BK-Books.eu » Besprekingen » The Diamond Sutra: Transforming the Way we Perceive the World

Bespreking van...

Mu Soeng, The Diamond Sutra: Transforming the Way we Perceive the World, Somerville MA (Wisdom Publications) 2000, 173 pp.

Vergeleken met de hierboven besproken uitgave met tekst en commentaar van Thich Nhat Hanh van hetzelfde soetra, vertoont dit boek van Mu Soeng enkele duidelijke verschillen, overigens niet of nauwelijks in boodschap. Het thema van het niet-dualisme wordt ook in dit boek goed en uitvoerig uitgewerkt, met veel aandacht voor de eindeloze afwisseling en combinatie van directe verwerkelijking en inzicht in verwerkelijking. Het commentaar van Thich Nhat Hanh is veel directer, persoonlijk aansprekend. Mu Soeng biedt een meer intellectueel aansprekende uitleg, althans in de zin dat hij meer achtergronden en betekenissen toelicht, ook op een uiterst heldere en prettige wijze. Mu Soeng maakt ook duidelijk gebruik van de Sanskriet versie van de tekst, en verantwoordt zijn keuzes duidelijk (secties 1, 22, 32). Thich Nhat Hanh baseerde zich net als Price (zie direct hierboven) op de Chinese versie al verschilt die niet overdreven veel van de Sanskriet versie. Het Engels van Mu Soeng is moderner.
Het meest belangrijke inhoudelijke verschil tussen beide uitgaven is dat Mu Soeng aan zijn commentaar en tekst een inleiding vooraf laat gaan op dit soetra en zijn achtergronden (1-68) die ik beschouw als een uiterst waardevol en compact overzicht van het boeddhisme en zijn geschiedenis. Dat zullen niet alle boeddhisten met mij eens zijn omdat veel niet aan de orde kan komen in zo kort bestek. Maar omdat hij alle belangrijke zaken in een historisch en inhoudelijk uiterst verhelderend perspectief aan de orde stelt, durf ik dit gedeelte aan te prijzen als niet geëvenaarde inleiding, zo ver mij bekend. Waarop men zich kan baseren voor verdere studie van verschillende aspecten of onderdelen. Vooral goed is dat de auteur laat zien hoe zowel het vroege boeddhisme als de verschillende latere ontwikkelingen zoals het Mahayana ingebed zijn in historische contexten en veranderingsprocessen die belangrijk zijn voor een goed begrip. Al die vormen waren zelf beïnvloed door hun voorgeschiedenis en omgeving en beïnvloedden op hun beurt de ‘culturele marktplaats’ (10, 15). In plaats van de bril van verabsolutering die binnen bepaalde stromingen uit begrijpelijke verering voor de eigen basisteksten al gauw wordt opgezet, krijgen we zo waardevolle perspectieven op oorspronkelijke motieven en betekenissen, die dan vervolgens later weer omgevormd of uitgewerkt zijn. Daarbij komt uiteraard wel naar voren dat dit Diamant soetra (met het Hart soetra) een belangrijke exponent van de Prajñaparamita of wijsheidsliteratuur van het Mahayana boeddhisme is die vooral ook in de latere Zentradities erg gewaardeerd werd en wordt.
Het tweede grote verschil is dat het commentaar van Mu Soeng veel uitgebreider is over historische en technische details dan het commentaar van Thich Nhat Hanh. Ik beschouw dit als een erg waardevolle aanvulling maar het doet niets af aan de waarde van het commentaar van Thich Nhat Hanh, integendeel, die gaat recht op zijn doel af en heeft die kennis mijns inziens verwerkt. Deze boeken spreken elkaar absoluut niet tegen, op één enkel expliciet door Mu Soeng aangegeven detailverschil in uitleg na op pp. 74v. Ik sluit echter niet uit dat juist hier de keuze van Mu Soeng teksthistorisch aanvechtbaar kan zijn, met andere woorden dat hij zich baseert op wat toch een latere toevoeging zou kunnen zijn die (juist daarom) niet in de Chinese versie terechtgekomen is! De andere verschillen hebben direct met het onderscheid tussen de Sanskriet versie en de Chinese versie te maken. Het is wel erg plezierig om te ontdekken dat die wetenschappelijke kennis aanwezig is en beschikbaar voor geïnteresseerden. Waardevol zijn behalve de vele verhelderende en inspirerende toelichtingen op gebruikte begrippen en op de contexten van vele betekenissen, ook de opmerkingen over de structuur van het soetra en de herhalingen die erin voorkomen (113-117, over het onderscheiden van een eerste – tot en met sectie 13 – en een tweede deel van het soetra).
Het boek bevat een uitgebreid en handig register alsmede een bibliografie.
Het belangrijkste van deze uitgave is het heldere beeld dat we krijgen van de spiritualiteit waaruit het Diamant soetra ontstond en waarmee zijn gebruik gepaard ging en waartoe dat leidde. Niet omdat spiritualiteit als zodanig waardevol is; dat is zij zeker ook. Maar met name omdat deze spiritualiteit bedoeld is om een middel te zijn – en niet meer dan dat – om onze visie te veranderen zodanig dat we onze weg kunnen vinden in de wereld van verschijnselen die ons onmiskenbaar een keer tot een existentiële crisis voert – tenzij we leren loslaten en dat is nu net waar het om gaat. Dat kan alleen als we het absolute referentiepunt vinden (shunyata of leegheid) – en leren dat we ook die leegheid mogen loslaten en daarom als het hoogste waarderen, zonder aan de naam te hangen. Want de werkelijkheid in al haar voorbijgaandheid en onstandvastigheid is ons altijd al weer vooruit, lijkt het wel. Totdat we ons er niet meer van onderscheiden. En daarbij gaat het niet om een louter intellectueel inzicht. Integendeel, we kunnen en moeten het intellectuele ook weer loslaten. Het gaat om met de werkelijkheid mee gaan – in steeds nieuw evenwicht tussen wijsheid en mededogen. Daarbij komt heel wat aan de orde! Een zeer rijk boek, informatief, subtiel en terzake.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.