BK-Books.eu » Besprekingen » The Christian Myth

Bespreking van...

… Burton L. Mack, The Christian Myth: Origins, Logic and Legacy, [ with extensive References, ] New York / London (Continuum) 2006, 237 pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inleiding

Dit boek van Mack is het vervolg op en de samenvatting van het onderzoek door Mack gepleegd sinds zijn Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk? Mijns inziens opnieuw een erg belangrijk boek dat aangeeft hoeveel belangrijke onderzoeksresultaten er zijn gekomen – terwijl het onderzoek nog volop voortgaat! – over het ontstaan en de eerste eeuwen van wat later het christendom is gaan heten.

Overzicht

Het uitgangspunt voor Mack vormt dat het ontstaan van het christendom geen uitzondering vormde op de veelvoorkomende patronen die we bij het ontstaan van andere religies zien. De belangrijkste rol van religies spelen zij volgens Mack waar sociale experimenten op symbolisch niveau de ruimte krijgen om alternatieven tegen elkaar af te wegen zonder dat dat die experimenten zelf stoort, integendeel zo dat het die experimenten verder helpt door er een nieuwe betekenis aan te geven. De weerslag daarvan vinden we dan in de religieuze teksten die we kennen en die vrijwel altijd die betekenis vanuit het oogpunt van een bepaalde groep of persoon in een bepaalde tijd weerspiegelen.

Het buitengewoon belangrijke van dit boek is dat Mack in de meest heldere taal uiteenzet waarom deze benadering nodig was, zij het dat die van de lezer bereidheid veronderstelt zich te verdiepen in verschillende onderwerpen die niet altijd even goed bij het grote publiek bekend zijn. Hij behandelt de opkomst van het historische onderzoek naar de tijd van Jezus en het ontstaan van de geschriften van het Nieuwe Testament.
Dan zet hij uiteen wat er zijns inziens allemaal aan belangrijke onderzoekingen gedaan is waarop verder kan worden gebouwd, en in welke richting dit het best zou kunnen gaan. Een van de talrijke ontdekkingen is dat de opvatting van Jezus als Messias in ons nu bekende teksten waarschijnlijk pas voor het eerst in het evangelie van Markus (mogelijk omstreeks het jaar 70, vier decennia na de dood van Jezus) voorkomt, niet dus in de brieven van Paulus (in het derde decennium na de dood van Jezus geschreven). Hij houdt de discussie open zonder de voortgang van de onderzoekingen ook maar een moment te willen remmen, want zijns inziens zijn de kansen voor doorbraken groot.
Ten slotte laat hij zien hoe de oude opvattingen van de betekenis van de mythe van het christendom – die over de held Jezus gaat – de Westerse cultuur en speciaal de Amerikaanse droom doortrokken en bepaald hebben. En wat het zou kunnen betekenen als daarvoor uiterst boeiende alternatieve interpretaties zichtbaar worden vanuit het (nieuwe) wetenschappelijke historische onderzoek.

Back to top

Beoordeling

Het materiaal dat Mack in dit boek opsomt en behandelt, is alleen al opmerkelijk omvangrijk. En interessant gebracht. Niettemin is er nu zeker iedere tien jaar in de wetenschappen die zich hiermee bezig houden, een nieuwe groep die meent met nieuwe methoden een bepaald onderwerp veel beter uit te kunnen diepen (denk aan de onderzoekers van de grote rol van de ‘Engel van JHWH’ als beeld voor Jezus in vele belangrijke Joodse, Samaritaanse en andere waaronder nieuwtestamentische geschriften, denk ook aan de groep rondom Gabriele Boccaccini die de geschriften verwant aan de Henoch-tradities opnieuw situeert met eveneens grote consequenties voor de situering van de volgelingen van Jezus en de uitleg van nieuwtestamentische geschriften, en de groep die alvorens iets te willen zeggen over de historische Jezus – het onderwerp van het beroemde ‘Jesus Seminar’ – eerst wil nagaan binnen welke bestaande en nieuwe traditionele verhalende – ‘mythische’- kaders Jezus is geïnterpreteerd (niet het minst vele hellenistische), zodat een geschiedenis van die interpretatie kan worden geboden). Onder andere door het gebruik van methoden uit verschillende wetenschappen tegelijk, bijvoorbeeld ook de historische antropologie. Bovendien blijkt het materiaal uit de betreffende eeuwen zoveel omvangrijker te zijn dan meestal gedacht dat alleen het bestuderen en vergelijken van teksten en archeologisch materiaal onvoorstelbaar veel nieuwe inzichten oplevert (denk alleen al aan de Dode-Zeerollen en de geschriften van Nag Hammadi, maar dat is ook maar een fractie van wat er al bekend was maar veel te weinig in samenhang bestudeerd). Dat vereist wel kennis van veel talen, leefwijzen, culturen enzovoort. Een van de spannende aspecten is uiteraard dat opnieuw de verhouding, want wederzijdse beïnvloeding, van Joodse en hellenistische tradities en bronnen voorwerp van onderzoek wordt, die juist in die eeuwen zelf al tot zulke spannende ontwikkelingen bijdroeg als de Joodse enclaves buiten Palestina en hun literatuur – bijvoorbeeld de vertaling van Joodse geschriften in het Grieks, de zogeheten Septuagint, en de geschriften van de Joodse exegeet en filosoof Philo, beide in Egypte – maar ook tot de zich tegen elkaar afzettende stromingen van Rabbijns jodendom en ‘hellenistisch’ christendom (waartussen het Joodse christendom uiteindelijk vermalen werd). En vergeet ook niet welke achtergronden dit vormt voor het ontstaan van de islam!
En dan besteedt Mack nog betrekkelijk weinig aandacht aan de – al genoemde en later tot ketter verklaarde! – volgelingen van Jezus die etnisch Joods bleven of lange tijd Aramees of Syrisch bleven spreken en schrijven en pas heel laat of niet overgingen tot het Grieks. Ook besteedt hij weinig aandacht aan andere later tot ketters verklaarde stromingen als de de gnostische, of aan de invloed van het zogenaamde enkratisme (het ook al voor de eerste eeuuw bestaande streven naar onthouding dat ook in kringen van Jezus-volgelingen een hoge vlucht zou nemen en waarmee Paulus al in discussie is). Deze en nog andere werpen niet zozeer vragen op over de vormen die de inspiratie door Jezus later aannam (al is dat ook belangrijk en buitengewoon interessant en onthullend) maar zij laten zien welke invloeden er al vroeg en welke er pas later een rol speelden, en dat is voor historisch onderzoek natuurlijk van uitermate grote fundamentele betekenis.
Wanneer het Nieuwe Testament – en de daar uit gelaten geschriften – gelezen wordt tegen de echte mogelijke historische achtergrond en niet tegen die van de discussies over de naturen van Jezus uit de vierde en latere eeuwen, dan is het alsof een nieuw licht van deze teksten afstraalt, zij het heel anders dan gezien door de bril die wij meestal op hadden. Soms wellicht een verlies, maar vaak ook een uiterst verhelderende winst. En bovendien mag immers ieder nog zelf kiezen wat zij of hij er meer doet.
Kortom, een opnieuw uiterst belangrijk boek met een toekomst openende strekking. Wellicht zijn er potentiële lezers in Nederland die het Engels net niet genoeg machtig zijn om een vertaling te rechtvaardigen, ik zou dat van harte toejuichen: de inhoud van dit boek is voor iedere theoloog en historicus maar ook voor iedere geïnteresseerde in algemene en speciaal Westerse cultuurgeschiedenis die op de hoogte wil blijven, een must.
In de toekomst zal ongetwijfeld een nog nieuwer perspectief aangeboden worden. Want Macks onderzoek is nog gekenmerkt doordat het een bewust alternatief moet bieden voor een bestaande, goed gewortelde visie, zij het dat die in historisch opzicht niet meer te funderen is (iets wat de huidige paus Benedictus XVI in zijn boek over Jezus nog meent wel te kunnen doen). Maar dat maakt verder onderzoek, en dus ook de onvoorstelbaar belangwekkende informatie die Mack hier op een rijtje zet, alleen maar des te boeiender en belangwekkender.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina


myspace visitor counter


© Boudewijn Koole – be free to cite and copy but please refer to this page or to www.bk-books.eu
URL: www.bk-books.eu/bespreking/the-christian-myth | Version 2.001 9 July 2009 (version 1.1: 8 July 2009)

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.