BK-Books.eu » Besprekingen » Sneeuw

Bespreking van...

Orhan Pamuk, Sneeuw: Roman: Uit het Turks vertaald door Margreet Dorleijn & Hanneke van der Heijden, Amsterdam/Antwerpen (De Arbeiderspers) 2004-3e druk, 471pp.

Sneeuw is een meesterwerk. Een Turkse dichter die over is uit Duitsland bezoekt op verzoek ‘toevallig’ – hij heeft een journalistieke opdracht aangenomen maar is ook verliefd op een daar wonende vrouw – de plaats Kars in Oost-Turkije en beleeft daar in de context van een winterse sneeuw-aanval een plaatselijke ‘staatsgreep’. In deze meesterlijk gecomponeerde en vertelde roman die je ademloos in het lezen of beter: in het gebeuren meeneemt, komen niet alleen een eindeloze hoeveelheid menselijke, maatschappelijke, culturele en politieke thema’s aan de orde maar ook een beschrijving van het leven in de vele gebieden en plaatsen waar Turken wonen, en de tegenstellingen die zich daarbij voordoen. Pamuk heeft daar echter een universeel gebeuren van gemaakt dat direct toepasbaar lijkt op andere plaatsen en tijden, zo dicht zitten de personen en hun dubbele agenda’s, hun karakters, en hun gedragingen de lezer op de huid. Van de rol van poëzie en letterkunde in de samenleving tot die van het hoofddoekje. En veel veel meer. Aan het eind moet de verteller dan ook huilen. Hij heeft zijn hart achtergelaten – of neergelegd in deze roman?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.