BK-Books.eu » Besprekingen » Tot het bittere einde; Und so ist alles schwankend; Victor Klemperer

Bespreking van...

… Victor Klemperer, Tot het bittere einde: Dagboek 1933-1941, Geselecteerd, vertaald, van noten en een nawoord voorzien door W. Hansen, Amsterdam/Antwerpen (Atlas) 1997; idem, Dagboek1942-1945, idem;
idem, Und so ist alles schwankend: Tagebücher Juni bis Dezember 1945, Herausgegeben von Günther Jaeckel unter Mitarbeit von Hadwig Klemperer, Berlin Aufbau Taschenbuch Verlag) 1995, met register en nawoord, 255 pp.
Victor Klemperer: Ein Leben in Bildern, Herausgegeben von Christian Borchert, Almut Giesecke, Walter Nowojski, Mit einem Nachwort von Klaus Schlesinger, Berlin (Aufbau-Verlag) 1999, 224 pp., met personenregister

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inhoud

De hier genoemde dagboeken van Victor Klemperer zijn slechts een gedeelte van zijn volledige dagboeken, die ook zijn leven voor 1933 en na 1945 omvatten. Voor mij zijn zij fascinerende lectuur geweest, hoewel zij stilistisch niet opgepoetst zijn en van gevarieerde kwaliteit – soms kattebelletjes, soms goed geschreven en opgebouwde vertellingen. Zij geven de lezer de mogelijkheid direct de tijd van Hitlers machtsovername en daarna mee te maken, tot en met het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de wederopbouw op de resterende ruïnes. Zij bieden een blik op een van de donkerste perioden van de twintigste eeuw in Europa of zelfs de wereld, de tijd van de holocaust en de Tweede Wereldoorlog, en dat van binnen uit in Duitsland en door de ogen van iemand die scherp tussen de regels door kon lezen, en die zelf – afgezien van het schrijven van zijn dagboek en zijn wonderlijke overleving – behoorde bij de ernstigste slachtoffers van die tijd, naar de mate van fysieke en mentale ontreddering gemeten die hij meemaakte en waar hij zich samen met zijn vrouw Eva door heen wist te slepen. Boeiend is het om te zien hoe zijn door hem vrijwel afgezworen jood-zijn zijn allesbepalend noodlot wordt. En hoe banaal het kwaad is dat van de ene maatregel tot de andere verordening over joden en tegenstanders van de nazi’s wordt uitgestort. Hoezeer velen inderdaad hebben gezwegen, terwijl zij wisten wat er aan onrecht geschiedde, hoezeer anderen hebben geprobeerd het kwaad zoveel mogelijk tegen te houden of te verzachten – dat met zoveel domheid en bruutheid aan de macht wist te blijven (en met openlijke terreur, en manipulatie van de media). Deze dagboeken maken duidelijk wat ik altijd al kon vermoeden: dat de nazi’s en hun slachtoffers en allen daartussen en daaromheen ook gewone mensen waren, met hun hebbelijk- en onhebbelijkheden zoals ik die ook gehad zou hebben. Klemperer portretteert ze allemaal, inclusief zichzelf, en hij portretteert ook zijn tijd. De vernederingen, de pesterijen, de honger, het alles afgepakt krijgen (werk, inkomen, onderdak, voedsel, bewegingsmogelijkheden enzovoort enzovoort), de gedwongen verhuizingen, de dwangarbeid, de koude bij gebrek aan brandstof, de permanente angst voor terreur, deportatie en dood. Oorlog en discriminatie in de praktijk zijn vreselijk; homo homini lupus. Maar ook wat daartegen op weegt: het zoveel mogelijk overeind houden van en blijven geloven in de menselijke waardigheid, de strijd om te overleven, de nederlagen en de overwinningen, kleine en grote. Het geruchtencircus, de valse hoop, de kleine triomfen. En tussen alles door de krachtige inzet van Klemperer en zijn vrouw om geestelijk werkzaam te blijven: zijn werk aan studies, aan zijn dagboek, zelfs tijdens de laatste omzwervingen na het bombardement op Dresden en na de bevrijding weer op weg naar Dresden. Maar wel met het accent op het kale overleven: wie deze hel overleefde, was geen zwakke maar iemand die met geluk en veel inzet en handigheid en eindeloos bedelen en praten en soms handig manipuleren ten koste van minder sterken het dan weer even redde – tot het ergste voorbij was. Waarbij we zien dat ook na het binnentrekken van de Russen nog tijdenlang volstrekte chaos, ernstige honger, ambivalentie tussen behoefte aan zuivering en het zoeken naar wederopbouw en het vinden van nieuwe verhoudingen (met welke partij meedoen?!) een uiterst zwaar beslag legden op de mensen die dit alles door moesten maken. Duidelijk is te zien dat de dagelijkse “gevechten” om posities – achter de schermen en openlijk, zachtaardig of keihard – niets verschilden van wat (ondanks de beste bedoelingen – of wellicht ook de verhullende vernislaag? – van beschaving en moraal) nog steeds in onze samenleving overal aan de orde is.

Evaluaties

Het is geen prettige lectuur maar wel diep onthullende en toch ook voedende. Klemperer was zich ten volle bewust dat hij getuige moest en wilde zijn van iets zo ergs dat het niet gemakkelijk voorstelbaar is. En hij is dat geweest op een manier die mijn grote respect afdwingt: hij laat mij het meemaken zodat ik er van kan leren. Zo met geschiedenis bezig zijn kan zin hebben: oefening in geestelijke weerbaarheid.

En wat dit boek ook goed duidelijk maakt, is dat oorlog en vrede niet in de eerste plaats iets zijn op het vlak van regeringsverklaringen en verhoudingen tussen staten maar dat oorlog en vrede ook iets zijn in het leven van alledag (ruzie respectievelijk een kopje water drinken of een rustplaats aangeboden krijgen bijvoorbeeld) – en zeker ook dat oorlog en vrede er altijd zijn, dus ook nu! Natuurlijk heeft dit boek nog veel meer aspecten. Het biedt niet alleen een beeld van Duitsland in de oorlog van binnenuit en bij wijze van spreken ‘vanaf de straat’ maar het geeft ook achtergrond en diepte aan de geschiedenis van Duitsland en Europa na de Tweede Wereldoorlog en aan de tweedeling van Europa. Eveneens aan de verhalen over de holocaust en van de overlevenden ervan (overleven van gebeurtenissen die de menselijke waardigheid – van anderen of van jezelf – hebben aangetast, is dat mogelijk? is dat overleven), en evenzeer aan de wijze waarop de nazi’s regeerden en aan de macht bleven ondanks hun gebrek aan evenwicht (door terreur en misleiding en het uiteenspelen van de bevolking in goede Ariërs en slechte anderen via een taaie propaganda en steeds nieuwe maatregelen). Uiteraard is het perspectief van Klemperer daarbij mede bepaald door zijn sociale positie en andere persoonlijke beperkingen – maar wat een scherp oog voor relevante details, wat een rekbaarheid van geest om zich aan te passen en in veel zaken te blijven verdiepen, en wat een doorkijk op het leven in die tijd: alsof je er zelf bij bent!

Wat zijn er veel slachtoffers gevallen die niet meer konden navertellen, of die geestelijk murw geslagen uit de oorlog kwamen. En na de oorlog is vaak lange tijd niet naar ze geluisterd. Klemperers dagboeken zijn ook van belang omdat ze direct, uit de eerste hand, het verhaal van het dagelijkse leven in de oorlog vertellen zonder de etiketten achteraf. Hij is daarbij duidelijk in zijn waardering voor de noodzaak van het beoordelen van gedrag in goed en kwaad, en tegelijk duidelijk in de noodzaak dat er soms redenen kunnen zijn om ogenschijnlijk voor de hand liggende oordelen te relativeren vanwege een bijzondere omstandigheid of achtergrond: die bijzondere omstandigheden doen zich evenzeer voor als de grauwe middelmaat. Hij kondigt in zijn boek al aan dat de Duitsers na de oorlog veel te verwerken zullen hebben; dat is wel gebleken.

Deze boeken vormen een goudmijn aan dagelijkse levenservaring van een bijzondere aard. Vaak niet voorstelbaar adembenemend en gruwelijk. Vaak ook buitengewoon indrukwekkend als leeservaring die tot leerervaring kan worden voor wie zelf verder wil denken. Het fotoboek brengt alles nog weer veel dichterbij. Uitermate aanbevolen.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.