BK-Books.eu » Besprekingen » Return to the One

Bespreking van...

Brian Hines, Return to the One: Plotinos’s Guide to God-Realization: A Modern Exposition of an Ancient Classic, the Enneads,[ with Suggestions for Further Reading, Notes, Bibliography, Index,] Bloomington (Unlimited Publishing) 2004, 392pp.
Plotinos: Enneaden / Porphyrius: Het leven van Plotinos, Vertaald en ingeleid door dr. Rein Ferwerda, Budel (Damon) 2005, 942pp.

[Voor de Nederlandse bespreking van beide boeken zie onder. Nu volgt eerst de Engelse bespreking van het boek van Hines.]

Plotinos (Latin: Plotinus) is not well known to the general public, much less than Plato in whose tradition he stands. Nevertheless Plotinos is well known in smaller circles on behalf of his enormous influence on Western mysticism, and not less as a very original philosopher. However his writings are not read very often outside the small circle of lovers. And this is understandable because what is left of them, is mostly restricted to an – although extensive – collection of loose and often smaller tractates, after adaptation bundled by his pupil Porphyrius. Due to Plotinos’ influence on christian mysticism and on philosophy in its stricter sense many introductions to his work are written from those viewpoints, and so are rather christian-theological or more strictly philosophical. Too soon forgotten then is Plotinos’ objective of a view of life that is to be lived, and this as well without reference to christian theology and without the modern opposition of philosophy and practice. Perhaps it might even be said that in so far the tradition of the hellenistic mystery schools was integrated or still got some place within the christian West, this mainly took place through Plotinos and the neoplatonism inspired by him.
Ofcourse it is possible to look at Plotinos in the ways described, and this even has become the norm for a long time in the past. But historically and practically it is possible to read the original Plotinos in a way which does not take those interpretations as the norm. A way which is other and at least as original. This is my opinion after reading Brian Hines book. However what I am not capable to do, is tracing exactly the accordance of his interpretation with Plotinos texts or rather with the system entailed and described in those. Nevertheless I have no argument at all to suppose that Hines’ interpretation is not relevant or not correct. He uses the best known sources and resources (including important secondary literature), the same as are used by other scholars. Fascinating is that Hines’ interpretation delivers a view in much more accordance with the old interpretation of philosophy as part of a spiritual school of life, such as were a reality in the Classic Age. As well as with the way of psychological development which we also meet in Indian philosophies. Plotinos is a very psychological philosopher.

In the first part of his book Hines gives a number of points to be attentive to in reading and interpreting Plotinos and his texts, as well as a justification of his method.
Then he summarizes the system of Plotinos in the form of chapters about aspects of his philosophy, selected and composed according to the way indicated in the system itself. First the aspects of the One and the Many, next the aspects of the way the soul goes from its descent from the One to the Many and its ascent from the Many back into the One. In this way the at first sight rather strange because rather technical philosophy of Plotinos becomes astonishingly “concrete” and actual, psychologically and spiritually profound. I recall the titles of a number of those chapters: God is the Goal, One is Overall, First is Formless, Infinity is Ineffable, Reality is a Radiation, Universe is a Unity, All is Alive, Truth is Transparent, Form is Foundation, Intelligence is Intuitive, Psyche is a Pilgrim, Descent is Debasement, Choice is Compulsion, Reason is Restricted, Image is Illusion, Suffering is Separation, Soul is the Self, Without is Within, Simplicity is Superior, Fear is a Fiction, Vision is Veracity. Very rich in content, these chapters are built around much cited and central statements and sentences from the works of Plotinos and present a clear interpretation of them in modern language within the context of modern ideas. Not just that many insights from philosophy and psychology are presented in passing but one now also sees how profound Plotinos’ views are in comparison with these. And this in a way understandable to not only christians or professional philosophers but to everyone with interest in and some knowledge of modern (religious or spiritual) psychology and modern thinking about it.
Hines concludes his book with some chapters in which he elucidates some more general topics and problems, such as how to interpret the philosophy of Plotinos taken as a whole, how to interpret the relation between this neoplatonism and christianity, what might be the heritage of Plato and Plotinos and what might be the messages for us entailed in all this. That is to say for our search to find truth and regarding what we might or should be willing to invest to reach that goal.
His book ends with well described suggestions for further reading and / or study, and it comprises a good index.
Altogether this is a very valuable introduction into the original philosophy of Plotinos. Not difficult to read, nor does it reduce to meaninglessness the sometimes profound or complex questions that can be posed. On the contrary, this book is often elucidating and inspiring. Very much recommended.

De belangrijkste redenen om me in Plotinos te verdiepen waren (1) dat hij in een traditie staat van mystieke filosofie – om het voorlopig even heel breed te houden -, (2) dat hij als een belangrijk navolger van Plato beschouwd wordt mag ook niet onvermeld blijven al zullen sommigen zijn filosofie als een mystieke verwatering van Plato’s meer gevarieerde en literair duidelijk beter geformuleerde vraagstellingen beschouwen, en (3) vooral dat hij niet alleen in het Westen veel invloed heeft gehad op de christelijke theologie en mystiek (en filosofie, ook de niet-christelijke) maar ook op de islamitische mystiek en filosofie, en (4) ten slotte maar niet het minst belangrijk dat er in zijn denken een aantal elementen aanwezig zijn die goed passen bij elementen uit het Indiase denken van het boeddhisme en de (Advaita) Vedanta. Plotinos meende namelijk dat wij met ons verstand ons kunnen richten op het ene dat de grond van alles is, en dat dus ook in ons aanwezig is. Dat ene gaat aan ons verstand vooraf, waarom het opgaan in het ene dus uiteindelijk ook een relativering van ons verstand inhoudt. Als je dat opvat als een relativering van het in onderscheidingen denkende, van het afgrenzende denken, het discrimineren en met discriminaties logische stappen zetten, dan lijkt dat inderdaad op de visie op de menselijke geest in het genoemde Indiase en later algemener Aziatische denken (uit genoemde scholen en hun latere tradities) dat vergelijkbare visies er op na houdt over Brahman en Atman, over Leegte en Werkelijkheid, en over de betrokkenheid van het menselijk bewustzijn in zijn diverse aspecten daarop.

Plotinos (Latijn: Plotinus) is bij het grote publiek niet heel erg bekend, veel minder dan Plato in wiens traditie hij staat. Toch is Plotinos in kleinere kring bekend om zijn grote invloed op de Westerse mystiek, en niet minder als origineel filosoof. Zijn geschriften worden echter weinig gelezen buiten de kleine kring van liefhebbers en dat is begrijpelijk, want wat er over is, beperkt zich voornamelijk tot een overigens omvangrijke verzameling losse traktaatjes en traktaten, die na bewerking gebundeld zijn door zijn leerling Porphyrius. Behalve de complete vertaling daarvan in het Nederlands door Rein Ferwerda – voor meer daarover zie onder – is er weinig direct toegankelijke lectuur die als inleiding kan dienen.Vanwege Plotinos’ invloed op de christelijke mystiek en op de filosofie zelf is die lectuur ook in andere talen meestal vanuit die optiek geschreven, dus of nogal christelijk-theologisch of sterk filosofisch in engere zin. Dat het bij Plotinos om levensbeschouwing gaat die geleefd kan en moet worden, zonder christelijke theologie en zonder de moderne tegenstelling tussen filosofie en praktijk, wordt dan al gauw naar de achtergrond verdrongen of helemaal vergeten. Misschien kan zelfs gezegd worden dat in zoverre de traditie van de hellenistische mysteriescholen in het christelijke Westen werd geïntegreerd of nog een zekere plaats kreeg, dat voornamelijk via Plotinos en het door hem geïnspireerde neoplatonisme gebeurde. Zie ook mijn bespreking van de Aansporing tot filosofie van Iamblichos, de andere beroemde leerling van Plotinos naast Porphyrius.

Nu is het best mogelijk om op de genoemde manieren naar Plotinos te kijken, en dat is zelfs de norm geworden. Maar historisch en praktisch gesproken is het mogelijk de originele Plotinos te lezen op een manier die van die latere interpretaties geen norm maakt. En die toch anders is en minstens zo origineel. Dat is mijn mening na het bekijken van het boek van Brian Hines. Wat ik niet kan, is precies nagaan of diens interpretatie klopt met de teksten van Plotinos of liever met zijn daarin genoemde systeem. Wel heb ik geen enkele reden om aan te nemen dat Hines niet een relevante interpretatie geeft. Hij gebruikt de best bekende bronnen en hulpmiddelen (waaronder secundaire literatuur), dezelfde die ook andere geleerden gebruiken. Het boeiende is dat die interpretatie van Hines een visie oplevert die beter past bij de oude opvatting van de filosofie als onderdeel van een spirituele leerschool, zoals die in de oudheid voorkwamen. En tevens van de psychologische ontwikkelingsweg die we ook in Indiase filosofieën (zie onder) tegenkomen.
Hines geeft vooraf een aantal punten om op te letten bij het lezen en interpreteren van Plotinos en zijn teksten, alsmede een verantwoording van zijn werkwijze.
Vervolgens vat hij het hele systeem van Plotinos samen in de vorm van hoofdstukken over aspecten van diens filosofie, gekozen en geordend volgens de weg die in het systeem zelf is aangegeven: allereerst de aspecten van het/de Ene en van het/de Vele(n), en vervolgens de aspecten van de weg die de ziel aflegt bij haar afdaling uit het/de Ene naar het/de Vele(n) en haar opstijging uit het/de Vele(n) terug naar het/de Ene. Zo opgezet blijkt de op het eerste gezicht nogal vreemde want technische filosofie van Plotinos verbazend concreet en actueel, psychologisch en spiritueel diepgaand. Ik noem enkele titels van dergelijke hoofdstukjes: God is the Goal, One is Overall, First is Formless, Infinity is Ineffable, Reality is a Radiation, Universe is a Unity, All is Alive, Truth is Transparent, Form is Foundation, Intelligence is Intuitive, Psyche is a Pilgrim, Descent is Debasement, Choice is Compulsion, Reason is Restricted, Image is Illusion, Suffering is Separation, Soul is the Self, Without is Within, Simplicity is Superior, Fear is a Fiction, Vision is Veracity. Deze hoofdstukjes zijn opgebouwd rondom veelgeciteerde en centrale uitspraken uit het werk van Plotinos, en geven daar een duidelijke uitleg van in moderne en heldere taal. Je komt er niet alleen veel bekende interessante inzichten tegen uit de filosofie en de psychologie maar ziet nu ook hoe bijzonder en hoe diepgaand de visie van Plotinos is in vergelijking daarmee. En dit alles dus in een vorm die niet alleen voor christenen of vakfilosofen begrijpelijk is maar voor iedereen met interesse in en enige kennis van moderne (religieuze of spirituele) psychologie en van modern denken daarover.

Hines besluit zijn boek met enkele hoofdstukken waarin hij wat meer algemene vraagstukken verduidelijkt en bespreekt, zoals hoe je de filosofie van Plotinos nu samenvattend kunt interpreteren, hoe je de verhouding tussen dit neoplatonisme en het christendom kunt zien, wat de erfenis van Plato en Plotinos is en waar dit alles ons op zou kunnen wijzen. Te weten op onze zoektocht om de waarheid te vinden en betreffende wat we daarvoor over zouden kunnen of moeten hebben.
Zijn boek sluit af met welomschreven suggesties voor verdere studie of leeswerk, en bevat een goed register.
Al met al een uiterst waardevol inleidend boek over de originele filosofie van Plotinos, een boek dat het verdient in het Nederlands vertaald te worden. Het is niet moeilijk geschreven, wat op zich al een grote verdienste is, zonder dat het de soms indringende of soms complexe vragen die gesteld moeten worden reduceert tot nietszeggendheden. Het is integendeel zeer aansprekend. Uitermate aanbevolen dus.

Dan nu aandacht voor de vertaling van de Enneaden door Rein Ferwerda, met inleiding. Voor wie zich wil verdiepen in de wijsheid en de denkbeelden van Plotinos, heb ik een aantal verdere verwijzingen opgezocht waar zij of hij veel aan kan hebben. Om te beginnen is er de inleiding van Ferwerda in zijn vertaling van de Enneaden. Daaruit kun je onder andere het volgende leren.
Zoals bij vrijwel alle filosofen, is er immers een nauwe samenhang tussen wat zij zeiden en schreven en hoe zij leefden, nog concreter, hoe zij lesgaven dan wel hoe zij met anderen communiceerden. Hoe zij lesgaven, hoe zij met gasten ontvingen die hen wilden spreken, hoe zij in het publiek optraden en hoe privé. Enzovoort. Dat is zeker voor filosofen die nadachten over het leven in het algemeen belangrijk, omdat je zo immers kunt zien en ervaren hoe zij hun denkbeelden vormden dan wel hoe zij er in hun eigen leven vorm aan gaven.
Ferwerda vertelt dat het lezen van Plotinos niet gemakkelijk is, omdat het gaat om losse teksten die nooit herzien zijn (Plotinos zag slecht). Toch hield hij er een duidelijk eigen wereldbeeld op na, met een heel systeem van aspecten die zich tot elkaar verhouden. Je doet er het best aan het hele systeem net zo goed op de achtergrond in gedachten te hebben als de concrete draad die Plotinos aan het spinnen is.
Iets anders dat je je goed moet realiseren, is dat Plotinos vaak blijk geeft van twijfels. Hij schaamt zich niet om een eenmaal gevonden redenering-met-conclusie waar hij rationeel helemaal achter kan staan, emotioneel toch te betwijfelen. Is het wel precies zo als hij nu heeft opgeschreven? En er kunnen wellicht nog meer redenen zijn om te twijfelen, zodat zijn teksten eigenlijk in werkelijkheid open zijn. Je moet er niet alleen het systeem in zoeken dat er zeker wel in zit, als vooral toch datgene wat Plotinos beoogde te zoeken, al filosoferend.
Ferwerda merkt op dat velen die Plotinos’ teksten lezen, er alleen dat in lezen wat met hun eigen voorstellingen overeenkomt. Dat is begrijpelijk maar ook een grote valkuil. Want wat past nu het best bij wat Plotinos zelf zocht en meende? En dat zit dus niet altijd in de losse beweringen die hier en daar te vinden zijn. Je moet steeds dieper in Plotinos thuis raken, door steeds beter zijn teksten aan te voelen – hij schreef een merkwaardig apart soort Grieks, had een eigen taal- en woordgebruik – en door steeds beter te voelen wat hij echt bedoelde. De oppervlakkige gelijkenissen met sommige woorden en denkbeelden uit stromingen voor hem moeten dus grondig nagegaan worden. En gelijkenissen met Oosterse denkbeelden – die steeds opnieuw de aandacht vragen – en al helemaal gelijkenissen met denkbeelden uit de Westerse filosofiegeschiedenis na hem moeten zorgvuldig getest worden op wat er naar de letter en naar de geest zou kunnen kloppen. Velen na hem meenden dat zij hem navolgden maar was dat zo?
Na de uitvoerige inleiding van Ferwerda (met veel verwijzingen naar secundaire literatuur in de noten) en de door Ferwerda vertaalde inleiding van Porphyrius op leven en werken van zijn leermeester Plotinos (voor Porphyrius zie ook in de bespreking van de Nederlandse vertaling van de Aansporing tot filosofie van Plotinos’ andere grote leerling Iamblichos) komt dan de vertaling van Ferwerda van Plotinos’ hoofdwerk, naar mijn ervaring steeds interessant om te vergelijken met andere vertalingen, zodat je je zelf een beeld kunt vormen van wat er bedoeld zou kunnen zijn. Soms kies je daarbij voor de interpretatie van Ferwerda, soms niet, maar dat geeft niet als je maar het gevoel hebt dat jouw keuze past bij de originele tekst waar alle vertalingen zich op baseren, en bij de opvattingen van Plotinos zoals hij die elders naar voren brengt. Dan kom je uiteraard in een gebied waarin de eigen opvattingen van de vertalers een rol zouden hebben kunnen spelen, maar waar je ook zelf een opvatting mag hebben over wat werkelijk door Plotinos bedoeld is, en wat jij er vervolgens zelf van vindt (overigens niet altijd dezelfde zaken!).
Ferwerda geeft verder een goed overzicht van de belangrijkste literatuur voor verdere studie, vooral de wetenschappelijke. Tevens een woordenlijst, en een namenregister. Engels en Nederlands lezenden zullen met de boeken van Ferwerda en Hines een heel eind op weg komen met de zelfstudie van Plotinos (zie ook de al genoemde bespreking van Iamblichos’ Aansporing tot de filosofie.
Het is uiteraard van belang te zien dat Plotinos leefde in een tijd dat het christendom sterk in opkomst was maar haar gnostische vleugel nog niet definitief had uitgeroeid. Hoe de verhoudingen tot deze vleugel lagen, ook bij Plotinos’ leerlingen, is voorwerp van nieuw onderzoek nu er zoveel nieuwe gegevens over bekend geworden zijn. Voor de relatie tussen Plotinos en de gnostici noem ik graag extra het boek van Th.G. Sinnige, Six Lectures on Plotinus and gnosticism, Dordrecht (Kluwer Acad. Publishers) 1999, 112pp.. Tegelijk is ook boeiend hoe precies allerlei van oorsprong niet-christelijke stromingen – van de klassieke Griekse filosofische tot Egyptische en vele andere godsdienstige invloeden, teveel om hier op te noemen – in meerdere of mindere mate onderdeel van het christendom zijn geworden of op een of andere manier, misschien ondergronds of via omwegen zoals de alchemie en het hermetisme, toch zijn blijven voortleven. Soms onder de aegis van de christelijke (mystieke) theologie maar soms wellicht ook met behoud van een zekere eigenheid in grote lijnen of in details.
Zonder ook maar enige pretentie dat het de beste of meest representatieve (vertalingen van) werken zijn – zij gaan deels uit van de verwantschap met of latere vormgeving binnen de christelijke traditie – noem ik los daarvan nog twee Engelse uitgaven en een Nederlandse van en over teksten die (minder of meer) in de traditie van Plotinos staand invloedrijk waren in de (vooral christelijke) Middeleeuwen: Boethius, The Consolation of Philosophy, Translated with an Introduction by V.E. Watts, Harmondsworth (Penguin) 1969, 188pp. (een goede inleiding is ook het artikel over Boethius in The Encyclopedia of Philosophy (1e druk), 328-330 over de invloeden op en de enorme invloed van dit genie op de Middeleeuwen; hij was meer dan alleen neoplatonist); Dionysius the Areopagite, The Divine Names and The Mystical Theology, Translated by C.E. Rolt,[ with extensive Introduction,] london (SPCK) 1977-8e druk (1940; 1920), 223pp.; Pseudo-Dionysius de Areopagiet, Over mystieke theologie: Vertaling en essay Ben Schomakers, Kok Agora (Kampen) 1990, 192pp. (dit laatste boek is vooral commentaar en interpretatie, de vertaling is maar een beperkt deel).

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.