BK-Books.eu » Besprekingen » The Feeling Buddha

Bespreking van...

David Brazier, The Feeling Buddha: A Buddhist Psychology of Character, Adversity and Passion,[ met noten, bibliografie en register,] New York (Fromm) 1998, 207 pp.
Idem, Zonder gruis geen parels, Rotterdam (Asoka) 2001,[ vert. van The Feeling Buddha,] 233 pp.

Dit boek gaat over een heel essentieel iets. Namelijk dat wie werkelijk onder ogen ziet wat zij of hij aan lijden ondervindt, daarin het ware, vreugdevolle leven kan vinden. De auteur wil in dit boek laten zien dat dit de ervaring van de Boeddha was toen hij verlicht werd, en dat dit was wat hij vervolgens zijn leven lang duidelijk wilde maken omdat anderen er zoveel baat bij konden hebben. En de auteur bestrijdt de opvatting als zou het boeddhisme leren dat het lijden beëindigd kan worden. Of liever, hij vindt dit een misvatting die het boeddhisme ten onrecht heeft doordrongen. Hij legt ook heel helder uit waarom. Namelijk omdat wat de Boeddha zei ons door allerlei filters heeft bereikt, van degenen die de lessen van de Boeddha mondeling overbrachten aan groepen toehoorders en die later gingen opschrijven – en daarbij met de culturele vooronderstellingen van die mensen rekening gingen houden. Hetzelfde deed zich voor toen de teksten vertaald werden in andere talen: het blijkt dat verschillende vertalingen verschillende richtingen opgaan. En ten slotte komt het vaak voor – de auteur heeft het over zich zelf – dat lezers van de teksten er zelf een interpretatie aan geven nog voor ze hen heel goed begrepen hebben.
Kortom, het gaat er om het leven voluit – door de diepten en hoogten heen – te leven, en niet om er aan te ontsnappen of er voor te vluchten in welke uitvlucht of verslaving dan ook die onze ogen voor de realiteit sluit. De kans die ons is gegeven door dit leven dat wij gekregen hebben, is de kans om voluit te leren leven, en dat is ten diepste een vreugdevolle zaak, althans een zaak die zowel de tegenslag en het lijden als de vreugde omvat (en vreugdevol omdat zij die beide omvat in hun wonderlijke relatie). Over welke relatie dat is, gaat het in de levens van ieder van ons. Ieder kan het alleen op haar of zijn eigen wijze ontdekken. Voor ieder is het een unieke individuele ervaring. Maar het principe is voor ieder mens hetzelfde. Althans dat heeft de Boeddha willen leren in zijn vier edele waarheden. Het zijn universele realiteiten en tegelijk mogelijkheden. “Boeddhisme gaat niet over lijden uitbannen. Het gaat over nobel leven. (178, mijn vertaling*)” Boeddha’s uitspraak “Wanneer ik verlicht ben, zijn alle wezens met mij verlicht” betekent: “Wanneer ik nobel en waarachtig ben, zijn alle wezens nobel en waarachtig”. Die uitspraak houdt een diepe waarheid in die voor ons dagelijkse leven van grote waarde kan zijn: menselijk zijn en menselijkheid zien (179v.). De ondertitel van het boek geeft aan wat de auteur wil laten zien: dat het boeddhisme ons ongemeen veel te leren heeft over karaktervorming, over omgaan met tegenslagen en over hartstocht.
Het gaat te ver om dit ongemeen rijke boek hier helemaal na te vertellen. Niet alleen legt de auteur helder uit wat hij aan helpende, positieve praktische interpretaties aanbiedt, maar ook welke opvattingen hij daarmee afwijst (zie het lijstje op p. 175); daar horen ook de opvattingen van wedergeboorte als onvermijdelijke cyclus, verlichting als doel, en nirvana als uitdoving bij. Een belangrijk deel van het boek bestaat in de uitleg van de vier edele waarheden volgens wat de auteur beschouwt als de originele bedoeling van de Boeddha. Het is boeiend om te zien hoe hij verschillende malen (36, 94, 124, 124-125, 130, 175, 180-181) deze vier waarheden – inclusief het achtvoudige pad, waarin de vierde waarheid bestaat – opnieuw formuleert om te laten zien hoe rijk die bedoeling wel is, als je goed kijkt – en dat heeft de auteur zeker gedaan. Het uitgangspunt vormt de eerste toespraak die de Boeddha na zijn verlichting hield en waarmee hij ‘het wiel van de dharma in beweging zette’. De tekst hiervan is ook opgenomen in het boek.
Volgens Brazier zegt Boeddha – in mijn samenvatting – het volgende:
“Het is respectvol en moedig om te erkennen dat het leven onaangename kanten biedt. Het is respectvol en moedig om te erkennen dat we daar emotioneel op reageren. Voor beide hoeven we ons niet te schamen. Het is respectvol en moedig om het vuur van onze emotionele reacties zorgvuldig te beschermen tegen oplaaien en misbruik en om te zetten in een bruikbare, levenscheppende energie. Het is respectvol en moedig om dat tot uiting te brengen in het achtvoudige pad van authentiek leven. Juiste visie of bereidheid tot zien, luisteren en onze energie laten stromen in onschuld, zonder iets tussen ons en de werkelijkheid te zetten. Juist denken of de schaduw in en buiten ons niet negeren maar erkennen zonder ons eraan op te hangen, en ons niet op kwantiteit maar op kwaliteit en meeleven richten zonder bijgedachten en zonder ook maar iets of iemand uit te sluiten. Juist spreken of inspirerend spreken, bevrijdend en elektriserend voor een nieuw leven in verbondenheid op weg naar een nieuwe wereld. Juist handelen of overbodige ballast achterwege laten en doen wat mogelijk is om de energie van emoties om te zetten in concrete werkzaamheid ten behoeve van het goede voor de velen, voor alle levende wezens en de hele wereld. Juist levensonderhoud of kiezen voor zinvol werk in plaats van alleen werken voor het geld, voor een maatschappelijke reorganisatie – een nieuwe beschaving – die weer ruimte biedt voor werk dat zicht biedt op wat het voor anderen tot stand brengt. Juiste inspanning of oefenen in het vergroten van ons geestelijk draagvermogen, de energie van onze emoties om te zetten in intensiteit die ten goede gebruikt kan worden, innerlijke rust en kracht te ontwikkelen, karakter. Juiste aandacht of oplettendheid voor wat voor ons en anderen raakt, voor wat zich hier en nu voordoet, voor het verzorgen van onze stemming, onze overtuiging, de mogelijkheden van vreugdevol aanwezig zijn ondanks onaangename ervaringen, te beginnen met gelukkig zijn met de kleine dingen die we ervaren en doen, en de defensieve patronen van onze geest achter ons laten. Juiste geestkracht of weten waar je mee bezig bent, je eigen authentieke visioen hebben waarvan de waarde blijkt uit de één makende, helende, opbouwende en vriendelijke invloed die het op je leven heeft.”

Daarbij komt aan de orde hoe wij om kunnen gaan met rouw, en met negatieve emoties als begeerte, haat en zelfmisleiding. En dat het belangrijk is om weer te leren geloven in de kwaliteit van onze handelingen op zichzelf, ook los van hun economische waarde of onwaarde (visie op werkloosheid!). Zo goed als het ook is om ons leven en ons handelen in een wijder perspectief te durven zetten, een ‘groter verhaal’. Het is dan wel heel belangrijk te leren welke grote verhalen deugen en welke niet, of liever de verhalenvertellers. Want met de verhalen van de ook met charisma en geestkracht begaafden Stalin en Hitler moesten we oppassen (174). En dat blijft belangrijk, in het groot en in het klein, zou ik toevoegen. Want verhalen zijn alleen ‘waar’ als ze ons helpen met inspiratie en richting, niet als ze onze ogen sluiten voor wat er werkelijk aan de hand is. Het uiteindelijke grote verhaal is dat we op weg kunnen gaan om er iets van te maken, iets beters wellicht, maar realistisch. Net als de Boeddha (180). En dat we dan onderweg heel wat tegenslag tegen komen, en daarvan kunnen leren, meestal tegen wil en dank; een prijs die zijn beloning echter waard is (183v.).
Impliciet gaat het boek over nog veel meer. Over onze huidige wereld en westerse maatschappij en hoe we daarin een zinvol leven kunnen vinden. En over de rol van ‘godsdiensten’ daarin, christendom en boeddhisme niet uitgezonderd. Over het daarbij vermijden van fouten uit het verleden. Over de rol van psychotherapie. En meer. Hij noemt behalve veel positieve mogelijkheden ook te vermijden valkuilen. Zoals op p. 78: “We smachten naar een afleiding van de onaangename ervaringen in onze levens en grijpen naar iets dat tijdelijk verlichting kan bieden. Op deze momenten echter zijn we kwetsbaar voor een ernstige verwonding. … Juist wanneer we op de vlucht zijn voor onaangename dingen die we zelf veroorzaken, berokkenen we ons de ernstigste psychologische en soms fysieke wonden. (mijn vertaling*)”

De Boeddha ontdekte dat het de moeite waard is om onze emoties te kanaliseren, er een middenweg mee te vinden. Ze niet te ontkennen maar er energie aan te ontlenen. Een manier om dat te bereiken is om onze emotie los te koppelen van haar object. Haar energie blijft dan behouden. Mits ze beschermd wordt tegen uitdoven en tegen oplaaien. Dat is ons werk.
De Boeddha ontdekte dat de oorspronkelijke toestand van onze geest volmaakt in orde is. “De ongeconditioneerde geest schept vreugde in het wonder van het dagelijkse leven, geniet van iedere ademtocht, waardeert iedere smaak en kijkt heel natuurlijk met ogen van liefde. De reden dat we deze gelukzaligheid slechts zelden ervaren is dat we door en door geconditioneerd zijn. Het doel van de boeddhistische oefening is dat we onze oorspronkelijke natuur laten functioneren. Deze oorspronkelijke natuur is niet iets dat we kunnen construeren. Het hele leven door zijn normale personen zekerheid voor zichzelf aan het opbouwen. De dwaasheid is dat we proberen te construeren wat ons vrij ter beschikking staat. Dus boeddhistische leraren ‘verkopen water bij de rivier’. Wat we nodig hebben, is stoppen met wat ons afsnijdt van ons natuurlijke geluk. De wezenlijke interventie die in ons leven vereist wordt, is er een die heel goed omschreven kan worden als ‘stoppen’.” (110, mijn vertaling*) Wat dat concreet inhoudt en op kan leveren, wordt duidelijk in een prachtige uitleg van het verhaal van de ontmoeting van Boeddha met Angulimala, de rover die volkomen in de war raakt door de onbevreesdheid van de Boeddha, door diens innerlijke rust die hem, Angulimala, de kans biedt tot inkeer te komen, of gewoner gezegd, tot zichzelf. Wat de essentie is van ‘bekering’.
Wat mij opvalt aan de geciteerde zinnen is niet hun nieuwheid; je kunt vergelijkbare zinnen vinden in boeken van andere boeddhisten. Maar wel dat Brazier hier net als zo vaak de blik nog net iets scherper kan stellen, iets toevoegt wat je zo nog niet had gevonden, hoewel misschien vermoed. En ook verder staat dit boek vol zinnen die ongelooflijk veel helderheid toevoegen op gebieden waar helderheid van zo groot belang is, namelijk dat van emoties en het omgaan ermee en van ideeën en voorstellingen op religieus gebied. Gebieden waar vaak zoveel wolligheid overheerst. Zo niet in dit boek, niet bij deze schrijver. Niet dat daarmee laatste woorden gezegd zouden zijn. Na deze tijd zullen er weer andere komen met andere woorden. Maar voor onze tijd en cultuur slaagt Brazier er in de snaren goed te raken. Verfrissend, heilzaam, praktisch, vernieuwend. En zeer origineel. Aangezien ik geen kenner van Sanskriet ben, kan ik zijn uitleg van woorden en begrippen uit die taal niet bevestigen maar als de feiten die hij verschaft kloppen – en ik heb nog geen redenen om daaraan te twijfelen – lijken zijn interpretaties mij buitengewoon terzake. Dit boek voelt gewoon goed aan. Je kunt er op allerlei gebieden opnieuw een richting mee bepalen. Dat vind ik nogal wat.

Andere waardevolle boeken van Brazier zijn Zentherapie (waarvan ik alleen het Engelse origineel gelezen heb) dat een weergave van de boeddhistische psychologie is, geïnspireerd door de Zen-traditie en gericht op het gebruik in de Westerse psychotherapie, en Het nieuwe boedddhisme, dat de lijn van The Feeling Buddha verder uitwerkt in een visie op de rol van het boeddhisme in de wereld van nu. Zie voor verwante onderwerpen ook de lijst met Boeddhistische literatuur voor beginners en de literatuurlijst Zen en Oosters en Westers denken.

Tijdens het lezen van dit boek was ik ook bezig met de oorspronkelijke woorden van Jezus, zoals te vinden in het boek Q1, de reconstructie door geleerden van de oudste bron van de evangeliën van Matteüs en Lukas, en met het evangelie van Thomas waarvan de Judese bron waarschijnlijk de alleroudste geschreven bron van de woorden van Jezus is. Daarbij viel mij op dat er beslist parallellen zijn tussen de boodschap van Boeddha, zoals Brazier die ziet, en die van Jezus. Wie wil kan op deze site behalve een weergave van het boek Q1 met de woorden van de Nieuwe Bijbelvertaling 2004 ook een kortere actuele verwoording van ‘de lessen van Jezus’ vinden waarin dat wellicht doorklinkt.

* Bij het schrijven van deze recensie had ik niet de beschikking over de Nederlandse vertaling. Ik neem aan dat de inhoud dezelfde is.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.