BK-Books.eu » Besprekingen » Pentagram: Speciale editie ter gelegenheid van de expositie ‘De Roep van het Rozenkruis: Vier eeuwen levende traditie

Bespreking van...

Pentagram: Speciale editie ter gelegenheid van de expositie ‘De Roep van het Rozenkruis: Vier eeuwen levende traditie: 11 december 1998 – 19 februari 1999 in de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag’, Lectorium Rosicrucianum, Haarlem (Rozekruis Pers) December 1998, 48 pp.

Goed geschreven artikelen met de actuele denkbeelden van de Internationale School van het Gouden Rozenkruis, die een brug wil zijn met de goddelijke wereld voor allen die deze zoeken, en daarbij de soms op het eerste gezicht onbegrijpelijke maar diepgaand inzicht bevattende tradities gebruiken van scholen die hen voorgingen als de gnostiek en de hermetica, die ik als grote schatten beschouw. Soms spreken deze denkbeelden mij buitengewoon aan, speciaal waar zij appelleren aan het diepe heimwee naar het ‘verloren land’ waar we vandaan komen en waar alles nog helemaal goed was. Of waar zij laten zien dat alle tweedelingen waarin ons verstand de werkelijkheid opdeelt, niet dezelfde draagkracht hebben als de diepste eenheid die ons fundament is. Naast kennis van de genoemde grote schatten is ook de kennis van en het omgaan met innerlijke veranderingsprocessen – de kennis van de menselijke psyche in al haar diepgang – in deze school buitengewoon goed ontwikkeld, is mijn indruk. Hoe dat is met betrekking tot meer uiterlijke veranderingsprocessen weet ik niet goed, ik kan het niet uit deze teksten afleiden, maar in de traditie van deze scholen is altijd grote aandacht geweest voor geneeskunde en voor het evenwicht in de maatschappij en in allerlei natuurkundige en kosmische processen. Er is ongetwijfeld een spanning tussen het innerlijke en het uiterlijke in de zin dat het laatste het eerste dient uit te drukken en niet te overheersen; maar waar komt dat in de praktijk op neer?

Soms is de taal mij te eigenaardig, waardoor mij niet duidelijk wordt wat nu precies gezegd wordt. Vaak heb ik de indruk dat een ingewikkelde leer wordt overgedragen terwijl het toch in de eerste plaats om een afstemming van onze geest gaat op een andere werkelijkheid, namelijk de meest fundamentele. De onduidelijkheid wint het dan van het appél. Het gaat hier om teksten voor een algemeen publiek, en zelfs dan valt de eigen aard sterk op. De vraag is dus waar die eigen aard voor staat? Misschien heeft het – dat denk ik zelf – te maken met de kwaliteiten die in deze school goed ontwikkeld zijn, en die hierdoor verwoord worden? Of heeft het te maken met het feit dat velen deze tradities niet zullen kunnen begrijpen omdat ze nog niet toe zijn aan een diepgaande transformatie of aan het dragen van een complex en subtiel inzicht? Een feit is dat deze tradities en hun kennis door de moderne wetenschap lange tijd zijn afgewezen, hoezeer ook – maar dit is een gecompliceerde zaak die niet in kort bestek samen te vatten valt – binnen deze tradities gestreefd is naar een brug of sterker naar een integratie met de moderne wetenschap.
Als het om duidelijkheid gaat geldt mijns inziens niettemin: wat (nog) niet gezegd kan worden hoeft mijns inziens niet gezegd te worden. En wat (op een bepaald moment in een bepaalde context) wel gezegd kan worden kan duidelijk gezegd worden, lijkt me, tenzij de strategie een gevarieerder lezerspubliek veronderstelt dan een vaag ‘algemeen’ publiek, en eigenlijk alleen op een variëteit aan potentiële individuele lezers mikt. Toch ben ik onder de indruk: er schuilt een zekere bewogenheid, zeggingskracht en aantrekkingskracht in deze teksten. En zeker ook veel kennis van de geestelijke stromingen uit onze geschiedenis en van de geestelijke kwaliteiten van onze eigen tijd. En zij zijn beslist boeiend geschreven, zeker voor een traditie die bekend staat om haar op het eerste gezicht vaak eigenaardige taal.
Er is ter gelegenheid van dezelfde tentoonstelling die de aanleiding voor deze publicatie vormde, een prachtig historisch overzicht van de Rozenkruisers-geschiedenis verschenen: De roep van het Rozenkruis, een informatief, helder, beknopt en in sommige opzichten inspirerend boekje.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.