BK-Books.eu » Besprekingen » Liederen

Bespreking van...

… Hadewijch, Liederen, Uitgegeven, ingeleid, vertaald en toegelicht door Veerle Fraeters & Frank Willaert, met een reconstructie van de melodieën door Louis Peter Grijp, Groningen (Historische Uitgeverij) 2009, inclusief 4 CD’s, 455 pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inleiding

Deze kloeke uitgave van de Liederen van Hadewijch wordt gebracht als deel I van haar Verzamelde werken, lezen we in het ‘Vooraf’ en op de achterzijde. Terecht een veelbelovende uitspraak want we hebben hier niet alleen te maken met een uiterlijk zeer goed verzorgde (de kleuren van het omslag spreken mij overigens iets minder aan) maar ook inhoudelijk optimale uitgave. Na de Liederen kunnen we dus ook de Visioenen, de Brieven en de resterende Gedichten verwachten.
Deze uitgave verdient het in alle grotere Nederlandse en Belgische bibliotheken opgenomen te worden, en uiteraard zeker in die bibliotheken die zich specialiseren in het gebied van de (Nederlandse) Middeleeuwen, de Nederlandse letteren en kunsten (muziek!), en van spiritualiteit in het algemeen.

Overzicht

De inleiding besteedt behalve onder meer aan de situering van Hadewijch in haar tijd en omgeving – waarschijnlijk van adellijke afkomst, leidster van een groep vrouwen die onderdeel uitmaakte van de religieuze vrouwenbeweging van de dertiende eeuw, mogelijk in de buurt van Antwerpen – en aan de vorm van de liederen – Hadewijch was een uiterst begaafde gebruiker van het Nederlands uit haar tijd en daarmee zijn haar teksten direct belangrijk voor de studie van het Nederlands – ook aan de historische achtergronden van haar gedachten over de minne. Die achtergronden zijn uiterst bekwaam beschreven en ter zake. De liederen komen in beeld als onderdeel van een brede stroming die de lyriek van het boek Hooglied spiritueel uitlegde, en wel in de taal van de lyriek van de hoofse minne. Het voert hier veel te ver alle details ervan te behandelen – dat doet het boek ook niet – maar het is belangrijk van die achtergrond te weten om de teksten te kunnen plaatsen. Kenmerkend voor Hadewijch is dat zij ook veel parallellen trekt met de natuurlijke seizoenen die op en neer gaan.
Uit de teksten komt naar voren dat Hadewijch een begaafde psychologe van de religieuze extase was. En dat zij er veel nadruk op legt dat het niet-extatische zoeken en smachten en falen en terugvallen net zo goed bij het bereiken van de ‘minne’ horen als het gelukzalige moment dat de zoek(st)er zichzelf in haar (of zijn) gevecht om en met de minne verliest, en zo met de minne samensmelt, al is het maar kort. En aan dat korte moment blijken dus alle eerdere momenten te moeten worden toegevoegd. En deze tocht houdt nooit op! Net als de seizoenen.

“De komst van de minne geeft moed, haar uitblijven slaat terneer.
Dat bevestigt het avontuur.
Ach, hoe men alles met alles omvat,
Dat weten vreemde buren niet.”,

Behalve dit citaat – het refrein uit lied 16 – wil ik hier ook citeren uit lied 29 dat over Maria gaat die in de beleving van Hadewijch en haar zusters een belangrijke plaats innam.

“Wie hoge minne dragen,
Moeten weinig klagen,
Welk leed hen ook overkomt.
Ze moeten als de wijzen zijn:
In diepe ootmoed altijd
Met hoge minne bereid
Om te gaan waarheen minne gebiedt, ver of dichtbij,
In sterven of leven, wat het ook zij,
In vrijheid zonder vrees:
Dat heeft hoge minne ons als eerste getoond. (strofe 3)

Wat God ons ook ooit schonk,
Er was niemand die de ware minne
Kon begrijpen,
Totdat Maria, de goede,
Door haar diepe ootmoed de minne ving.
Eerst was ze wild, toen werd ze tam.
Ze gaf ons voor de leeuw een lam.
Zij verlichtte de duisternis,
Die vele jaren donker was gebleven. (strofe 4)”

En zo verder, over waar dat toe leidde.

Voor degenen die in religieuze psychologie geïnteresseerd zijn, wordt Hadewijch zo een erg herkenbare leidsvrouwe en lerares. Die in opmerkelijk simpele beelden krachtig omschrijft waar het om gaat en hoe men dat dient vol te houden, en wat daarvan het resultaat is. Daarbij wisselt ze voortdurend af tussen allerlei rollen. Uiteindelijk schrijft ze ook vaak over zichzelf.

Uit alles blijkt dat we met zeer deskundige auteurs te maken hebben. Hadewijchs liederen worden hier niet alleen buitengewoon helder ingeleid en toegelicht maar ook voorbeeldig gepresenteerd, vertaald, samengevat en van noten voorzien. De middeleeuwse en de moderne tekst staan links en rechts prachtig tegenover elkaar. Voor mij maakt deze tekstuitgave Hadewijchs liederen voor het eerst toegankelijk (de hertaling van de strofische gedichten door M. Ortmanns heeft dat bij mij helaas niet bereikt, wellicht door het toch enigszins ouderwetse en gekunstelde rijm, en deze prozavertaling in dichtregels wel, ook dank zij de waardevolle samenvattingen vooraf). De uiterst waardevolle en heldere inleiding helpt daarbij.

Heb ik nog een wens? Jazeker! Uit deze uitgave blijkt voor mij zonneklaar waarom Hadewijch niet alleen voor de Nederlandse taal- en letterkunde maar ook voor de geschiedenis van de Europese spiritualiteit een rijke schat is. Maar ik vind er nog te weinig over het individuele leven van Hadewijch en de vrouwen in haar beweging, over hun achtergronden, omstandigheden, vooronderstellingen, cultuurpatroon en idealen en vooral de redenen die zij hadden om voor een concreet gezamenlijk leven te kiezen, om mij helemaal te kunnen voorstellen welke functie de spiritualiteit in hun leven had. Hoe zagen zij hun familiebetrekkingen? Welke sociale contacten hadden zij en waarom? Hoe zagen hun dagen er waarschijnlijk uit? Pas als ik dat ook weet, kan ik hun spiritualiteit echt plaatsen. Tenzij het alleen om Hadewijch zelf zou zijn gegaan, maar dat kan ik ook nog niet constateren. Wie maakt de tijd en het leven van die vrouwen voor ons weer toegankelijk en brengt het scherp in beeld? Of heb ik de verwijzingen naar publicaties daarover over het hoofd gezien? Net als bij – om een bekend voorbeeld te nemen – Franciscus van Assisi is het erg belangrijk om die context en zijn functioneren daarin goed te kennen, om niet te verdwalen in een of ander later verzonnen ideaalbeeld. Wat de teksten zelf betreft, zal dat verdwalen nu niet meer mogelijk zijn. Maar van de context kunnen we beslist nog meer te weten komen, hoop ik.

Nota bene: voorheen werden deze teksten meestal haar ‘strofische gedichten’ genoemd maar er zijn duidelijke aanwijzingen dat zij ook op muziek gezet zijn en gezongen werden. Deze uitgave maakt er voor het eerst uitgebreid werk van deze muzikale kant toe te lichten. Aan de binnenzijde van het omslag zijn dan ook vier Cd’s bevestigd (helaas op een wijze die ze er tamelijk gemakkelijk uit doet vallen, een uitdaging voor degenen die de hele uitgave goed en toegankelijk willen opbergen, zeker als het boek een publieke en uitleenbare status krijgt). Hierop zijn de liederen in hun oorspronkelijke taal ofwel voorgedragen ofwel gezongen.

Over het muzikale deel kan ik niet oordelen. Ik vermeld hier dat eerst de combinatie van de teksten met bestaande melodieën wordt bewezen en toegelicht. En dat dat gevolgd wordt door de reconstructies van zulke combinaties voor afzonderlijke liederen, welke reconstructies daarna ieder afzonderlijk worden besproken. Zelfs zijn vrijblijvende aanwijzingen te vinden voor uitvoerende zangers, om deze desgewenst op weg te helpen.

Ten slotte volgen nog een verantwoording van bepaalde tekstlezingen die vanwege de aanwezigheid van meerdere handschriften of om andere reden zijn gekozen. En een uitvoerige waardevolle beredeneerde bibliografie. Waarna een afzonderlijke literatuurlijst voor de edities en de vertalingen, en een voor studies. Tenslotte een register en een verantwoording van de inhoud van de CD’s.

Back to top

Beoordeling

Samengevat: een prachtuitgave die Hadewijchs liederen op een betrouwbare, verantwoorde en zeer toegankelijke wijze veel dichter bij ons brengt. Hulde voor al diegenen die zich voor deze uitgave hebben ingezet. Hopelijk worden de volgende delen niet minder van kwaliteit. Dat wensen we de makers en uitgever niet minder toe dan alle (ook toekomstige) lezers.

P.S. Ik wijs nog op twee (minstens enigszins) verwante teksten op spiritueel gebied uit (ongeveer) die tijd: Woord dat mij liefheeft, een bundel met teksten (pp. 65-123), onder meer over het Hooglied, van Bernardus van Clairvaux, die mee de grondslag legde voor de minnemystiek, toegelicht door Jeroen Witkam als inleiding in Bernardus’ mystiek (pp. 9-64), 1993, 123 pp.; en een uitgave in het Engels: Romancing God: Contemplating the Beloved, Ramon Lull, ed. Henry Carrigan Jr, Brewster MA (Paraclete Press) 1999, 122 pp.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina


myspace visitor counter


© Boudewijn Koole – be free to cite and copy but please refer to this page or to www.bk-books.eu
URL: www.bk-books.eu/bespreking/liederen | Version 2.001 30 May 2009 (version 1.1: 26 May 2009)

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.