BK-Books.eu » Besprekingen » Jesus and Judgment; Die Gerichtspredigt Jesu; The historical Jesus in context; Roots of Rabbinic Judaism; Beyond the Essene Hypothesis; Jesus and the Village Scribes; The Brother of Jesus and the Lost Teachings of Christianity

Bespreking van...

… Marius Reiser, Jesus and Judgment: The Eschatological Proclamation in Its Jewish Context, transl. by Linda M. Maloney [from the German original: Die Gerichtspredigt Jesu, 1990, with some corrections and additions], [ with Notes, Bibliographies, and extensive Indexes, ] 398 pp.

The historical Jesus in context, Amy-Jill Levine, Dale C. Allison Jr, and John Dominic Crossan, Eds, Princeton / Oxford (Princeton UP)2006, [ with Notes and extensive Indexes, 440 pp.

Gabriele Boccaccini, Roots of Rabbinic Judaism: An Intellectual History from Ezekiel to Daniel, Grand Rapids (USA) / Cambridge (UK) (Eerdmans) 2002, [ with Notes, Index and extensive Bibiography, ] 230 pp.

Idem, Beyond the Essene Hypothesis: The Parting of the Ways between Qumran and Enochic Judaism, [ with Notes, extensive Bibliography, and Indexes, ] 230 pp.

William E. Arnal, Jesus and the Village Scribes: Galilean conflicts and the Setting of Q, Minneapolis (Fortress Pr.) 2001, [ with extensive Notes, Schemes, Tables, Bibliography and Indexes, ] 290 pp.

Jeffrey J. Bütz, The Brother of Jesus and the Lost Teachings of Christianity, Rochester (Inner Traditions) 2005, [ with Notes, Bibliography and Indexes, ] 220 pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Wat aan het ontstaan van het rabbijnse Jodendom en het christendom vooraf ging

Alle boeken op deze pagina voegen belangrijke kennis toe over de geschiedenis van Joodse stromingen voorafgaand aan de scheiding tussen het rabbijnse Jodendom en het christendom die zich pas (ver) na de eerste eeuw uitkristalliseerde. Zie ook eerdere pagina’s over vergelijkbare onderwerpen: Jodendom, christendom en islam algemeen en De mysterieuze Jezus.

Reiser, Jesus and Judgment

Reiser toont aan dat de aankondiging van het laatste oordeel door Jezus een onvervreemdbaar element van zijn prediking van het koninkrijk van God was. Met deze oordeelsprediking stond Jezus in een lange traditie van bijbelse en buitenbijbelse geschriften (N.B. niet toevallig – en niet onbelangrijk! – vaak samenvallend met die welke Boccaccini bestudeerde, zie onder!, wat mijns inziens betekent dat deze studies elkaar versterken) waarin het laatste oordeel een belangrijke rol speelde. Reiser laat bijzonder duidelijk zien waar Jezus in zijn aankondiging van het laatste oordeel verschilde van zijn voorgangers, onder wie trouwens als heel belangrijke ook Johannes de Doper. Jezus legt nadruk op de mogelijkheid om deel van het koninkrijk van God uit te maken, van de redding of verlossing om zo te zeggen, terwijl Johannes de Doper en anderen meer de nadruk op de dreiging van het oordeel legden. Opmerkelijk is bij Jezus ook dat hij zolang er nog mogelijkheid tot berouw en boetedoening is voor heel Israel, zijn volk als geheel niet loslaat ten gunste van het idee van slechts een kleine rest die gered zal worden. Van die betrokkenheid op zijn eigen volk was de stap naar betrokkenheid op de redding van alle volken niet groot meer: Jezus zegt nadrukkelijk dat (de mensen uit) de volken die naar hem luisteren, het makkelijker zullen hebben in het laatste oordeel dan zijn volksgenoten als ze hem afwijzen. Het criterium van beoordeling is bij Jezus ook anders dan bij zijn voorgangers. Het is niet meer trouw aan de Thora van God, maar trouw aan de boodschap van Jezus en aan hem.
In ieder geval is onmiskenbaar dat de eindtijdprediking van Jezus een onvervreemdbaar onderdeel van zijn optreden en boodschap was vanaf het begin. Een belangrijke conclusie van Reiser is dan ook dat degenen die lagen in een van de waarschijnlijk oudste geschreven bronnen met gezegden van Jezus, het geschrift Q, onderscheiden, dat niet mogen baseren op een toevoeging van apocalyptische trekken en teksten na een eerste fase waarin die niet voorkwamen. Hiermee gaat Reiser in tegen de visie op Q van het Jesus Seminar, en dus van degenen die in Jezus geen eindtijdverkondiger zien maar – desnoods uitsluitend – een wijsheidsleraar. Mijn aarzeling bij het boek en de conclusies van Reiser is dat hij zich bij zijn beeld van Jezus – historisch deels onkritisch – baseert op betrekkelijk late geschriften als de evangeliën zonder onderscheid te maken tussen vroege en late informaties over de historische Jezus, of zonder de verhouding tussen de ‘mythische’ en de ‘historische’ Jezus in wetenschappelijke zin te ‘problematiseren’. Aan de andere kant laat hij overduidelijk zien dat er geen andere mogelijkheid is dan te concluderen dat de eindtijdverwachting en -prediking van Jezus naadloos past in een lange en in zijn tijd nog sterk levende traditie, en ook naadloos past in Jezus’ verdere uitspraken en optreden. Hoezeer de wijsheid ook een (belangrijk)aspect van Jezus’ leven en boodschap is geweest, en zeker van de verbeelding daarvan door latere volgelingen en in hun geschriften, de spoedige eindtijdverwachting van Jezus, dat is van het koninkrijk van God dat in beginsel met zijn optreden en het aannemen van zijn boodschap en van zijn genezingen aanbrak, valt als wezenlijk met hem verbonden niet weg te poetsen. Dat hebben al velen gezegd, maar voor degenen die ook aan de historische Jezus een plaats in hun beleving of visie toekennen, houdt dat een belangrijke opdracht in om dat aspect dan ook recht te doen. Wie zich daarentegen beperken wil tot de inmiddels gestandaardiseerde visie op Jezus als redder die zijn werk vooral in de toekomst gaat voltooien, maar nog niet hier en nu, ja die kan het hier en nu dan ook laten voor wat het is, als zij of hij er niet zoveel last van heeft of er de voorkeur aan geeft dat uit eigenbelang liever niet te hebben. Dat laatste gold echter niet bepaald voor Jezus en zijn volgelingen zelf. Daarom is de solidariteit van het onderlinge maal dat vooruitgrijpt op het grote feestmaal na het laatste oordeel, hier en nu dan ook zo belangrijk. Wijsheid is nu juist dat de (herstelde) verbinding met God via Jezus, ook het herstel van de beleefde eenheid van de hele wereld met (en niet te vergeten inclusief) God impliceert.
Mijns inziens impliceert God-met-ons zowel wij-in-God als God-in-ons. En: solidair met allen en alles. Maar dat sluit ook de tegenstander of buitenstaander, in welke vorm dan ook, niet uit! Alleen degene die zichzelf willens en wetens buitensluit.

The historical Jesus in context

Buitengewoon praktisch, overzichtelijk en leesbaar handboek met artikelen over de belangrijkste parallellen tussen woorden, begrippen, beelden, opvattingen en gebruiken, uit wat we van de historische Jezus en zijn optreden weten of wat ons erover is overgeleverd, en de historische context daarvan. Met veel verhelderende citaten. Een boek dat eigenlijk door geen lezer van het Nieuwe Testament en geen student van het vroege christendom gemist mag worden. Het is lang niet volledig maar wijst de weg naar belangrijke nieuwe en verhelderende inzichten.

Back to top

Boccaccini, Roots of Rabbinic Judaism

Boccaccini is specialist in de geschiedenis van het Jodendom, speciaal – wat hij noemt – het ‘Midden’-Jodendom (ruwweg de periode van 300 voor tot 200 na Christus) dat zowel voor het Rabbijnse Jodendom als voor het christendom de voedingsbodem vormde. Zijn stelling is dat deze beide laatste zich vormden in onderlinge tweestrijd, als zusterreligies die qua ontstaan niet los van elkaar denkbaar zijn.
De grootste ontdekking van Boccaccini is zijn visie op de Qumran-stroming als aftakking van wat hij het eigenlijke Essenisme noemt, namelijk het Enochitische Jodendom (zie daarvoor zijn boek Beyond the Essene Hypothesis). Zijn sterk methodologisch onderbouwde benadering poogt strikt historisch-wetenschappelijk te zijn. En ook al beschikt hij niet over meer artefacten dan anderen, de manier waarop hij het beschikbare materiaal benut, in casu vooral teksten en archeologische data, leveren mijns inziens zeer betrouwbaar ogende resultaten die aan de bestaande inzichten ook veel waardevolle nieuwe toevoegen.
Het voorliggende boek (uit 2002) behandelt de eerste helft van de periode waarover hij wil schrijven, van de profeet Ezechiël (ballingschap) tot Daniel (begin van de Makkabeese tijd). Belangrijk is dat hij bij zijn onderzoek naar de wortels van het Rabbijnse Jodendom naast het ‘Wijsheids’-Jodendom (dat onder meer het Hellenistische Jodendom beïnvloedde) en het Zadokitische Jodendom (waarvan sporen in het latere Sadduceïsme en Farizeïsme terug te vinden zijn) nog een derde stroming onderscheidt namelijk het Enochische Jodendom dat hij het eigenlijke Essenisme noemt, en waarvan de Qumrangemeenschap een rigoristische aftakking was. Het bijzondere is nu dat deze derde stroming aanwijsbaar invloed heeft gehad op het ontstaan van het christendom, maar de wijze waarop bewaart Boccaccini voor het tweede deel van zijn overzicht, dat nog moet verschijnen. Wel heeft hij zijn visie op de Qumrangemeenschap en de Enochitische traditie waar zij een aftakking van was, behandeld in zijn boek Beyond the Essene Hypothesis, zie onder.
De wijze waarop Boccaccini historische feiten, archeologische gegevens en tekstgeschiedenis met elkaar combineert, levert zeer veel inzichten op over de literatuur die hij behandelt, waaronder vele bekende bijbelse en buitenbijbelse geschriften. Voorop staat dat hij de ontwikkeling van de oorsprongsmythen van de verschillende groepen – die het bestaan van die groepen verklaarden en zin gaven – combineert met de historische ontwikkeling van die groepen. Hij slaagt er zodoende in niet alleen een frappante visie op geschriften als het boek Ezechiël, Kronieken of Daniël te bieden maar ook op hun ontstaan uit diverse tekstsamenvoegingen, en tevens op het voorkomen en de functie van tal van tekstplaatsen die voor ons in eerste instantie onbegrijpelijk zijn maar in de context die Boccaccini weet te ontrafelen, juist heel herkenbaar. Het impliceert wel dat we er achter komen dat deze geschriften niet alleen als orakelboeken gebruikt kunnen worden door latere lezers die de oorspronkelijke betekenis niet meer konden vinden – dat wil zeggen hij weekt de historische plaatsbepaling van die boeken los uit hun canonieke of door de canon bepaalde niet-canonieke context -, maar dat wij met die herontdekte (waarschijnlijke, in ieder geval plausibele) oorspronkelijke betekenis opnieuw een eigen uitleg kunnen zoeken. Die niet haaks hoeft te staan op de oorspronkelijke, of daaraan op zijn minst ook recht doet.
Onthullend voor een groot publiek is natuurlijk dat hij overduidelijk laat zien, hoe na de terugkeer uit de ballingschap een groep priesters het heft in handen kreeg (of liever nam) en hun dynastie fundeerde in het herschrijven van de boeken over de Koningen (wat de beide boeken Kronieken opleverde, die net zo goed als die van de Koningen in de Joodse en de christelijke canon terecht kwamen!) waarbij zij via kleine wijzigingen hun priesterclan (met name de zonen van Pinehas) als de ware erfgenamen van de religieuze en politieke macht aanwezen. Verder in het boek laat Boccacini zien hoe deze Zadokitische stroming en de Wijsheidsstroming elkaar later naderden, speciaal in de synthese van Ben Sirach. Het valt te hopen dat Boccaccini zijn beloofde vervolg snel zal kunnen voltooien. De waarde van dit boek voor een gezonde – niet door haar canonieke omgeving vertroebelde – visie op de geschiedenis van het Vroege en Midden-Jodendom (en dus op alle stromingen die daaruit voortkwamen of zich er mede op baseerden) kan mijns inziens voorlopig nauwelijks overschat worden. Zeer aanbevolen!

Back to top

Boccaccini, Beyond the Essene Hypothesis

Dit boek verscheen al in 1998, dus nog voor zijn Roots of Rabbinic Judaism. Het is een intellectueel genoegen de wijze te lezen waarop Boccaccini bekende gegevens en theorieën deconstrueert en opnieuw rangschikt in een veel begrijpelijker samenhang, met verklaring van een aantal zaken die voorheen wel hier en daar vermoed of geponeerd waren maar die pas door Boccacini’s reconstructie en in zijn nieuwe overzicht hun volle gewicht krijgen. Voor de precieze indrukwekkende redeneringen over de enorme hoeveelheid teksten en andere materialen, waaronder uiteraard veel voorgaande studies die nu ‘verbeterd’ worden, kan ik slechts naar het boek verwijzen. Uit het samenvattend overzicht aan het einde van het boek haal ik de volgende belangrijke punten naar voren. Eerder was al duidelijk dat de Qumrangemeenschap voortkwam uit een veel bredere stroming, de Esseense. Nu is duidelijk gemaakt dat die samenvalt met wat Boccaccini noemt het Enochische Jodendom waarin de figuur van Henoch en de naar hem genoemde tekst-traditie centraal stond.
Kenmerkend voor dit Enochische Jodendom is onder meer zijn begin als oppositie tegen het heersende Zadokitische Jodendom (beide kwamen uit priesterkringen voort maar de heersende Zadokieten baseerden zich op Mozes en de Enochieten op Henoch) en deze oppositie is ook terug te vinden in andere opvattingen over God en de engelen. Aan de laatste wordt in het Enochitische Jodendom een veel grotere rol toegekend; zo komt uit deze kringen bijvoorbeeld de uitwerking voort van de val van de engelen. Dit kwam neer op het herleiden van de oorsprong van het kwaad tot God, iets wat in de Zadokitische traditie ondenkbaar was. In tegenstelling tot de Zadokieten verwierpen de Enochieten de voorbestemming van het individu tot eeuwig heil of eeuwige verdoemenis. Deze en andere verschillen in uitgangspunt zouden tot ver in het Rabbijnse Jodendom en het christendom invloed uitoefenen.
In dit boek behandelt Boccaccini vooral de manier waarop de Qumran-groep zich afzette tegen de hoofdstroming van het Enochitische Jodendom, en verklaart een heleboel zaken die wel waren geopperd maar op deze wijze veel plausibeler gemaakt worden.
Helemaal interessant is dat het christendom wel veel parallellen heeft met de Enochitische hoofdstroom maar minder met de sectarische zijtak daarvan, de Qumrangemeenschap: veel verschillen en overeenkomsten krijgen zo een veel duidelijkera achtergrond en perspectief. Jezus stond dichter bij de Enochitisch-Esseense hoofdstroom dan bij het dualisme en de voorbestemmingsgedachte in Qumran. Dat de invloed van deze hoofdstroom in het christendom vaak slecht herkend werd, komt onder andere doordat het christendom er in zijn gevecht om eigenheid en legitimiteit met het tegelijkertijd opkomende Rabbijnse Jodendom geen baat bij had, deze traditioneel-Joodse Enochitische invloed sterk voorop te stellen; het boek Henoch nam aanvankelijk in christelijke kringen een belangrijke plaats in, maar haalde de canon uiteindelijk niet. Dit in tegenstelling tot de Openbaring van Johannes die er toch sterk door beïnvloed is.
Kortom, de stellingen die Boccaccini hier betrekt, vormen voor veel bekende opvattingen over de oorsprongen van christendom en Rabbijns Jodendom, en nog meer over die oorsprongen zelf in het Midden-Jodendom, een enorme uitdaging. Er zijn dan ook sinds de verschijning van dit boek tweejaarlijkse zomerconferenties van geleerden van Joodse en christelijke achtergrond om de implicaties verder te onderzoeken. Deze conferenties hebben tot vervolgbundels met publicaties over diverse samenhangen en aspecten geleid. Op het programma staan nog conferenties en publicaties over onder meer de implicaties voor de visies op het ontstaan van het christendom en op de historische Jezus. Duidelijk is dat de invloed van de Enochitische visies onder andere waarschijnlijk maakt dat de volgelingen van Jezus vanaf het begin sterk apokalyptisch dan wel eschatologisch dachten, zij het dat die begrippen waarschijnlijk in een ander licht komen te staan vanuit de Enochitische tradities. Hoe precies, zal nader onderzocht moeten worden. Ik ben zelf benieuwd in hoever christelijke stromingen zich in hun opkomst onderscheidden van andere Joodse stromingen door meer of minder sterke hellenistische invloed of dat het andere factoren waren, die hun opvattingen sterk een eigen kleur gaven, zoals het centraal stellen van de persoon en het profeetschap dan wel verlosserschap van Jezus. Uitermate belangrijke stof die dit boek behandelt, en die vermoedelijk tot nog veel volgend inzicht zal leiden.
Opmerking terzijde: ik kan het niet meer terugvinden in dit of het hierboven genoemde boek, maar meen toch zeker – maar misschien elders? – van de hand van Boccaccini zijn opmerking gelezen te hebben over de waarde van de studies van Robert Eisenman (onder andere uitmondend in het boek James the Brother of Jesus) inzake de verbanden tussen Qumran en de oorsprongen van het christendom. Namelijk dat Eisenman in beginsel wel op het goede spoor zit dat er belangijke samenhangen zijn, maar dat hij in plaats van de verbinding te leggen met Qumran eigenlijk de verbinding had moeten leggen met de hele Esseens-Enochitische traditie.

Back to top

Arnal, Jesus and the Village Scribes

Het voert te ver om de volledige implicaties van deze intrigerende en intelligente studie hier weer te geven, als dat in dit stadium van de geschiedwetenschap van dit onderwerp al zou kunnen. Want dit boek is zowel sterk in de diepgang waarmee het zijn bronnen bestudeerd heeft, zowel de oude teksten als de archeologische gegevens, als waarmee het oude hypotheses ver- en nieuwe opwerpt. Heel versimpeld gezegd komt het – wat die verworpen hypotheses betreft – erop neer dat voor de lang gekoesterde veronderstelling dat de eerste volgelingen van Jezus rondreizende predikers zouden zijn geweest (die Jezus’ haaks op de bestaande maatschappij staande waarden predikten) geen bewijs is. Deze hypothese – die veel aanhang had en nog heeft – worden door Arnal afdoende ontkracht.
Vervolgens situeert Arnal het ontstaan van de bron Q – die net als het evangelie naar Markus een gemeenschappelijke bron vormt van zowel het evangelie naar Matteüs als dat naar Lukas – in de provincie Galilea van (ongeveer) het derde en vierde decennium van de eerste eeuw. Door een combinatie van econmische en sociale geschiedenis enerzijds en studie van de teksten anderzijds komt hij tot de conclusie dat de meest waarschijnlijke opstellers van Q de dorpsklerken zijn geweest wier positie door de politieke en economische veranderingen sterk ondergraven was. In de ethiek van Q meent Arnal hun ethiek te herkennen, en hij voert daarvoor veel boeiende gegevens en soms krachtige redeneringen aan.
Wat mij hieruit duidelijk wordt, is dat wie hierover meent te kunnen oordelen, zelf heel erg thuis dient te zijn in alle relevante feiten (archeologische gegevens en teksten) en doorkneed in de valkuilen die bij de interpretatie ervan opdoemen. Dat gezegd zijnde, valt mij op dat Arnal gebruik maakt van studies van de bron Q die in de laatste decennia een hoge vlucht genomen hebben, mede onder de inspiratie en invloed van zijn leermeester Kloppenborg, uit wiens school hij duidelijk stamt. Of alle vooronderstellingen van Arnal daarmee zonder meer gerechtvaardigd zijn, kan ik niet beoordelen; maar zij verdienen zeker een diepgaande aandacht en bestudering omdat hun focus duidelijk wil bouwen op wetenschappelijke methodieken, zij het dat daarover best verschil van mening zou kunnen blijven. Voor Arnal wordt Q duidelijk een iets minder radikale tekst, en een iets burgerlijker – althans meer in een maatschappelijke middenpositie gewortelde (Arnal geeft uiteraard veel preciezer de mogelijke alternatieven en onderwerpen voor verdere studie aan) – tekst met bijbehorende ethiek dan in sommige kringen van nieuwere onderzoekers. Dat is in zoverre verheugend dat het onderzoek en het debat daarbij alleen kunnen winnen.
Dat de verschillende posities die in de tijd van de ‘historische Jezus’ en van de uiteenlopende bewegingen van volgelingen van hem, of zich op hem beroepende bewegingen, daarmee een nieuwe blik waard blijken, en vooralsnog zullen blijven, is eveneens winst. Niet onderschat mag worden, hoe weinig wij daarvan precies weten. En dat het Nieuwe Testament daarvoor niet de maatstaf kan zijn, omdat dat een maatstaf van eeuwen later is. Intrigerende studieonderwerpen voor iedere historisch geïnteresseerde!

Back to top

Bütz, The Brother of Jesus and the Lost Teachings of Christianity

De laatste decennia bereikt veel informatie over de Joodse wortels van het christendom opnieuw een groter publiek. Nog steeds staat niet helemaal op een rijtje door welke groepen in welke volgorde precies welke keuzes gemaakt zijn waardoor er behalve uitsluitende etnisch-Joodse, gemengd Joodse en niet-Joodse, en voornamelijk of tenslotte vooral uitsluitend niet-Joodse volgelingen van Jezus, groepen van die volgelingen, en soorten groepen daarvan ontstonden. Uit het Nieuwe Testament kunnen we dat slechts ten dele leren want dat is een selectie die door de centristische of katholieke christenen is gemaakt, de groep die een duidelijke organisatie met een duidelijk handvest – de bijbelcanon – en een vaste liturgie en geloofsbelijdenis en bisschoppelijke organisatie op prijs stelde. En dat vond plaats toen de christenen al in een wederzijds proces van verwijdering waren gekomen ten opzichte van de andere grote nieuwe tak van het Jodendom, de rabbijnse, die zoals gezegd tegelijk ontstond.
Een van de meest in het oog vallende, maar ook veel vragen oproepende gegevens uit de tijd dat er nog veel meer groepen waren, en van nog veel uiteenlopender aard, is dat er lange tijd groepen Joodse christenen zijn geweest die andere, veel minder door het hellenisme beïnvloede en veel minder met de Griekse en Romeinse cultuur in wisselwerking rakende karaktertrekken vertoonden.
En speciaal dat de figuur van Jacobus, de broer van Jezus, daarbij in hoog aanzien stond. Hij was het namelijk die na de dood van Jezus zijn Joodse volgelingen in Jeruzalem leidde (niet allereerst de Griekssprekende die er ook waren en meer verbindingen hadden buiten Jerusalem, maar de Aramees sprekende die kennelijk uit Jeruzalem of het achterland van die stad kwamen), en wel tot zijn dood die waarschijnlijk enkele decennia na die van Jezus plaats vond. Er is namelijk een overvloed aan gegevens die op dat hoge aanzien wijzen.

Bütz behandelt nu in dit erg toegankelijke en leesbare boek die gegevens over Jacobus, de broer van Jezus, en maakt een begin met wat wij nu over de geschiedenis van de christelijke groepen in de eerste eeuwen kunnen en – misschien ook beter – moeten weten. Want voordat het kerkelijke christendom de herinnering aan de Joodse wortels sterk begon te vergeten of te verdoezelen (het is allebei voorgekomen), en nog eeuwen nadien, waren er Joodse christenen die zich niet precies gelegen lieten liggen aan wat concilies van aan het Romeinse Rijk gelieerde bisschoppen beslisten.
Nu is dat laatste allemaal veel te veel om te vertellen. Daarom beperkt Bütz zich tot de belangrijkste gegevens over Jacobus in en buiten het Nieuwe Testament en toont zonneklaar aan dat hier een hele werkelijkheid van christelijke gemeenschapsleven zichtbaar wordt die wij ook als we het Nieuwe Testament lezen, recht moeten doen.
Zijn boek maakt er veel werk van uit te leggen hoe wij dat moeten doen op zo’n wijze dat de historische gegevens en die van het Nieuwe Testament allebei tot hun recht komen en geen geweld hoeven te worden aangedaan. Dat is de kracht van dit boek.
De andere kant daarvan is dat het boek niet het grote nieuwe overzicht bevat van de geschiedenis van al die Joods-christelijke groepen, al maakt hij ons daar voldoende niewsgierig naar. Wie de basisfeiten zelf wil bestuderen, kan bijvoorbeeld een prachtige verzameling vinden in het boek Jewish Believers in Jesus van Skarsaune en Hvalvik. En wat zeker ook nog niet in het boek van Bütz staat, is een omvattend beeld waaruit het ontstaan van het Nieuwe Testament duidelijk wordt in samenhang met de gemaakte keuzes van de centristische groepen die het later wonnen van alle andere (waaronder diverse andere vormen: hermetiserende en gnostiserende, filosofische en charismatische, soms met religieuze elementen van nog diverse andere herkomst, cultureel of etnisch). Maar volgens Bütz is wel duidelijk dat de latere christelijke kerk vooral op de hellenisering van Jezus als de Christus door Paulus is gebaseerd, terwijl er eeuwenlang Joodse volgelingen van Jezus waren voor wie hij allereerst profeet was, en niet een God of Zoon van God. Dat roept om verder onderzoek, en Bütz legt daarvoor op heldere en sympathieke wijze een inspirerende en solide basis.

Back to top

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.