BK-Books.eu » Besprekingen » Vorm is leegte, leegte is vorm

Bespreking van...

Thich Nhat Hanh, Vorm is leegte, leegte is vorm: Commentaar op het Prajñaparamita hartsoetra, Nieuwerkerk a/d IJssel (Asoka) 2001-2e, gewijzigde druk, 62 pp.

[Zie de opmerkingen vooraf bij deze collectieve bespreking.]
“Volmaakt inzicht is prajñaparamita. Prajña betekent wijsheid, inzicht. Inzicht is als water, stromend in een rivier, in tegenstelling tot kennis, die vast en hard is en ons inzicht kan blokkeren. In het boeddhisme wordt kennis beschouwd als een hindernis voor inzicht. … Inzicht kan, net als water, vloeien en doordringen. Standpunten en kennis zijn vast en kunnen de weg tot inzicht blokkeren.”
Het soetra dat de auteur hier uitlegt, is de over de hele wereld door boeddhisten meest (dagelijks) gereciteerde tamelijk korte tekst die als samenvatting van inzicht en aansporing tot het (be)leven ervan geldt. De uitleg die hier gegeven wordt, is fenomenaal: buitengewoon inzichtelijk en praktisch.
Zonder het hele soetra en boekje te citeren noem ik enkele punten. Leegte, legt de auteur uit, is leegte van een afzonderlijk of vast zelf: noch mensen noch andere dingen hebben een onveranderlijke identiteit, zij bestaan alleen in onderlinge afhankelijkheid van alle andere dingen (zowel in het verleden als in het heden als in de toekomst). De auteur heeft hiervoor een eigen term bedacht: inter-zijn. Zijn uitleg hiervan keert in het boekje telkens terug en wordt erin verdiept, vanuit de actuele beleving en tot actuele verwerkelijking van het hoogste inzicht leidend. “We moeten onszelf niet opsluiten in begrippen. De waarheid is dat alles al het andere is” (p. 41). Ondertussen behandelt hij de betekenis van vele polariteiten of dualiteiten – en laat zien dat die om onze erkenning vragen, en om onze volledige doordringing – maar zonder dat we ons hoeven te forceren. Want we zijn al de eenheid die we ‘zoeken’. Wel kunnen we ons oefenen in het ons ervoor openstellen. “Plotseling zag ik een wijsheid die veel op de wijsheid van het Hartsoetra leek. Je moet het leven zien” (p. 35). Op die vele polariteiten ga ik hier nu niet in, maar de auteur maakt ons duidelijk dat zij ons goed dwars kunnen zitten. En dus niet minder hoe wij ermee kunnen omgaan op een verlichte wijze, zodat we gelukkig worden, of beter: door de polariteiten te accepteren ermee een worden en de eenheid van oppervlakte en diepte in ons leven ervaren. Zodat we totaal van angst bevrijd worden, want dat is het grootste geschenk ervan, zegt hij. En ondertussen heeft hij dan bijna terloops ook nog de structuur van het soetra en vrijwel alle begrippen die erin voorkomen, helder uitgelegd.
Bij herhaling zegt hij dat het niet om filosofie gaat maar om doordringen in de werkelijkheid, er één mee worden en dan ervaren dat de werkelijkheid ons draagt in plaats van dat wij de werkelijkheid naar onze hand (macht, controle) of naar ons verstand (vooroordelen) menen te moeten zetten. Dat geldt voor geboorte en dood, voor lijden en vreugde, voor bereiken en niet-bereiken, ook voor de relatie tussen goed en kwaad waarover hij een prachtig verhaal vertelt over Boeddha en zijn tegenspeler Mara, dat ik hier niet zal verklappen. Dit boek gaat inderdaad over ontspannen leven, of zoals de schrijver van het voorwoord de auteur citeert die zegt: “Boeddhisme is een slimme manier om van het leven te genieten”. Een ook ernstig bedoelde opmerking, vermoed ik!
Samenvattend: als dit geen woorden van geleefde verlichting ofwel verlicht leven zijn, dan weet ik het niet meer! De auteur zou zeggen: precies, alleen gaat het niet om de woorden. Maar om het wonder van ons bewuste leven, ons bestaan als onderdeel van ofwel in verbondenheid met al het andere wat bestaat, in alle tegenstellingen en eenheid daarvan, een eenheid die – voor ons mensen – alleen in het beleven ervan tot zijn recht komt. De auteur ervaart het geluk ervan (ook al vergeet hij niet het lijden, de honger, het ongeluk, de armoede), waarom wij ook niet? De ‘leegte’ van de vorm omvat de optimistische boodschap dat alles voortdurend veranderen kan en verandert – in tegenstelling tot het vaak negatief uitgelegde “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”. Maar vergeet niet: ieder moment opnieuw, het is nooit af behalve in ieder nieuw moment. En woorden? Woorden en oordelen zijn dan nooit meer dan datgene waar ze voor staan; het zijn dienende onderdelen van het licht en geen instrumenten van dwang en verduistering. Ze zijn hun overmacht verloren en spelen hun rol in de harmonie. Wat lijkt dit op de ervaring en de boodschap van Jacob Boehme! Het bijzondere geheim van Thich Nhat Hanh is: adempauzes nemen en glimlachen, dus bewust deelnemen aan de wereld door middel van de adem, en in evenwicht raken, de gemoedsrust die niet samenvalt met ongevoeligheid maar waarbij iedere fase overstegen wordt naar een volgende en waarbij de pijn en de vreugde gedragen worden en ons zonder noemenswaardige inspanning van onze wil meedragen.
Een groot geschenk dit kleine boekje.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.