BK-Books.eu » Besprekingen » Vermaning van de ziel

Bespreking van...

Hermes Trismegistos, Vermaning van de ziel, Haarlem (Rozekruis Pers) 1993, 80 pp.

Zie de opmerking vooraf.
Krachtige tekst, toegeschreven aan Hermes Trismegistos, stammend uit een aantal Arabische manuscripten. Deze vertaling is gebaseerd op een Latijnse vertaling en een gedeeltelijke Duitse vertaling uit de 19e eeuw.
Deze tekst interesseerde mij omdat zij geciteerd wordt in een (openbare) cursus van de Rozenkruisers. Het is een aansporing aan de ziel om zich niet te verliezen aan, maar zich los te maken van de aardse wereld van de samen- en tegenstellingen en zich volledig te richten op de eeuwige, goddelijke wereld van de eenvoud. De aardse wereld wordt gelijk gesteld met de zintuigen en het lichaam, en met de verleiding van de vrouw, en met een droom waaruit men dient te ontwaken. Ik herken er dezelfde platonische thema’s in die in veel christelijke mystiek – en dogmatiek – voorkwamen. Zij zit dicht in de buurt van de gnostiek (negatieve visie op het aardse en stoffelijke; terugkeer naar de goddelijke oorsprong) maar ook van de hermetische filosofie (zich richten op de goddelijke eenwording). Zij is wel duidelijk ?vrouwonvriendelijk? in haar taal en de vooronderstellingen daarvan, overigens zoals de hele cultuur waaruit zij voortkwam. Niettemin een sterk staal van religieuze psychologie, zoals de oudheid en het christendom (en de islam?) die ons overleverden.
De Rozenkruisers hebben openbare activiteiten en besloten activiteiten. Mijn indruk uit enkele openbare activiteiten is dat zij bewust in deze wereld leven maar dat hun heimwee naar de goddelijke wereld groot is, en dat hun levenspraktijk daardoor gestempeld wordt. Zij zijn zich sterk bewust dat wereldlijke activiteiten aan de terugkeer naar de goddelijke wereld geen bijdrage kunnen leveren maar zijn bewogen met het lot en het lijden van alle mensen. Doordat de Rozenkruisers zich richten op het herstel van hun goddelijke kern worden zij ook fysiek hervormd, is hun overtuiging. Uiteindelijk zal ook de uiterlijke wereld zich weer richten naar de goddelijke, via deze omvorming van binnen uit (waarom uiterlijk handelen in deze wereld als forceren wordt beschouwd, als het niet ‘van binnen uit’ komt, en dit laatste kan evenmin geforceerd worden; wij hebben daar geen invloed op, al kunnen we door onze gehechtheden – en ons bewegen tussen de extreme polariteiten in de aardse wereld – te neutraliseren de hindernissen zo klein mogelijk houden). Over de besloten activiteiten kan ik uiteraard niets zeggen, daar heb ik geen kennis van; ik neem echter aan dat dit ook gewoon wereldlijke activiteiten zijn, zoals ook de activiteiten van alle andere godsdienstige, spirituele of religieuze groepen, besloten of niet, en zij het dan wel met een heel apart karakter namelijk godsdienstig, spiritueel of religieus. Uit de openbare activiteiten proefde ik een streven naar eenvoud en grote hartelijkheid, en een mengeling van gerichtheid naar binnen en sterke aandrang om zich in te zetten voor de groepsactiviteiten.
De Rozenkruisers verwijzen in de openbare cursussen naar een grote traditie van gnosis en hermetica en de geschriften die daarvan getuigen, en behandelen die daar ook in hoofdlijnen. De geschriften zijn ook te koop.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.