BK-Books.eu » Besprekingen » verzamelde gedichten

Bespreking van...

Hans Warren, verzamelde gedichten: 1941-1971, Den Haag (Bert Bakker) 1972, 367 pp.
idem, GEHEIM DAGBOEK[: alle verschenen delen t/m Vijftiende deel; ook het aparte kleinere deeltje 1939-1940 dat voornamelijk in het teken staat van het begin van de Tweede Wereldoorlog], Amsterdam (Uitgeverij Bert Bakker) 1981-[2000], met in ieder deel een register van personen, ongeveer 200 pp. per deel
idem, STEEN DER HULP, Amsterdam (Uitgeverij Bert Bakker) 1983, 104 pp. [proza]
idem, TIJD, Amsterdam (Uitgeverij Bert Bakker) 1986, 68 pp. [gedichten]
idem, Ik ging naar de Noordnol: Natuurdagboek 1936-1942, Amsterdam (Uitgeverij Bert Bakker)1996, 198 pp.

Mijn kennismaking met Hans Warren moet ‘onbewust’ begonnen zijn toen ik als opgroeiende scholier thuis de Provinciale Zeeuwse Courant doorbladerde en zijn literaire recensies wel eens gezien zal hebben. De klassieke en moderne ‘grotere’ literatuur waarover Warren schreef, had toen echter niet mijn interesse, en ik herinner mij dan ook niet één recensie. Al heb ik mij toen ik eenmaal zijn stijl en persoon beter leerde kennen uit zijn hierboven genoemde werk, wel afgevraagd of ik de sfeer van zijn stukken misschien toch niet al geproefd moest hebben. Het zij zo. Hans Warren, voor mij een echte Zeeuw, heeft mij veel genoegen verschaft met zijn weergave van zijn ervaringen in en buiten Zeeland waar hij zijn hele leven en ik alleen mijn jeugd heb gewoond, vanaf 1947 tot ik naar Amsterdam ging studeren in 1965. Maar niet alleen met zijn aan Zeeland gerelateerde ervaringen.
Ik ontdekte Hans Warren pas echt toen ik in de jaren zeventig in een boekwinkel zijn verzamelde gedichten: 1941-1971 tegenkwam en er al bladerend nieuwsgierig naar werd en het boek aanschafte. Allereerst werd ik getroffen door de weergave van het Zeeuwse landschap en de Zeeuwse luchten, wateren en vogels. Vervolgens ook door zijn liefdeslyriek en zijn aandacht voor uitheemse vormen, kleuren en geuren. En werd ik al enigszins nieuwsgierig naar de ontwikkeling die de dichter doorgemaakt zou hebben en naar zijn persoon. Ik was echt door sommige gedichten geraakt. En zo iemand woonde in Zeeland? Met zo’n brede horizon, zo’n interesse in het typisch Zeeuwse en tegelijk in het uitheemse (ik woonde toen in Tiel, maar had in Amsterdam het nodige gezien en opgesnoven van de Flower Power en andere nieuwe stromingen)? En zo legde ik het boek weg en keek er af en toe nog eens in.
En toen verschenen plotseling in razend tempo de dagboeken en lieten de persoon zien achter de gedichten. Het enig kind wonend aan een eenzame dijk aan de Westerschelde, met een vader die in de Tweede Wereldoorlog met de Duitse bezetters meewerkte en daarvoor na de oorlog bestraft werd, de natuurkenner en –beschrijver (en tekenaar, speciaal van vogels), de opgroeiende scholier en schrijver van artikelen over natuur en over letterkunde, de jonge man op zoek naar zielsverwanten en relaties, de jonge dichter die het literaire wereldje leert kennen, de man die zijn (homo)seksualiteit leert vormgeven in een wereld die daar niet op zit te wachten, die een vrouw trouwt en kinderen krijgt, die een tumultueus leven in Parijs leidt om de zoveel maanden of jaren en daar vrienden aan overhoudt die hem bezoeken, naast steeds meer literaire bezoeken, de liefhebber en kenner en verzamelaar (niet alleen van allerlei boeken maar ook) van allerlei kunstvoorwerpen uit allerlei tijden en culturen, de man die afscheid moet nemen van zijn ouders en ouderlijk huis en zich een eigen plaats verovert als literair recensent. En die na zijn scheiding en een nieuwe crisis opnieuw een langdurige relatie krijgt, met zijn huidige partner met wie hij ook veel samenwerkt aan literaire producties. Wat mij fascineerde waren een aantal dingen.
Warren had een neus voor kenmerkende bijzonderheden die hij waarneemt en die hij graag en goed beschrijft, of het nu om vogelgeluiden gaat of om de kwaliteit van literaire stijl of van een schilderij of een muziekstuk of van de mensen die hij ontmoet, of van hemzelf. In die beschrijvingen zit, net als in zijn gedichten, een warmte die meetrilt, een grote betrokkenheid. Daarbij zoekt Warren altijd naar kwaliteit, en onderscheidt de betere van de mindere. Ook als ik mij niet speciaal interesseer voor iets wat hij beschrijft, weet hij mijn interesse toch vast te houden door aan te geven wat hij zelf vindt. Hij heeft daar heel veel moeite voor over. En hij laat dieptepunten even goed de revue passeren als hoogtepunten die hij ervaart.
Wat mij vooral fascineerde, is zijn worsteling om zichzelf te worden, om authentiek te zijn. Daar heb ik erg veel van geleerd, en van genoten. Hij blikt terug en vooruit, hij maakt keuzes en evalueert. Hij beschrijft verrukkingen die hij ervaart en banaliteiten van hemzelf en anderen. Vooral die worsteling maakt Warren voor mij een groot persoon en een groot auteur.
En dan het tijdsbeeld dat hij schetste. Gebeurtenissen in Zeeland die ik bijna van dichtbij had kunnen meemaken als ik ervan geweten had. Later het beeld van de coming out van de homoseksuele subcultuur in Nederland, naast die van Warren zelf. En Warrens reflectie op de reacties die zijn werk opriepen, de waardering en het contact met uitgevers en boekverkopers. En met literaire collega’s. En zijn reactie op politieke gebeurtenissen, zijn reisverslagen en de weergave van gebeurtenissen in en om zijn dierbare woonhuis en –erf. En de beschrijving van wat hij eet en kookt en van zijn lichamelijke genietingen en ongemakken. Niet alleen getuigend van het streven om authentiek te zijn, maar ook open en eerlijk. En kwaliteit te zoeken en te bieden. Daar zit een bepaalde grootheid in. En voor mij was het belangrijk dat die grote persoon gewoon in Zeeland was blijven wonen, wat voor mij al lang niet meer gold. Hij was een brug met mijn verloren jeugdomgeving; en natuurlijk veel meer.
Al met al is het belangrijkste voor mij zeker dat ik mij in allerlei opzichten kon spiegelen aan wat Hans Warren meemaakte en schreef, ook al was hij in een aantal opzichten eerder een tegenpool. Ik was doordrenkt met een kerkelijke opvoeding en verplichte gezagsgetrouwheid waar hij nu net helemaal niets van moest hebben. Ik ben ideologisch georiënteerd en hij meer persoonlijk. Hij is een ‘selfmade man’ en ik heb een traditionele weg van academische studies gevolgd. Hij heeft altijd lichamelijke en concrete zaken waardering en aandacht gegeven, terwijl ik daar toch een erg traditionele en meer gereserveerde houding in heb, zeg maar vanuit de kerkelijke traditie. En toch herken ik iets in de manier waarop hij naar dingen en mensen kijkt, en in wat hij erin zoekt.

Ik heb de indruk dat zijn nieuwe relatie met Mario Molegraaf ook de toon van zijn dagboeken beslissend gaat beïnvloeden. Ik kan me haast niet aan de indruk onttrekken dat de gezamenlijke belangen met zich meebrengen dat hij bepaalde zaken (nu nog?) ongepubliceerd laat. Het gaat nu eenmaal om dagboeken die alleen zijn verhaal vertellen kunnen, anders zou het niet meer zijn dagboek zijn. En een gezamenlijk dagboek is het tot nu toe niet. Overigens deel ik Warrens respect voor zijn partner, in de zin dat ik slechts kan bevroeden hoe waardevol en hoe ondersteunend zijn partner is voor hem, ook als figuur achter en naast Warren die meer op de voorgrond staat. En ik ben toch reuze benieuwd hoe het met de persoon die mij zo intiem met zich heeft laten kennismaken, in zijn latere levensfasen vergaat. Ik ben inmiddels maar tien jaar jonger meer dan ik van hem in zijn dagboeken lees, maar dat verschil zal niet meer oplopen vrees ik, Ik vond het zo mooi dat hij mij zo ver voor was! Dit geeft wel aan dat hij in mijn bewustzijn een vast meubelstuk was geworden, een persoon die mij net zo interesseerde en intrigeerde als sommige familieleden of vrienden, ook al verliep de relatie met Warren dan alleen via zijn dagboekteksten. Ik weet trouwens wel zeker dat voor Warren zijn publieke optreden (al dan niet via publicaties) ook een bepaalde behoefte vervulden: het leverde interessante contacten, correspondenties, impulsen enzovoort en die waren voor Warren heel belangrijk. Het is tegelijk zo dat je dat als zijn lezer ook wel weet en voelt.
Het is net alsof Warren je als persoon uitdaagt om ook authentiek te zijn. En alsof hij ook in zijn contacten met anderen die hij beschrijft, uit is op het vinden van kwaliteit voor hemzelf en van hemzelf voor anderen maar ook van die ander voor zichzelf en anderen. En daar geniet hij dan van mee als het lukt en is teleurgesteld als het niet lukt. Ja, Warren is voor mij een belangrijk auteur die als persoon iets te zeggen heeft. Ik hoop dat ik nog mag delen in zijn notities over de rest van zijn leven, en dat die net zo onthullend zullen zijn – en dus als spiegel kunnen functioneren.
Ik heb nog enkele boeken van hem op de plank staan maar nog niet (helemaal) gelezen. De Kavafis-boeken zijn om mondjesmaat van te smullen, en daarin ben ik halverwege; en ‘Demetrios’ heb ik nog niet goed tot me genomen. Dus die vermeld ik hierboven ook niet. Op de Plato-vertaling zat ik ook niet te wachten, omdat ik al een en ander over en van Plato heb bestudeerd, en mijn aandacht inmiddels door andere zaken werd opgeëist. Ik ben me bewust dat ik daarmee wellicht langzamerhand een wat eenzijdige interesse in Warren over heb gehouden. Ik respecteer zijn keuzes (en die van Mario Molegraaf). Op basis van mijn eerdere ervaringen met wat Hans Warren schreef zit de spanning er voor mij voorlopig nog in!

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.