Achtergronden

Bk-books.eu is een site waar je teksten vindt die verband houden met spiritualiteit, inclusief de vraag wat spiritualiteit betekent, en inclusief de geschiedenis ervan – teksten, personen, plaatsen, thema’s, vragen enzovoort, binnen hun politieke, economische en culturele context. Zo ook over literaire teksten, nieuwe wetenschap.

Maar de site heeft meer te bieden. Wat kan het gaan op de weg van het hart betekenen? Deze intropagina biedt daarop een enigszins persoonlijk gekleurde inleiding, want vanuit mijn achtergronden.

Daarbij moet mij van het hart dat ik weliswaar verslag doe van de onderzoeken die ik gedaan en de wegen die ik bewandeld heb, maar dat ik ondanks mijn pogingen om daarbij objectieve informatie te verschaffen – en hoezeer dat ook gelukt is – meer en meer tot de erkenning ben gekomen dat het gaan van de weg van het hart behalve een weg met objectieve kanten altijd ook een subjectieve weg is die men alleen individueel kan gaan, althans alleen subjectief kan ervaren ook waar het het einde van het subject als tegenover de objecten staand subject betreft. En zodra de tegenstelling tussen subject en object opgegaan is in de ervaring van eenheid, kan men nog wel objectieve informatie vinden of geven, maar slechts binnen de grenzen die voor dat soort objecten gelden. Objecten bestaan alleen binnen een (bestaand dus vooraf vastgesteld of verondersteld) kader. En het aantal kaders is eindeloos, terwijl het aantal subjecten en objecten ook eindeloos is. Wat niet wegneemt, dat we toch kunnen proberen elkaar te verstaan en elkaar kennis over te dragen binnen de kaders die wij met elkaar delen (waarbij wie ‘elkaar’ zijn, dus ‘wij’, ook al een kwestie van definitie ofwel van een kader is; inclusief de vooral voor Westerlingen vaak nieuwe notie dat taal, ook de meest objectieve, eigenlijk per definitie van definities gebruik maakt en dus alleen iets binnen de gedefinieerde kaders kan zeggen). Het bijzondere van de weg van het hart en van de spirituele bewustwording is, dat men zich hiervan bewust kan worden zonder uit het praktische leven van alledag te stappen; men wordt zich alleen bewuster van de open dimensie om alle beperkte kaders heen. Het blijft echter een probleem dat ik u dit uitleg in woorden en begrippen die toch een bepaald kader veronderstellen. Ik kan de spirituele ervaring van de openheid dus alleen pogen voor te stellen, of in beeld te brengen, of op te roepen maar kan niet anders dan verwijzen naar de open dimensie die alle kaders te buiten en te boven gaat (en omvat). Hoogstens kan ik pogen aan te duiden dat er meer dimensies zijn en ook de open dimensie is die ruimer is dan alle beperkte dimensies door met de beperkte zo om te gaan dat ik laat zien dat ze beperkt zijn, wat dan vanzelf de suggestie van de openheid eromheen impliceert maar niet in een logica van een beperkt kader vastlegt. Want de ervaring van de open dimensie en de vele beperkte dimensies suggereert dat niet logica (alleen) maar (allereerst) het zetten van stappen op de weg (van de ervaring van meer dimensies) tot spirituele ervaringen en inzicht leidt.

De conclusie is dus gerechtvaardigd dat rationele redeneringen hoe zinnig ook binnen hun kader, en alle woorden die dienen als uitleg binnen een bepaald kader, bij voorbaat qua inhoud niet heel erg geschikt zijn om die overschrijdende ervaring van het bestaan van meer dimensies weer te geven. Althans niet zover ze niet verwijzen naar de open dimensie die alleen virtueel (of via magisch woordgebruik) aangeduid kan worden want hoogstens geschikt om binnen het eigen kader of de bestaande gezamenlijke kaders te blijven. Wel kunnen we leren dat dat blijven binnen kan geschieden in het bewustzijn van het bestaan van de ruimte buiten! Maar dat bewustzijn voltrekt zich op het gebied van de ervaring die ruimer is dan de woorden. En daarmee geef ik nogal een beperking aan van wat de woorden op deze site kunnen betekenen voor wie de eigen spirituele ervaring en bewustwording zoekt. Het blijkt niet alleen om de woorden te gaan, maar er zijn talloze mogelijkheden buiten het gebruik van woorden (in de zin van binnen één of meer bepaalde kaders vastgelegde betekenisvormen). Wel durf ik te zeggen dat diepe ervaring onvoorspelbaar is maar ook niet ver weg is van welke gewone ervaring dan ook; de eerste kan – om toch iets te zeggen – de diepte van de tweede zijn maar daar zijn niet alle betekenissen mee uitgeput! Leven met de onuitputtelijkheid van de open dimensie vereist een bijzondere op ervaring en bewuste verwerking van die ervaring gebaseerde houding.

Hoe kunnen wij recht doen aan spirituele ervaringen?

Nog niet heel lang geleden werd spiritualiteit in veel maatschappelijk maatgevende kringen (vooral die zich modern vonden en vinden) beschouwd als iets dat beter bij de Middeleeuwen past dan bij de moderne tijd “van de vooruitgang”. (Daarover elders op de site meer: zoek op “modern”, “Descartes” of “cartesiaans”!) Er is zeker vanaf de eeuw- en millenniumwisseling weer erg veel belangstelling voor spirituele ervaringen, van dingen die ons heel erg bijzonder voorkomen tot dingen die juist verbazingwekkend goed met ons dagelijkse leven verweven lijken te zijn. Dat die ervaringen, belevenissen en verhalen, opvattingen en gedragspatronen de eeuwen door al in vergelijkbare vormen voorkwamen – vaak in onze eigen cultuur, maar soms ook in verder weg gelegen culturen -, weten velen niet, of niet precies. Deze site probeert daar wat aan te doen, door daarover informatie te geven, naar informatie te verwijzen, vergelijkingen te maken en inzicht te bieden. Zodat duidelijk wordt dat spiritualiteit gewoon bij het leven hoort, en tegelijk onvoorstelbare mogelijkheden biedt die we ons vaak te weinig bewust zijn.

Deze site is strikt informatief bedoeld. Ook al zult u tussen de regels door of zelfs openlijk opmerkingen of tendenzen vinden die in de richting gaan van begeleiding of aanwijzingen op de spirituele weg, dan is het toch het beste die te zoeken in de klassieken van uw eigen spirituele traditie en bij degenen die die traditie voortzetten en deze begeleiding aanbieden. Niet omdat die uw waarheid bezitten of dé waarheid, maar omdat zij de pergola kunnen zijn waar uw spirituele ontwikkeling tegenop groeit, zich tegen afzet en veelal onmisbare steun aan vindt. De kwaliteit ervan zult en kunt u – zeker na hun aanwijzingen (een tijd) gevolgd te hebben – zelf beoordelen naar de stand van uw eigen geestelijke ontwikkeling (die nooit ophoudt!). [N.B. Traditie wordt hier dus niet verstaan als enige bron van waarheid. Tradities zijn altijd tijdelijke voertuigen, niet alleen omdat men ze tijdelijk als zodanig gebruikt, maar ook omdat zij ooit ontstaan zijn uit allerlei bronnen die aan de betreffende traditie voorafgingen, en zelf niet alleen altijd in – zij het vaak langzame – verandering zijn, maar ook ooit hun functie verliezen, zoals alles veranderlijk is. Tradities zijn met andere woorden altijd zelf ontstaan als selecties met een bepaalde doelstelling, en dit geldt evenzeer voor de verschillende manieren waarop tradities later geïnterpreteerd worden. We mogen van de tradities gebruik maken zolang zij ons kunnen helpen op onze weg. Daarbij is van belang dat deze wegen en die van de tradities zelf niet haaks staan op solidariteit en rechtvaardigheid maar er waar mogelijk mee in overeenstemming zijn en er voorrang aan geven – en dat is vaak mogelijk!]
U zult uiteindelijk bemerken dat u uw eigen – individuele – weg moet gaan. U zult daarbij ontdekken dat om vooruit te komen u het vroegere los moet (durven) laten, laat ik het maar direct zeggen: inclusief uw (voorstelling van uw) doel. Een weg die alleen over rozen gaat, is niet veel voorkomend. Vaak gaat aan een geweldige ervaring een moeilijke tijd vooraf die wel als ‘donkere nacht’ gekenschetst wordt. Zelfs de aanvankelijk of tijdelijk onmisbare rust en basis en veiligheid van de traditie moet dan worden losgelaten en overstegen. Maar dat kan, deels omdat u dat geleerd hebt in een proces van langere (of soms kortere) tijd, en soms ook omdat u geholpen wordt door krachten die u zelf (nog) niet ziet. Welke leerschool u doorlopen hebt, ziet u vaak pas achteraf. U kunt echter vertrouwen dat zelfs het verlangen om verder te komen, erop wijst dat u in de goede richting zoekt. Uw geduld zal zeker beloond worden, zij het naar alle waarschijnlijkheid op een veel mooiere wijze dan u had gedacht (en dus ook nadat u het minder mooie hebt ervaren en moeten loslaten). De weg kan altijd weer opgepakt worden.

Onder meer op deze pagina:

Hier staat deze site voor!

Natuurlijk staat deze site in de eerste plaats voor betrouwbare informatie – zie Onderwerpen. Maar het kan geen kwaad ook een aantal voorkeuren aan te duiden die ik heb, overigens los van de hoeveelheid informatie die er op de site aan is besteed. Sommige eenvoudig omdat ze in onze cultuur ondergesneeuwd zijn, of niet voldoende bekend of gewaardeerd. Sommige liggen in elkaars verlengde en zullen gecombineerd kunnen worden, andere misschien (nog) niet (direct).

 

  • geen enkele dwang in geestelijke zaken; volkomen vrijheid ten opzichte van alle tradities zonder de soms ook waardevolle rol ervan te ontkennen; wel erkenning van materiële beperkingen voor het dagelijkse leven, maar nooit gebruikt om geestelijke waarden met machtsmiddelen te verdedigen in plaats van met geestelijke middelen
  • modern paganisme ofwel herwaardering van de eigen innerlijke wijsheid en die van de eigen omgeving (Lat. pagus: groep mensen die een bepaalde regio bewoont; waar er dus meerdere van zijn, hetzij in verschillende hetzij – door wat omvangrijkere migratie – in dezelfde regio’s), met openheid voor en eigen vormgeving van wat de eigen tradities op deze punten bieden, in een permanent leerproces van iedere persoon en iedere entiteit zoals die permanent (enigszins of intensief) veranderen; en het primaat van de (eigen) praxis, ofwel van afstemming op de aanwijzingen van de goddelijke wereld, en van vruchtbaarheid voor de werkelijkheid als geheel, met de theorie en de wetenschap en de techniek uitsluitend als eventuele ondersteunende hulpmiddelen
  • respect voor geestelijke en goddelijke krachten en wezens in heel de kosmos en natuur, zowel de godinnen (Sophia, Maria, onder vele andere) en de goden (bekende en meer onbekende) – en hun energieën, verschijningen en aanwijzingen – waarin de ons verborgen werkelijkheid zich uit en tot ons spreekt
  • een inclusief bewustzijn en denken (zie bijvoorbeeld het boek Inclusief denken van Boerwinkel; of zoek op deze woorden in de site: het gaat er om zaken van meer kanten te willen bekijken, en te beseffen dat delen en geheel nooit zonder elkaar te vatten zijn, tot in het oneindige toe …)
  • (met in aanmerking nemen van de toepasselijke context) aandacht hebben voor het ideaal van rechtvaardigheid en de handhaving van belangrijke afspraken in het – voortdurend veranderende – samenleven in de wereld
  • oneindige afwisseling van steeds verschuivende polariteiten binnen een ongekende context van alomvattende mogelijkheden; gelijkwaardigheid van polariteiten, bijvoorbeeld ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ (op alle niveaus, ook de spirituele)
  • aanwijzing van het mogelijk nu waardevolle uit de veelheid aan bekende dingen, oftewel aandacht voor versterking van het beoordelingsvermogen; inclusief afbraak van het gestolde en verkalkte en ruimte voor het onvermoede nieuwe; herkennen van verabsoluteringen en ‘hersporen’ van hun oorspronkelijke of nieuwe mogelijkheden
  • erkenning van het ten onrechte veronachtzaamde (uit het verleden) dat waardevol kan zijn voor de toekomst, zoals de Westerse mysterietradities van Parmenides en Empedokles en Pythagoras, waarvan Plato en Aristoteles ten onrechte beweerden de enige ware erfgenamen te zijn
  • respect voor zowel nieuwe als voor traditionele spiritualiteit en geneeskunde in hun onderscheiden sterke en zwakke punten, zowel de traditionele Westerse magie (ten onrechte door theologie, filosofie en wetenschap vooral sinds het einde van de Middeleeuwen in het verdomhoekje gezet) en esoterie (speciaal het hermetisme in de lijn van de hierboven genoemde Westerse mysterietradities) als de binnen de monotheïstische godsdiensten bewaarde en beoefende mystieke tradities (Kabbala, chassidisme, christelijke mystiek en piëtisme, soefisme) waarbij het belangrijk is de verbinding tussen geest en materie niet uit het oog te verliezen maar centraal te stellen en zo alles praktisch te houden
  • inbedding van rationaliteit en wetenschappelijke methode (die in de geschiedenis van het Westen een rol hebben gekregen die de hun toegewezen mogelijkheden ver overstijgt en overdrijft) in een devotionele, intuïtieve alomvattende – maar voor iedere persoon of entiteit wegens de unieke positie en eigenschappen tevens uiteenlopende – bewustzijns- en levenscontext; ieder persoon of entiteit is geheel vrij om in volledig zelfbewustzijn de eigen weg te gaan, binnen de grenzen van de eigen mogelijkheden
  • inkeer tot zichzelf, of men dat nu ervaart als inkeer tot God, tot de Bron van alles, tot de Tao buiten en in ons, of hoe ook, is de enige weg om zichzelf te worden en de eigen kracht (of verbinding met de bron van alle energie, zowel materieel als spiritueel) te vinden waarin men kan staan en vanwaaruit men de eigen weg kan gaan, hoe passief of actief, creatief of volgend, los van anderen of samen met anderen ook; men is daarbij innerlijk (vrijheid van geweten en zeker ook vrijheid van wetten, zij het dat men zich niet bij voorbaat hoeft te onttrekken aan de algemeen als nuttig erkende wetten van de eigen omgeving) zeker niet – en al helemaal niet bij voorbaat – gebonden aan de voorschriften van anderen, wel aan de ethische mogelijkheden die men zelf ontdekt en ervaart en waar men eventueel zelf voor kan kiezen

Daar voeg ik graag aan toe dat wij aparte individuen – nadat en omdat wij ons eerst tot individuen gevormd hebben door ons tegen het andere af te zetten, erop te teren, onze eigen plaats ernaast en ertegenover te veroveren, en zo ons zelfbewustzijn centraal gesteld hebben – slechts door de dood heen (het sterven en zich laten overmannen door het andere en daarin opgaan, niet alleen fysiek maar in alle opzichten) de Bron, het Al, kunnen vinden en er een mee zijn. De Bron en het Al zijn permanent in beweging maar in die beweging is ook rust te vinden, eeuwige beweging en eeuwige rust. Ook wij individuen kunnen die eeuwigheid van beweging en rust vinden, niet door ons met de beperkte kant van onze individualiteit te identificeren en ons krampachtig aan onze eigen theorieën (ook niet de hier genoemde dus) of praktische wegen vast te klampen maar door ons over te geven. Die rust heet, valt samen met of wordt bewerkstelligd door, overgave van ons ‘kleine’ individuele bewustzijn en zijn in dat wat groter is dan elk individuele zijn, ja dat alles in zich omvat – en dat inderdaad, hoe individueel wij ook zijn, en hoe beperkt onze individualiteit ook bij tijd en wijle kan zijn, ook deel van ons is, omdat wij er onverbrekelijk deel van uitmaken, zij het als delen die pas samen met andere het geheel vormen en met de kern ervan verbonden zijn. Ook het kleinste dat zich overgeeft, is geborgen in de eeuwige rust. Zij het dat die rust ook altijd een bewegingskant heeft. Daarom gaat de weg altijd voort. En kunnen wij de rust altijd vinden.

Zie ook de nu volgende toelichting

Toelichting

Alle wezens met bewustzijn hebben de mogelijkheid en de taak om zich zo uitgebreid mogelijk te verdiepen in leven en dood, en alle andere polariteiten van de werkelijkheid (inclusief illusie en werkelijkheid), omdat dit de manier is voor de verschillende onderdelen van de werkelijkheid om zo goed mogelijk tot hun recht te komen.Want hoewel de werkelijkheid voortdurend verandert, en in alle gebieden en op alle niveaus opbouw en afbraak zich afwisselen, kunnen pijn en onderdrukking, mishandeling en geweld op die manier beter in banen geleid, vermeden of verzacht worden, en evenwicht, vreugde, inspiratie en bloei bevorderd.

Het erkennen van lijden en onderdrukking, het meeleven daarmee, het bijsturen en in andere banen leiden daarvan, zal tot verandering ten goede bijdragen. Want juist in de diepste duisternis, waar de gevolgen van het kwaad het verst zijn doorgedrongen, is de behoefte aan aandacht het grootst. Elke aandacht, want bewustzijn is aandacht, kan dan op zich zelf al verzachting, verandering, verlichting brengen.

Daarom is het belangrijk ons bewustzijn niet alleen aan de oppervlakte te houden maar op de diepte te richten. Alles naar de bijzondere mogelijkheden van elk individu en het niveau en de draagkracht van ieders bewustzijn. Dan zal niet alleen de uiterlijke werkelijkheid in al haar variaties opbloeien maar ook de innerlijke, geestelijke die niet alleen tegenpool en voorwaarde van de uiterlijke is maar zelf ook verdiept en verruimd kan worden.

Ken uzelf, zodat de onderscheiden duidelijk worden en de processen tot geestelijke en materiële bloei leiden waar mogelijk. De meeste winst is te behalen waar de duisternis het diepst, de tegenstellingen het grootst, de verhoudingen het meest scheef, het kwaad het meest voortgeschreden is.

Besef dat de kern van iedere orkaan een stil oog is dat (niettemin) de vorm ervan bestuurt zonder aandacht voor zichzelf te vragen. Wijd je met heel je bewustzijn, je licht, je aandacht, aan de duistere werkelijkheid om je heen en in je, en breng en zoek daar het licht. Iedere grote verandering en ontwikkeling is met een kleine aanleiding begonnen.

Bewust handelen bestaat vaak uit uiterlijk (nog) niet handelen, alert op wat zich – ook aan kansen – voordoet, meegaand met de veranderingen. Bewustzijn valt niet per definitie samen met gepland handelen, met rationele planning, maar evenzeer met alle poorten wijd openzetten, waaronder die van de intuïtie, en daarbij kunnen soms rationele planning en geplande actie een uitvloeisel of hulpmiddel zijn, evenals niet handelen of spontaan handelen. Ook daarin kunnen wij, kan ons bewustzijn en kan ons handelen groeien, ten bate van de eenheid waarvan wij deel uitmaken, zover ons bewustzijn zich maar kan uitstrekken.

Want door ons bewustzijn en dat van ieder apart wezen regeert de eenheid de hele werkelijkheid. Niet buiten ons om.

Ietsje meer over wat op de site te vinden is

De site begint zo uitgebreid te worden dat het ondoenlijk is om telkens naar alle relevante eerder geplaatste teksten verwijzingen te blijven opnemen. De oplossing daarvoor is het werken met de interne zoekmachine van de site, die op ieder pagina aanwezig is direct onder de kop. Daarin kun je over elk onderwerp dat je interesseert hele zoekwoorden intikken (begrippen, namen of andere nauw met het onderwerp verbonden woorden; bedenk wel dat er soms meer dan één spelling van een woord gebruikt wordt of werd, en dat sommmige woorden specifieker of minder meerduidig zijn dan andere en dus betere resultaten opleveren!). Die leveren vervolgens een lijstje met treffers op uit deze hele website, namelijk al die pagina’s waar het zoekwoord voorkomt. Het duurt soms een tijdje voor nieuwe teksten door Google zijn ondergebracht in hun zoekmachine. Het kan dus zijn dat treffers in recente pagina’s of teksten op het ingeven van jouw zoekwoord(en) nog niet direct allemaal gemeld worden.
Om je een idee te geven: je kunt zeker heel wat vinden over:

  • de geschiedenis van de spiritualiteit,
  • de kernopvattingen van Westerse en Oosterse stromingen,
  • hun relatie tot samenleving en politiek,
  • hun opvattingen over mens, natuur, wereld en kosmos en het waarheids- of werkelijkheidsgehalte gehalte daarvan, en niet in de laatste plaats
  • de spirituele ervaringen en de aanwijzingen over hun spirituele weg die in het verleden door vele anderen in geschrifte of in beeld zijn vastgelegd als hulp voor ons die na hen komen.

Verder over

  • vele teksten, personen en andere verschijningsvormen en hun bijbehorende feiten die in deze verbanden een opvallende of centrale rol spelen. Niet te vergeten ook
  • de mogelijkheid of onmogelijkheid om spirituele ervaringen onder woorden te brengen of in voorstellingen en begrippen om te zetten,
  • hun relatie tot samenleving en politiek,
  • de psychologie ervan,
  • het belang van symbolen en hun grenzen,
  • en andere thema’s.

Van enkele thema’s waar ik persoonlijk mee bezig geweest ben, kun je je een voorstelling maken via de lezing Verlichting en het niet-dualistisch omgaan met tegenstellingen: parallel tussen Westerse en Oosterse spiritualiteit? en de bijbehorende Stellingen, waarin ik verwijs naar verdere teksten op de site. Daarbij is heel wat te vinden over het volgende themacluster dat één geheel vormt met mijn boeken Voorbij het patriarchaat en Man en vrouw zijn één en daaraan verwante publicaties waarvan de tektst niet (in haar geheel) op deze site staat:

  • de eenheid van vrouw en man (androgynie of gynandrie),
  • de verhouding van vrouw en man in de samenleving en in de cultuur,
  • matriarchaat en patriarchaat als culturele en historische verschijningsvormen, en
  • de typering van cultuurverschijnselen, bijvoorbeeld rationaliteit versus spiritualiteit, als mannelijk versus vrouwelijk.

In het algemeen geldt dat mijn publicaties buiten de site één geheel ermee vormen en dat de site tegen de achtergrond van die publicaties gelezen kan worden. In feite zijn de registers van die publicaties een belangrijke hulp voor wie dieper op bepaalde samenhangen in wil gaan. Zij vormen eigenlijk een ‘onmisbare’ aanvulling op de zoekwoorden in de site.

Verder ben ik geïnteresseerd in teksten zoals bijvoorbeeld te vinden op sites als Spiritualiteit.net en www.goldensufi.org. Ik nodig u trouwens van harte uit om sites en andere webpagina’s die volgens u aanvullend of anderszins waardevol zijn door te geven (graag links mét uw omschrijving waarom u ze interessant vindt).

Soms dringt zich sterk aan mij op – zoals ik in het P.S. zeg – dat het het allerbelangrijkste is (innerlijk) zo open te staan dat je vertrouwen in wat je dan waarneemt de grootste kwaliteit heeft. Zodat er licht op je weg valt, en kracht in je geest en energie in je lichaam. Waarvoor en waarvan luisteren, aandacht en ‘stilte’ allemaal (mogelijke) voorwaarden of aspecten zijn, evenals loslaten en betrokken zijn, passief en alert zijn. Tot niets meer buitengesloten blijkt. Zoals ik recent herontdekte in een studie over de boeiende samenhang tussen lezen en leven bij de christelijke woestijnvaders, gaat iedere persoon inzake spiritualiteit een unieke weg en komt tot de realisering van een uniek persoonlijk alfabet. Dat persoonlijke alfabet hoop ik te mogen leren en ik wens u en ieder met interesse voor spirituele wijsheid, groei en realisering hetzelfde toe.

Want de rust waarover ik hieronder nog te spreken kom, een innerlijke vrede die gevoeld kan worden ook al is het aan de buitenkant niet bepaald rustig, staat altijd klaar voor wie bereid is er alles voor op te geven dat in de weg zit (en dat zijn nooit echte, levende wezens of dingen maar altijd alleen de gehechtheden van ons ego dat zich achter zijn projecties poogt te verschuilen).

Back to top

Een opdracht

Ik draag de site (bij de vernieuwing van haar vormgeving omstreeks 2008) op aan de herinnering aan de provincie Zeeland in de jaren vijftig van de vorige eeuw, speciaal aan Walcheren, en aan allen die die jaren net als ik in Zeeland leefden. Aan de Tweede Wereldoorlog die ook Zeeland tekende, met zijn inundatie van Walcheren voorafgaand aan de bevrijding – en voorafgegaan door de geallieerde bombardementen bij en helaas op Westkapelle (zoals ook op andere plaatsen waaronder Breskens) waarbij enkele honderden doden vielen waaronder ook twee gezinnen uit mijn familie. Aan de evacuatie die daarvan het gevolg was en stromen ontheemden naar andere dorpen bracht, zodat mijn ouders elkaar leerden kennen en anderhalf jaar later trouwden. Aan de Ambonezen die in kampen verspreid tussen ons woonden, ook als gevolg van de oorlog. Aan de mannen waaronder twee ooms die in Indonesië en later Korea dienst deden in geallieerde legers, wat ik weliswaar nooit heb kunnen waarderen maar waar ik wel respect voor heb (een tante en een oom van mij verloren hun broer en zwager in Korea). Aan de ooms en tantes, neven en nichten bij wie ik af en toe logeerde, in Westkapelle en later in Naarden. Aan de door onheilspellende radioberichten en strenge beperking van de kraanwatertoevoer gekenmerkte dagen rond de watersnoodramp van 1953, gevolgd door geruchten, schrik en nieuwe ‘wederopbouw’. Aan de problemen van trauma, ziekte, gebrek aan middelen en aanzienlijke emigratie naar Canada die die jaren voor mijn familie kenmerkten. En aan allen uit die tijd die niet meer onder ons zijn, ooms en tantes, neven en nichten, klas-, streek- en dorpsgenoten. Aan de ochtendzon in het voorjaar die hoop op nieuwe kansen bracht, op een dag van leren en spelen en die voor velen ook een dag van zwoegen en ziekte, van miskenning of stil gedragen leed was.

Uit die wereld vertrok ik om te studeren, en omdat ik al droomde van spiritualiteit toen ik nog heel klein was, heb ik mij daar verder sterk op gericht. Ik meende werkelijk dat spiritualiteit de nare kanten van het leven (uiteindelijk) voorgoed kon doen vergeten. Ik vind nog steeds dat hoop doet leven, maar ook heb ik naast de rijkdom en de vreugde waarnaar onder andere in deze site verwezen wordt, de realiteit van de negatieve aspecten en ervaringen van het leven gezien, meegemaakt en erkend. En dat ook juist die er bij horen, zodat ik ze nu ook en beter bij anderen herken.

Velen die in de genoemde vijftiger jaren in mijn omgeving leefden, heb ik maar zelden teruggezien, zelfs een deel van mijn familie. En daarom draag ik de nieuwe site speciaal op aan de herinnering van twee neven, die beiden te vroeg aan een ontluisterende ziekte zijn overleden maar met wie ik al in de jaren vijftig intensief had kennis gemaakt: Rinus Gabriëlse en Leen Wouters.

In die wereld kwam vroomheid gewoon voor. Onze grootmoeder Huibregtse had een bevindelijk-gereformeerde religie. Vroomheid is niet bedoeld om te isoleren maar om verbonden te zijn (desnoods voor sommigen in afzondering, maar dat is een ander verhaal).

Van toen naar straks: spiritualiteit zonder dwang of op willen vallen

Spiritueel waardevol is niet alleen iets wat louter spiritueel is en buiten al het andere staat; zo’n soort spirituele vormen is er beslist ook, voor fijnproevers, ‘spirituele virtuozen’ (die zich er speciaal op toeleggen en contact hebben met reële spirituele bronnen die hun bijzondere leven inspireren en ook waardevol kunnen helpen maken). Maar het spirituele is allereerst een mogelijk aspect van het leven op ieder moment, in elke omstandigheid. En laten we maar duidelijk zijn: het kwetsbare respecteren en er liefdevol mee omgaan, dat is een mogelijkheid en een opdracht waar niets boven gaat. Want de hoogste vreugde is nooit geïsoleerd of isolerend, behalve dan dat zij recht doet aan de situatie van het moment, zoals Jezus – dé profeet voor de armen en van eenvoud (zie de citaten onderaan deze bladzijde en op de pagina over Jezus’ oorspronkelijke lessen), vrijheid en liefde – die de kritiek op een vrouw die zijn voeten zalfde met kostbare olie ‘met het geld waarvoor ook armen van eten hadden kunnen worden voorzien,’ weerlegde met de verwijzing: “De armen hebben jullie altijd bij jullie, maar mij niet”; zie het evangelie naar Markus 14:3-9. Wat overigens de vooronderstelling inhoudt dat je de armen dus altijd ook, en meestal als eerste, de aandacht en ondersteuning moet geven die ze nodig hebben – maar niet altijd alleen.

Wat betreft de spiritualiteit die dan nog rest: er blijken gelukkig kieren in de werkelijkheid genoeg waardoor echte spiritualiteit ook aanwezig is voor mensen als ik die zich in hun jeugd hebben opgezadeld met het idee dat spiritualiteit per se gebonden is aan een persoonlijke permanent te bevestigen vaste waarheid, onwrikbare formele autoriteiten over leer en leven, onveranderlijke heilige geschriften en tradities. Dat klinkt misschien raar voor diegenen die dat zelf anders beleefd hebben of een heel andere weg gegaan zijn, maar dat is nu eenmaal bij mij wel het geval geweest. En daarom, hoezeer ik bepaalde tradities, teksten, riten enzovoort ook weet te waarderen op hun tijd, mijn leven valt daar bepaald niet altijd mee samen. Mijn tijd blijkt te komen als ik in vrijheid verwonderd of geraakt kan zijn, door energieën, levende wezens, teksten, personen, denkbeelden en andere voorstellingen, dromen of wat dan ook, die ik meestal niet en soms wel had voorzien. Het is beter dat ik de werkelijkheid op mij af laat komen zonder me in een patroon te laten dwingen: dat laatste lukt waarschijnlijk niet meer. Maar ik sluit niet uit dat patronen voor veel mensen, en misschien onbewust of bewust ook voor mij, toch ook een grote hulp kunnen zijn. Maar laten ze dat dan ook blijven: een hulp, en geen stok om honden laat staan mensen mee te slaan. Want dat zijn ze te vaak geweest (en helaas in onze blokkerende innerlijke en uiterlijke structuren en gedragingen nog gebleven).
Hoewel ik me erg verwant voel aan alle mensen en groepen die ‘Jezus belijden’, maken een aantal zaken het moeilijk mij te verbinden of verwant te voelen met bepaalde groeperingen: naast de al genoemde ‘dwang’ om in dogmatisch en vele andere opzichten precies gelijk te denken aan de leiding of aan wat de letter zegt en daarmee te heersen over de gelovigen, stoort mij ook vaak het onbegrip voor evenwaardige waardering van vrouwen en het vrouwelijke – en dus van mannen en het mannelijke – (dat soms heel subtiel verborgen kan zijn), en vele andere vormen van machtsuitoefening op basis van in de loop van de geschiedenis verzonnen argumenten en wetten en regels, terwijl wat Jezus voorleefde toch meer met vrijheid, liefde, boven zichzelf uitstijgende menselijkheid, respect voor ieder individu, verlichting en solidariteit te maken had, en wel op basis van ons allereerst aan onszelf geschonken zijn en directe toegang te hebben tot ‘God die ons liefheeft en door ons heen Zelf wil groeien’. Voor mij persoonlijk is een wel heel erg aansprekende kern de traditie van de genezing, niet alleen individueel maar in het kader van de hele gemeenschap: de liefde voor alles wat kwetsbaar is, of zelfs in nood of ziek, kan uitgeoefend worden door iedereen die zich herkend heeft als voorwerp van die liefde. Zo functioneert het in iedere echte gemeenschap. En ik durf zelfs te beweren dat een criterium voor echte gemeenschap, in ieder geval in de traditie (!) van Jezus, is dat die liefde ervan afstraalt, in de zin van heling en genezing, zowel in fysieke als in psychische als in sociale zin. In de traditie van Jezus staan betekent dat je bent geraakt door innerlijke en uiterlijke genezende krachten, en dat je die vrij uitdeelt, door je kwetsbaar op te stellen om te beginnen, en je met anderen te verbinden en voor hen open te stellen, en zo de basis te leggen voor of bij te dragen aan genezing niet alleen van de mensen om je heen individueel maar ook voor de gemeenschap, je eigen gemeenschap om te beginnen en vervolgens ook de grotere gemeenschap(pen) van wie deze laatste zelf weer deel uitmaken. Uiteraard inclusief het oog hebben voor verhoudingen: zonder veiligheid, voedsel, economische voorzieningen en goede wil van vele kanten, kan helende liefde niet tot haar recht komen in tastbare vormen maar moet beperkt blijven tot geestelijke steun en aandacht en voorbede (al kan er tegenwoordig ook veel via moderne communicatie). Maar de bereidheid om die weg van helende liefde te gaan kan er altijd wel zijn, en gevoed blijven, en open blijven staan en wegen zoeken. Dat heeft wat mij betreft voorrang op
het ontdekken van nieuwe historische visies op spiritualiteit en op het bijspijkeren van historische ‘kennis’, al kunnen die er – hoop ik – een dienende rol bij spelen.

Zorgen voor je ziel is meer dan het analyseren van je ziel, zoals muziek het beste tot haar recht komt als ze onze ziel in stemming brengt met andere zielewerelden, en niet alleen als we haar structuur en geschiedenis analyseren of haar mogelijkheden in kaart brengen. Het gaat om oefening en uitvoering, en dat zijn vakken apart. Het resultaat ervan kunnen we niet definitief in woorden vatten, maar wellicht kunnen woorden net als uitgevoerde klinkende muziek verwijzen naar de mogelijkheid en de werkelijkheid dat onze zielen leven. Waar merkwaardig genoeg al weer bij geldt, dat wat daarvan het levende, het leven uitmaakt, juist datgene is wat meer is dan welk basisgegeven of uitgangspunt ook: iedere ziel leeft wanneer zij groter wordt dan zichzelf, verbinding maakt met een wereld die groter en fundamenteler is dan zij zelf.

Waarmee ik maar wil zeggen dat spiritualiteit nooit exclusiviteit of herhaalbaarheid voor zichzelf opeist behalve op een volstrekt vanzelfsprekende wijze, die tegelijk volstrekt weerloos en volstrekt puur en krachtig is, helend en verheffend. Zoals het zou moeten zijn, idealiter. Zonder terughouding of bijgedachten of bijbedoelingen. Toonbeeld van het hoogste en meest vreugdevolle dat wij ons voor kunnen stellen, dat hier en nu wordt gerealiseerd en dat verwijst naar nog meer.

Ten slotte: krachtige citaten uit bekende tradities

Ik geef ten slotte graag enkele citaten door die mij raakten en wellicht op deze pagina passen. Het spreekt voor mij vanzelf dat deze uitspraken richtingen aanwijzen die we in beginsel kunnen volgen en niet tot exclusief bezit van een groep, godsdienst of mens verklaard kunnen worden alsof alleen zij die rijkdom uit te delen zouden hebben. Deze rijkdom is van ieder van ons allemaal, wie haar maar aanvaarden en doorgeven wil, en waar zij wordt gerealiseerd en dus ervaren, is zij werkelijk en kunnen we opnieuw verder, opnieuw beginnend. Het perspectief is er!
Duidelijk is ook voor mij dat innerlijk en uiterlijk weliswaar verschillen, maar dat zij niet op een wijze tegen elkaar uitgespeeld mogen worden waardoor zij aan effect inboeten. Beide aspecten horen er bij, en kunnen elkaar versterken. Zelf bemerk ik de waarde van het innerlijk sterk, maar het is op geen enkele wijze nodig te beweren dat de buitenkant van de wereld daarom van minder betekenis zou zijn. Ik wijs een interpretatie die binnen- en buitenkant ten opzichte van elkaar uitsluit (alsof dat zou kunnen …) dan wel in mindering brengt (alsof ze los van elkaar denkbaar zijn …) nadrukkelijk af. Hetzelfde geld voor actief zijn en passief zijn: beide zijn honderd procent onderdeel van ieder bestaan, al is het een feit dat we kunnen nadenken over beslissingen die ons vrij staan, dat er zo iets als een vrije wil is, en niet minder dat wij slechts stofjes in het heelal en minipuntjes in de tijd zijn, die veel patronen en energieën onbewust ondergaan. Wij leven echter hier en nu met de mogelijkheden – en beperkingen …! – die daarbij horen, zowel op innerlijk als op uiterlijk vlak, inclusief de vrijheid om te scheppen waar die aanwezig is, en het aspect van het voorbijgaan van ons leven en van de zekerheid van de aardse dood aan het eind ervan. Met alle tragische en komische aspecten vandien. Een hele uitdaging.
Natuurlijk ontken ik niet dat het aantal mogelijkheden daarbij veel groter is dan we ons meestal realiseren. Dat geldt ook in cultureel opzicht. Bijvoorbeeld lijkt het daoïsme van Lao Zi en Zhuangzi de nadruk juist op het loslaten te leggen omdat zij scherp het voorbijgaande van alles ziet, en lijkt in de Abrahamitische godsdiensten en de Westerse filosofie en cultuur het streven naar vooruitgang voorop te staan. Dat is in grote lijnen wellicht zo, in feite komt het tegendeel van beide benaderingen ook voor in dezelfde traditie. Zo kennen we in het Westen ook de relativering van de tegenstellingen (zie vele plaatsen elders op deze site, en in onderstaand citaat uit het boek Wijze leraar) en in het Oosten ook de aandacht voor natuurlijke vormen van streven die onvermijdelijk en in zekere zin zelfs wenselijk zijn.

Natuurlijk stel ik me daarbij ook voor dat ‘geen dwang‘ (zie eerder en later op deze pagina) niet haaks staat op kindvriendelijke opvoeding die grenzen stelt en op beschermend en begrenzend optreden met legitieme en dus verantwoorde inzet van verdedigings- of zelfs aanvalsmiddelen door politieke overheden, maar wel op met uiterlijk of innerlijk geweld afgedwongen geloofsuitspraken en gewetensdwang. Een keurslijf of andere beperking is in bepaalde omstandigheden en situaties misschien onvermijdelijk, evenals pedagogisch verantwoorde straffen, zelfbescherming en bescherming van kwetsbaren; maar niet het bij voorbaat onmogelijk maken van het leven dat ieder van ons op haar of zijn – zowel uiterlijk als innerlijk unieke! – wijze geschonken is. Er is zoveel variatie mogelijk en ook nodig voor zoveel verschillende individuele mensen als wij mogen zijn!
Als we kijken naar de drie monotheïstische, op Abraham terug te voeren godsdiensten die het oude Jodendom, het vroege christendom en de vroege islam heten, kan dan ook om te beginnen gesteld worden dat zij zonder elkaar in het geheel niet denkbaar zijn. Dit houdt in dat in ieder van de drie trekken van de ander te vinden zijn, zij het in de eerdere iets minder van de latere dan andersom, en zij het dat de latere andere (!!) buiten-abrahamitische invloeden vertonen dan de eerdere (per slot is iedere grotere godsdienst syncretistisch gegroeid, met invloeden van buiten en via vertakkingen)! Vervolgens kan het – wat nog belangrijker is – niet minder duidelijk gesteld worden dat het bij ieder van hen gaat om een weg die bewandeld dient te worden, bestaande uit de verwezenlijking van een leven met de God die Abraham een land beloofde en de realisering van de verhoudingen die bij dat land passen: samenleven in barmhartigheid en rechtvaardigheid, als uitvloeisel van en basis voor het aanbidden van God (God liefhebben en je naaste liefhebben zijn twee kanten van een medalje, die niet stofvrij bewaard wordt in een afgesloten kastje maar in de praktijk bestaat uit energiestromen van en naar alle kanten in eindeloze uitwisseling). (Je kunt zeggen dat het perspectief van eenheid dat in alle drie deze godsdiensten in vele vormen wordt bezongen, samengaat met de verscheidenheid die reël en mogelijk is in dit perspectief; en niet andersom!) Al wat buiten die weg valt, is gevaar, chaosland, duisternis, dood (met hoofdletters); wat erbinnen valt, opent perspectief op een toekomst van Leven en voortgaand Leven. Het gaat dan ook niet aan het christendom tot vrome innerlijkheid te beperken: zo is het nooit bedoeld, ook niet door Paulus die de grondslag legde voor het begrijpen van Jezus’ koninkrijk in de Westerse cultuur (jazeker, in het latere christendom is die stap naar overheersende innerlijkheid en vroomheid – parallel aan het accent op orthodoxie – en het vergeten van de uiterlijke realisering vaak duidelijk zichtbaar, zeker in de kerkleidingen en in de geleerde opvattingen van vele theologen). Je kunt stellen dat daar waar die realisering zichtbaar wordt (of dat nu gebeurt door personen die een godsdienstig etiket dragen is volstrekt van secundair belang), wordt Gods belofte zichtbaar. En dat kun je eerder stellen dan dat overal waar op mijn (traditionele en exclusief Joodse, christelijke of islamitische) manier onze (exclusief Joodse, christelijke of islamitische) God aanbeden wordt en de macht en wetgeving en heerschappij aan zijn plaatsvervangers, theologen en wereldlijke heersers, wordt toevertrouwd, die weg bij voorbaat te vinden zou zijn! Waarbij ik moet toegeven dat dat niet per definitie en dus altijd en in alle situaties een tegenstelling hoeft te zijn … Laat ik het nog een keer anders zeggen: datgene waartoe Abraham werd geroepen en wat hem werd beloofd, was niet bij voorbaat beperkt tot gift voor zijn fysieke of zelfs godsdienstige (in de zin van officiële instituties) nageslacht, integendeel, het zou werkelijkheid kunnen en mogen worden overal waar mensen in het voetspoor van Abraham de roep volgen en wegtrekken uit het land van de dood naar het land van het Leven. En dat is heel breed gezien en gedacht, door iemand die Abraham voorstelde als de eerste die die roep onderkende en er gehoor aan gaf. Uiteraard hoop ik dat zij die zich erfgenamen van Abraham weten (hetzij fysiek hetzij godsdienstig zoals omschreven), daarbij zijn, waarom niet als en waar dat Gods belofte zichtbaar maakt?

Voor uitleg over de bijbel en het Jodendom en het christendom en de islam, zie de literatuur onder 2.4 t/m 2.4.5 op een andere pagina (diezelfde pagina bevat ook informatie over andere religies en spirituele stromingen, zie inhoudsopgave bovenaan die pagina).

Eventuele onderstrepingen zijn van mijn hand, om aandacht op een passage te vestigen, omdat die een bijzondere betekenis heeft of vanwege de samenhang met andere teksten waar naar verwezen wordt.

Twee citaten
van Jezus volgens de evangeliën naar Matteüs en naar Lukas (eerste citaat), in dat van Lukas voorafgegaan door de gelijkenis van de hebzuchtige dwaas, die eindigt met de bekende woorden van het tweede citaat.

“Vraag je dus niet bezorgd af: ‘Wat zullen we eten?’ of ‘Wat zullen we drinken?’ of ‘Waarmee zullen we ons kleden?’ – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen.”
(Evg. nr Mt. 7:25; vgl. Evg. nr Lk. 12:22-31)

“Dwaas! Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan? Zo gaat het met iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is in (of: bij) God.”
(Evg. nr Lk. 12:13-21)

Twee citaten
eveneens van Jezus, over de houding die toegang biedt tot het genoemde koninkrijk van God:

“Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.”
(Evg. nr Markus 1014b-15)

“Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt, ontvangt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om een brood vraagt, een steen zou geven? Of een slang, als het om een vis vraagt (bij Lukas is dit: ‘een schorpioen, als het om een ei vraagt’)? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan het goede geven aan wie hem daarom vragen.”
(Evg. nr Matt. 7:7-11; vgl. Evg. nr Luk. 11:9-13)

 

Een aantal citaten
uit profetieën van Amos:

“Dit zegt JHWH [lett.: ‘hij doet zijn’ van ‘jahoeh’; de onder joden uit respect niet uitgesproken Godsnaam, die behalve als de werkwoordsvorm ‘jahoeh’ gelezen zou kunnen worden als eigennaam ‘Jahweh’ en dan meestal gelezen wordt als ‘Ik zal er zijn (voor u)’]: Misdaad op misdaad heeft Israël begaan – daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen! Ze verkopen de rechtvaardigen voor zilver en de armen voor een paar sandalen.”
(Amos 2:6; in de NBV studie-editie, die de Godsnaam authentiek weergeeft)

“Want jullie veranderen het recht in alsem en vertrappen de gerechtigheid. … Jullie verachten hen die in de poort het recht verdedigen, jullie verafschuwen hen die de waarheid spreken. Jullie vertrappen de zwakken en eisen een deel van hun graan op. Daarom: huizen van steen hebben jullie gebouwd, maar je zult er niet in wonen; prachtige wijngaarden hebben jullie geplant, maar je zult er geen wijn van drinken. Want ik weet hoe talrijk jullie misdaden zijn, hoe groot jullie zonden: jullie keren je tegen de onschuldigen, jullie ontvangen steekpenningen, jullie ontnemen de armen in de poort hun recht. Wie verstandig is zwijgt in deze tijd, want het is een kwade tijd. …
Ik heb een afkeer van jullie feesten, ik wijs ze af, jullie samenkomsten verdraag ik niet. Ik schep geen behagen in de brand- en graanoffers die jullie mij brengen: de vetgemeste beesten van jullie vredeoffers keur ik geen blik waardig. Bespaar mij het geluid van jullie liederen: de klank van jullie harpen wil ik niet horen. Laat liever het recht stromen als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek.”
(Amos 5:6-7, 10-13, 21-24)

“Dit heeft de Heer, JHWH, mij laten zien: Ik zag een mand met rijp fruit. En JHWH vroeg mij: ‘Wat zie je, Amos?’ Ik antwoordde: ‘Een mand met rijp fruit.’ Toen zei JHWH: ‘Weldra zal de tijd rijp zijn, ik zal mijn volk Israël niet langer sparen. Op die dag zal er in de tempel alleen nog gejammer klinken,’ – spreekt de Heer, JHWH – ‘overal liggen lijken, overal zijn ze neergeworpen. – Wees stil!’

Jullie die de armen kwaad willen berokkenen en uit zijn op de ondergang van de machtelozen van dit land, luister! Jullie zeggen: ‘Wanneer is de dag van de nieuwemaan voorbij, zodat we weer koren kunnen verkopen? Wanneer de sabbat, zodat we weer graan kunnen verhandelen?’ Jullie maken de efa kleiner, jullie maken de sjekel zwaarder en jullie knoeien met de weegschaal. Jullie kopen de zwakken voor een handvol zilver, de armen voor een paar sandalen, en jullie zeggen: ‘Ook het kaf verkopen we als graan!’ Nooit – en dit zweert JHWH op wie Jakobs volk zich laat voorstaan – zal ik een van jullie daden vergeten. Daarom zal de aarde beven, en al wat erop leeft gaat in rouw gehuld. Ze zal in haar geheel omhoog komen, zoals de Nijl; ze zal kolken en weer wegzinken, zoals de rivier van Egypte. Op die dag – spreekt de Heer, JHWH – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag. Ik zal jullie feesten veranderen in rouw, jullie liederen in klaagzangen; om jullie heupen gord ik een rouwkleed, en jullie hoofden scheer ik kaal. Jullie zullen treuren als om de dood van een enig kind, en die dag zal eindigen in bitterheid.
Weet dat de dagen komen – spreekt de Heer, JHWH – dat ik het land zal laten hongeren. Het zal geen honger zijn naar brood of dorst naar water, maar honger naar de woorden van JHWH. Het volk zal zwerven van de ene zee naar de andere, en dwalen van het noorden naar het oosten om de woorden van JHWH te zoeken, maar ze zullen die niet vinden. Sterke jonge vrouwen en mannen zullen op die dag van dorst bezwijken. Zij die zweren bij de zonde van Samaria, bij de god van Dan en de pelgrimstocht naar Berseba [vermoedelijk de verering van religieuze idolen – naast de verering van JHWH – die afgekeurd worden], zij zullen vallen en niet meer opstaan.”
(Amos 8)

“Zijn jullie voor mij soms meer dan de Nubiërs, Israël – spreekt JHWH. Ik heb jullie uit Egypte weggeleid, maar ook de Filistijnen uit Kreta en de Arameeërs uit Kir. De ogen van de Heer, JHWH, zijn gericht op dit zondige koninkrijk. Ik zal het van de aardbodem wegvagen, maar ik zal niet het hele volk van Jakob vernietigen – spreekt JHWH.
Op mijn bevel zullen de Israëlieten door alle volken heen worden geschud, als in een zeef waar niet één steentje dor heen valt! Alle zondaars in mijn volk zullen sterven door het zwaard, ook al zeggen ze: ‘U zorgt er wel voor dat het kwaad ons niet treft, dat het ver van ons blijft.’

Dan zal ik het vervallen huis van David herbouwen, ik zal de muren herstellen en opbouwen wat is neergehaald, ik zal het in zijn vroegere luister herstellen. Dan zal Israël in bezit nemen wat er nog rest van Edom en van alle volken die mij eens toebehoorden – spreekt JHWH die dit alles doen zal.
Dan komen de dagen – spreekt JHWH – dat de ploeger de maaier ontmoet en de druiventreder de zaaier, dat de bergen druipen van wijn en alle heuvels golven van het koren. Ik zal het lot van mijn volk Israël ten goede keren. Zij zullen hun verwoeste steden herbouwen en erin wonen, ze zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, ze zullen tuinen aanleggen en de vruchten ervan eten. Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat ik hun heb gegeven – zegt JHWH, jullie God.”
(Amos 9:7-15)

Een citaat
uit een profetie van Jeremia die leefde in de tijd voor en in het begin van de ballingschap, toen de rol van de godsdienst en van de leiders sterk in discussie was:

“JHWH richtte zich tot Jeremia: ‘Ga in de tempelpoort staan en verkondig deze boodschap: Luister naar de woorden van JHWH, Judeeërs; luister, jullie die door deze poorten naar binnen gaan om JHWH te vereren. Dit zegt JHWH van de hemelse machten, de God van Israël: Beter je leven, dan mogen jullie in dit land blijven wonen. Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: “Dit is de tempel van JHWH! De tempel van JHWH! De tempel van JHWH!” Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aan lopen, jullie onheid tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn. Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten. Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren! Denken jullie soms dat het huis dat mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt JHWH.”
(Jeremia 7:1-11)

 

Een citaat
uit een profetie van Zacharia over het herstel (door de leider Zerubbabel) van de tempel in Jeruzalem na de terugkeer uit ballingschap:

“Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen – zegt JHWH van de hemelse machten – maar met de hulp van mijn geest.”
(Zach. 4:6)

Een citaat
uit een visioen dat voorkomt bij de profeten Jesaja en Micha:

“Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over machtige (Micha: grote en verre) naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.” (Jesaja 2:4b; Micha 4:3)

Een citaat
van de profeet Micha dat aan het voorafgaande citaat voorafgaat en waarin hij misleidende heersers en hun bevriende profeten aan de kaak stelt:

“En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen? Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten. Zij eten hun vlees, ze stropen hun huid af en breken hun botten. Als vlees om te koken, als vlees voor de por hakken ze mijn volk in stukken. Als ze dan tot JHWH om hulp roepen, zal hij hun niet antwoorden. Hij zal zijn gelaat voor hen verbergen vanwege het kwaad dat ze begaan.
Dit zegt JHWH over de profeten die mijn volk misleiden, die over vrede praten zolang ze maar iets te eten krijgen en die iedereen die hen niet op hun wenken bedient de oorlog verklaren: Voor jullie zal het een nacht zijn zonder visioenen, donker en zonder voorspellingen. Voor die profeten zal de zon ondergaan en zal de dag veranderen in duisternis. De zieners zullen beschaamd staan en de waarzeggers worden te schande gemaakt: ze zullen hun mond gesloten houden, want God geeft geen antwoord. Ik daarentegen ben vervuld van kracht, ik heb de geest van JHWH, ik ben rechtvaardig en ik heb de moed om aan Jakob zijn wandaden bekend te maken, en aan Israël zijn zonde.
Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken, die Sion bouwen op ploed en Jeruzalem op onrecht. De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op JHWH beropen en zeggen: ‘ JHWH is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.’ Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel.” (Micha 3)

En nog een citaat
van de profeet Micha waarin het volk in dialoog met JHWH is en hoort waar het om gaat:

” ‘Wat kan ik JHWH aanbieden,
waarmee hulde brengen aan de verheven God?
Moet ik hem tegemoet treden met brandoffers,
zou hij eenjarige stieren aanvaarden?
Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen,
met olie, stromend in tienduizend beken?
Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan,
de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?’
Er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat JHWH van je wil:
niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten
en nederig de weg te gaan van je God.”
(Micha 6:6-8)

 

Een citaat
uit een visioen van de profeet Jesaja:

“Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden.” (Jesaja 11:6)

Een citaat
uit een ander visioen van de profeet Jesaja over de dienaar van JHWH:

“Hier is mijn dienaar, hem zal ik steunen,
hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde,
ik heb hem met mijn geest vervuld.
Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet,
hij roept niet luidkeels in het openbaar;
het geknakte riet breekt hij niet af,
de kwijnende vlam zal hij niet doven.
Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur
zal hij het recht op aarde vestigen;
de eilanden zien naar zijn onderricht uit.”
(Jesaja 42:1-4)

Een citaat
van de profeet Jesaja over wat vasten waardevol maakt:

“Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend,
aan het volk van Jakob zijn zonden.
Zeker, ze zoeken mij dag aan dag,
vol verlangen om te ontdekken wat ik wil, …
‘Waarom ziet u niet dat wij vasten,
en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’
Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven
en jullie arbeiders afbeulen,
omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën
en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.
Als je op die manier vast,
wordt je stem niet gehoord in de hemel.
Zou dat het vasten zijn dat ik verkies?
Is dat een dat van onthouding:
dat iemand het hoofd buigt als een riet
en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?

Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan de armen zonder huis,
iemand kleden die naakt rondloopt,
je bekommeren om je medemensen?

Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant,
de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij,
wanneer je de hongerige schenkt
wat je zelf nodig hebt
en de verdrukte gul onthaalt,
dan zal je licht in het donker schijnen,
je duisternis wordt als het licht van het middaguur.
JHWH zal je voortdurend leiden,
hij zal je verkwikken in dorre streken,
hij maakt je botten sterk en krachtig.
Je zult zijn als een goed bevloeide tuin,
als een bron waarvan het water nooit opdroogt.”
(Jesaja 58:1a, 2a, 3-5a, 6-7, 9b-11)

Een citaat
uit het boek Deuteronomium (‘tweede wet’) dat als vijfde ‘boek van Mozes’ een reconstructie biedt van diens ‘afscheidsrede’ tot het volk Israël en de Wet (Hebr.: Thora, ‘aanwijzing’) samenvat:

“Dan zal de vraag rijzen bij de komende generaties, …, wanneer ze zien hoe uw land te lijden heeft en met welke plagen JHWH het heeft getroffen – heel de bodem door zwavel en zout vergiftigd, zodat zaaien geen zin meer heeft en er helemaal niets meer wil groeien, … -, bij ieder volk rijst dan de vraag: ‘Waarom behandelt JHWH dit land zo? Waarom is zijn toorn zo hevig opgelaaid?’ Dit zal het antwoord zijn: ‘Zij hebben het verbond geschonden dat JHWH, de God van hun voorouders, met hen sloot toen hij hen wegleidde uit Egypte; ze zijn andere goden gaan vereren en hebben neergeknield voor goden die ze nog niet kenden en die JHWH niet voor hen had bestemd. Dat is de reden waarom JHWH in woede tegen dit land is uitgebarsten en alle vervloekingen die in dit boek beschreven staan over hen heeft uitgestort. …
Wat verborgen is, behoort JHWH, onze God toe; wat openbaar is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet.
Wanneer alles werkelijkheid geworden is wat ik u beschreven heb, zegeningen en vervloekingen, en wanneer u ten slotte, door JHWH, uw God, uiteengejaagd en verstrooid onder alle volken, daar lering uit getrokken hebt en samen met uw kinderen naar JHWH, uw God, terugkeert en hem weer met hart en ziel gaat gehoorzamen, … dan zal JHWH, uw God, in uw lot een keer brengen: hij zal zich over u ontfermen en u, na u eerst verstrooid te hebben, weer uit alle landen bijeenbrengen. … Hij zal er weer vreugde in vinden om u te zegenen, zoals voorheen bij uw voorouders. Want u toont JHWH, uw God, dan uw gehoorzaamheid door de geboden en bepalingen in dit wetboek in acht te nemen, en uw wilt hem weer met hart en ziel toebehoren.
De geboden die ik u vandaag heb gegeven, zijn niet te zwaar voor u en liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel, dus u hoeft niet te zeggen: ‘Wie stijgt voor ons op naar de hemel om ze daar te halen en ze ons bekend te maken zodat wij ernaar kunnen handelen?’ Ook zijn ze niet aan de overkant van de zee, dus u hoeft niet te zeggen: ‘Wie steekt de zee voor ons over om ze daar te halen en ze ons bekend te maken, zodat wij ernaar kunnen handelen?’ Nee, die geboden zijn heel dichtbij, u kunt ze in u opnemen en ze u eigen maken; u kunt ze volbrengen.
Besef goed, vandaag stel ik u voor de keuze tussen voorspoed en tegenspoed, tussen leven en dood.”
(Deuteronomium 29:21-26,28; 30:1-15)

 

Drie citaten
van Lao Zi, de fenomenale wijsgeer uit China van het Dao (of Tao; dat wil zeggen ‘Weg’ of ‘Bron’):

“Daarom geldt [voor de wijze mens]: het kostbare beschouwt daarom het geringe als zijn basis, het hoge beschouwt daarom het lage als zijn basis.

Verlang niet zo schitterend zijn als jade
maar zo gewoon als steen.”
(Dao De Jing 39)

“De tienduizenden wezens steunen op yin [zonnekant] en koesteren yang [schaduwkant].
Zij laten hun chi [oeradem, levenskracht] in elkaar uitstromen en brengen zo harmonie tot stand.
Wat de mensen vooral haten, is alleen zijn, weduwe of weduwnaar zijn, of honger lijden [d.w.z. iets hevig missen],
maar koningen en hertogen beschouwen dat als erenamen. [In zoverre zij wijzen zijn, identificeren zij zich met die ellendige omstandigheden, met hun eronder lijdende onderdanen.]
(Dao De Jing 42)

“Degene die weet, spreekt niet;
degene die spreekt, weet niet.

[Dit lijkt in eerste instantie wellicht een vreemde uitspraak: hoe kun je nu zonder spreken zinvol leven en hoe kan weten zonder spreken worden overgedragen? De gedachte wordt duidelijk uit andere plaatsen in de Dao De Jing die ik hier niet citeer. Zij komen er op neer dat wij verder komen met ons te voegen dan met tegen de stroom in te gaan, wat niet wil zeggen dat we onkritisch behoren te zijn maar dat we het kwaad zichzelf uit laten roeien en geen overkill toepassen. Want het goede bloeit vanzelf op waar naar evenwicht geluisterd wordt: dieper dan kritiek is het herkennen van de tegenstellingen die elkaar beïnvloeden en opvolgen en er rekening mee houden. Wie zich openlijk tegen deze diepere gang van zaken verheft, schiet aan zijn doel voorbij. Wie zich voegt naar deze Dao, haar en hem valt onkwetsbaarheid ten deel, ook al gaat zij of hij helemaal op in de aangelegenheden van het soms harde leven. Het gebruik van woorden – dit gezegde bestaat zelf ook uit woorden! – kan het best in dienst daarvan staan en niet haaks er op, zoals dat van een heerser die roept dat het misgaat maar eigenlijk al te laat is en door zijn woorden de situatie juist meer laat opvallen en dus mogelijk erger maakt want het risico neemt van escalatie terwijl hij door zonder extra streven in het evenwicht te blijven, het probleem wellicht had voorkomen. Omdat de kern van Dao leeg is, brengt het steeds nieuwe dingen voort. Zit die wijsheid ook in ons gezegde ‘Spreken is zilver, zwijgen is goud’ verborgen?
Voor een zowel met het bevenstaande als het onderstaande – ‘mysterieuze eenheid’ – corresponderend citaat uit de Dao De Jing 1 zie hier.]


[De wijze mens] dimt zijn licht [ofwel: treedt niet op de voorgrond].
Hij verenigt zich met het stof van de wereld.
Dit is nu juist wat mysterieuze vereniging genoemd wordt.
Daarom geldt:
[De wijze mens] is niet vatbaar voor zulke tegenstellingen als:
Men kan niet met hem intiem worden,
en men kan niet verwijderd van hem raken.
Het is onmogelijk hem voordeel te brengen,
en het is onmogelijk hem schade te berokkenen.
Het is onmogelijk hem hoog te schatten,
en het is onmogelijk hem voor waardeloos te houden. [Want deze tegenstellingen heeft hij overschreden.]
En juist daarom is hij het kostbaarste van heel de wereld.”
(Dao De Jing 56)

Een citaat
uit het Joodse wijsheidsboek “Wijze leraar” (het meest bekend als “Prediker“).

“Voor alles wat er gebeurt is er een uur,
een tijd voor alles wat er is onder de hemel.
Er is een tijd om te baren,
en er is een tijd om te sterven.

Er is een tijd om te doden,
en een tijd om te helen.
… een tijd om te rouwen,
en een tijd om te dansen.
Er is een tijd om te ontvlammen
en een tijd om te verkillen,
een tijd om te omhelzen
en een tijd om af te weren.

Er is een tijd om te scheuren,
en een tijd om te herstellen,
een tijd om te zwijgen
en een tijd om te spreken.
Er is een tijd om lief te hebben
en een tijd om te haten.
Er is een tijd voor oorlog
en er is een tijd voor vrede.”
(Verzen uit hoofdstuk 3)

Een citaat
uit het boek Job dat zoals bekend de vraag stelt naar het waarom van het lijden van de onschuldige waarop nog geen antwoord komt:

“De booswichten verplaatsen de grensstenen, stelen kudden met herder en al, ongestoord.
Ze nemen weeskinderen hun ezeltje af, en leggen beslag op de os van de weduwe.
Ze jagen paria’s van de weg af, zodat de minst bedeelde bevolkingsgroepen zich tot de laatste man schuil moeten houden – als de wilde ezels in de onherbergzame vlakte, of niet soms?
Zoals zij erop uittrekken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien, op zoek naar voedsel;
zo iemand moet in de steppe iets eetbaars zien te vinden voor zijn vlees en bloed.
‘s Nachts halen zij de oogst binnen op de akker, en verzamelen de restjes in de wijngaard der uitbuiters.
Naakt, zonder kleding of iets, moeten zij overnachten, zonder dek tegen de kou.
Doornat worden zij van het noodweer in de bergen,
en bij gebrek aan beschutting drukken zij zich tegen de rotswand aan.
Er zijn er die het kind moederloos maken, het van de borst wegrukken als het enig onderpand dat te halen valt bij arme mensen,
die naakt, zonder kleding of iets, rondlopen, en uitgehongerd met schoven moeten sjouwen,
in de wijngaard de middag moeten doorbrengen, en versmachtend van dorst in perskuipen staan te stampvoeten.
Stervenden kreunen van vertwijfeling; hulpgeroep ontsnapt aan de strot der slachtoffers
– maar God neemt geen notitie van die hartekreten.”
(Job 24:2-12 in een eigen vertaling van André Zegveld in zijn boek Tot vrijheid bestemd, Baarn 1994, p. 117)

Een citaat
dat zelfs tweemaal voorkomt in het Nieuwe Testament, in het evangelie naar Matteüs en de Brief van Jakobus, Jezus’ broer die na Jezus’ dood diens Joodse volgelingen in Jeruzalem leidde:

“Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee.”
(Evg. nr Matteüs 5:37; Brief van Jakobus 5:12)

Een citaat
uit het evangelie naar Lukas, dat verhaalt hoe Maria, de aanstaande moeder van Jezus haar vreugde toont als zij bij haar familielid Elisabeth op bezoek gaat die net als zij een bijzondere zwangerschap heeft ontvangen.

“Maria zei:
‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,

hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.

Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie hem vereert.
Hij toont de macht en kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen.

zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd …
(Verzen uit hoofdstuk 1, binnen vers 46 tot en met vers 56)

Een citaat
uit het evangelie naar Lukas, dat verhaalt hoe Jezus zich presenteerde in de synagoge van zijn vaderstad Nazareth.

“Toen hij opstond om voor te lezen, werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd,
en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat:
‘De Geest van de Heer rust op mij,
want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’

Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.'”
(Hoofdstuk 4:16b-19,21)

[N.B. Over ‘genadejaar’: in het oude Israël bestond de regel dat iedere vijftig jaar (7 x 7 plus 1; het zogeheten jubeljaar) alle grondtransacties teniet werden gedaan en een nieuw begin werd gemaakt vanuit een gelijke verdeling van de grond onder iedereen (Leviticus – het derde ‘boek van Mozes’ over de Levieten – 25:10vv.) Elk zevende jaar, het zogeheten sabbatsjaar, dienden zelfs alle onderlinge schulden kwijtgescholden te worden; niet overigens dan nadat in alle jaren aan de armen al ruimhartig geleend en geschonken zou zijn (Deuteronomium 15:1-11). Het was ook een symbool voor de gouden toekomst die God voor zijn volk in petto had. Jezus knoopt dus aan bij die gedachte en zegt dat nu – met zijn komst om deze boodschap te brengen – ieder met een schone lei kan beginnen, sterker: dat de vervulling van die belofte van een gouden toekomst – het rijk van God – nu werkelijk is geworden en verder gaat worden.]

Een citaat
van Jezus – net als de eerste citaten in deze reeks uit de grote Bergrede in het Evangelie van Matteüs – over de kwaliteit van de ziel ofwel van spiritueel bewustzijn of verlichting en het belang daarvan voor heel ons lichaam:

“Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn.”
(Evg. v. Matt. 6:22)

Een citaat
uit het evangelie naar Matteüs; het beschrijft een rede van Jezus over het ‘laatste oordeel’.

“Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaats nemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links.
Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: ‘Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.’
Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: ‘Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?’
En de koning zal hun antwoorden: ‘Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.'” (uit hoofdstuk 25)

Een citaat
van Jezus over de ereplaatsen in zijn koninkrijk:

“Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’ Hij vroeg hun: ‘Wat willen jullie dat ik voor je doe?’ Ze zeiden: ‘Wanneer u heerst in uw glorie, laat dan een van ons rechts van u zitten en de ander links. …
Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op Jakobus en Johannes. Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. [Evg. v. Luk. voegt toe: “En wie macht heeft laat zich weldoener noemen.”]
Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen … .”
(Evg. v. Markus 10:35-37, 41-45a; vgl. Evgg. v. Matt. 20:20-21, 24-28a en v. Luk. 22:24-28)

Een citaat
uit het boek Handelingen [van de apostelen] over de grote gemeenschap van leerlingen in Jeruzalem na de bijzondere gebeurtenissen met Pinksteren (bezieling door de Geest, toespraak van Petrus):

“Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.

De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het gehele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.”
(Hand. 2:41-47)

Een citaat
uit de Brief van Jakobus, de broer van Jezus die de gemeente in Jeruzalem leidde na Jezus’ dood to hij na enkele decennia vermoord werd, met een sterke nadruk op het samengaan van geloof en daad:

“Broeders en zusters, het geloof … staat niet toe dat u mensen op hun uiterlijk beoordeelt. Stel dat uw samenkomst wordt bezocht door iemand die prachtige kleren en gouden ringen draagt, en tegelijkertijd door een arme in vodden. Als u dan de eerste met alle zorg omringt en tegen hem zegt: ‘Neemt u plaats, hier zit u goed,’ terwijl u tegen de tweede zegt: ‘Ga daar maar staan, of ga maar bij mijn voetenbank op de grond zitten,’ maakt u dan geen ongeoorloofd onderscheid en wordt uw oordeel niet door verkeerde overwegingen bepaald?

Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel. …
Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook geloof zonder daden dood.”
(Jak. 2:1-4,13,26)

Een citaat
uit de Openbaring van (aan) Johannes; het is het begin van een visioen over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

“Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn vooorbij, en de zee is er niet meer.
Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi gemaakt heeft voor haar man en hem opwacht.
Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier gezegd wordt is betrouwbaar en waar.’ – Toen zei hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal God zijn en hij zal mijn kind zijn. …'”
(uit het begin van hoofdstuk 21:1-7)

Een citaat
van Mohammed uit diens Koran:

“In de godsdienst is geen dwang.” (2:256)

Een citaat
van Roemi, de grote mystieke dichter uit de traditie van de Perzische en Turkse islam:

“Voor minnaars is er in elk moment een sterven: minnaars sterven allemaal anders” (Masnavî III:3834).

Van de liefde voor en van deze minnaars droogt de Bron nooit op, ook al sterven zij volledig.

Boudewijn Koole, voormalig

onderzoeker van de weg van het hart dat in zijn klop de kern met de omtrek verbindt en omgekeerd,
voor ieder wezen en de hele kosmos tegelijk,
en dat vertrouwt op de kracht van liefde die het zelf ontvangen heeft en belichaamt,
en die het door mag geven.
En die altijd verder gaat,
waarbij afzonderlijke wezens dood gaan zoals het zaad sterft in de aarde,
en er steeds een nieuw moment is in de eeuwigheid:
om stem te geven aan wat is,
om te prijzen en te loven hoe goed het is om in de liefde en het doorgeven ervan te delen,
om te delen in het scheppen van voorwaarden om te leven en te sterven,
het leven van de eigen ziel en alle zielen en geesten
en hun bronnen, en hun werelden van bewustzijn en zijn
in een oneindig aantal patronen van eeuwig worden.

De weg van het hart gaat ver uit boven het onderzoek ernaar:
door zich open te stellen, dat is zich – net als zijn eigen diepste bron –
helemaal te geven en leeg te worden
voor wat zich aandient, buiten en in zichzelf.

De liefde van bron en hart is niet zelfzuchtig, inhalig en veroordelend.
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
Zo ontvangt ieder hart dat zich net als zijn diepste bron opent en geeft,
het inzicht
dat het leven inhoud geeft en de weg wijst.
Door in liefde voor en betrokkenheid bij wat op zijn weg komt stappen terug te doen,
kan het hart altijd verder,
met het oog op heelheid en daarin opgaand.
Dat is vol-ledig-heid.”

P.S. 1: Dankbetuiging

Ik wil iedereen danken die op een of andere wijze behulpzaam is geweest bij het maken van deze website. Speciaal Nel Knip, Heleen Koole, Boudewijn Koole J&Dzn (binnen onze gezamenlijke familie met zeven gelijke namen ben ik S&Lzn), Hans Bienefelt, Peter Karstanje.

P.S. 2: Waar bij spiritualiteit de grens van woorden ligt

Behalve om reproduceerbare – in de zin van wetenschappelijke – kennis gaat het mijns inziens bij spiritualiteit niet minder om openstaan voor subtielere signalen, en daar een persoonlijke verwerking van tot stand brengen, met een relatief modern woord onze intuïtie leren gebruiken. Ons weten, ons bewustzijn, omvat meer niveaus dan het louter rationele. Onze tijd, is mijn opvatting, oefent een zodanig sterke middelpuntvliedende kracht uit op ons, dat het leren luisteren naar ons innerlijk als onmisbare verschaffer van aanwijzingen over de richting die we het beste kunnen gaan en de keuzes die we het beste kunnen maken, allereerst de aandacht verdient. Dat is mijn ontdekking van de laatste jaren, niet als theorie maar als begaanbare weg.
Anders gezegd: ik vertrouw dat leven zin kan hebben en dat die zin te maken heeft met onze verwantschap met een fundamenteel aspect of onderdeel van de werkelijkheid dat we niet rationeel aan kunnen wijzen of in de greep krijgen behalve door middel van metaforen die vertrouwen in dat aspect aanduiden. Door de geschiedenis heen zijn daar al veel woorden voor gebruikt, zoals Bron, God, Grond, Al, Een, Niets, Bewustzijn enzovoort. Het ‘enzovoort’ geeft al aan dat met woorden dit aspect of onderdeel niet in de greep te krijgen is. Het kunnen slechts verwijzingen zijn naar een ervaring van vertrouwen die zo ervaren we soms plotseling, aan ons zijn en onze ervaring ten grondslag ligt, ook toen we ons niet van de samenhang ermee of het ‘bestaan’ ervan bewust waren.

Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat het mogelijk is de samenhang van ‘alles’ een heel eind (namelijk zo ver je in een bepaalde context rationeel bezig kunt zijn) in beeld gebracht kan worden. Maar ik twijfel evenmin aan de oneindigheid van de werkelijkheid, zowel in ruimtelijk als in fundamenteel opzicht (het enige eeuwige eraan is dat alles veranderlijk is en dat zich dus ook steeds nieuwe mogelijkheden aandienen). En: dat op dat verder liggende terrein ook ‘stappen gezet’ kunnen worden: van vertrouwen geven en ontvangen. Stappen die vanuit het gezichtspunt van degene die ze zet, niet of nauwelijks in de vorm van wetenschappelijke kennis te vangen zijn, maar die als onderdeel van dat vertrouwen samenhang impliceren, althans als – misschien virtuele, maar daarom niet minder praktische – veronderstelling.

Datgene waar het om gaat in deze site, de ervaring en realisering van het complete leven, de complete werkelijkheid, is natuurlijk in geen enkel systeem of woord te vangen. Ook niet in de woorden mystiek of spiritualiteit. Want dat leven en die werkelijkheid gaan door ook buiten onze woorden en samenvattende systemen om. Niettemin blijken de woorden en systeempogingen van anderen in het verleden soms treden geweest te zijn op een ladder die – hoewel deze later weer als overbodig kon worden achtergelaten – toch vertellen van mogelijkheden die anderen ervaren en gerealiseerd hebben. En als inspiratie of waarschuwing kunnen dienen. Dat geldt wellicht ook voor mijn eigen teksten op deze site. Wat mij betreft zit er geen enkele noodzaak in om ze te bestuderen, en toch – inderdaad – zijn zij een deel van mijn worsteling geweest om verbanden te ontdekken, om de wegen van voorgangers te leren kennen en misschien zelfs te leren wat ook ik achter kan laten, een vrije ruimte betredend die ik voorheen niet kende … Waarvoor woorden altijd tekort schieten behalve als zij naar meer verwijzen dan wat met uit het hoofd leren bereikt kan worden. Misschien woorden – en als het even kan, liefst de werkelijkheid zelf waar ze naar verwijzen (!) – als vertrouwen, liefde, verbondenheid, als zelfkennis, evenwicht, overgave, eenvoud, originaliteit en ten slotte ook: rust in beweging.