BK-Books.eu » Besprekingen » Rozenkruisers toen en nu

Bespreking van...

K. Dietzfelbinger (red.), Rozenkruisers toen en nu, Haarlem (Rozekruis Pers) 1998, 157pp.

Zie de opmerking vooraf.
Heldere inleiding in de beweegredenen en opvattingen van de traditionele en moderne Rozenkruisers. Vooral de hoofdstukken 6 en 7 gaven mij een aanvullende indruk van wat de Rozenkruisers bezielt en wat ze onder elkaar uitwisselen, van hun atmosfeer. Ook in de latere en eerdere hoofdstukken is veel wetenswaardigs te vinden. Over de gesloten werkzaamheden van de moderne Rozenkruisers is hier uiteraard weinig of niets te vinden, behalve tussen de regels door! (Voor de gesloten werkzaamheden lijken mij – dit is slechts een vermoeden! – de eerdere uitgaven van de Rozekruis Pers, met name de werken van J. van Rijckenborg en Catharose de Petri, kenmerkender, maar naar mijn indruk zijn deze dan ook veel meer gericht op de eigen kring van leerlingen die het pad gaan, en op de moeiten daarvan en het uitzicht daarbij.)

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.