalt uit de hemel en waarbij de hemelse moeder en haar kind een centrale rol vervullen. Patronen die we ook in gnostische geschriften terugvinden, en al eerder in verschillende teksten van de henochitische traditie waarin heen en weer gereisd wordt tussen hemel en aarde. Iets dat we ook bij Mohammed later terugvinden, maar niet alleen bij hem, ook in vele andere rituelen en teksten in het oosters-orthodoxe christendom bijvoorbeeld. En vooral ook in de voorstellingen van het verblijf van Gods vrouwelijke aanwezigheid op aarde, zijn Sjechina, haar zich terugtrekken waar zij bedreigd wordt, en andere verwante voorstellingen uit de Joods Kabbala. Die voorstellingen – dat moet gezegd worden – werden door de dominante rooms-katholieke kerk en later ook de reformatorische kerken sterk onderdrukt, en de geschriften waar zij in voorkwamen tot apocrief verklaard. Dat was echter een keuze van kerkelijke heersers, niet van degenen die die voorstellingen hoog hielden, of ze althans respecteerden.

  • Ideehistorische bronnen van de eenheid van alle tegenstellingen

Mijn onderzoek naar de oorspronkelijke eenheid, haar uiteenvallen en herstel heeft ook een andere essentiële bron, die van de Westerse filosofische traditie. Ik stip kort enkele hoofdmomenten aan. Reeds een van de oudst bekende Griekse denkers, Herakleitos, verwoordde het probleem van de beschrijving van de werkelijkheid. Hij wees op het beeld van de rivier die we zien stromen. Zijn kernachtige uitspraak daarover is dat wij nooit tweemaal in dezelfde rivier stappen. Want op het moment dat we het voor de tweede keer willen doen, is de rivier al verder gestroomd en een nieuwe rivier geworden. De rivier staat zult u begrijpen voor onze hele werkelijkheid. En het stappen in de rivier staat voor onze pogingen om de werkelijkheid te leren kennen. Hij stelt ons dus voor de vraag hoe betrouwbaar onze kennis is als we met het stromen van de werkelijkheid rekening houden. Die verandert immers permanent. Wat is daarin blijvend? En hoe zeker weten we dat? En hoe zeker is onze verwoording van die kennis? Is die kennis niet altijd ook in verandering? Waaraan ontlenen wij dan houvast? In de moderne tijd noemen we natuurwetten een belangrijk houvast. Maar we komen er nooit om heen te erkennen dat als wij pogingen doen om waar te nemen, wij tegelijk onderdeel zijn van de werkelijkheid die we waarnemen. Wat betekent dat voor onze visie op rationele wetenschap, spirituele kosmische ervaringen en inzichten en wat de kern van ons leven uitmaakt? Welke tegenstellingen spelen daar nog meer een rol bij dan alleen die van concreet en abstract, subject en object, leven en dood, materieel en geestelijk, rationeel en intuïtief?
In de geschiedenis van het Westerse denken heeft het dialogische vertoog een belangrijke plaats gekregen. De dialogen van Plato zijn daarvan voorbeelden en zij werden gevolgd door veel meer filosofische teksten, soms meer rationeel en wetenschappelijk in de lijn van Aristoteles, soms meer intuïtief en spiritueel in de lijn van Ploteinos. Die laatste lijn had invloed op de middeleeuwse mystieke denkers. Een probleem was altijd welke taal gebruikt kan worden voor de subtiele ervaringen die in deze traditie serieus genomen worden. De rooms-katholieke Meister Eckhart en sommige Joodse kabbalisten zijn daarvan voorbeelden; ook waren er gnostieke of hermetische bronnen die vooral in de Renaissance weer werden opgepakt. En met wat reuzenschreden komen we dan bij de grote denker Nikolaus van Cusa, een Duitse bisschop die veel nadacht over hoe wij de werkelijkheid in onze vormen weergeven en zo aandacht besteedde aan de wijze waarop tegengestelde bewegingen en vormen al veranderend in elkaar overgaan, niet zonder eerst bepaalde eenzijdigheden tot een hoogtepunt gevoerd te hebben waarna die terugkeren tot een nieuwe eenheid en een nieuw proces van verhoudingen beginnen. Hij deed dat vooral in meetkundige beelden. Het viel hem op dat tegengestelden in de loop of aan het eind van die processen steeds in elkaar overgingen en nieuwe processen begonnen. Denkt u ook maar aan de manier waarop Leonardo da Vinci altijd bezig was de systematiek die hij in de vormen van alle verschijnselen waarnam, te verbeelden. Zodat daarbij zowel de tegenstellingen als de eenheid of samenhang zichtbaar werden. Altijd fascinerend. In Europa gistte het aan de hoven en de opkomende burgerij maar niet minder in kloosters en bij kerkvorsten van dergelijke verkenningen en onderzoeken. De alchemie speelde daar ook een rol bij.

  • Moderne uitwerkingen van de dialectiek van alle processen van de werkelijkheid

Heel deze ontwikkeling van de bestudering van de processen van de splitsing vanuit eenheid tot herstel van een nieuwe eenheid, en dat in veelvoud, was een hoofdthema niet alleen voor Jacob Böhme maar ook voor de alchemisten aan de vorstenhoven, de medische vernieuwers zoals Paracelsus, en al hun verwanten. Toen de moderne vrijmetselarij ontstond, aan het begin van de zeventiende eeuw in Engeland, was die voedingsbodem er al. Zij zou sterk in de vrijmetselarij doorwerken, met onder meer een hoogtepunt ten tijde van het Duitse idealisme rondom 1800, toen dichters en denkers als Goethe, Hegel, Schiller, Novalis en vele vele anderen die voorstellingen uitwerkten in gedichten en andere letterkundige werken, opera’s als de Zauberflöte, en filosofieën zoals de beroemde Hegeliaanse en marxistische dialectiek. In die tijd dachten sommigen daarvan een vast systeem te kunnen maken, in de filosofie bijvoorbeeld Hegel en Marx, maar de praktische werkelijkheid volgde opvallend genoeg niet altijd precies de voorziene uitkomsten van hun geschetste dialectische processen. Naar mijn mening omdat zij die rationaliseerden en daarmee uit hun geestelijke verband haalden. En zoals u weet kunnen we voor geestelijke werkelijkheden wel openstaan maar ze niet forceren, ook niet met moderne wetenschap en techniek. Onze tijd staat daarom na een periode van successen van rationeel onderzoek en technische resultaten daarvan opnieuw voor de vraag of we nog wel in verbinding staan met meer fundamentele werkelijkheden die niet met ratio en wetenschap te beheersen zijn. Maar die toch alle eeuwen door aan sommige spirituele zieners en zieneressen waardevolle ervaringen en inzichten heeft verschaft met betrekking tot de processen waarvan wij deel uitmaken, en de processen die wij als onze persoonlijke ervaren, en de processen die wij intuïtief als hogere dan wel diepere processen of werkelijkheden ervaren. Ervaringen en inzichten die soms in woorden en beelden uitgedrukt zijn en verder kunnen worden. Iets dat in uw kring en vele andere gelukkig ook aan de orde is. Belangrijk is dat we daarvoor de juiste openheid ofwel gelatenheid vinden. Een belangrijk thema voor dichters en andere kunstenaars. Het is echter een belangrijk thema voor alle levende wezens. Alle wezens ook wij, staan voor de uitdaging om ons leven in te richten naar de tonen van de muziek die ons te horen geschonken wordt. Die muziek komt van alle kanten, maar vindt haar samenklank en samenhang waar wij die ontdekken; het woord daarvoor bij Böhme en vele anderen is harmonie. Harmonie kan zijn het meedoen met een initiatief van anderen maar ook in het variëren op bestaande initiatieven en melodieën en dansen. Dat is een heel andere benadering dan het principe van de voorrang voor economische gezondheid, al is die als basis bepaald belangrijk. Het is een beginsel dat op alle gebieden van waarde kan zijn, mits bewust en evenwichtig verbeeld en uitgewerkt; dat is ook: in het besef dat processen altijd veranderingen inhouden. We gaan nooit tweemaal dezelfde rivier in, tenzij we alleen aan het hier en nu denken. Is er wel zoiets als tijd en ruimte? Of is dat alleen de vorm die wij hanteren om ons onze ervaringen voor te stellen en zo rationeel mogelijk te hanteren? Weten we zeker dat de natuurwetten eeuwige geldigheid hebben? Of veranderen ze ook, vlugger of langzamer? Want er is niets dat niet verandert als er ook maar iets verandert. We kunnen in de moderne tijd wel denken stukjes van de werkelijkheid geïsoleerd in het vizier te krijgen, en dat levert ook prachtige resultaten op, maar die gelden alleen onder de condities van die isolatie. En veel fundamenteler is dat zowel dat moderne vizier als alle andere bekende of nog onbekende vizieren (ofwel manieren van kijken) open staan, net als alle onderdelen ervan waaronder wij als individuen of als groep.
We kunnen het met elkaar dus heel goed hebben over onze eigen stukjes van de werkelijkheid dat wil zeggen die stukjes waarvan wij hebben afgesproken dat die voor ons en onze groep geldig zijn. Maar het blijft even belangrijk om buiten onze eigen wereld en werkelijkheid te kijken naar en open te staan voor wat zich verder aandient als tekens om op te letten. Die tekens zijn er altijd, zij wijzen niet alleen op dat wat in ons visnet gevangen wordt, maar vragen er om ook buiten onze kijkhoeken opgevangen te worden. Wat is ons uiteindelijke of meest omvattende perspectief? Hebben we de moed om te erkennen dat dat altijd groter dan onze beperktheden blijft, en dat het dus goed is om er voor open te staan? Wat natuurlijk op geen enkele wijze in strijd is met de beperkte invullingen die wij er in ons gewone dagelijkse leven aan geven: het gaat er niet om dat te ontkennen maar om innerlijke openheid voor het feit dat die dagelijkse invullingen altijd beperkt zijn en dat er dus altijd een enorme oneindige wereld van mogelijkheden open blijft om die dagelijkse werkelijkheid heen. In die zin kunnen wij naar onszelf kijken als kleine eilandjes in een grote oceaan. Meestal zijn we nogal op onszelf gericht, maar die oceaan hoort ook bij ons, en wij bij die oceaan. Hoe leren we die kennen, of liever onze verbinding ermee?
Jacob Böhme had zowel ervaringen van de grote pijn en het grote lijden van het leven in de tegenstellingen. We zijn immers niets in het geheel van de oceaan en kunnen ook maar weinig beheersen en goed houden; tegelijk wist hij uit ervaring dat we ook met die hele oceaan verbonden zijn, en met alle mooie dingen die er deel van uitmaken. Hij ervoer dat het openstaan daarvoor de beste manier was om recht te doen aan ons eigen bestaan te midden van alle andere bestaansvormen. We zijn ermee verbonden, dansen de dansen met onze omgeving mee als onderdeel van alle dansen in alle processen van de werkelijkheid, zoals hij illustreerde aan zijn uitleg van de schepping en verlossing van mens en wereld, en aan alle natuurprocessen van elementen, planten en andere levende wezens. Volgens hem kwamen wij immers voort uit God zelf, en zullen ook weer in God opgenomen worden; daarbij speelde volgens hem Sophia een even belangrijke rol, als vrouw van God. Wie Sophia of de Wijsheid eert, is op weg zich onderdeel van het geheel van alle processen te weten.

  • Filosofische en praktische vragen aan het begin van de eenentwintigste eeuw

Ten slotte kom ik terug op het prachtige werk van Leo Apostel over de inhoud, vormen en betekenis van de vrijmetselarij als zichtbare traditie. Hij heeft heel duidelijk gemaakt dat de vrijmetselarij historisch gezien weliswaar gebaseerd is op openheid naar vele oude religieuze tradities maar toch ook vooral in haar rituelen en organisatievorm herkenbare eigen wegen is gegaan. Een herkenbaarheid die na de grote bloei in de laatste eeuwen ook terecht is gekomen in de twintigste eeuw en daar net als onze hele Westerse cultuur enorme veranderingen heeft moeten ondergaan. Die vragen kent u veel beter dan ik maar wie enigszins oplet, kan overal voorbeelden ervan vinden. Fundamentele vragen als de openheid voor vrouwelijke vrijmetselaars of weefsters, maar ook vragen of de vrijmetselarij gesloten of open dient te zijn respectievelijk in welke mate. Dit naast eerdere grote vragen als de maatschappelijke rol van vrijmetselaars, niet alleen als stille bijdrage aan vormen van welzijnswerk maar ook als openlijke of stille uitoefenaar van sociale en politieke invloed. Apostel maakt namelijk een aantal boeiende opmerkingen over de sociologie van het ontstaan van de vrijmetselarij. Omdat de sociale context van de ontstaanstijd anders was, zou het kunnen zijn dat de vrijmetselarij zich in maatschappelijke zin beter kan oriënteren op de huidige maatschappij, niet bij voorbaat op een beperkte politieke richting uit de huidige tijd maar met het bewustzijn dat de maatschappelijke uitgangspunten van de vrijmetselarij in de eenentwintigste eeuw anders zouden kunnen zijn dan die de basis vormde in de ontstaanstijd.
In die ontstaanstijd was er namelijk een maatschappelijke en politieke crisis die in de Dertigjarige en bij ons Tachtigjarige Oorlog werd uitgevochten over heel Europa. Die crisis hield in dat de middeleeuwse ordening met haar vaste spelers adel, geestelijkheid en burgers scheuren en onevenwichtigheden vertoonde. De burgerij in de steden was zeer veel machtiger, de lagere adel verloor veel macht, en tussen de vorsten van de verschillende kleinere landen of provincies die de wereldlijke macht overnamen, en de restanten van de geestelijke machten en de adel dienden nieuwe evenwichten gevonden te worden; dat werden namelijk evenwichten per provincie, niet meer die van paus of grootvorst. En per provincie bleken diverse groepen nog niet een heel duidelijke plaats te hebben. Resten van de oude gilden, rijke burgers en handelaren, nieuwe intellectuelen en kunstenaars die vrij stonden ten opzichte van de oude machten. Deze nog vrije groepen waren het die de traditie en vooral de vormen van de middeleeuwse bouwgilden met hun grote onderlinge solidariteit en vakkundigheid als voorbeeld namen voor organisatievormen die niet bij een van de nieuwe machthebbers hoorden maar de voorlopers waren van wat nu de dienstensector van de maatschappij is. Ook lagere hoffunctionarissen, zeg maar specialisten, sloten zich aan. Op die wijze vonden zij nieuwe vormen om hun spirituele en sociale idealen en het nadenken over vormen van maatschappelijke inbreng vanuit hun vakkennis met elkaar te delen, verder te ontwikkelen en elkaar tot steun te zijn in hun nieuwe maatschappelijke rollen. Zij gebruikten de vrijmetselaarsrituelen daarbij als herkenningscode die hen met elkaar en met hun idealen verbond. Die idealen zelf staan in onze tijd waarschijnlijk minder ter discussie dan de vormen. De maatschappij en de cultuur hebben nog steeds verbanden nodig van personen die hun culturele en sociale mogelijkheden ontwikkelen om daarmee persoonlijk en in hun maatschappelijke rol te groeien. Omdat de twintigste eeuw grote crisissen heeft gebracht in het politieke en culturele en sociale landschap, inclusief de globalisering daarvan, is het wellicht zinvol te kijken wat niet meer in de postmoderne tijd past, en wat nog wel. De laatste honderdvijftig jaar hebben immers steeds opnieuw het ontstaan van nieuwe sociale verhoudingen laten zien, zowel de opkomst van fabrieken en andere geautomatiseerde productieketens, tot en met steeds nieuwe vormen van kapitalisme en liberalisme en socialisme, met bijbehorende achterbannen van eigenaars, witteboordenwerkers en vele soorten afhankelijke werkneemsters en werknemers. Daarmee rekening houden is een enorme uitdaging voor allen die spiritueel niet op slot of praktisch in oude stereotypen willen blijven denken en leven.

  • Een onderliggend kernpunt dat (opnieuw?) om aandacht vraagt

Een kernpunt waarover Apostel niet uitgebreid schrijft is het volgende. Bij Böhme is het zonneklaar dat hij alle registers van de taal nodig heeft om de rijkdom van de werkelijkheid onder woorden te brengen. Kort gezegd vertoont hij met dit taalgebruik parallellen met Oosterse denkers en schrijvers die zich bewust zijn van de grenzen van onze taal. Böhmes grote thema is zijn eigen verlichting: hij wil al zijn hoorders en lezers ook van die bestaansvariant op de hoogte brengen en erin laten delen. Pas als we de begrensdheid van elke tijdelijke vorm, ook taalvorm, leren kennen en erkennen, gaan we open staan voor die dimensies waar we anders overheen zien, eenvoudig omdat we in ons eigen denken en waarnemen, want in onze eigen bestaande taal, opgesloten blijven. En dat hoeft niet want het aantal dimensies van de werkelijkheid is oneindig. Daar kun je helaas alleen maar zwijgend over spreken. In het Oosten hebben verschillende stromingen en hun denkers dat proberen aan te duiden op een bijzondere wijze die wij het non-dualisme noemen. Heel oude tradities zoals de Advaita Vedanta in India, het Daoïsme in China en Chinese, Japanse en Koreaanse Zen-tradities. Mijns inziens is Böhme bij uitstek de Westerse pendant hiervan, of zijn deze stromingen omgekeerd de Oosterse pendanten van het Westerse non-dualisme. Zij het dat dat laatste in het Westen ook vaak is ondergesneeuwd of weggepoetst. Maar wie het wil zien, ziet het overal terug, gelukkig. Niet alleen bij Böhme maar bij veel verwanten van hem zoals de henochitische tradities, het hermetisme, de gnosis en de kabbala, en de filosofische tradities van de eenheid van alle tegenstellingen. De Oosterse en de Westerse spirituele verlichting zijn zeer nauwe verwanten.
Als we die tradities combineren met het inzicht dat man en vrouw niet per se altijd aan elkaar ondergeschikt of bovengeschikt dienen te zijn, bevinden we ons op een terrein met veel meer mogelijkheden dan zelfs de bredere en ook dominante stromingen in de Westerse of zo u wilt ook alle andere culturen (die nu eenmaal de neiging hebben bepaalde eenzijdigheden tot langdurige norm te verheffen) aanbieden. Zelfinzicht, openheid en een bescheiden opstelling zijn waardevol om niet te verdrinken in de oceaan van mogelijkheden of even erg, verblind voor eigen tekortkomingen te grote pretenties te hebben. Streven naar een doel begint altijd met openheid en kleine stapjes hier en nu, en dicht bij de kern blijven. Maar ten diepste of hoogste is het doel alomvattend in alle opzichten, dus …

  • Twee verdere (mogelijke) bespreekpunten: 1 openheid of geslotenheid naar de (hele) maatschappij 2 samenwerking van vrouwen en mannen in een veranderende cultuur

Allereerst de verhouding tussen min of meer besloten en min of meer open gezelschappen die zich met spirituele vorming van hun leden bezighouden. Als het gaat om aardse zaken kan een bepaalde mate van voorzichtigheid of zelfs regelrechte geheimhouding al dan niet tijdelijk nodig zijn; maar als het gaat om geestelijke zaken, hoe kwetsbaar want subtiel ook, hoeft openheid die geheimhouding in aardse zaken niet in de weg te staan, althans waar het geen extra praktische kwetsbaarheden meebrengt. Voor spirituele ontwikkeling is kwetsbaarheid immers van groot belang, namelijk een basisvoorwaarde; zij het altijd op basis van voortdurende vrijwilligheid en in de context van onderlinge solidariteit en bewaking van elkaars geestelijke proces. Naarmate er van spirituele oefening en groei sprake is, zal blijken dat openheid en delen van de geestelijke processen met anderen, ook met nieuwelingen en serieuze buitenstaanders, tot de essentie behoren. Kortom, op dit punt is er bij vrijmetselaars waarschijnlijk een zelfde spanning tussen intern draagvlak en wens tot openheid naar binnen en naar buiten als bij veel andere groeperingen. Wij ontkomen er niet aan om ons open te stellen als wij de spirituele aspecten serieus nemen en ontwikkelen. Hoe die zich verhoudt tot bescherming van de meer aardse kanten van het groepsbestaan en de onderlinge aardse hulp, is een andere kwestie. In aardse zin kan een zekere geheimhouding voorwaarde voor hulp zijn, maar niet als herkenbare eigenschap die tegenspraak en verdenkingen oproept. De eerste keus in dit opzicht is dus hoe spiritueel en sociaal zich verhouden. De historie van de loges is vanaf het begin die van grote maatschappelijke impact. Dat hoeft niet maar kan haaks staan op aandacht voor spirituele ontwikkeling; en is dus ook in onze tijd een mogelijk punt van aandacht. Omdat politieke en maatschappelijke verhoudingen soms snel en sterk kunnen veranderen, kan een loge ook een stabiliserende en positieve maatschappelijke invloed hebben, die dan echter niet per se alleen het welzijn van de eigen leden maar ook het geheel van de samenleving in het oog zou kunnen houden en dienen. Zeker is dat de traditionele kerkelijke geloofsgemeenschappen in dit opzicht vele voorbeelden hebben getoond van meer en minder sociaal bewuste houdingen en gedragingen. De vrijmetselarij is echter zichzelf en vrij, en heeft haar eigen sterke en misschien ook zwakke punten. Mijn opmerking betreft vooral het bewustzijn dat de verhouding tussen spirituele ontwikkeling en sociale contacten en steun bewuste aandacht vraagt, steeds opnieuw en ook nu. Hoeveel spiritualiteit verdraagt een loge, verdraagt een individuele vrijmetselaar, beide in hun groei naar volwassen bijdrage aan zichzelf, de gemeenschap en de wereld, tot en met het universum? Of is de loge er zelfs juist voor die op te roepen en te ontwikkelen? Ik stel me voor dat dit praktische punt zo kwetsbaar is dat het alleen intern besproken kan worden, ook al zitten er duidelijke historische en sociale kant aan die de moeite van het bespreken waard zijn en ook publiekelijk aan de orde gesteld kunnen worden. De voorbeelden uit de zeventiende eeuw nadoen kan een keuze zijn, maar wellicht is meer openheid en variatie ook een mogelijkheid. Ik heb enkele factoren genoemd die daarbij wellicht in ogenschouw genomen kunnen worden.
Het tweede punt is een merkwaardig complex van spirituele en sociaalhistorische kanten van de verhouding tussen man en vrouw, die in spirituele zin en vermoedelijk ook in praktisch-maatschappelijke zin altijd een centraal punt is geweest voor vrijmetselaars net als in vele andere tradities en culturen. Jacob Böhme staat niet toevallig bekend als voorloper van Goethe en Mozart; zij hadden diepgravende aandacht voor de vele polariteiten die van de verhouding van vrouwen en mannen, en ook in vrouwen en mannen, een rol spelen. Net als in onze tijd, maar dan toch weer heel anders, ook tijdgebonden en tegelijk met een enorme aandacht voor het universele aspect van deze verhouding en haar verschijningsvormen. De spirituele kanten daarvan bespreek ik hier verder niet omdat ze vermoedelijk al vaak in uw kringen ter sprake zijn geweest en altijd op het bordje van ieder van ons liggen, vrouw of man. Ik sta overigens open voor punten die u hierbij en hierover aan de orde zou willen stellen. Wat ik hier alleen nog even noem, is de enorme variatie die de beleving van het man en vrouw zijn generatie na generatie, en zeker ook in de twintigste eeuw heeft vertoond, kan vertonen en zal vertonen. De vrijmetselaarstradities zijn hierbij net als vele andere religieuze genootschappen vaak nogal behoudend geweest in hun verwerking van nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. Sterker, de vrijmetselarij van nu toont juist op dit gebied allerlei tendensen om deze verhouding aan de orde te stellen als een kans om met de tijd mee te gaan en nieuwe ideeën en nieuwe vormen ervoor te vinden, wellicht ook van lidmaatschap en samenwerking. Zelfs wanneer een loge kiest voor vasthouden aan bestaande vormen of tradities, is het immers onmogelijk te doen alsof men nog leeft in de zeventiende eeuw. Ook het denken van Jacob Böhme over vrouw en man in het godsbeeld, in de spirituele werelden, en in de levenspraktijk stond immers in het teken van het zoeken naar nieuwe belevingen, beelden, vormen van het mannelijke en het vrouwelijk die de eeuwen door zo’n centrale plaats in elke cultuur hebben ingenomen, ook de onze. Wie man en vrouw als culturele en spirituele aspecten en mogelijkheden onderkent en ervaart en verder wil onderzoeken en serieus nemen, en daar horen vrijmetselaars net als Rozenkruisers van oudsher zonder meer bij, staan zeker in onze postmoderne tijd voor enorme uitdagingen en kansen. Cultureel, persoonlijk, spiritueel en praktisch. Dat onderstreep ik graag. Niet dat het een geringe opgave is, want het raakt ieder mens diep in zijn persoon, en in al zijn levensfasen, en eerlijk gezegd ook nog steeds anders. Een onderwerp om voorzichtig mee om te gaan dus. Maar ook een om niet onbesproken te laten. Daarvoor is de band met de bloei van elk leven te groot en te direct. Al hoort bij bloei ook het voorbijgaan ervan.

Dat zijn een heleboel vragen; ik hoop dat we samen kunnen werken aan het ontwarren en verhelderen ervan.

Driebergen, winter 2020-2021

  • Literatuur

Leo Apostel, Vrijmetselarij
Jacob Böhme, Theoscopia of de uiterst kostbare poort van het zien van God, (vertaling en toelichting: Boudewijn Koole)
Boudewijn Koole, Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen: Inleiding in het denken van Jacob Böhme (Over grond, systeem, processen en magie van alle bestaansvormen in de context van open bewustzijn en niet-tweeheid in West en Oost en van wijsheid en verlichting in Böhmes Theoscopia) [ bouwt voort op onderstaand onderzoek naar alle aspecten van de man-vrouw-tegenstelling en hun opheffing, en breidt dat uit tot het bredere kader van de ‘eenheid van alle tegendelen’ in de hele Westerse ideegeschiedenis ]
Idem, Man en vrouw zijn een: De androgynie in het christendom, in het bijzonder bij Jacob Böhme [ basisinformatie over de man-vrouw-polariteit en -eenheid bij Böhme als voorbeeld en kern van de eenheid van alle tegenstellingen; van belang voor het bovenstaande zijn de hoofdstukken 2 en 3 over Böhme, en de Samenvatting ]

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- Deze site bevat enkele overblijfselen van afgesloten publieke activiteiten. --- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens op Walcheren. Ik woonde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Mijn oudste persoonlijke vermelding in het telefoonboek was (Onder)zoeker: "van de wegen van het hart"; op dit moment zou ik schrijven: "van de verbondenheid - zonder en met woorden - van alle verschijnselen inclusief u en mij".