BK-Books.eu » Besprekingen » LEELA

Bespreking van...

Harish Johari, LEELA: Spel der kennis, Amsterdam (Karnak) 1979,[ inclusief spelbord,] 174pp.

Ik noem dit boek hier alleen omdat het een illustratie is van de op p. 49 in het besproken boek Naar de openheid van Douwe Tiemersma genoemde opvatting van de werkelijkheid als een spel, lîlâ of (hier vanuit het Engels:) leela. De mens, speler van het spel, doorloopt de oneindige mogelijkheden van de werkelijkheid die hier samengevat zijn in getalsmatige en ruimtelijke ordening, ook in verband met de chakra’s, energie-centra in ons lichaam. Dit doorlopen kan zowel via het spel gesimuleerd worden als via het lezen van de met de verschillende vakken op het bord coresponderende hoofdstukken van het boek. Deze geven verschillende fases weer, en hebben spirituele thema’s tot onderwerp. Zo blijkt ook hier weer hoeveel er in Nederland al enkele decennia geleden werd opgepikt en uitgegeven van wat de Indiase religieuze tradities te bieden zouden kunnen hebben, en dat ook nu in een duidelijk(er) perspectief blijkt te passen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens. Ik woonde en werkte verder in Middelburg, Goes en plaatsen in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht. --- Vanaf 1965 studeerde ik theologie en filosofie (mijn afstudeeronderwerp bij † prof. Otto Duintjer was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (speciaal bij Jacob Böhme). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere 'dualiteiten' of liever 'non-dualiteiten'. Speciaal met het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost (vgl. yin en yang), met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. Deze twee publicaties zijn inhoudelijk pendant van elkaar. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden. Want waar zijn de grenzen van onze 'hele' werkelijkheid?