BK-Books.eu » Besprekingen » Naar de Openheid

Bespreking van...

Douwe Tiemersma, Naar de Openheid, Gouda (Uitgeverij Advaita Centrum) 2003, [Tweede druk, ]104 pp. (1983-1e)
23 maart 2006

Opmerkelijk helder boekje, met korte teksten en heel korte gedichtjes en een paar simpele illustraties. Via verschillende invalshoeken nodigt de auteur de lezer uit zich voor te stellen dat ons bewustzijn verbonden is met het absolute Zelf, daarin is ingebed en daarmee één is. En dat alles wat we ons bewust zijn, de inhoud ervan, ja alle mogelijke inhouden dus de ‘hele’ werkelijkheid, eveneens in die alleromvattendste openheid is ingebed. Zodat van de kant van die openheid gezien uiteindelijk niet meer gesproken kan worden van de openheid want er ‘is’ alleen maar openheid. Subtiel maar helder legt de auteur uit wat ons van dit besef afhoudt en hoe we dat los kunnen laten. Ontspanning en bewust leven spelen daarin een grote rol. Dat is niet alleen maar een gemakkelijke weg, het betekent soms ook indringend de waarheid over jezelf te moeten leren inzien, inclusief eventuele minder prettige patronen die we ter bescherming van onszelf opgebouwd hebben, en die onder meer uit uitvluchten en angsten kunnen bestaan. Het buiten werking stellen daarvan is geen pretje. Hoewel uiteindelijk uitermate bevredigend en bevrijdend. De bevrijding bestaat ook in het wegvallen van alles wat ons scheidt van de eenheid van alles.
De vraag zou kunnen zijn wat dit in de praktijk voor verschil maakt, waar dit in de praktijk op neer komt, in het dagelijkse leven toe leidt. Ik lees het liever niet als uitsluitend een metafysisch systeem waarin we de wereld voor ons bevattingsvermogen begrijpelijk maken maar als een buitengewoon aansprekende uitnodiging tot het gaan van wegen naar openheid. Het boekje zegt duidelijk dat in de uiteindelijke openheid alle systemen ‘wegvallen’ (namelijk inzover men zich te uitsluitend met hen identificeert). Maar het laat het de suggestie dat het (vooral) om een metafysisch systeem zou gaan (zoals zo’n systeem lang in de westerse traditie werd opgevat) misschien nog ietsje te veel open. Waarom wordt deze ‘kennis’ in een school of traditie onderwezen? De auteur legt in het boekje ook uit hoe de yoga van de kennis en de yoga van de liefde elkaar aanvullen. Wie de weg van de openheid volgt, wordt er geen ‘aanhanger’ van – al is zij of hij dat natuurlijk per definitie ook een beetje – maar (vanzelf en vanzelfsprekend, heb ik begrepen, zij het niet zonder groei in zelfkennis en confrontatie met de moeilijkheden van het leven) steeds meer een open en liefdevol persoon, voor zichzelf en de wezens en dingen om hem heen. Zelfs kun je zeggen dat dit boekje in heel kort bestek de belangrijkste elementen van de Indiase religieuze tradities (behalve het boeddhisme) noemt en behandelt. Zo bij voorbeeld in het hoofdstukje ‘Spel’ (47-49). Het is voor een bepaalde groep lezers, in ieder geval voor mij, zeker aansprekend. Zonde dat ik het meer dan twintig jaar ongelezen had gelaten, ik baseer dit commentaar op mijn uitgave van de eerste druk. En de auteur staat er nog steeds achter, wat blijkt uit het feit dat het na twintig jaar ongewijzigd opnieuw gepubliceerd kon worden, en tevens in het Engels vertaald.
De auteur heeft in de voorbije jaren in stilte heel wat opgebouwd. Zijn werk heeft geresulteerd in een actieve school voor yoga en voor studie en in nieuwe publicaties, waaronder recente van hemzelf en van leerlingen. Zie de website www.advaitacentrum.nl/index.html met uitgebreide en heldere informatie hierover. Opmerkelijk en verheugend hoewel uiteraard helemaal niet onverwacht, is dat het thema non-dualisme, waar ik op deze website al verschillende malen aandacht voor heb gevraagd, een centraal thema is voor en in deze kring! Het non-dualisme speciaal in de late Veda-literatuur van India, de Upanishads, en bij de grote Indiase filosoof Shankara dan met name. En bij verschillende leraren uit deze traditie die in de negentiende en twintigste eeuw een nieuwe bloei vertoonde, zoals Ramakrishna, Ramana Maharsji en Nisargadatta.
In verschillende opzichten waarschijnlijk ook leerzaam voor wie op andere manieren met non-dualistische denkwijzen in aanraking is gekomen, zoals via Zen, via andere denkbeelden of tradities uit het Oosten of zelfs uit sommige denkbeelden en opvattingen uit de Westerse geschiedenis. Of ermee in aanraking is gekomen via moderne varianten, die op veel plaatsen aandacht krijgen zoals ieder op Internet kan vinden. Bijvoorbeeld door “non-dualism” of “nondualism” in te tikken in een zoekmachine. Er gaan hele websites over!
Dan kan het waardevol zijn een historisch overzicht en systematisch inzicht te hebben van eerder uitgewerkte mogelijkheden. Alvorens een eigen perspectief te ontwikkelen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.