BK-Books.eu » Besprekingen » The Diamond That Cuts Through Illusion

Bespreking van...

Thich Nhat Hanh, The Diamond That Cuts Through Illusion: Commentaries on the Prajñaparamita Diamond Sutra, Berkeley CA (Parallax Press) 1992, 115pp.

Het soetra dat de auteur bespreekt in dit boek, het Vajracchedika Prajñaparamita soetra waarvan de Engelse vertaling ook de eerste 25 pagina’s van dit boek vult, kun je samenvatten in de zin: hang niet aan concepten, beelden, woorden. Of zoals de auteur zegt: we dienen woorden zo te gebruiken dat ze ons niet tot hun slaaf maken (62). Het probleem is alleen dat woorden en ideeën altijd te kort schieten als het er om gaat de werkelijkheid weer te geven (109). Hoe pakken we deze situatie aan?
Vajracchedika betekent ‘de diamant die kwellingen, onwetendheid, verwarring of illusie doorsnijdt’. Prajñaparamita betekent ‘het inzicht dat ons over de oceaan van lijden naar de andere oever brengt’. Het soetra is gegoten in de vorm van een dialoog tussen de Boeddha en zijn vergevorderde leerling Subhuti, aan wie onder andere de (uit een ander soetra geciteerde) uitspraak van Boeddha uitgelegd wordt dat “alle leringen die ik jullie geef een vlot zijn” (om de rivier van het bestaan over te steken en het land van nirvana te bereiken, ofwel de volledige transcendente wijsheid te verwerven) . Subhuti krijgt te horen: “Alle leringen moeten achtergelaten worden, en niet-leringen al helemaal.” (57) De vorm van het soetra is dat steeds bepaalde constructies herhaald worden, die het overstijgen van eenzijdigheden in opvattingen weergeven. (Tussen haakjes: de sleutel tot het lezen van deze passages is te vinden op p. 94 waar de auteur aan het eind van de tweede alinea het woord ‘only’ invoegt om zo’n passage uit te leggen, zie aldaar!)
Het gaat om diep inzicht in het stromen van de werkelijkheid. Waarbij alle onderdelen en het geheel allemaal permanent veranderen, elkaar veronderstellen, en nooit in woorden grijpbaar zijn. Maar waarbij het belangrijk is vast te stellen dat noch de weg van de verabsolutering van woorden (of evenmin van zogenaamde vaststaande werkelijkheden), noch de weg van de ontkenning van het bestaan of de functie of betekenis van woorden (of werkelijkheden) de oplossing vormt. En het hoogste inzicht hierin kunnen we alleen realiseren door het hier en nu toe te passen en het te ‘vergeten’ (althans los te laten), steeds opnieuw.
Voor het soetra is dit inzicht nog onvergelijkelijk veel meer waard dan een naïeve, althans onbewuste, vorm van altruïstisch handelen, hoe hoog je die op zichzelf ook al moet waarderen. Het is immers niet onmogelijk beide te combineren. Te helpen zonder dat de rechterhand en de linkerhand van elkaar weten wat ze doen (37; dit zijn mijn woorden naar de christelijke traditie, de auteur zegt dat de handen elkaar helpen). Maar, zeg ik dan, dan ben je wel al ver gekomen, verder dan degenen die alleen maar het hoogste inzicht nastreven en denken dat ze er dan al zijn – zonder handelen. Zoals de auteur en commentator zegt: “De ideeën van leegheid, vergankelijkheid, en zelfloosheid zijn uitermate behulpzaam, maar als je ze gebruikt zonder ze diep en helder te verstaan, kun je lijden en voor anderen onheil bewerkstelligen.” (58)
Het komt er op aan geen onderscheid te verabsoluteren, tot niets of niemand een onoverbrugbare afstand te creëren en die met alle macht of in tergende schijn van onbewustheid in stand te houden (wat iets anders is dan alles op een hoop gooien en geen verschillen zien, dat eerste doen we juist niet en dat laatste juist heel subtiel). Inzien dat ieder woord een leugen is als het niet als tijdelijk hulpmiddel, benaderingswijze, uitleg gezien wordt maar als definitieve, eeuwig ware uitleg of vorm. Weten dat het tegendeel de vooronderstelling van iedere bewering over of deel van de werkelijkheid is. Inzien dat alles, echt alles, elkaar veronderstelt (96) en dus ook mee ‘omvat’ en daar naar handelen. Nergens aan hechten, helemaal nergens aan, geen enkel begrip en geen enkele vorm. Het meest stabiele om ons op te baseren is ons niet te baseren (78v.). Geen concurrentie aangaan. “In Plum Village (het centrum in Frankrijk waar de auteur en zijn gemeenschap wonen, BK) eten we vegetarisch zonder aan onszelf als vegetariërs te denken. Dit is het wezen van niet handelen of niet hechten aan de vorm” (67). De wonderbaarlijke werkelijkheid ervarend en benaderend met alle zintuigen open. Hier en nu handelend ofwel niet-handelend, volledig met de werkelijkheid mee veranderend. Dat is het onbereikbare bereikt hebben ofwel weten dat er verder niets te bereiken valt. Let wel: in dit moment, maar dat hebben we alweer achter ons gelaten om in het volgende, huidige moment opnieuw te leven. Het hoogste inzicht is dat alleen als het samenvalt met het object van haar (in)zien, haar tegendeel omvat, en samengaat met haar realisering. Het is niet los verkrijgbaar! Het hoogste inzicht is een nooit voltooid ontwikkelingsproces (behalve dat het ieder moment volledig voltooid wordt!).
Het soetra maakt een intrigerende indruk en het commentaar slaagt erin daar nog de nodige heldere uitleg en inspiratie aan toe te voegen. Ook in dit boek slaagt de auteur er in terloops allerlei zaken nog even extra toe te lichten bijvoorbeeld hoe dharma’s opgevat kunnen worden en hoe de dialectiek van de prajñaparamita deze beschouwt en verwoordt (55-57). En heel wat meer zaken en begrippen want het soetra behandelt nogal wat begrippen die in het boeddhisme een belangrijke rol spelen.
Ook geeft de auteur praktisch advies. Bijvoorbeeld richtlijnen voor altruïstisch handelen: investeren waar kans op rendement is en niet waar dat niet het geval is (31). En niet denken dat waar geen geld is, geen altruïstisch gedrag mogelijk is (44). Of iets heel anders waar hij toelicht dat niet hechten aan de vorm bijvoorbeeld ook betekent je niet hechten aan de vorm van meditatie die je kiest, en ook vermijden om dat je opbrandt bij het vestigen van een meditatiecentrum of oefenplaats (68). Geweldloos met jezelf omgaan.
Of hij strooit met pareltjes van inzicht of een mooi zinnetje of gedicht. “Een maaltijd eten, water drinken, en het toilet gebruiken zijn allemaal Buddhadharma” (een uitspraak van de Vietnamese koning Tran Nhan Tong, 64). Of legt een mooi verhaal over een monnik in het oude China uit (95; voor een interessante lange versie van dit verhaal zie overigens het hieronder op deze webpagina genoemde boek van Mu Soeng die het een van de oudste voorbeelden van een koan noemt, pp. 62-64).
Nog enkele citaten:
“Niet-dualiteit is in het boeddhisme het wezenlijke kenmerk van liefde. … Deze beginselen kunnen toegepast worden om de problemen in het Midden-Oosten … op te lossen. Het lijden van de ene zijde is ook het lijden van de andere zijde. … Deze beginselen kunnen ook toegepast worden op het oplossen van milieuproblemen.” (102)
“Wanneer eenmaal onze wonden genezen zijn, laten we deze beelden achter ons en zien de Boeddha in geboorte, ziekte, ouderdom en dood. Nirvana is gemaakt van dezelfde substantie als gehechtheid, ontwaken van dezelfde substantie als onwetendheid. … De vruchten van de oefening – sereniteit, vrede en geluk – zijn er zeker maar ze kunnen niet onderkend worden in verzamelingen van visies. Zij openbaren zich uitsluitend in de wonderbaarlijke werkelijkheid.” (105) Ideaal en werkelijkheid zijn los van elkaar weinig waard.
“Wat een bodhisattva ook maar denkt, zegt, en doet kan aanleiding geven tot onbegrensde vreugde en geluk, maar hij of zij zit er niet in gevangen. … Wanneer we aanbieden af te wassen, zullen we geen ware bodhisattva’s zijn indien we denken dat ons werk ons in de toekomst een beetje geluk of verdienste zal brengen. …Afwassen gewoon om af te wassen brengt ons … onschatbare karakterkwaliteit en geluk. We kennen allemaal mensen die geen groot lijden kunnen verdragen, maar we realiseren ons niet dat het je verheugen in groot geluk ook grote kracht en volharding vraagt.” (107)
De auteur deelt de mening van het soetra dat het horen, vermenigvuldigen, reciteren, opnemen en doorgeven van het soetra van onmetelijke waarde is, als symbool van en aansporing tot onze alomvattende deelname aan het geschenk van de werkelijkheid. “Nadenken is een noodzakelijke voorwaarde voor inzicht. … Een soetra lezen is als een massage.” (100v.) Het is goed goede zaden te zaaien op de velden van ons bewustzijn, en dat van anderen. Zij zullen eens vrucht brengen. Maar dat hoeft geen verabsolutering te betekenen. Thich Nhat Hanh heeft er veel oog voor dat ook het boeddhisme verabsoluteerd kan worden en wijst bijvoorbeeld met nadruk op de waarde van niet-boeddhistische leringen voor deelname aan onze cultuur in verandering. Hij zegt dit ook nog anders: “Iedereen die denkt: ‘Ik heb dit soetra al grondig en volledig uitgelegd,’ heeft dit soetra niet werkelijk begrepen. Het bestuderen en beoefenen van The Diamond that Cuts through Illusion zal resulteren in het soort vrede, vreugde, en handelen dat de kracht zal hebben de wereld te veranderen. Het geluk dat dat voortbrengt gaat alle begrip en discussie te boven. Zelfs als we alleen maar de afwas doen, kunnen de vrede en vreugde die we ervaren vanuit de beoefening van het soetra terwijl we de afwas doen, niet beschreven worden – zij gaan ieder begrip en iedere discussie te boven. De verdienste voortgebracht door het afwassen zal onmetelijk zijn.” (84) Het gaat er om met vreugde deel te nemen aan de werkelijkheid, door aanwezig zijn, door welwillende aandacht, door oog te hebben voor wat ons wordt aangeboden, door zelf iets aan te bieden, enzovoort. Daarbij zijn ontvanger en gever altijd één, en veronderstellen alle tegengestelde begrippen en werkelijkheden elkaar, waarmee je subtiel kunt (leren) omgaan. Juist omdat de tegenstellingen groot en pijnlijk kunnen zijn, minstens voor onze geest die in onwetendheid naar houvast zoekt – maar los mag laten zonder de ogen te sluiten. We nemen zo deel aan de ‘ontwikkelingen’. Er is dan in hogere zin geen verschil tussen leraar en leerling. Het gaat erom te drinken uit de bron. Lesgeven doet de leraar het best “zonder in tekens gevangen te raken, in overeenstemming met de dingen zoals ze zijn, zonder van zijn stuk te raken.” (112v.) Laten we ons niet vergissen: alles is vergankelijk en in verandering, maar het is er wel! (113v.) En dit proces gaat eindeloos door.
Dit soetra is op sommige punten vergelijkbaar met het Prajñaparamita Hart Soetra. Beide geven zij sterke aandacht aan het inzicht in non-duale benaderingen van de werkelijkheid. Beide vinden hun krachtige toepassing ook in recitatie, naast uitlegging en beoefening ofwel realisering. Dit soetra is langer dan het Hart Soetra maar het biedt hetzelfde diepe inzicht dat de kern van het boeddhisme vormt, zij het dat het accent hier ligt op een juist gebruik van woorden, tekens, begrippen, beelden – begrippen die zich in de tijd van het ontstaan van dit soetra al aan het ontwikkelen waren, of sterker: die men begon te verabsoluteren. Dit soetra is een krachtig instrument om iedere ‘ware leer’ te relativeren tot wat zij hoort te zijn: een hulpmiddel tot ontwaken.
De goede actuele uitleg van Thich Nhat Hanh versterkt die boodschap. In die zin sluit dit boekje goed aan bij de kleine serie van beknopte commentaren van basissoetra’s die Thich Nhat Hanh heeft geschreven. Dit soetra voegt vergeleken met die andere serie commentaren wellicht geen nieuw thema toe maar wel een nog gevarieerder uitleg, een nog breder uitgesponnen hartstocht en aansporing voor hetzelfde ideaal van ontwaken en het leven vanuit dat ontwaken, ieder moment opnieuw. Het gaat niet om een klakkeloos aanvaarden van boeddhistische waarheden of een boeddhistisch geloof die bij voorbaat absolute geldigheid zouden hebben. Het gaat om complete realisering van de totale werkelijkheid door ieder van ons in dit moment – waarin verleden en toekomst mee veranderen – steeds opnieuw. Het gaat nooit om dingen die een eenvoudig mens niet zou kunnen realiseren. We kunnen van dit soetra leren dat iedereen de mogelijkheid en het recht heeft op een eigen realisering dus ook op een begrip dat daarbij past (wat niet wil zeggen dat naar elkaar luisteren bij voorbaat overbodig of ongewenst is, integendeel!). Sterker: dat zonder die persoonlijke en unieke (in de zin van zelf gekozen of beleefde of toegelaten) uitleg en realisering de wereld niet compleet is. Wat een uitdaging voor iedere lezer van dit soetra en dit commentaar!
Zie ook beide hieronder genoemde vertalingen, met name die van Mu Soeng vanwege het verhelderende aanvullende commentaar.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.