BK-Books.eu » Besprekingen » Nog één messias

Bespreking van...

Alla Avilova, Nog één messias: Novelle, Amsterdam (Samsara Uitgeverij) 2005, [vert. uit het Russisch, ]145 pp.

Vooraf laat de auteur weten (5) dat het verhaal over Wladimir Ivansjin geschikt is of bedoeld is om de criteria te toetsen die de lezer aan zou leggen aan de kwaliteit van vernieuwers van spiritualiteit, stichters en grondleggers van religieuze tradities die echt wat te vertellen hebben maar meestal pas achteraf op hun waarde geschat worden, in een ruimer perspectief. Want als je weet waarop je moet letten, wie je kunt vertrouwen ook als iedereen zich verder vergist, dan heb je – misschien – iets heel waardevols te pakken. De auteur biedt vragen aan waarop het verhaal een antwoord moet geven. De lezer heeft zijn eigen criteria en gaat dus bij het lezen mogelijk een avontuur aan.
Het verhaal is dat de hoofdpersoon een stem hoort die zegt dat hij een messias is, er vervolgens gehoor aan geeft en omdat niemand hem gelooft, zijn Moskause appartement verlaat en zich uiteindelijk op een landtong aan een meer vestigt. Daar ontmoet hij of ontmoeten hem allerlei mensen die in de gewone maatschappij uitgerangeerd zijn. Die ontmoetingen zijn bijzonder en leiden er toe dat sommigen hem direct weer verlaten, anderen definitief bij hem lijken te blijven.
Het verhaal eindigt eigenlijk niet. Weliswaar verlaat de hoofdpersoon zijn laatste overgebleven trouwe volgelingen uiteindelijk met onbekende bestemming maar hoofdpersoon en auteur gezamenlijk leggen op dat punt de lezer een aantal vragen voor om verder over na te denken en misschien antwoord op te geven. In wezen is het uiteraard de bedoeling dat de lezer bij zichzelf te rade gaat en zijn eigen antwoorden vindt.
Nogmaals: ook los van deze diepere bedoeling leest het verhaal prettig en als vanzelf.

Opvallend aan deze goed geschreven novelle vind ik dat de uit Rusland afkomstige schrijfster een verhaal geschreven lijkt te hebben waarin zij zelf bijna afwezig lijkt te zijn. Want ze geeft er de voorkeur aan haar boodschap indirect over te brengen via het verhaal en het proces dat bij de lezer op gang komt. Het is wel duidelijk dat zij op de hoogte is van Russische spirituele tradities en van dilemma’s van vaak verwarde Russen in een moderne maar chaotische samenleving. Beide elementen zijn duidelijk herkenbaar en vooral waar dat de Russische spirituele tradities betreft is dat ook boeiend voor niet-Russen vind ik. Het meest intrigerend intrigerend aan deze novelle vind ik dat onder de oppervlakte van de taal en het verhaal – als het ware zoals je over het ijs lopend er door heen zonder speciaal iets te zoeken naar beneden kijkend – allerlei dingen gewaar wordt die je sterk te denken geven. Alsof de auteur uit de schat van dingen die zij door eigen ervaring heeft ontdekt, een aantal zaken aan de lezer te zien geeft – als hij de moeite wil nemen. En de indruk die de schrijfster daarbij op mij maakt, is dat zij diep in het water en de grond onder dat ijs is doorgedrongen en daar een aantal schatten gevonden heeft, die zij zorgvuldig heeft afgepoetst en bekeken en er de waarde van geproefd heeft en ze nu zo voor de lezer, argeloos en wel, op zijn pad neerzet dat hij de kans heeft ieder juweeltje in die schat zelf op waarde te proeven.
Ik heb zelf een paar van die schatten aangestreept. De belangrijkste voor mij zijn enkele zinsneden op blz. 49 maar er zijn er natuurlijk veel meer die ik hier niet allemaal aanhaal. Die zinsneden zijn:

‘ “Niemand ademt zelf,” zei ik. … “Als we zelf zouden ademen, zouden we kunnen stoppen met ademen wanneer we dat zouden willen. Maar we kunnen alleen onze adem inhouden.” Het gevoel, dat er ‘iets’ in je ademt, laat staan dat er ‘iemand’ in je ademt, is behoorlijk verontrustend. … ‘

Ik vraag me in ieder geval nu af wat ieder van ons zou antwoorden op de vraag: Wat ademt er door jou heen?! En zulke thema’s zijn er meer.
Al met al een boeiend boek dat makkelijk leest maar impliciet zaken aan de orde stelt waarover je nog even blijft nadenken. Geschreven in een bijzondere taal of verhaalvorm die in de heldere vertaling prettig leest. Ook los van de aparte spirituele thema’s want daarvoor is de situatie en zijn de ontmoetingen te intrigerend, terwijl er anderzijds ‘nauwelijks’ iets gebeurd is van enig maatschappelijk of groot persoonlijk belang, zou je zeggen. Waar gaat dit verhaal eigenlijk over?!

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.