BK-Books.eu » Besprekingen » TED FELEN’S KRUISWEG

Bespreking van...

TED FELEN’S KRUISWEG: Bespiegelingen door Edward Schillebeeckx OP & Bas van Iersel SMM, Kees de Lange (red.), Leidschendam (KEMPER Conseil Publishing) 2007, [ met meerdere kleurenafbeeldingen van de 16 staties, en diverse z-w foto’s van betrokkenen, ] 112pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Geen verheerlijking van het lijden

Dit boek maakt indruk op mij, zowel om de afgebeelde kruisweg als de teksten. De laatste betreffen allereerst de toelichtingen per afgebeelde statie door Edward Schillebeeckx en Bas van Iersel. In diverse hoofdstukken aan het begin en het eind van het boek besteden auteurs aandacht aan de persoon van de schilder ervan, Ted Felen. Zowel qua ontstaan als qua verdere geschiedenis is het ontstaan van de kruisweg niet los te denken van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, evenals van de ingrijpende veranderingen in onze cultuur – en dus ook in de kerken – in de decennia na die oorlog, uitmondend in enorme veranderingen.
Dan kom ik nu op wat voor mij een hoofdthema van dit boek is: het boeiende opstel van Edward Schillebeeckx over het ‘mysterie van het lijden en het kwaad’. Dit laatste was ook in de aankondiging van dit boek door de uitgever – die er een prachtige uitgave van heeft gemaakt – de extra aanleiding die mij naar dit boek deed grijpen. Edward Schillebeeckx zou er namelijk in uitleggen dat het in het christendom niet gaat om verheerlijking van het lijden zoals vaak is beweerd (en waartoe ook wel aanleiding is gegeven in de christelijke geschiedenis).

Back to top

De auteurs en de verschillende benaderingen

Niet alleen voor de schilder – die er blijkens de prachtige reproducties op een indrukwekkende wijze in geslaagd is een kruisweg te schilderen die velen aanspreekt en toch niet het lijden verheerlijkt maar de aandacht vestigt op Jezus’ eenzaamheid en (via allerlei subtiele aspecten en enkele op de staties voorkomende personen) op onontkoombare vragen aan degene die de staties ‘bekijkt’ – maar ook voor de auteurs is het een uitdaging om misverstanden uit de weg te gaan en toch recht te doen aan wat in de Westerse religieuze tradities tot nu toe centraal is geweest: het hoogtepunt van de vier nieuwtestamentische evangeliën. Dat hoogtepunt bestaat in waar het optreden van Jezus – als genezer van zieken en profeet van het nabije koninkrijk van gerechtigheid voor de armen en misdeelden – op uitloopt: zijn veroordeling en kruisdood (die gevolgd worden door zijn verheerlijking door God in de opstanding).

Dit verhaal raakt dus allerlei centrale noties van de Joodse bijbel, de Tenach, en van de vroege en latere ‘christelijke’ tradities (die het verhaal van Jezus zoals in de evangeliën vorm gegeven, op allerlei manieren uitwerkten in beeld en liturgie), waaronder de voorstelling van God en Diens verhouding tot het kwaad. En de boodschap die mensen in de tijd dat de evangeliën ontstonden en in onze tijd hier aan kunnen hebben, uiteraard in de context van die tijd en cultuur en van onze tijd en cultuur. Edward Schillebeeckx voelt in ieder geval goed aan waar problemen liggen! Beide hoofdauteurs van deze bundel, Schillebeeckx en van Iersel, waren hoogleraar theologie in Nijmegen in de tijd dat ik als student met theologie kennis maakte, de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw. Het boeit mij hoe deze eminenties op hun vakgebied – en met hun bekende kritische instelling ten opzichte van het kerkelijk gezag waar dat niet op evangelische noties maar op aanpassing aan de machtspolitiek in de wereld gebaseerd zou zijn – op de crisis van kerken en theologie en van de cultuur als geheel reageren. Als zij hier aan het eind van hun leven (van Iersel overleed kort na de voltooiing van deze teksten en Edward Schillebeeckx is inmiddels zeer hoogbejaard) nog zoveel aandacht aan wilden besteden dan moest dat wellicht een bijzondere reden hebben. Die redenen zijn er ook en ze worden in het boek uitgelegd. In de eerste plaats is er sprake van vriendenrelaties rondom de thematiek van kunst en religie, in de eerste plaats persoonlijk en in de tweede plaats ook door het delen van een gemeenschappelijke Nijmeegse en bredere rooms-katholieke dan wel christelijke geschiedenis en cultuur. Dat persoonlijke blijkt van aanzienlijk belang voor het tot stand komen van de kunstwerken en van deze bundel met beelden ervan en teksten naar aanleiding ervan. Van vriendschappen en intermenselijke aandacht moeten alle mensen het voor een groot deel hebben, kennelijk ook religieus geïnspireerden, welk vak ze ook uitoefenen. En de vriendschappen zijn uiteraard niet toevallig ook getekend door het milieu van Nijmegen, als universiteitsstad met een zeker toen nog merkbaar Rooms-Katholieke Universiteit.

Back to top

Mysterie van lijden en kwaad: nieuwe visie?

En zo kom ik opnieuw terecht bij het genoemde opstel van Edward Schillebeeckx met zijn voor mij belangrijke thema. Ik ben immers niet alleen en niet in de eerste plaats als theoloog in zekere mate verwant met de auteur (evenals de kunstenaar en de andere auteurs in dit boek), maar allereerst als iemand die opgevoed is in de kerkelijke cultuur van voor de jaren zestig waarin het christendom nog werd beschouwd als de dominerende factor in cultuur en samenleving. Zal Edward Schillebeeckx, een intelligente persoon met een flexibele geest, erin slagen een van de grootste bezwaren tegen het christelijk geloof in de tot voor kort meest gangbare officiële kerkelijke versies – dat het lijden erdoor verheerlijkt wordt zonder dat stelling genomen wordt tegen misstanden – te verkeren in een groot misverstand bij de uitleg van het Jezus-verhaal, zonder uit zijn traditie uit te breken? Laten we eens kijken.

Allereerst moet mij van het hart dat als het intellectuele niveau van dit opstel vereist zou zijn voor een gewone mens van onze tijd en onze samenlevingen in West-Europa, dat er dan niet veel personen door zijn opstel overtuigd zouden raken. Vergeleken met de buitengewoon krachtige en direct aansprekende teksten bij de staties is dit een veel moeilijker tekst, omdat er zorgvuldig klippen – als het verheerlijken van lijden – omzeild worden en omdat de boeiende nieuwe inhoud van Schillebeeckx’ interpretatie hier niet in een meditatieve of artistieke (literaire) vorm maar in een betoogvorm gegoten is, die verstandelijk iets meer van de lezer eist. Maar ik twijfel er niet aan dat veel intellectueel iets meer geschoolden – met inbegrip van mijzelf – toch niet om de sterke presentatie van argumenten heen kunnen zonder onder de indruk te raken. De lijdende Jezus, laat Schillebeeckx zien, lijdt niet zomaar maar staat in een traditie van de lijdende knecht van Jahwe, de God van Israël. Een God die het ging en gaat om rechtvaardigheid en liefde, niet om offers. Het verhaal van Jezus de Christus (Gezalfde, Messias) in de evangeliën is er om op te roepen tot het meedoen in de geschiedenis van deze God die aan de kant van de zieken, misdeelden en armen staat, van hen die lijden onder het kwaad. En – dat moet ook gezegd worden – om te laten zien dat dat niet gaat zonder zelf te lijden, deelgenoot in het lijden te worden. Iets dat ik persoonlijk graag zou omschrijven (niet als een noodlot maar) als een onvermijdelijk onderdeel van het leven: om te kunnen veranderen is opgeven van het verstarde nodig, doodgaan zelfs. En wel als psychisch vrije keuze, die alleen bij bewuste acceptatie werkt. Was Jezus daar niet mee bezig bij zijn bewustwording van zijn rol?

Mijn indruk is dat Schillebeeckx een meer psychologische (in plaats van een louter dogmatische, op handhaving van posities en traditionele opvattingen gerichte) uitleg van de Bijbelverhalen nadert en dat ervaar ik als weldadig. Een aantal meer fundamentele theologische en filosofische vraagstukken raakt hij daarbij wel aan, met hints voor nieuwe richtingen, maar hij gaat er niet diep op in. Dat is ook meer iets voor wie de schoen past. Tegelijk wijst hij ook de opvatting af dat goed en kwaad op een lijn gezien zouden kunnen worden, preciezer, dat er een niveau van opvatting of ervaring zou bestaan waarbij goed en kwaad allebei verdwenen zouden kunnen zijn. Edward Schillebeeckx legt sterk de nadruk op de superioriteit van het goede boven het kwade. Hij laat in het midden of dit een gewenste en dus vrij te beamen of af te wijzen dan wel een bij voorbaat absoluut vaststaande superioriteit is, al schrijft hij dat het goede in het eind zeker zal winnen. Dat kun je als een geloofsakte opvatten (in tegenstelling tot een natuurwet of grondwet van gelijke vastheid) en dat is mij sympathiek. Edward Schillebeeckx geeft dan ook meermalen aan dat zijn uitleg inhoudt dat de levende God niet samenvalt met een bepaalde godsdienst, iets dat degenen die meer in de christelijke kerken (van vroeger?) geloven dan in die levende God een vraag voorlegt die zij hopelijk eerlijk zullen beantwoorden met gedrag van liefde en streven naar gerechtigheid en genezing. Gedrag dat lijkt op dat van Jezus. Maar ook gedrag dat niet al te snel de partij van de gevestigde machten kiest die – net als bij Jezus – zo hun eigen methoden hebben om hinderlijke volksleiders te behandelen …
Op een of andere manier krijg ik de indruk dat Schillebeeckx spreekt binnen een waarheidsopvatting die – hoe kan het ook anders – nogal traditioneel-Westers is, in de zin dat de waarheid geacht wordt ‘objectief’ te zijn ofwel vast te staan. Voor Schillebeeckx is een heelal zonder het goede als objectief vaststelbaar fundament – zij het eventueel pas in de toekomst volledig, dat is in heel de werkelijkheid, te realiseren – niet denkbaar. Daarmee lijkt hij een psychologische opvatting van filosofische termen – zoals die in de Oosterse filosofie voorkomt – af te wijzen; de overwinning van het goede staat immers al objectief vast. Hierover zou mijns inziens nog meer te zeggen zijn.
Gelukkig zijn er veel mogelijkheden om dat verhaal opnieuw te lezen en uit te leggen. Dat hoeft beslist niet alleen in klassieke en traditionele zin. Trouwens ook die uitleggingen kwamen voort uit probeersels. En het blijkt dat zowel eenvoudigen als intellectuelen er op eigen wijze en in eigen situatie door geraakt werden, en kunstenaars niet minder – net als in onze tijd.
Een gemis in het boek vind ik wel dat het boek helemaal voorbijgaat aan de geschiedenis van het Jezusverhaal in de eerste eeuwen van het christendom. De vier evangeliën die in het Nieuwe Testament terecht gekomen zijn, waren immers niet de enige. En het kruisverhaal van Jezus is alleen vanuit het opstandingsverhaal te lezen, en juist dat laatste werd op indrukwekkende, zij het verschillende manieren uitgelegd door de verschillende groepen die zich door Jezus de Christus geïnspireerd wisten. Daarover een kleine maar in deze tijd niet overbodige – en in de recente wetenschap goed onderbouwde – excursie.

Back to top

Excursie: nieuwe historische inzichten over Jezus

Persoonlijk ben ik er langzamerhand van overtuigd dat Paulus via Klein-Azië en Griekenland de belangrijkste basis heeft gelegd voor de vorming van het (aanvankelijk sterk joodse, maar allengs ook uit overwegend niet-joden bestaande) hellenistische christendom dat aan de instelling van de christelijke staatskerk in de vierde eeuw voorafging, en dat van deze basis de spirituele inslag – met een grote nadruk op de eenwording met de levende Christus als spirituele wedergeboorte – een belangrijke kern vormde. Mijns inziens zijn de evangeliën vanuit dat perspectief geconcipieerd – en uiteraard niet als historische verslagen. De grote gnostische stromingen sloten zich allemaal op een of andere wijze bij Paulus aan. Alleen zwakten de centristische, ‘katholieke’ stromingen – geleid door bisschoppen die uit waren op meer orde en regelmaat en meer op eenvoudig geloof dan op spirituele wedergeboorte – de spirituele en gnostische kantjes van Paulus af en vulden hem aan met onechte geschriften zogenaamd van zijn hand, die ook in het Nieuwe Testament, het lijstje geschriften dat deze bisschoppen tot alleen echt verklaarden, zijn terecht gekomen. Deze stroming, de ‘katholieke’, maakte het oorspronkelijk sterk spirituele en vrije christendom tot een maatschappelijk geaccepteerd instituut, met een sterke band met de Romeinse staat. Terwijl Jezus en zijn volgelingen gekenmerkt worden door grote innerlijke vrijheid en de inspiratie van boven, legt na een proces van enkele eeuwen Augustinus de vrije wil aan banden door haar te ontkennen!
Waarom leg ik hier zoveel nadruk op? Niet alleen omdat veel andere geschriften in de vorige eeuw ontdekt zijn van groepen christenen uit de eerste eeuwen, maar ook omdat ook in dit boek en in het opstel van Edward Schillebeeckx betrekkelijk weinig aandacht besteed wordt aan het perspectief van de opstanding. Inderdaad een controversieel gegeven, maar wel een dat meer aandacht verdient, juist omdat het het uitgangspunt voor de uitleg van de kruisweg moet bieden. De opstanding is niet alleen die van Jezus maar juist ook die van ons, al in dit leven. Dat is de boodschap van Paulus en van heel de hellenistisch-christelijke beweging van de eerste eeuwen. (Het Kerstfeest, gemodelleerd naar het geboortefeest van de Perzische God Mithras, werd pas in de vierde eeuw ingevoerd; daarvoor was begin januari het belangrijkste winterfeest: van de neerdaling van de Geest op Jezus, het begin van zijn persoonlijke spirituele weg!) Ook van de veel minder hellenistische tak die in het Oosten van het Middellandse-Zeegebied nog eeuwenlang een eigen rol speelde. Waarin naast Grieks vooral Aramees en Syrisch en Koptisch werden gesproken en geschreven, en waarin Jezus als profeet vereerd werd die het Koninkrijk openbaarde. Een koninkrijk met genezing en redding voor zieken, misdeelden en armen, ook van sterke onthechting jegens het aardse ter wille van spirituele wedergeboorte; dat was de opstanding (van de kruisdood werd in die gebieden aanvankelijk niet vernomen!). Dit vormde een belangrijke voedingsbodem voor de kerk van Mani, de grote christelijke gnostische kerk die van de derde tot de tiende eeuw verspreid was van het Westen tot het verre Oosten, en samen met deze en met verspreide Joodse groeperingen voor de islam, die zich vanaf de zevende eeuw als de voortzetting van de profetentraditie van Israël en het christendom presenteerde maar askesebeoefening door zich afzonderende monniken en nonnen afwees. Hierover wordt momenteel veel ontdekt en in nieuwe samenhangen gepubliceerd. Met als boeiende vraag: kunnen we daaruit nu nog meer over de historische Jezus te weten komen? (En vervolgens natuurlijk over hoe de verhalen over hem hun eigen loop namen in de verschillende tradities.) Want er zijn zeker methoden van historisch onderzoek die onderscheid kunnen maken tussen reconstructies van groter en van kleiner waarschijnlijkheid, als die eenmaal geopperd zijn, en ook die aanwijzingen kunnen geven voor het maken van zo betrouwbaar mogelijke nieuwe reconstructies.

Back to top

Ten slotte

Natuurlijk, er zijn tijden geweest dat het christendom – zeker in de vorm van de traditionele kerken – populairder geweest is. En deels herinnert dit boek aan die tijden, omdat het mede put uit rijke, zij het vooral Europese tradities. Maar dan wel op een manier die oog heeft voor de misverstanden die terecht zouden kunnen rijzen, alsof het lijden verheerlijkt zou worden in de evangeliën. In die zin is dit boek voorbeeld van een moderne uitleg die dat misverstand vermijdt, en een indrukwekkende poging om de kruisweg van Jezus uit de sfeer van de verheerlijking van het lijden te halen. Overigens zonder te verklaren hoe die verheerlijking van het lijden in het verleden van de christelijke kerken zo binnen kon sluipen en het aardse leven van gelovigen en anderen – wier onderdrukking (voor vrouwen vaak een dubbele) ermee gerechtvaardigd werd! – meer kon vergiftigen dan nodig was. Voor diegenen die dat verleden bewust en echt achter zich willen laten is dat zeker ook nodig. Schillebeeckx vermijdt dus wel oude en nieuwe misverstanden maar legt nog niet uit hoe het vroegere misverstand kon ontstaan. Dat is beslist jammer – want een gemiste kans – zo lang er nog zoveel mensen zijn die nog last van dit misverstand hebben of het risico lopen dat misverstand door traditionele theologen aangereikt te krijgen: dit boek is immers ook voor hen bedoeld?
Biedt dit boek – kan vervolgens de vraag zijn – wel een aansprekende uitleg voor moderne mensen die zonder vooroordelen en misverstanden naar het verhaal van Jezus willen kijken? Het moet gezegd dat dit boek een serieuze en authentieke inhoud heeft die iedere lezer iets te zeggen heeft. Daarbij wil het traditionele kerkmensen zeker niet van zich vervreemden; zij krijgen een fris nieuw perspectief. Het gaat dan ook niet over de kerk, het gaat over het lijden van mensen en hun zoeken naar antwoorden op de mysteries van het leven. Veel blijft daarbij onuitgewerkt. Maar er worden heel wat vragen gesteld. En antwoorden mogen we als lezers immers ook zelf zoeken. Daar is dit boek een aansprekende stimulans voor.
Het boek is naar mijn indruk kennisname dan ook alleen al waard om de bijzondere afbeeldingen en de ingehouden en toch zeer treffende commentaren. Verder is het heel mooi uitgegeven en door diverse bijdragen van liefhebbers en vrienden – achterin genoemd – bovendien erg goedkoop. Een boek dat – ook qua inhoud – in het teken van doorleefde vriendschap staat! Ook erg geschikt als cadeau.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.