BK-Books.eu » Lezingen » Androgyny in Early Christianity and in the Reformation

Androgyny in Early Christianity and in the Reformation

After a short description of androgyny
– i.e. of its symbolism (unity of male and female, eventually elaborated in connection with unity of all oppositions/polarities)

and of the mythical motifs in `Western’ literature lying at its root (particularly that of an original androgynous `man’ – Image of God, cf. Genesis 1:26-27 – and his splitting and the consequences thereof) –
two traditions will be illustrated:
1. androgyny positively elaborated with mutual completion as most important aspect, even at the divine level,
2. androgyny reduced and used in favour of encratitic (ascetic) views.
Special attention will be given to Philo of Alexandria, the Gospels of Thomas and Philip, and to the philosopher Jacob Boehme (about 1600).

The relation between androgyny and sexuality will be shown as well as the importance, for the interpretation of androgyny, of distinguishing at least three levels: the `earthly’, the ‘human’ and the `divine’.

Next attention will be given to the difference in character of the contexts in which the `positive’ and the `negative’ elaborations of androgyny took place.
Whereas these contexts – in general – connotate with `wisdom traditions’ and `rationalistic traditions’ – with the first having at least as old roots as the second but with the second having more and more become the dominant tradition of Western culture (and religion?! – see below)-, an attempt will be made to demonstrate links between androgyny and the general character of Western culture and religion, including the relation between science and religion, as well as between androgyny and patriarchy in Western culture and religion, including a view on patriarchy and matriarchy as possibly useful concepts for the study of cultures and religions in general.
Within this framework a relation will be demonstrated between matriarchy as `alternative’ for patriarchy and the `alternative’ traditions in Western culture and tradition, the `wisdom traditions’.
Concrete phenomena to which attention will be given are: the pre-Christian symbolism of the Sacred Marriage and the cults of the Great or Mother Goddess, the figures of Anthropos, Sophia and Logos in Jewish and Christian Gnosticism, the victory of Catholic Christianity over Gnostic Christianity and their ambivalent relation afterwards (gnosticism returning in forms related to hermetism, alchemy and theosophy, and also in literature, art and philosophy).
Also will pass in review: a possible danger of a (too) `reductionistic’ use of the concepts of `patriarchy’ and `matriarchy’ as well as some possible relevance of their use insofar there are interrelations with rising consciousness in Western culture about related problems: the position of women, the relation to nature and the status of `religion’ compared with that of `science’.

Comments on this communication are very welcome, especially in the form of positive or negative verification, as well as contructive criticism or appreciation.

Literature: (see list of publications)
Boudewijn Koole, Man en vrouw zijn een: De androgynie in het Christendom, in het bijzonder bij Jacob Boehme (English title: Man and woman are one: Androgyny in Christianity, particularly in the works of Jacob Boehme), Utrecht 1986 (with extensive `Summary in English’, 315-339); = diss. Utrecht 1986
Idem, Voorbij het patriarchaat: tegenbeelden van de westerse kultuur: de relatie van westerse spirituele tradities tot de fundamenten van de kultuur (only in Dutch; translated title: Beyond patriarchy: counterimages of Western culture: the relation of Western spiritual traditions to the foundations of culture), Kampen 1989


See further: Extensive summary of dissertation, Dissertation abstract, Bibliography (on androgyny and related subjects)

Return to Index-page

Gepubliceerd door

bk_books

In mijn jonge jaren woonde ik in Sint Laurens, nu onderdeel van Middelburg. Met mijn vriend Peter Karstanje verkende ik de omgeving, behalve dicht bij huis en aan de kust (stranden en boulevard) ook tijdens zomerse fietstochten langs jeugdherbergen, tot Roden toe. Op de middelbare school in Middelburg en Goes leerde ik veel talen. Wim Wattel met wie ik vier jaar lang de gymnasiumlessen in Goes volgde, was met Piet Boon en enkele anderen een vaste reisgenoot in de trein. Tijdens mijn studie in Amsterdam leerde ik via Krina de Regt, Wims partner die ook in onze klas zat en in Baarn de sociale academie volgde, Nel Knip kennen: wij zijn sindsdien bij elkaar. Wij vervolgden onze studies en beroepsmatige werkzaamheden in Amsterdam, Tiel, Driebergen, en van daaruit in heel wat plaatsen in Nederland, Mijn eerste studie was theologie aan de Vrije Universiteit, waar ik vier jaar lang als student-assistent onder de zeer begaafde Harry Kuitert leerde hoe denken en taal samenhangen (en hoe machtsverhoudingen in kerkelijke kringen uitgespeeld worden, met Kuitert als kop van jut). Mijn tweede studie, filosofie, volgde ik vervolgens aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik behalve allerlei aanvullende wijsgerige basiskennis het geluk had Otto Duintjer als mijn hoofddocent metafysica te treffen bij wie ik afstudeerde (Plato, Kant, Heidegger, Wittgenstein en de verschillen met oosterse denkwijzen; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Vanuit Driebergen werkte Nel als hoofd PZ van het VU Ziekenhuis in Amsterdam en later als interim manager PZ in vele grote ziekenhuizen en welzijnsinstellingen in Nederland. Ik werkte als wetenschappelijk medewerker in Amsterdam, cursusleider religie en samenleving in Driebergen, universitair bibliotheekmedewerker in Amsterdam, Utrecht en Den Haag (KB). Uiteindelijk als vertaler en auteur. Wij maakten de maatschappelijke en culturele veranderingen van de jaren zestig, zeventig en tachtig intensief van binnen uit mee. De onderwerpen van mijn interesse treft u hier aan in de vorm van leesverslagen, berichten. lezingen en een aantal vertalingen en boeken over de culturele betekenis van Oost en West voor elkaar (beginnend bij meditatie, boeddhisme, Jacob Boehme, niet-dualisme; en eindigend bij een herdruk van mijn vertaling van de Zen-leraar en -denker Dogen Kigen, en een nog te verschijnen nieuwe inleiding in het denken van Jacob Boehme over de eenheid van tegenstellingen). Met als grote studie onder leiding van Gilles Quispel de visie op man en vrouw in het christendom, bij enkele bijzondere denkers in de eerste eeuwen en bij Jacob Boehme en zijn kringen en erfgenamen. Een rijke leerschool! Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer via Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema. Hoewel mijn onderzoek in eerste instantie op kernvragen en op de innerlijke samenhang van (patronen in) denken en werkelijkheid (zowel de objectieve als de subjectieve) gericht was vanuit mijn westerse theologische en filosofische traditie, heb ik achteraf het gevoel ook veel verwantschap te hebben gevonden in oosters denken. Zowel dat van religieuze denkers en van fundamentele denkers over wetenschap, objectiviteit en subjectiviteit, als in het bijzonder over taal: dit leverde veel invalshoeken op waarmee naar oost en naar west gekeken kan worden! Op deze manier kon ik zelfs de eigen piëtistische calvinistische tradities van Walcheren en West-Europa, en later ook de gnostische en mystiek-theologische tradities van het Westen vergelijken met bepaalde opvattingen in het Oosten, en beide beter begrijpen en relativeren. Ik hoop dat u en anderen hier vruchten van plukken en tot een en ander een eigen verhouding ontwikkelen. Zij het dat die taak nooit af is. Maar zelfs over tijd en zijn, en tijd en eeuwigheid valt veel te leren, heb ik gemerkt. Dat heb ik graag doorgegeven, en u vindt er hier veel over. Ook dat er een tijd komt, zoals nu voor mij, dat het niet meer allereerst gaat om nog meer onderwerpen bij de kop te pakken om me er grondig in te verdiepen en ze vertaald, dat wil zeggen in een bepaalde context begrijpelijk neer te zetten. Maar om te erkennen dat er na een tijd van toelaten en verdiepen ook een tijd mag volgen van het rationele iets meer loslaten en van iets meer intuïtief bij de zich steeds vernieuwende (...) 'kern' blijven. Een proces dat opmerkelijk genoeg in de natuur (dat is de hele werkelijkheid) en het al (of de kosmos of de eeuwigheid) in het klein en in het groot al voortdurend aan de gang blijkt, zonder iets van zijn essentie, vreugde en spanning te verliezen, en dus ook van zijn soms subtiele soms grove tegenstellingen en de veranderingen daarin. Alle goeds en goede voortgang!