BK-Books.eu » Besprekingen » Our Appointment with Life

Bespreking van...

Thich Nhat Hanh, Our Appointment with Life: Discourse on Living Happily in the Present Moment, Translation and Commentary on The Sutra on Knowing the Better Way to Live Alone, Berkeley CA (Parallax Press) 1990, 54pp.

[Zie de opmerkingen vooraf bij deze collectieve bespreking.]
Dit kleine werkje over het Bhaddekaratta-soetra completeert de drie basiscommentaren van de hand van de auteur op drie basissoetra’s die samen vanuit verschillende invalshoeken theorie en praktijk van de aandachtsoefening weergeven die de kern van het boeddhisme vormt. Ook dit boekje is een schoolvoorbeeld van de zorgvuldige en betrouwbare werkwijze van de auteur. Hij heeft de belangrijkste basisteksten verzameld en bestudeerd, met varianten en al, en licht een en ander toe met een frisheid waardoor we de kern van de zaken weer gaan zien. En dat laatste dan niet alleen zo dat het stof van de oude teksten geblazen wordt en we ze weer als nieuw lezen maar ook dat we zien wat de betekenis voor ons in deze tijd en in onze omstandigheden ervan kan zijn. Dit commentaar verdient het net als de andere twee in het Nederlands vertaald en uitgegeven te worden.
In de twee andere commentaren worden de thema’s behandeld met als invalshoek de bewuste ademhaling respectievelijk de vier velden van aandacht waarop we de aandacht in de meditatieoefeningen kunnen richten. Zoals de titel al aangeeft, is de invalshoek in dit boekje het leven in dit moment, in het heden dus. De basis daarvoor is het soetra dat ‘het kennen van de betere weg om alleen te leven’ omschrijft.
Het basis verhaal is dit. Er leefde een monnik die alles alleen deed: mediteren, bedelen, alles. Dit bevreemdt de andere monniken in zijn woonplaats en zij vragen de Boeddha om diens commentaar. Nadat de Boeddha hen gevraagd heeft de monnik naar hem toe te laten komen leert hij allen: “I want to tell you that there is a wonderul way to be alone. It is the way of deep observation to see that the past no longer exists and the future has not yet come, and to dwell at ease in the present moment, free from desire. … This is called ‘the better way to live alone’. There is no more wonderful way of being alone than this.”
Het uitgangspunt is het alles alleen doen van de betreffende monnik. En dit alleen doen nu krijgt in de mond van de Boeddha een uitleg die de betekenis van het ‘alleen leven’ pregnant verduidelijkt! In een andere versie van het verhaal gebruikt de Boeddha de volgende woorden:
“Do not pursue the past.
Do not lose yourself into the future.
The past no longer is.
The future has yet to come.
Looking deeply at life as it is
In the very here and now,
The practitioner dwells
In stability and freedom.
We must be diligent today.
To wait until tomorrow is too late.
Death comes unexpectedly.
How can we bargain with it?
The sage calls a person who knows
How to dwell in mindfulness
Night and day
“one who knows
the better way to live alone.”
In zijn uitleg van de teksten laat Thich Nhat Hanh zien dat ‘de betere manier om alleen te leven’ niet betekent dat men de gemeenschap, de maatschappij ontvlucht. Het gaat volgens de betere uitleg juist om leven in aandacht, en dat kan heel goed temidden van anderen. Sterker, in elke gemeenschap leven personen die zo zeer leven in aandacht dat zij zonder te spreken een belangrijke rol spelen – gewoon alleen al door hun aanwezigheid.
Deze aandacht houdt in dat men bevrijd is van gehechtheden. Zij leidt er ook toe dat we in werkelijk, diep contact zijn met onze omgeving, met de mensen en met de andere levende wezens en de dingen. Dit in tegenstelling tot de situatie waarin we niet lekker in ons vel zitten. Dan kunnen we beter eerst weer in contact met onszelf komen en ons uit het leven terugtrekken om daarna weer vol aandacht in te gaan op de wereld, in en buiten ons. Deze aandacht leert ons dat juist ook de details van wat we niet waarderen, wat ons niet aanstaat, een kern bevatten waar we van kunnen leren en die verandering ten goede kan inleiden of er de basis van vormen.
Aan het verleden zitten we vast als we het niet achter ons laten. Niet dat we er niet aan mogen denken of er van leren, integendeel. Het gaat er om dat we dat vanuit het heden doen en dat we ons niet laten overheersen door onze wijze van verwerking van het verleden, door middel van de voorstellingen die we ervan overgehouden hebben en de lading die we daaraan geven en die we koesteren. Het verleden en de toekomst – hoe veel meer omvattend wellicht ook dan wij ons bewust zijn – bestaan (voor ons – en voor alle anderen in verleden en toekomst geldt dat mutatis mutandis ook) alleen in en via de voorstellingen die we er hier en nu zelf van koesteren, dat kan niet anders, nooit niet! Sterker: “Only the present moment is real”. En er ons door laten overvallen kan en hoeft niet als we stevig in het heden geworteld zijn – en dat kan altijd, want die verworteling is de basis van ons leven. Ons diepste leven is altijd hier en nu. Samengevat: datgene wat ons aan het verleden bindt, zijn onze eigen mentale constructies waarvan ‘onwetendheid’ de meest fundamentele is, de kern van alle andere. En ze worden wel samengevat onder de naam ‘verlangen’ of ‘begeerte’ want dat is meestal de eerstgenoemde van de reeks. Gevangen blijven door het verleden betekent niet volledig present kunnen zijn in het heden! Daarom is het nodig onze mentale constructies te transformeren. Anders gezegd: door het heden te veranderen veranderen we ook ons verleden!
Wanneer we ons in laten palmen door onze beelden van de toekomst kan dat angst of dromerijen opleveren. We verliezen onszelf en ons bewust in het heden staan dan aan een toekomst die er nog niet is. Maar “All the Awakened Ones of the past have come to Awakening in the present moment. All the Awakened Ones of the present and the future will realize the fruit of Awakening in the present also.” Het is wel goed om aan de toekomst te denken en goed beleid te maken, maar de beste basis voor de toekomst ie die welke we nu leggen, en dat niet zonder stevig geworteld en gevestigd te zijn in het nu. Dat is onze enige verantwoordelijkheid. Als we het heden transformeren, transformeren we ook het verleden en de toekomst.
Wat het verleden betreft, speelt berouw hier een rol in. Berouw en boetedoening mogen ons niet gevangen nemen. Als we verkeerd gedaan hebben door onze mentale instelling, dan kunnen we dat ook transformeren door onze mentale instelling. Dan verdwijnt de schuld en wordt ons hart licht als een wolk; en we worden een bron van vreugde voor onszelf en anderen. Wat de toekomst betreft kan onze slaap een voorbeeld zijn. Wanneer we onze slaap laten wegnemen door onze bezorgdheid dan verliezen we het heden aan de toekomst en daarmee ook het fundament van die toekomst. Maar als we tot onszelf komen en ons over de kans op slaap verheugen, zullen we goed slapen en die basis wel leggen. Zo kunnen we omgaan met de giften van onze geest en de vergiftigingen van ons milieu. Door ze onder ogen te zien en ze te transformeren vanuit stevig in het heden staan, scheppen we geluk.
“Our appointment with life is in the present moment. The place of the appointment is right here, in this very place.” Alle lijnen van tijd en ruimte en welke dimensie dan ook, zijn minstens via het hier en nu met elkaar verbonden. Dat houdt in dat onze aandacht bij de dingen moet zijn die we doen. En wel zonder een gevoel van nog moeten aankomen. “We should not miss the appointment.” Ons ademen helpt ons direct bij onszelf komen, en in dit moment de eenheid van geest en lichaam te ervaren. Zonder ons helemaal mee te laten slepen door wat er nu gebeurt. Wel dringen we diep in de werkelijkheid van dit moment door, en ontdekken de vergankelijkheid en zelfloosheid van alles. Dit neemt onze vreugde niet weg maar bevordert wel onze gezondheid, ons evenwicht en onze vrijheid. Als we niet diep hierin doordringen, is dat de bron voor lijden. Wel doordringen is de bron van vreugde. We ontwikkelen dan ook begrip voor het lijden van onszelf en anderen, en beginnen te helpen waar we kunnen.
We zijn dan zonder vrees voor de dood, en zien dat er niets eeuwigs is dat we “ik” of “zelf” kunnen noemen. We hebben geboorte en dood overwonnen omdat we hun grenzen zien: er is niets anders. Dat impliceert de bevrijding ervan: zij zijn niets blijvends.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.