BK-Books.eu » Besprekingen » Lack and Transcendance

Bespreking van...

David Loy, Lack and Transcendance: The Problem of Death and Life in Psychotherapy, Existentialism and Buddhism, New York (Humanity Books) 2000, met literatuurverwijzingen en register, 196pp.

Zeker voor degenen die zich op redelijk hoog niveau willen verdiepen in de verhouding tussen Oost en West op het gebied van de psychologie en van de religie en cultuur is dit een bijna verplicht boek, zeker voor degenen die het boeddhisme beter willen begrijpen en wel op een ook wetenschappelijk betrouwbare wijze. Dit boek onderzoekt de mogelijkheid dat de primaire repressie van mensen in de Freudiaanse, psychologische zin wel eens niet de onderdrukking van sexuele drijfveren zou kunnen zijn of (zoals bij veel existentiële psychologen) van de vrees voor de dood, maar van de verdenking dat “ïk” niet echt, niet werkelijk ben. Het boeddhisme leert, dat het zelf fictie is, aangeleerd en geïnternaliseerd. En wanneer dit idee uitgewerkt wordt, leidt dat tot een groot aantal in- en uitzichten waarvan het existentialisme en het boeddhisme er al veel onderzocht hebben. Het boek behandelt zowel dit idee uitputtend als de consequenties ervan: de vele manieren waarop we eraan pogen te ontsnappen, bijvoorbeeld door op te gaan – meestal zeer subtiel vermomd – in een (stiekem zelfgekozen) heldenrol – als we maar een identiteit (lees: zeker fundament) hebben … ! Maar Loy beschrijft veel meer onthullende rollen en vermommingen (aan de hand van onder meer Nietzsche over wie zodoende ook veel onthuld wordt evenals over onze cultuur als geheel).
Dit boek behandelt zoveel kernvragen van leven en dood, angst en schuld, lijden en verlichting, dat het teveel is om hier te herhalen. Maar ik zeg denk ik niets teveel, als ik beweer dat in dit boek niet alleen zeer goede samenvattingen van en perspectieven op al deze problemen en hun verbanden en mogelijke oplossingen geboden worden – evenals van en op de historische denkstromingen waarin zij voorkomen met al hun interessante parallellen, van en op de culturele contexten en de verschillen ertussen (het Westen, India, Noord- en Oost-Azië) waarin deze problemen en stromingen te vinden zijn – maar ook een wijze van informeren en een stijl die tegelijk wetenschappelijk zeer betrouwbaar en toch persoonlijk zijn in de zin dat de lezer weet en voelt dat het over zaken gaat die haar of hem en het kan haast niet anders ook de auteur rechtstreeks aangaan (althans dat was mijn ervaring). Aan de ene kant lijkt de eruditie van de auteur onuitputtelijk als het om de meest ondersteunende voorbeelden uit een zeer uitgebreide literatuur gaat, anderzijds staat alles geheel in dienst van de hoofdzaken, die in al hun somtijdse ingewikkeldheid tot de kern gereduceerd en verhelderd worden op zo’n wijze dat de lezer weet: dit gaat over mij, over ons en over onze wereld.
Het boek eindigt met een perspectief op de overeenkomsten en verschillen in de culturele context en metafysica van West en Oost, wat op zich al een zeer verhelderend en leerzaam hoofdstuk is. Het is bijzonder maar Loy lijkt even gemakkelijk de filosofische en psychologische als de historische en culturele diepte in te gaan. En dat zonder aan leesbaarheid in te boeten!
Loy plukt hier een aantal vruchten van zijn eerste hoofdwerk Nonduality, dat derhalve door hem verondersteld wordt en voor degenen die in de achtergronden van het denken van Loy en van de niet-dualiteit of de verlichting geïnteressseerd zijn, zeer de moeite waard is om eveneens te lezen en te bestuderen. Dat is filosofisch wel iets zwaarder.
Maar behalve voor een (religie- of metafysisch) filosoof is het voorliggende boek voor iedere psycholoog die geïnteresseerd is in Freud, Jung, N.O. Brown, E. Becker, I. Yalom en een keur van andere psychologen, in de filosofen Schopenhauer (fantastische samenvatting!), Nietzsche, Heidegger, Sartre, Derrida en vele andere, historici als Burckhardt, Huizinga, Aries en andere, en een keur aan cultuurkenners van het Westen en het Oosten, zonder meer een must. De auteur strooit bovendien af en toe met uiterst relevante kerncitaten van wat wij in het Westen tegenwoordig spirituele auteurs noemen, en wat vroeger mystici heetten, uit West en Oost.
Naar mijn mening is dit boek een mijlpaal in interculturele studies, in inzicht waar onze Westerse cultuur en waar de wereld-cultuur op dit moment staat. En natuurlijk ook in de rol die inzichten uit het Oosten, speciaal het boeddhisme, daarin (zouden kunnen) spelen – samen met vele genoemde Westerse inzichten. Zelfs degenen die beter dan ik in staat zijn om dit boek te beoordelen, zullen denk ik moeten toegeven dat er buitengewoon veel van te leren valt, al was het alleen maar aan de samenvattingen van de besproken problemen en auteurs, en uiteraard niet het minst aan uitleg van het boeddhisme. Het boek bevat ook zeer relevante literatuurverwijzingen.
Een uitermate aanbevolen must.
Nu alleen nog even leren leven met dat inzicht, en het in praktijk brengen. Ook dat is de auteur zich zeer bewust: leven is oefening, praktijk. En dat in een omgeving en een wereld met zoveel uitdagingen en problemen als we iedere dag beleven – en voor iedereen deels hetzelfde of vergelijkbaar met die van anderen maar altijd voor deze persoon uniek! Om bescheiden van te worden maar ook hoopvol over de vrijheid en de mogelijkheden en kansen.
Enkele verdere verwijzingen naar dit boek en ander werk van Loy zijn te vinden in een lezing die ik hield over enkele parallellen tussen Oost en West waarbij ik een verbinding met mijn eerdere studies leg, met name over Jacob Boehme.
In de context van dit boek en zijn thema’s, waaronder transcendentie, verwijs ik nog graag ook naar twee filosofisch én praktisch interessante korte artikelen over zeer verwante thema’s in de twee nummers van Vol. XXVIII (1995) van THE EASTERN BUDDHIST: NEW SERIES: J. Stambaugh, ‘Transcendance’, No. 1 Spring pp.17-28, en F. Franck , ‘Response to Joan Stambaugh’s “Transcendance”‘, No. 2 Autumn pp. 265-272.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.