BK-Books.eu » Besprekingen » Wie is er bang voor nieuwe klanken?

Bespreking van...

Ingo Metzmacher, Wie is er bang voor nieuwe klanken?: Persoonlijke ontmoetingen met de muziek van de twintigste eeuw, Vertaling Anthony Fiumara,[ met woordenlijst, bronnen en discografie van de auteur,] Amsterdam (Cossee) 2005, 192pp.

Meesterlijke teksten, niet alleen omdat ze de meesters van de moderne muziek toegankelijk maken maar omdat ze laten zien wat meesterschap in de moderne muziek inhoudt. Dat hij daarbij woorden weet te vinden voor ervaringen die eigenlijk (bijna?) niet in woorden uit te drukken zijn, is een verdienste apart. Want het gaat om de combinatie van beleving en taal en die combinatie omvat altijd een subjectief element. Metzmacher laat zien dat het belangrijk is voor componisten, uitvoerenden en luisteraars om te beseffen en gebruik te maken van het feit dat taal ook een sterk objectief element heeft. Zeker als het gaat om de basiskeuze voor een muzieksoort die een componist gebruikt. Voor een muzikale grondtaal. Want een van de bijzonderheden van de moderne muziek is dat zij de mogelijkheden van die basiskeuze opnieuw verkent. Maar de auteur legt dat zo helder en eenvoudig uit aan de hand van ervaringen en voorbeelden dat je dat spelenderwijs meekrijgt. De vertaling is goed en prettig (al kan ik me voorstellen dat “Leitmotiv” ook anders vertaald kan worden dan met “leidmotief” – misschien gewoon met “motief”?).
Bijvoorbeeld legt de auteur prachtig uit hoe verschillende componisten gewerkt hebben, hoe verschillende stukken in elkaar zitten en kunnen klinken. En leren we begrijpen (…) dat het niet alleen om het begrijpen gaat van het bekende maar om het uitproberen van het bekende en het onbekende tegelijkertijd. Fascinerend: altijd op weg naar nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden, of liever, naar het horen van ieder nieuw moment van de oneindige symfonie – in ruimtelijke en tijdelijke en psychologische zin – van ieder moment. Zowel in de werkelijkheid waar alles mee begint en eindigt als in de muziek die er als aparte kunstvorm onderdeel van uitmaakt en bepaalde aspecten accentueert.
Een boek dat inspireert om te luisteren met onze eigen oren, voorkeuren en om te laten horen of te zijn wat wij kunnen of willen laten horen omdat het bij ons past in of ten overstaan van het grote geheel waarvan we onderdeel zijn. Waarvan we een eigen indruk hebben, eigen wensen erover en eigen visies erop, eigen vragen erbij.
Muziek slaat ons denken vaak over en houdt ons mogelijkheden voor die we vaak vergeten lijken. Maar ook zijn we muziek, of we het nu willen of niet en of we het ons nu bewustzijn of niet. Vanaf het moment dat we kunnen huilen en lachen. Horen en zien, binnen en buiten.
Oerkracht en bekentenis, stilte en expressie, ruis en toon, harmonie en dynamiek. Het zijn enkele van de vele woorden die in dit boek contouren krijgen. Falen en slagen, ontspanning en waanzinnige betrokkenheid. Metzmacher laat zien dat het een voorrecht is om met geluiden en met muziek te leven, en dat dat alles te maken heeft met het leven van ons allemaal, in onze eigen tijd. Zijn boek is ook een uitnodiging om onze eigen stem te vinden. Dat ervaar ik als een compliment van hem voor zijn lezers. Het is, vind ik, niet minder een compliment voor hem. Ik zal niet de passages gaan noemen die mij zelf speciaal troffen. Zijn hoofdstukjes zijn allemaal even aantrekkelijk om te lezen. Wat hij over Debussy of Messiaen schrijft, herken ik. Wat hij over Nono, Hartmann of over Orfeus van Strawinsky schrijft maakt mij nieuwsierig. In een tijd dat onze zogeheten klassieke muziek vooral blijkt die van het Westen te zijn, is het interessant om te zien hoeveel vernieuwing de afgelopen eeuw op gang is gekomen. En tegelijk hoe veel meer mogelijkheden van benadering er zijn dan tot voor een eeuw gedacht werd.
Wat hij duidelijk maakt is dat wij om het doel te bereiken, de expressie van wat er wezenlijk toe doet, steeds opnieuw kunnen en moeten beginnen met alles wat we hebben. Net zo lang luisterend en net zo lang oefenend tot we weten: “Dit is het voor nu, het wezenlijke wat de componist wilde dat we lieten horen of wat we zelf of onze luisteraars wilden ervaren als het wezenlijke”. Niet dat dat met woorden te beschrijven is, maar wel weten we dat niets dieper gaat. En dat iedereen die op dat moment hoort, die boodschap ook begrijpt. Dat is het kenmerk van echt goede muziek. Ook in een tijd – de twintigste eeuw – waarin veel wankelde en naar nieuwe vormen gezocht werd, soms al begrepen en soms nog ver hun tijd vooruit. We kunnen er dank zij die moderne muziek en zijn makers en uitvoerders en luisteraars – en dank zij dit waardevolle boekje – zo bij instappen.
Het boekje ligt erg prettig in de hand.
Zeer aanbevolen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.