BK-Books.eu » Besprekingen » Opmerking vooraf

Bespreking van...

Opmerking vooraf

Opmerking vooraf bij de hierna volgende vermeldingen (van de auteurs Van Rijckenborg tot en met Huijs) betreffende Rozenkruisers, mysteriescholen en theosofie.
De aard van het onderwerp maakt het per definitie delicaat om erover te schrijven. Dit onderwerp is: de geestelijke (en vervolgens materi?le) wedergeboorte van de mens en de kosmos, en de zelfopoffering die daarbij zichtbaar wordt. Het achteraf of vooraf in woorden pogen aan te duiden hiervan is delicaat omdat de verandering ook het gebruik van de taal betreft en de verandering nooit geheel in woorden te vangen is. Het schrijven of spreken over de verandering heeft vanuit het standpunt van de reeds verwerkelijkte of nog te verwerkelijken verandering ook alleen maar zin als het naar die verandering verwijst, ertoe oproept en ermee in overeenstemming is, en zowel de verandering zelf als het spreken erover zijn processen die nog niet af zijn en wellicht altijd door gaan. Dat is de eerste reden waarom mijn opmerkingen bij deze teksten (en de teksten zelf ook!) bij voorbaat beperkt zijn. Overigens gaat het bij de vermeldingen hieronder zowel om publicaties met een appellerend karakter en een bewuste afstand tot de wetenschap als om enkele wetenschappelijke publicaties, of publicaties die nadrukkelijk met eisen van de objectieve wetenschap en informatieverstrekking rekening houden.
Het tweede is dat ik mij uiteraard moet beperken tot wat ik zelf ervaren heb of denk te begrijpen. En hoe veel of weinig dat is kan ik zelf nauwelijks beoordelen. Bovendien probeer ik graag zo objectief mogelijk te zijn terwijl het hier eerder gaat om de vraag in hoeverre mensen zich persoonlijk door deze wedergeboorte aangetrokken voelen en wat zij er mee willen, dus ook een vraag aan mijzelf. Mijn persoonlijke interesse speelt er net zo’n grote rol in als de aanleidingen die mijn interesse wekten. Maar ook los van de hier aan de orde zijnde tradities zijn er grote veranderingsprocessen in mensen mogelijk, en daarvoor kunnen andere terminologie?n in gebruik zijn; en ook al interesseert het thema mij hevig, wat ik er mee wil (of liever wat de hoogste of zo men wil diepste “wil” zelf aan ieder van ons meedeelt, brengt en vraagt – het lijkt mij dat er iets alomvattends is dat zelfs aan de diepste en hoogste wil te boven gaat, ten grondslag ligt en dat dit de tweeheid tussen mij en die wil “opheft”) is – voor mij – vaak nog zo ver weg en vaag dat ik er goed aan doe erover te zwijgen; luisteren – zo goed mogelijk en steeds opnieuw – is mij beter. Behalve dat het om soms moeilijk onder woorden te brengen zaken gaat, zijn mijn opmerkingen dus vanuit een nogal beperkte invalshoek gemaakt.
Het derde is dat de kringen waaruit deze geschriften voortkomen, vaak nadruk leggen op het besloten en verborgen (want slechts voor ervarenen begrijpelijke) karakter van een deel van wat in hun kringen plaatsvindt, en wel een essentieel deel. Zodat een buitenstaander – ik heb de voorbije winterperiode op basis van persoonlijke interesse in de onderwerpen enkele cursussen uit het uitgebreide aanbod van het Lectorium Rosicrucianum kunnen volgen maar hoe leerzaam die dank zij de grote welwillendheid en inzet van de organisatoren, inleiders en begeleiders ook waren, ik kan moeilijk zeggen dat ik iets van de besloten activiteiten begrijp want die heb ik niet heb meegemaakt – zich bescheiden dient op te stellen. Om dezelfde reden vind ik het belangrijk onderscheid te blijven maken tussen deelnemen aan de besloten activiteiten van een organisatie, zeg maar “lid worden”, en een pad van persoonlijke verandering bewandelen. Ik heb ook nog geen definitief oordeel over de betekenis, de waarde en het belang van de beslotenheid: zij kan bescherming bieden voor een kwetsbaar proces (de rups die vlinder wordt heeft een cocon nodig) maar moet mijns inziens geen hindernis worden maar een hulp op het pad zijn (wat niet wil zeggen dat hulp en het veranderingsproces zelf altijd pijnloos zijn). Maar over deze subtiele zaken kun je misschien beter niet te snel algemene uitspraken doen. Wie weet wat ons wacht … ! (Ik voeg graag toe dat de begeleiding in de genoemde publieke cursussen die ik meemaakte, vaak van naar mijn indruk groot psychologisch inzicht in spirituele processen getuigde, al ervoer ik mij ook gespiegeld in een begeleider die sterk in theorie maar zwak in zelfkennis en zelfrelativering was …)
Ik verzoek de lezer dan ook zich van mijn beperkingen bij de volgende notities bewust te zijn. Zij zijn niet volledig, raken bovendien vaak slechts een beperkt aspect van het onderwerp of de publicatie. Desondanks heb ik toch mijn opmerkingen aan de openbaarheid prijs gegeven want ik vind zowel het onderwerp als de publicaties als de zaken die ik noem, belangwekkend, althans ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die er wat aan kunnen hebben. Ik hoop dat ik ze met respect heb genoteerd en verzoek de lezer ze eveneens met respect te lezen. Voorzover ze hier en daar kritische vragen inhouden, verzoek ik de lezer zich bewust te zijn van de mogelijkheid van verschillende invalshoeken en van de betrekkelijkheid van mijn invalshoek(en). En wat nog prettiger zou zijn, misschien kan iemand met meer kennis dan ik een bepaalde vraag simpel beantwoorden of zo verhelderen dat de vraag overbodig wordt. Maar ook al zou de objectieve vraag beantwoord zijn, dan nog blijft de subjectieve, persoonlijke vraag een app?l doen, in ieder geval minstens op wie er gevoelig voor zijn en wanneer ze dat zijn. Samengevat: voor mij zijn deze notities, hoewel ik er een belang in zie, in hoge mate onaf, minstens in de zin dat ik er bewust veel in buiten beschouwing – en hopelijk open – laat. Ik geef ook nauwelijks samenvattingen, hoogstens een summiere aanduiding van de inhoud.
Tenslotte, voor veel belangrijke algemene vragen en opmerkingen verwijs ik naar het hieronder genoemde boek van Dietzfelbinger, een werkelijk prachtige inleiding in de mysteriescholen in de Westerse traditie. Hij wijst op vele valkuilen zowel voor de beginners op het pad als voor de gevorderden en voor de scholen zelf.
Een laatste noot vooraf: wanneer ik hieronder over “platonisme” spreek, heb ik het over de westerse traditie die een sterk onderscheid tussen ziel en lichaam (geest en materie) maakt en daarbij vaak het lagere als intrinsiek veel slechter dan het hogere opvat – op een naar mijn inzicht te onevenwichtige wijze. Hiermee hangt samen de problematiek van de sterk hi?rarchische opvattingen in sociale en politieke verhoudingen bij Plato en de zich op hem funderende tradities: vergelijk het artikel van Theo G. Sinnige, ‘Gezagsverhoudingen bij Plato’, in: Tijdschrift voor Filosofie 32 (1970)455-470; vergelijk ook diens ingezonden brief ‘Plato’ in NRC Handelsblad, Cultureel Supplement pag. 2 van 22 juni 1990.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.