BK-Books.eu » Besprekingen » Maria Magdalena

Bespreking van...

Margaret Starbird, Maria Magdalena: Bruid in ballingschap,[ met noten, chronologie, literatuuropgave, en uitgebreid register,] Deventer (Ankh-Hermes) 2006, 202 pp.

Deze bespreking sluit naadloos aan bij de recente collectieve bespreking van recente boeken over Maria Magdalena van Esther de Boer, Jacob Slavenburg en Lisette Thooft.

Het boek van Margaret Starbird past sterk in de lijn van de herontdekking en herwaardering – vooral sinds de tweede helft van de vorige eeuw – van het (miskende, ontkende en verstopte) vrouwelijke, of we dit nu een complement of tegenbeeld van het mannelijke noemen of een archetype of nog anders. In de inleiding legt zij het verschil uit tussen haar eerste boek over Maria Magdalena dat al in 1995 (!) verscheen (De vrouw met de albasten kruik) en dit boek. Nog meer materiaal heeft zij onderzocht, en ontdekkingen gedaan over wat de christelijke traditie miste door het geheim van Maria Magdalena uit het oog te verliezen. De uitkomsten zijn in dit nieuwe boek te vinden, in een grotere samenhang, en met nog meer uitgewerkte inzichten. Het boek leest uiterst prettig – je voelt hoe waardevol het is en dat je als lezer serieus genomen wordt – en ook al zijn er af en toe momenten dat je de inhoud even moet laten bezinken omdat het onbekende feiten of een nieuwe uitleg bevat, het verhaal neemt je helemaal mee.
Het boek is in zeker opzicht een antipode van de boeken van Esther de Boer: het historische en rationele is weliswaar heel goed vertegenwoordigd maar helemaal ingebed in een betoog dat het mythische en het persoonlijke allebei omvat en in helemaal in elkaars verlengde brengt. Want Starbird vertelt – overigens zonder de minste opdringerigheid – even goed haar eigen verhaal, het verhaal van haar eigen sterke intuïtie die 25 (!) jaar geleden al leidde tot een uitwerking van wat zij ervoer als een ingeving van boven: het centraal stellen van Maria Magdalena in haar verdere werkzaamheden en ontwikkeling, als belangrijke te herontdekken en vernieuwende kracht in het christendom en de cultuurgeschiedenis. Tegelijk put zij uit de diepgaande studie van de kunst- en cultuurgeschiedenis zo ver die op Maria Magdalena en de thema’s die aan haar verwant zijn, betrekking heeft. Er komen een flink aantal prachtige kleurenafbeeldingen in het boek voor. En de historische feiten – ook die welke in de andere hier genoemde boeken aan de orde komen – doet zij geheel recht. Het gaat haar alleen niet om de historische rechtzettingen alleen. Zij gebruikt die in een breder perspectief, het herstel van de motieven van het heilige huwelijk, van de bruid en de bruidegom, en andere die in de patriarchale geschriften, kunstuitingen en algemene cultuur steeds minder plaats kregen, tot onherkenbaarheid toe. En zij brengt die op een ongekend aansprekende en indrukwekkende manier tot leven. Het aantal teksten en beelden dat aan de orde komt, is haast niet samen te vatten; het zijn er inhoudelijk meer, en deels ook heel andere, dan in de andere genoemde boeken! Van het Bijbelboek Hooglied tot de goddelijke wijsheid, Sophia, in de Joodse, christelijke en opvallend genoeg ook pythagoreïsche tradities. Van de verschillende Maria’s in de christelijke traditie tot de voorpatriarchale vrouwenverering. De kleur rood komt ter sprake, Osiris, Isis, Lazarus, de graal, vele andere minder bekende maar zeer belangrijke figuren en symbolen waarvan de betekenis in een treffende samenhang wordt onthuld. Ik ben diep onder de indruk van de integere, wetenschappelijk nooit geforceerde maar steeds zorgvuldig aan de feiten recht doende aanpak. Een aanpak die de lezeres en lezer mee kan nemen en stimuleren op een eigen spirituele weg, en dat is veel en veel meer dan historisch eerherstel. Zij het een aanpak die vast nog niet alle mogelijkheden uitbuit, en wellicht evenmin altijd kiest voor de interpretatie die het veiligst bij de erkende of ‘vaststaande’ historische feiten past (al is mij niet bekend dat zij daar ver vanaf wijkt). Zij brengt in ieder geval wat de figuur van Maria Magdalena betreft, helemaal in praktijk wat Slavenburg al zegt dat je zou moeten doen: het vrouwelijke niet meer amputeren maar tot zijn recht laten komen, de plaats geven die het toekomt. En wel op een manier die laat zien dat dat ook op het persoonlijke vlak tot intensieve andere perspectieven en belevingen kan leiden, inclusief de rol die intuïtie, kunst en meditatie daarbij (kunnen) spelen. Een verschil met de Boer is bovendien dat de Boer graag dicht bij traditionele opvattingen lijkt te blijven terwijl Starbird duidelijk maakt dat die toch echt meer diepgang mogen en vooral ook kunnen krijgen als je ze in nieuwe perspectieven zet, speciaal dit nieuwe van het eerherstel van het vrouwelijke in cultureel opzicht. Zij opponeert weinig maar zet het beperkte (rationele, patriarchale) perspectief in haar veel bredere context van de combinatie van persoonlijke en culturele en spirituele ontwikkeling. Mijns inziens op een buitengewoon geslaagde, in ieder geval aansprekende en evenwichtige manier. Kortom een boek van diepgang waar je veel van kan leren. Boeiend vind ik ook dat dit boek min of meer past in de lijn van de esoterische of gnostische Maria Magdalena maar dat dit in het boek helemaal niet het thema lijkt. Het doet gewoon wat het moet doen: een geestelijke ontwikkeling voorbereiden en oproepen en in werking stellen. Niet via geheimzinnige rituelen, maar via kunst, historie (zeker: daaronder ook teksten!), spiritualiteit en wat ons verder gegeven is aan middelen – waaronder onze eigen ervaring en intuïtie niet als onbelangrijkste. Een krachtig boek van hoge kwaliteit.
Nog even terug naar de vergelijking met de andere boeken. Het valt mij op dat dit boek niet als zodanig ingaat op methodiek, op psychologische processen en evenmin op (cultuur-)filosofische aspecten. Iets wat respectievelijk wetenschappelijke, esoterische of spirituele, en andere algemeen-culturele boeken vaak wel doen. De methodiek van dit boek heb ik al aangeduid: niet in tegenspraak met het rationele maar met veel aandacht voor het mythische, het intuïtief belangrijke en voor wat de kunst, de (religieuze) symboliek en de ervaring ons aanreiken, en dus het achterhalen en uitwerken van de of een combinatie van persoonlijke en universele ‘waarheid’, gebaseerd op die aangereikte feiten en ander materiaal en de interpretatie daarvan. Het procédé is misschien een toepassing van een psychologie of theorie maar niet uit op een theorie of psychologie. Het resultaat is dat dus ook niet. De boeken van de Boer, Slavenburg en Thooft hebben dat beslist iets (of heel veel) meer. Het boek van Starbird is leven en praktijk – zij het ook duidelijk innerlijk gericht -, terwijl de andere boeken heel wat meer van theorie of wetenschap of filosofie hebben. Slavenburg en de Boer zijn duidelijk godsdiensthistorici met een eigen specialisatie, Thooft heeft ook veel aandacht voor sociale en cultuurfilosofische aspecten. Toch hoeft dat de diepgang in het geval van Starbird niet te schaden, iets om over na te denken!
(Zie het vervolg van de collectieve bespreking over het belangrijke boek van Lisette Thooft.)

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.