BK-Books.eu » Besprekingen » The Moon Bamboo

Bespreking van...

Thich Nhat Hanh, The Moon Bamboo, Translated from the Vietnamese by Vo-Dinh Mai and Mobi Ho, Illustrations by Vo-Dinh Mai, Introduction by Mobi Ho, Berkeley (Parallax Press) 1989, 179 pp.

[Zie de opmerkingen vooraf bij deze collectieve bespreking.]
Dit boek, momenteel waarschijnlijk nog verkrijgbaar onder een andere titel, namelijk de titel van het eerste verhaal ‘The Stone Boy’, bevat vier verhalen van grote schoonheid. Ik zou geneigd zijn ze parabels te noemen; het zijn sprookjes met een verborgen boodschap (hoewel zij daar geen moment onder lijden, tenzij men de diepere inhoud te zwaar vindt). Ja deze sprookjes gaan behalve over vreugde en leven ook over dood en lijden. En het boek is ook samen te vatten als ‘de glimlach van de dood, of van het dode kind’ of als ‘de dood en de glimlach’.
Achtergrond van de verhalen is de situatie van ballingschap van de uit Vietnam verdreven Vietnamezen, na de Vietnamese oorlog. De eigen situatie van de auteur. De vier verhalen hebben de volgende impliciete thema’s: de verwoestende oorlog met zijn napalmbombardementen en vele doden en heropvoedingskampen, de uiterst schrijnende ondergang of strijd om te overleven van de bootvluchtelingen, de gespletenheid van verjaagden en ontwortelden in Vietnam en tenslotte de gespletenheid van de Vietnamese ballingen zelf. Maar deze thema’s zijn literair volledig in de verhalen verwerkt zodat de verhalen zelf de boventoon voeren. Zeker zij zijn er ook om een perspectief op het lijden te bieden, en dat allereerst goed te laten voelen, meevoelen of symbolisch ondergaan. En op die momenten is voor de lezer de band met het reële leven van de auteur en van Vietnam volstrekt duidelijk. Maar al die gespletenheden worden ook opgelost in deze verhalen, en wel in de verhalen als verhalen zelf – ook al worden boeddhistische voorstellingen daar gewoon bij gebruikt. Wie deze verhalen leest zal zich zonder meer met de personen erin – soms van vlees en bloed, soms mythisch – kunnen identificeren. En zich herkennen in hun wederwaardigheden, zoektochten en ontdekkingen. Onder die laatste zijn persoonlijke groeimomenten, maar ook grote troost en hoop. En vaak vanuit het perspectief van een kind, hoewel zeker niet alleen.
Dit boek bevat uiterst waardevolle (meest impliciete maar soms ook expliciete) lessen maar vooral ook veel passages van wondermooie schoonheid en melancholie. Thich Nhat Hanh verstaat de vertelkunst, en weet te schilderen met beelden, kleuren, geuren, gebaren. De natuur speelt een even grote rol als de menselijke relaties. Er zijn veel droomelementen. De beleving is het voertuig. Een boek geschikt voor kinderen (al bevat het laatste verhaal ook enkele verwijzingen naar de moderne natuurkunde). Die weten wel dat leven op aarde – in het Oosten en Zuiden maar ook in het zogeheten welvarende Westen – lang niet altijd een lolletje is, om het zacht uit te drukken. Maar ook dat het waard is de vreugde van het leven in al zijn diepte te ervaren, en er ‘wijs’ in te worden.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.