BK-Books.eu » Besprekingen » Van Ankh tot Hermes

Bespreking van...

Jacob Slavenburg, Van Ankh tot Hermes: Met een voorwoord van Paul Kluwer, Deventer (Ankh-Hermes) 2005, 95pp.

Ieder kind en iedere volwassene heeft besef van de oorsprong waaruit zij of hij is voortgekomen, zelfs al is het in de vorm van een verdrongen complex, verstopt onder de ruïnes van wat een harmonieus leven had moeten worden. Ook de niet-menselijke werkelijkheid in de verste staat van entropie of grootste mate van wanorde heeft nog een kans op herleven van een samenhang die meer is dan de som der delen. In optimale vorm zijn dit besef en deze samenhang een bewustzijn van eenheid met alles, met de Oorsprong zelf die niet omschreven kan worden maar die zichtbaar wordt in alles en: door Welke alles bestaat en verandert. En dat zich tevens toont in goedheid, in licht en liefde, in een weldadige straling van creatieve krachten en inzicht, van bewuste groei en verandering met de hele kosmos mee.
In dit heel toegankelijk geschreven en aantrekkelijk geïllustreerde 300ste ‘Ankertje’ van uitgeverij Ankh-Hermes laat de auteur Jacob Slavenburg zien dat het Westen in de Hermetica – een verzameling geschriften die een bepaald inzicht vertegenwoordigen in de transformatie van mensen zoals zij optimaal bedoeld zijn – een traditie bezit die “qua mystieke wijsheid en diepgang zonder meer te vergelijken is met … de Upanishads uit India, de Dhammapada van Boeddha, de Tao Te Tjing van de Chinese mysticus Lao Tse en de wijsheidsleringen van Jezus van Nazareth.” (39)
De Egyptische herkomst van die traditie – via de Griekse mysterie cultussen, het hellenistische hermetisme en de christelijke gnostiek en Hermetica – illustreert de auteur aan een aantal kernachtige hoofdstukjes. Over de betekenis van het ankh-symbool, het symbool van het leven. En van het Leven waaraan wij kunnen deelhebben als ons bewustzijn ervan groeit. Zoals Paul Kluwer in zijn voorwoord schrijft: “Dit heilige Ankh-teken siert de boeken van uitgeverij Ankh-Hermes. Het wil aanduiden dat in deze boeken in een bont palet gezocht wordt naar bewustwording van wat het Leven is. Gezondheid en psychologisch inzicht … zijn voorwaarden voor het spirituele pad. Dit pad kan op vele manieren ervaren worden: bestudering van (oude) wijsheidsboeken, ….” (7-8) Andere hoofdstukjes gaan over de Egyptische Thot, de grote mensenvriend en mensenbegeleider in dit leven en in het hiernamaals, tevens schenker van het schrift. Over Hermes, de boodschapper van de goden, de Griekse god van de handel en van de dieven die in de Hermetica ook de personificatie van Thot is, met deze samensmelt tot één goddelijke wijsheidsleraar. Ook een hoofdstukje over Asklepios en de samenhang van de geneeskunst van de oudheid met genezing door bewustwording in ‘droomscholen’, een traditie die in de Hermetica is opgenomen. Natuurlijk ook over de opleving van de Hermetica in de middeleeuwen, met verwijzingen naar de uitlopers ervan tot nu toe, van Paracelsus tot de rozenkruisers en hun uiteenlopende verwanten in de moderne tijd. Slavenburg laat ook goed zien dat vanouds een sterke samenhang bestond met de visie op de natuur en de kosmos, geheel anders dan de ‘modern-wetenschappelijke’ die de ‘magische’ kanten van de kosmos en van ons handelen negeert. Voor de hermetici zijn natuur en kosmos levend, want God, mens en kosmos zijn verwant. Daarom gingen geneeskunde, alchemie en magie hand in hand met spirituele bewustwording – en omgekeerd. De kernvisie op God, mens en kosmos van de hermetici komt in deze weinige bladzijden heel helder naar voren. Toch ligt daarop – als intellectuele uitleg – niet de grootste nadruk.
Zoals de auteur enkele malen met nadruk stelt: “De hermetische weg is een ervaringsweg. Intellectueel is het allemaal wel te begrijpen maar dat is slechts één laag. … Hoe dieper de ervaring, hoe groter het verstaan.”(53) Het leven is een kans op bewustwording, dat wil zeggen op verstaan van de werkelijkheid, dat wil zeggen op eenwording met de Oorsprong, met een woord genoemd: God. Uit de eenheid zijn wij in een altijd pijnlijke tweeheid (verschillen en onderscheiden) terechtgekomen en ons leven is de kans op terugkeer naar eenheid, zij het door soms pijnlijke groei van ons bewustzijn en van een aanpassing van ons leven daaraan. Die pijn heeft te maken met ervaring. Ervaring heeft altijd iets van tweeheid, door pijn (speciaal van het leren kennen van onszelf – zie onder) kunnen we ons van onze oorsprong en de weg terug erheen bewust worden en die weg vervolgens gaan. “We zijn ooit uit het paradijs gezet om het paradijs te leren kennen.” (75) De hermetische traditie is volgens de auteur niets anders dan een gestage klop op de deur voor degenen die eraan toe zijn om te horen wat gehoord kan en moet worden, willen zij dat hoge doel bereiken. En om hulp te vinden bij het gaan van die weg. De auteur wijst op de sterke parallel met de niet-tweeheidsgedachten in de Advaita Vedanta, A-dvaita betekent trouwens letterlijk niet-tweeheid. Tegenwoordig wordt de verwantschap tussen Oosterse en Westerse tradities van niet-dualisme of non-dualisme wel vaker opgemerkt en bestudeerd. Wij kunnen daar wellicht van leren, zoals ik elders heb betoogd.
Hoewel dit boekje dus best in kort bestek heel veel glashelder uitlegt, is het niet die uitleg zelf (of beter: uitsluitend) waar het om gaat. Evenals in zijn andere boeken slaagt de auteur er ook hier in zijn uitleg te illustreren met voorbeeldige citaten. Citaten die in de getoonde samenhang niet alleen veel licht werpen op de beschreven zaken maar hier vooral een direct beroep op de lezeres en lezer doen. Het gaat immers om ervaring en om een wekroep tot bewustwording en tot het gaan van een weg.
De auteur weet natuurlijk heel goed – zoals blijkt uit andere publicaties van zijn hand – dat niet alleen de hermetische weg de eenheidservaring met de Oorsprong op kan leveren. Want een kern van het betoog is juist dat alles uit de Bron vandaan komt en ermee verbonden is, zelfs datgene en diegenen die zich ervan aan het verwijderen zijn. En zeker is veel van datgene wat op het eerste gezicht misschien in andere tradities staat dan de hermetische, voor degene die werkelijk ziet met een geopend oog ook een opstap of verwijzing naar de Bron. We moeten de vinger die naar de maan verwijst niet met de maan verwarren. Ook al zegt de auteur terecht dat er geen instant-verlichting is en dat de verlichting geen truc is (ik neem aan in de zin dat je er zelf niets voor zou hoeven te doen), ik meen dat je wel kunt zeggen dat elk deel van de weg (ook) ‘deel’ uitmaakt van de verlichting. Verlichting gezien als besef van eenheid met de Bron. Maar ondertussen is ook de vinger die Hermetica heet, in onze Westerse cultuur natuurlijk geen onbelangrijke als je deze maan wilt leren zien.
Trouwens, een ander belangrijk element in de prachtige citaten in dit boekje maken duidelijk dat ook als je inzicht gegroeid is, misschien zelfs tot het hoogste punt, dat het leven daarmee niet ophoudt. “De harmonie tussen lichaam en ziel, die tezamen het menszijn uitmaken, wordt alleen maar bereikt, als de mens vroomheid aan goedheid paart.” (78) De verlossing vindt plaats als de menselijke ziel “de goede strijd er godzaligen gestreden heeft – dat is God kennen en geen mens leed doen …”. (85)
Ik noem eerst nog even twee kleine puntjes van detailkritiek. Wanneer de verhouding van het mannelijke en vrouwelijke aan de orde komt (52-54) verwijst de auteur naar veel klassieke wijsgeren volgens wie uit die twee (kosmische en spirituele) krachtvelden, God-de-Vader en Godin-de-Moeder, de Logos voortkomt (54). Maar is het niet geraden om hier ook Sophia (de Wijsheid zelf!) te noemen, die als vrouwe van God of als echtgenoot van de god Mens een even belangrijke rol vervult als de toch vaak eenzijdig rationele Logos? Tenzij je al deze figuren natuurlijk als samensmeltingen van beide polen uitlegt!
Van Poimandres, de hoofdfiguur van het gelijknamige eerste tractaat van het Corpus Hermeticum, zegt de auteur dat deze “staat voor Geest. Letterlijk: gnosis van God.” (60) [Latere toevoeging: De herkomst van de naam wordt nu algemeen als Egyptisch beschouwd, niet te vertalen met “Herdersman”of “Mensenherder”, maar te beschouwen als fonetische vergrieksing van de Egyptische woorden voor ‘de kennis van Re (dat is: van de zonnegod)”, wat er op neerkomt dat Hermes zijn kennis niet van zichzelf heeft maar dat deze hem door de hoogste God geopenbaard is. Vgl. R. van den Broek in Hermes Trismegistos, p. 11.]
In de laatste twintig bladzijden behandelt Slavenburg ten slotte aan de hand van de mooiste citaten de groei van de ziel. Eerder signaleerde hij al dat, als je door het werken aan jezelf bewust wordt van wie je bent, je in een toestand komt waarin je niet meer aan jezelf lijdt. (74) Let op: niet alle pijn wordt weggenomen, maar althans die pijn die je zelf mentaal veroorzaakte. Uiteindelijk bereikt de ingewijde Tat, de leerling van Hermes, het bewustzijn van de laatste, namelijk dat hij een is met bewustzijn, dat hij bewustzijn is. “Wie zichzelf kent, kent het Al. … Dat is het meest volmaakte dat bestaat.” (89) “Er is niets waar God niet woont.” (92) Daarvoor is leren “luisteren” naar de stemmen in en om ons, niet alleen met woorden maar ook in alle andere energievormen, volgens Hermes de eerste grote voorwaarde. “Hou je aan de levenswet!” (93) Hoe vaker ik daarover nadenk, hoe meer ik tot de slotsom kom dat dit woorden zijn waar wij versplinterde (Westerse) wereldbewoners van de twintigste en nu eenentwintigste eeuw grote behoefte aan hebben. Waar is ons besef van harmonie gebleven, van verwantschap van alle mensen en het universum? De hermetische weg vormt op dit punt toch minstens een belangrijke uitdaging.
Nogmaals, dat is niet alleen een zaak van woorden of van inzicht. Zoals de auteur aan het begin zegt: “(Gesproken) woorden kunnen ook dualiteit brengen.” (10) Dus misleiding in plaats van eenheid met de Bron. Net als geschreven woorden die er ooit kwamen om het gesproken woord uit te leggen of te ondersteunen. We zijn er niet met woorden alleen, zoals impliciet en expliciet in dit boekje duidelijk wordt gemaakt. We kunnen ieder moment beginnen met luisteren naar de stem van onze eigen ervaring, van onze verwantschap met de Bron. Met ‘God’ zoals deze in de hermetische geschriften heet. En naar de stemmen van alle wezens en dingen in onze omgeving, dat maakt dit sympathieke Ankertje meer dan duidelijk. Volgens een traditie die ook in onze eigen Westerse voorgeschiedenis, net als in die van alle culturen, haar lessen en aansporingen – dank zij het werk van lerar(ess)en en leerlingen en hun helpers en steunpilaren – heeft achtergelaten voor volgende generaties. Een leeswaardige mijlpaal en behartenswaardige aanwijzing!

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.