BK-Books.eu » Besprekingen » Nonduality

Bespreking van...

David Loy, Nonduality: A STUDY IN COMPARATIVE PHILOSOPHY, New York (Humanity Press) 1998, 346 pp.

Ik ben buitengewoon onder de indruk van het inzicht dat dit boek biedt. Het is een betrekkelijk moeilijke materie – zeg maar, heel moeilijk voor een niet-specialist zelfs als die een brede algemene ontwikkeling en een behoorlijke intelligentie heeft. En toch slaagt de auteur er in om de ervaring van verlichting, bevrijding, verlossing (of hoe die in verschillende omgevingen ook genoemd wordt) te verhelderen door de overeenkomsten en verschillen te laten zien in de wijze waarop de (Oosterse) tradities van de Advaita Vedanta, het Mahayana-boeddhisme en het Taoïsme die ervaring formuleren. Dat is een uiterst knappe psychologische en filosofische prestatie. Temeer daar tegelijkertijd voortdurend verwezen wordt naar Westerse parallellen. En ook al ben ik zelf maar op sommige van de behandelde gebieden thuis, wat ik wel begrijp is zo terzake en mijns inziens goed weergegeven en in het juiste perspectief gezet, dat ik een groot vertrouwen heb dat dezelfde kwaliteit die ik daar ervaar, geldt voor heel het boek. Ik heb het toch enigszins met rode oortjes zitten lezen, ook al kost het de nodige mentale inspanning.

Het eerste deel is het moeilijkste voor mij geweest en gaat over die Oosterse tradities, om daarin een ‘kerntheorie’ van het niet-dualisme te onderkennen (“niet-dualisme” staat hier voor de filosofische uitwerking van de bevrijdingservaring). Maar ook al in dit deel komen schitterende juweeltjes voor zoals een prachtige uitleg van het eerste hoofdstuk van de Te Tao Ching, en een verheldering van veel basisbegrippen uit de Oosterse religies. Het tweede deel laat zien wat al deze moeite waard is: hier worden de verschillende problemen systematisch uitgewerkt en opgelost. Misschien zal achteraf duidelijk worden dat het boek van Loy nog maar een begin was, en in sommige opzichten wellicht enigszins gekenmerkt werd door “lange halen, snel thuis” (een term uit het voetballen die aangeeft dat alleen via de grote lijn gewerkt wordt, en niet via het subtiele werk op de vierkante millimeter). Misschien valt er nog veel uit te werken maar voorzover ik kan zien, is Loy uiterst fundamenteel bezig en uiterst subtiel ook in zijn grote lijnen. Hij is heel erg logisch of suggereert dat in ieder geval uitstekend, en ook waar het ingewikkeld wordt, blijft hij de logische lijn erg goed volgen, wat veel vertrouwen wekt. Hij grijpt erg goed terug en vooruit, en is steeds betrouwbaar in de weergave van zijn bronnen die hij bovendien, en dat is voor dit boek essentieel, op een hoger niveau, althans in een geheel eigen perspectief, en zeer aannemelijk weet te interpreteren. Voorzover ik kan zien.

Daar komt dan nog eens bij dat hij niet alleen uitgebreid citeert uit de traditie van de Westerse filosofie (van Plato en Aristoteles tot Wittgenstein, Heidegger en Derrida) maar ook aan het slot van zijn boek een geannoteerde bibliografie geeft van zowel de Oosterse als de Westerse traditie van niet-dualisme (Westerse auteurs als Eckhart, Boehme, Swedenborg, Blake en andere bronnen van Westerse gnosis en mystiek) – ongetwijfeld maar een fractie van wat er te vinden is maar een uiterst respectabel en waardevol begin waaruit duidelijk wordt dat Oost en West inderdaad veel gemeen hebben en van elkaar kunnen leren. En dat er inderdaad zo iets is als de ervaring van eenzijn, en als verwerkelijking daarvan. Kortom, dit boek is voor mij een grote bevestiging van waar ik eigenlijk mijn hele leven naar gezocht en op gestudeerd heb, en een grote belofte voor wat er nog in het vat zou kunnen zitten.
Enkele verdere verwijzingen naar dit boek en ander werk van Loy zijn te vinden in een lezing die ik hield over enkele parallellen tussen Oost en West waarbij ik een verbinding met mijn eerdere studies leg, met name over Jacob Boehme.

Mijns inziens een meesterwerk en verplichte kost voor iedereen die zich met de verhouding tussen Oosters en Westers denken bezig houdt, en die in verlichting (verlossing) en verwerkelijking geïnteresseerd is.
Ik ga het boek hier niet zitten samenvatten, maar kan het niet genoeg aanprijzen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.