BK-Books.eu » Besprekingen » The Agile Investor; Deflation

Bespreking van...

… St. Leeb/R. Conrad, The Agile Investor: Profiting from the End of Buy and Hold, New York (Harper Business) 1997, met register, 180 pp.;
A. Gary Shilling, Deflation: How to Survive and Thrive in the Coming Wave of Deflation, New York (McGraw-Hill) 1999, met register, 341 pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inleiding en hoofdlijnen

Hoewel het al weer enige jaren geleden is dat ik het boek van Leeb las over inflatie, is het interessant beide hierboven genoemde boeken tegelijk aan de orde te stellen. Beide nemen een hypothese over de toekomst tot uitgangspunt, en beide onderbouwen die en werken die uit tot en met de consequenties voor het handelen van een belegger c.q. iemand die geld of goederen dient te beheren. Interessant is uiteraard dat de hypothesen tegengesteld zijn.

Beide auteurs doen hun best zo goed mogelijk hun angst en hoop te onderbouwen vanuit historische trends en vergelijkbare historische situaties waarover zij waardevolle en inzichtelijke grafieken en andere informatie verschaffen. Beide auteurs werken hun strategieën ook duidelijk uit: er komen allerlei varianten aan de orde en zo ontstaan als het ware handboeken voor verschillende situaties.

Tevens zijn beiden voorzover ik kan beoordelen gerespecteerde beoefenaars van hun vak: zij zijn financiële adviseurs en publicisten. Niettemin moet bedacht worden dat zij er bewust voor kiezen – althans voor deze boeken – al hun kaarten op een van de altijd aanwezige twee mogelijkheden te zetten, te weten: inflatie of deflatie. En dat terwijl zij weten dat altijd weer omslagen plaats kunnen en zullen vinden; en dat het om trends gaat binnen complexe gehelen (economieën op wereldschaal of minstens de schaal van een continent). Zij wagen dus een gok en zijn bewust eenzijdig. Dat biedt hun het voordeel dat zij lezers voorspellingen kunnen doen en kunnen boeien, maar het doet wel de nodige afbreuk aan hun onderbouwing, want het blijven hypotheses. Een andere aantrekkelijkheid van hun aanpak is dat wij, de lezers, zo kennis kunnen maken met het denken in een markt waar velen interesse in hebben. En zelfs voor degenen die zich op die financiële markt van het sparen en beleggen waaraan risico verbonden is zouden kunnen begeven (dus alleen degenen die regelmatig iets over hebben), is dat risico nemen natuurlijk lang niet altijd de meest aangewezen weg, laat staan voor degenen die er vanwege (voorlopig) ontbrekende middelen en kennis beter verre van kunnen blijven. Opletten geblazen dus, want valkuilen zijn er genoeg, evenals profiteurs! Wie over de risico’s wil lezen, moet andere boeken pakken.

Evaluatie

Over het geheel genomen vond ik het boek van Leeb iets grijpbaarder in de argumentatie, en meer een systematisch geheel. Leeb is ook zo genuanceerd om deflatie niet uit te sluiten en wijdt er een heel hoofdstuk aan. Shilling is goed in de uitwerking; vele consequenties en aspecten komen helder naar voren. Maar of hij gelijk heeft met zijn hypothese? Het hoofdargument voor deflatie is dat er een reusachtige overcapaciteit op wereldschaal is ontstaan en dat er geen mogelijkheid is om prijzen op een hoog niveau te houden. Daarna zal er volgens hem een deflatoire verwachting ontstaan die deze spiraal slechts zal versterken. Zijns inziens ontkomen we niet aan een grote recessie die al jaren in de maak is. Hij is pessimistisch over de economieën van de Derde Wereld. In de financiële wereld zijn momenteel heel wat analisten die deflatie zien als een miskend gevaar.

Het hoofdargument van Leeb is dat de politici de ontevreden massa’s in de toekomst alleen zullen kunnen tevreden stellen door de geldpers te laten draaien met hyperinflatie tot gevolg. Hij is optimistisch over de economieën van de Derde Wereld. Inflatiebestrijding is al decennia het hoofddoel van de centrale banken.

Ongetwijfeld zijn er vele factoren die geen van beide auteurs zullen hebben voorzien. Maar zij hebben interessante boeken geschreven waar sommige lezers hun inzicht aan kunnen toetsen en hun verstand aan kunnen scherpen. Hopelijk zonder dat alle mogelijk rampen die hier als mogelijk voorgesteld worden, werkelijkheid worden, en hopelijk met zo’n alertheid voor de werkelijke ontwikkelingen dat zij daarin een praktisch rendabele weg zullen kunnen gaan.

Het lijkt mij het beste deze boeken niet te lezen als min of meer realistische voorspellingen maar als alternatieve scenario’s die als referentiekader kunnen dienen voor het zelfstandig onderzoek en het zelfstandige denken van de lezer. Of er een lange periode van inflatie dan wel deflatie op wereldschaal in zit, hangt ook volgens de auteurs (Leeb is hierover duidelijker dan Shilling) af van de uitkomst van politieke beslissingen en processen, en die zijn nu eenmaal niet erg voorspelbaar. Verder lijkt mij dat deflatie op het ene en inflatie op het andere terrein naast elkaar kunnen bestaan – iets waarover de auteurs verder weinig of niets zeggen. Er zijn trends op verschillende niveaus mogelijk en die kunnen elkaar tijdelijk en deels tegengesteld zijn. En de stemming in de financiële wereld en de temperatuur van de economie zijn verder altijd een combinatie van feitelijke trends en vooral veel ‘psychologie’. Het blijft dus vooral een kwestie van de ogen open hebben en de tekenen der tijden (ofwel de trends) goed ‘lezen’. Bespiegelingen die overigens achteraf gezien meestal nogal tijdgebonden blijken. Je kunt deze boeken dus misschien het beste lezen als voorbeelden van een bepaald soort tijdsgebonden literatuur. Al moet gezegd worden dat de auteurs veel elementen aan de orde stellen die bij een eigen oordeelsbepaling in allerlei omstandigheden zinnig kunnen zijn om aan te denken.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.