BK-Books.eu » Besprekingen » Nachtschade

Bespreking van...

Jan Siebelink, ‘Witte chrysanten’, in: Nachtschade: Verhalen, Amsterdam (Meulenhoff) 1981-3e druk (1975-1e) pp. 23-39

Dit verhaal van 17 snel gelezen pagina’s beschrijft uit het oogpunt van een zoon hoe lastig zijn vader het heeft in zijn beroep van bloemenkweker om de bloemen verkocht te krijgen. Kwade genius is een bloemenverkoper met een lelijk karakter die vader en zoon koeioneert. Hoofdpersonen zijn vader en zoon, uiteindelijk vooral de zoon die met de voor weerloosheid kiezende vader meeleeft en hem zoveel mogelijk helpt maar zelf ook niet veel verder komt dan machteloosheid. Behalve in gedachten, en in dit verhaal. Want het is sterk autobiografisch. En sterk gecomponeerd. En toch naar een mededeling van de schrijver in één adem geschreven op de avond van het overlijden van zijn vader, thuis in de huiskamer in de aanwezigheid van zijn moeder. Over de vader en moeder gaat de roman Knielen op een bed violen, verschenen in 2005, dus dertig jaar later!

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.