BK-Books.eu » Besprekingen » PREPARING FOR SOMETHING THAT NEVER HAPPENS: THE MEANS/END PROBLEM IN MODERN CULTURE

Bespreking van...

David R. Loy, PREPARING FOR SOMETHING THAT NEVER HAPPENS: THE MEANS/END PROBLEM IN MODERN CULTURE, in: International Studies in Philosophy, Vol. 26 Nr 4, pp. 47-67 [Het volledige artikel is op Internet te vinden: http://sino-sv3.sino.uni-heidelberg.de/FULLTEXT/JR-ENG/loy5.htm . De daar ontbrekende noten 35-41 vindt u hieronder op de pagina die u nu leest.]

In dit zeer rijke artikel met verwijzingen naar en inzichtelijke en rendabele verwerking van uiterst relevante bronnen laat Loy zien hoe actueel de cultuurfilosofie van Max Weber nog steeds is. De – objectiverende – doelrationaliteit heeft het in onze samenleving gewonnen van de inbedding in het grotere geheel. Deze overwinning is gepaard gegaan met een – subjectiverende – verinnerlijking om toch nog een zekere vrijheid over te houden voor het subject, wat een krampachtigheid heeft meegebracht op het gebied van de ethiek, de kunst en de erotiek. Aan de hand van het werk van Georg Simmel (‘Die Philosophie des Geldes’) laat Loy zien dat deze ontwikkeling zich ook verder op het vlak van de culturele symbolen heeft voorgedaan: het geld is de moderne God, kort gezegd. In alle opzichten hebben middelen de rol van doelen op zich genomen en is de dagelijkse leefwereld buitenshuis een ding-wereld geworden die weinig charme meer heeft, laat staan inspirerende kanten. Zelfs ons bewustzijn is verinnerlijkt en wel voorwerp van een industrie geworden. Loy vergelijkt dit met de boeddhistische uitleg van het niet tevreden kunnen zijn met het bestaan, de ervaring van duhkha. En stelt er het boeddhistische alternatief naast van het opgeven van de neiging van het zelf om zichzelf te funderen in een objectieve zekerheid, welke dan ook. In plaats van deze op vrees gebaseerde zichzelf afsluitende ernst verwijst hij onder meer naar het leven als spel, dat principieel open is, zonder dat verantwoordelijkheid of gebruik van middelen uitgesloten worden – ze worden alleen niet verabsoluteerd. Hierbij verwijst hij onder andere naar Nagarjuna’s uiterst vruchtbare uitleg van het boeddhisme.

Omdat bij het internetartikel de noten 35-41 zijn weggevallen, treft u ze hier aan:
35 For more on this, see “The Nonduality of Life and Death: A Buddhist View of Repression” Philosophy East and West 40 no. 2 (April 1990), and “Trying to Become Real: A Buddhist Critique of Some Secular Heresies” International Philosophical Quarterly, vol. 32 no. 4, December 1992.
36 Simmel notes that “the whole structure of means is one of causal connection viewed from the front” (The Philosophy of Money, 431).
37 Friedrich Nietzsche,The Will to Power, tran. Walter Kaufmann and R. J. Hollingdale (New York: Random House, 1968), no. 478, p. 265. See also no. 666, p. 352.
38 The aporias of causality are well known in Western philosophy, mainly due to Hume’s critique. Nagarjuna’s version points to the contradiction necessary for a cause-and-effect relationship: the effect can be neither the same as the cause nor different from it. If the effect is the same as the cause, nothing has been caused; if it is different, then any cause should be able to cause any effect. (Mulamadhyamikakarika X:19, 22) Weber too abandoned the one-dimensional causal model, ordered from the foundation upward (e.g., Marxist materialism) in favor of what may be understood as a network model of causality. (For more on this, see Fleeing the Iron Cage, 48-9, and my Nonduality: A Study in Comparative Philosophy (Yale University Press, 1988), chapter six.)
39 This is discussed in the articles mentioned in fn. 35.
40 James P. Carse, Finite and Infinite Games (New York: Free Press, 1986), 15.
41 Friedrich Nietzsche, The Wanderer and His Shadow, no. 204, in Human, All Too Human, tran. R. J. Hollingdale (Cambridge University Press, 1986), p. 360.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.