BK-Books.eu » Besprekingen » Zen and the Art of Motorcycle Maintenance

Bespreking van...

Robert M. Pirsig, Zen and the Art of Motorcycle Maintenance: An Inquiry into Values, London (Corgi Books – Transworld Publishers) 1977[, oorspronkelijke editie 1974], 406 pp.
Idem, Lila: Een onderzoek naar zeden, Amsterdam (Ooievaar Pockethouse) 1995-derde druk, 439 pp.[, = vertaling van Lila: An Inquiry into Morals, 1991]

Het eerste van deze twee spannende romans die eigenlijk de zoektocht naar richtinggevende ideeën voor mensen zijn, behandelt de tegenstelling tussen romantische en klassieke waarden en pleit voor het begrip kwaliteit als leidende idee. De aanleiding is een tocht per motor van de auteur met zijn zoon door de Verenigde Staten, waarbij hij op zichzelf teruggeworpen wordt en zichzelf allerlei vragen stelt en naar antwoorden zoekt, ondertussen de zorg voor zijn zoon en zijn motor en zichzelf dragend.
Het tweede boek gaat nog een aantal stappen verder en behandelt de tegenstelling tussen statische en dynamische kwaliteit, met de laatste als leidende idee, en past dit toe op de evolutie en op de cultuur, speciaal op de onderlinge relatie tussen een aantal werkelijkheidsniveaus, te weten het anorganische, het biologische, het sociale en het bewustzijnsniveau. Daarbij worden een aantal fundamentele problemen van de filosofie in een nieuw licht gesteld, met name de subject-object-tegenstelling, en terloops ook een groot aantal zeer relevante ethische vragen, waaronder de verhouding van sociale wetenschap en cultuur, speciaal bij de culturele antropologie.
Hierbij worden niet alleen de tegenstellingen tussen Indiaans-Amerikaanse en modern-Amerikaanse, Amerikaanse en Europese, Oosterse en Westerse waarden betrokken maar ook welk licht deze waarden werpen op – en welke rol ze spelen in – het dagelijks leven van mensen uit de moderne Verenigde Staten – in de bijzondere vorm van de ontmoeting tussen de schrijver en de vrouw die hij een tijd te gast heeft op zijn boot.
Deze boeken hebben een diepe indruk op mij gemaakt omdat zij op een diepgaande manier een aantal fundamentele problemen van onze tijd aan de orde stellen, en daar belangrijke zaken over zeggen, en dat op een niet altijd simpele, maar meestal zeer leesbare en uiteindelijk uiterst waardevolle manier doen. Een van de fundamenten daarvan is de wijze waarop de auteur vragen stelt en uitdiept aan de hand van bestaande tegenstellingen die in een nieuw perspectief gezet worden. Daarbij laat hij zien dat dat uitdiepen – aan de hand van en ten behoeve van de praktijk! – een onmisbaar proces is dat nooit ophoudt (vergelijk mijn bespreking van Shunryu Suzuki, Branching Streams Flow in the Darkness: Zen Talks on the Sandokai). Want de oplossingen van gisteren kunnen wel eens de hindernissen voor morgen zijn. Noch de ontwikkeling van de cultuur, noch die van onszelf staat immers stil. En de vraag blijft altijd op welke basis we staan, en waar we het best naar toe kunnen (en hoe die beide met elkaar te maken hebben). De auteur zal zeker niet over alles het laatste woord gezegd hebben maar mijns inziens voor veel mensen in onze tijd een groot aantal buitengewoon relevante woorden.
Wat mij betreft zijn dit voorlopig bijna onmisbare meesterwerken voor wie de culturele problemen van het Westen (en dus van de wereld) beter wil begrijpen, en naar handvatten voor nieuwe culturele ontwikkelingen zoekt zonder in vaste patronen te vervallen. De boeken zijn beide absolute bestsellers geweest dus het gevaar dat ze onleesbaar zijn, is niet groot. Integendeel, is mijn ervaring, ze zijn intrigerend. Overigens won het tweede boek aanzienlijk aan waarde voor mij door een herhaalde lezing, kortgeleden. Het staat vol sprankelende inzichten.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.