BK-Books.eu » Besprekingen » Jacobs Böhmes Weg in die Welt

Bespreking van...

… Theodor Harmsen (Hg.), Jacobs Böhmes Weg in die Welt: Zur Geschichte der Handschriftensammlung, Übersetzungen und Editionen von Abraham Willemsz van Beyerland, Amsterdam (In de Pelikaan) 2007, [ met vele waardevolle illustraties, en een uitgebreid documentatie-gedeelte, ] 541pp. [= Pimander: Texts and Studies published by the Bibliotheca Philosophica Hermetica 19]

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inleiding

Een opmerkelijk informatief boek, gezien de ondertitel die op veel feiten en weinig intrige zou kunnen duiden. Dat laatste is echter slechts op het eerste gezicht het geval. Dat van de vele feiten klopt, maar die zijn door de zorgvuldige redactie zeer overzichtelijk verwerkt.

Dit prachtig uitgegeven werk bevat niet alleen de laatste stand van het onderzoek naar de geschiedenis van teksten (autografen, afschriften, biografieën, gedrukte werken) van en over Jacob Boehme in de eerste eeuw na zijn optreden en schrijfwerk. Het biedt ook veel inzicht in de kringen van Boehmelezers en -vereerders, in het bijzonder in Nederland waar de meeste geschriften van Jacob Boehme gedrukt werden. En bevat op het omslag de afbeelding van het houten kruis met tekst op het graf van Boehme, met tekst en afbeeldingen ter uitleg. Dit kruis was door vrienden geplaatst maar al spoedig door een opgejutte groep mensen vernield. De tekst omvatte onder meer de drie beroemde spreuken uit het graf van Christian Rosenkreuz:

“Aus Gott gebohren. In Jesu gestorben. Mit dem Heiligen Geiste versiegelt.”

De precieze gegevens vindt u in het boek.

Back to top

Overzicht van de inhoud

Behalve een inleiding in leven en werk van Jacob Boehme van Gerhard Wehr treffen we naast bovengenoemde onderwerpen – tekstgeschiedenis en inzicht in de kringen van Boehme-lezers en -vereerders – een interessante artikel aan over de sociale context van religieuze groepen in de Nederlanden en in Europa (Frank van Lamoen), een interessante ontrafeling van de samenstelling van diverse varianten van de oudste biografieën van Jacob Boehme op basis van fragmenten van diverse herkomst (Carlos Gilly) en een boeiende geschiedenis van de lotgevallen van de verzameling autografen, afschriften en andere oude teksten die in de dertiger jaren van de vorige eeuw vanuit de Linzer gemeente van Boehme-aanhangers uiteindelijk op vier locaties terecht kwam, na in die onopvallend levende gemeenschap enkele eeuwen in alle rust en stilte bewaard te zijn.

Enkele notities bij de inhoud

Het is duidelijk dat de definitieve tekstverwerking nog moet beginnen, zij het dat daar nu meer mogelijkheden voor aanwezig lijken te zijn dan ooit. Al wordt over fotomechanische reproductie (zover ik zag) nog niet gesproken in dit boek. Dus als het noodlot alsnog toe mocht slaan … Daar staat tegenover dat de samenwerking tussen de betrokken locaties (Amsterdam, Görlitz, Wolfenbüttel, Wroclaw) op gang is gekomen.

De leerlingen van Boehme waren diep onder de indruk van zijn woorden, hetzij door horen hetzij door lezen. Zij voelden meestal grote verwantschap met andere spirituele zoekers en vinders, zoals Rozenkruisers en andere hermetici, en zoals andere piëtisten in en buiten de officiële protestantse kerken in die tijd. De geschiedenis van wat Boehme aan en via andere tijdgenoten (Tobias Kober, Paul Kaym, Johann Rothe, Johann Sigismund von Schweinichen, Balthasar Walter, Abraham von Sommerfeld, Abraham von Franckenberg, Kaspar von Fürstenau, de broers Karl en Michael Ender von Sercha) aan derden ontleende is nog niet geschreven. Ik vermoed dat invloeden op hem in zijn jeugd (van de Duitse mystici en piëtisten voor zijn tijd tot Paracelsus) en in zijn latere jaren langzamerhand goed in beeld te brengen zijn; ik vermoed dat de kabbala in zijn werken, evenals de studie van de sacramentele theologie, in hoofdzaak latere invloeden zijn, en dat de aanvankelijk vooral Paracelsische alchemie erin later nog beïnvloed is. Wat niets af zal doen aan zijn eigenheid, want ik ben er zeker van dat pas door het verhelderen van het een (de beïnvloeding) ook het andere (zijn eigenheid) verhelderd zal worden. Een eigenheid die toch vooral neerkomt op een unieke verwerking van de bijbelse heilsgeschiedenis, getransformeerd in een theosofie van de wedergeboorte van mens en kosmos, gekenmerkt door een zeer eigen taalopvatting en taalgebruik, nauw aansluitend aan de centrale plaats van de ook via die taal beleefde ervaring van de eenheid met de goddelijke wereld. Waarmee een basis gelegd zal zijn voor onderzoek naar de verdere – inmiddels enorme – receptiegeschiedenis van Boehme.

De verschillende verwantschappen als zodanig worden in dit boek niet geanalyseerd. Wel wordt hier en daar naar verwantschappen verwezen, maar op de genoemde voorbeelden na meestal zeer algemeen en onuitgewerkt. Dat zou ook niet gekund hebben binnen het voor deze publicatie gestelde kader. Hier blijft dus een heleboel werk te verrichten. We lezen bijvoorbeeld wel over de brede interesse en kennis van de spirituele kopstukken uit de perioden van de latere Middeleeuwen en de Reformatie, zoals aanbevolen door van Beyerland (362). En over de vergelijkbare snaren die de Rozenkruisersgeschriften uit de kring van Valentin Andreae en de geschriften van Jacob Boehme bij brede, in spiritueel opzicht verwante kringen in Europa in de zeventiende eeuw aan het trillen brachten. Maar slechts degenen die vertrouwd zijn met die kringen – en dat waren tot voor kort slechts weinigen – alsmede met de ruimere geschiedenis van de spiritualiteit en haar kopstukken en belangrijkste teksten, zullen een goed begin kunnen maken met genoemde en door mij waardevol geachte analyse. Waardevol omdat zij veel inzicht kan brengen en zeer vruchtbaar zal kunnen zijn.

Een bijzonderheid van deze publicatie van de Bibliotheca Philosophica Hermetica is dat haar staf (niet alleen redactioneel maar) ook inhoudelijk sterk heeft bijgedragen: bijna alle artikelen komen uit de pen van medewerkers of ex-medewerkers van de BPH. Wat niet verbaast, als we bedenken dat Boehme voor de stichter van de BPH, Joost Ritman, via door diens moeder aan hem geschonken teksten van Boehme, een belangrijke rol gespeeld heeft bij het ontstaan en de eerste opbloei ervan. De inhoud van dit boek wordt vooraf gegaan door een inhoudelijk boeiende inleiding van Esther Oosterwijk-Ritman met welgekozen prachtige citaten van Boehme, en een artikel van Joost Ritman waarin hij de nieuwe publicatie in het perspectief van geschiedenis, actualiteit en toekomst van de bibliotheek en haar beoogde dienst aan de ontwikkeling van mens en kosmos zet.

Back to top

Een mijlpaal in het 50-jarig bestaan van de Bibliotheca Philosophica Hermetica

Wat de Bibliotheca Philosophica Hermetica in de 50 jaar van haar ontwikkeling – die gevierd werd met de tentoonstelling van veel in het boek behandelde teksten en waarbij dit boek gepresenteerd werd – onder leiding van Joost Ritman tot stand heeft gebracht, is indrukwekkend. Het zou goed zijn als de catalogus en de aanwinsten snel op Internet beschikbaar zouden komen, zoals dat van iedere wetenschappelijke en gemeentebibliotheek al het geval is, en zoals past bij een door de Nederlandse overheid gekochte en onderhouden bibliotheek. Deze spirituele schatten komen dan nog dichter bij vele liefhebbers en leerlingen die er naar zoeken. Gezien de plannen hiervoor en voor nieuwe huisvesting mogen we dit voor de nabije toekomst hopen. Persoonlijk zou ik wensen dat de studie van de geschiedenis van de spiritualiteit en haar teksten niet in mindering komt op de verbreiding van belangrijke toegankelijke oorspronkelijke teksten voor een groot publiek. Zodat de resultaten van de studie dit laatste bereiken.

Daarvoor kan niet alleen de toegankelijkheid van de catalogus en de aanwinsten van deze bibliotheek bijdragen, maar zijn uiteraard ook andere wegen begaanbaar zoals het vertalen van buitenlandse publicaties van originele teksten van grote spirituele waarde in het Nederlands, of het stimuleren van publicaties van originele teksten in andere, grotere talen. Dat de voorliggende uitgave in het Duits is geschreven is een goede zaak; zo zal deze publicatie onmiddellijk toegankelijk zijn voor een groter aantal lezers. Maar de uitgave van originele teksten in Engels, Chinees, en Spaans, evenals wellicht Arabisch, lijkt een waardevolle volgende stap. Niet te vergeten is ook dat nog vele teksten uit de geschiedenis van de spiritualiteit onuitgegeven zijn, bijvoorbeeld oorspronkelijk geschreven in het Arabisch en Perzisch – die via contacten met de Islam een zeer invloedrijke en nog te vaak onderschatte rol hebben gespeeld in de overdracht van de voor-middeleeuwse naar de na-middeleeuwse filosofische en spirituele tradities van Europa! – of in het Pali of het Sanskriet (vanwege teksten over de verwante thema’s van dualiteit en niet-dualisme bijvoorbeeld), om enkele voorbeelden te noemen.

De BPH kan in de – opmerkelijke – spirituele ontwikkelingen van onze tijd een belangrijke rol spelen. Terecht noemde Joost Ritman haar bij de opening van genoemde tentoonstelling een ‘deeltjesversneller’. Waarbij de in te brengen en vrijkomende energie een ons gegeven opdracht is, neem ik aan, proportioneel aan de reikwijdte van onze mogelijkheden en innerlijke ontwikkeling. En de resultaten niet bij voorbaat voorspelbaar.
We kunnen de BPH en allen die zo intensief bij haar betrokken zijn, alleen maar toewensen dat zij in de komende hopelijk vele jaren net zo zal groeien en bloeien en net zo vruchtbaar zal zijn als haar indrukwekkende ontwikkeling tot nu toe te zien geeft. Wat leerden ook al weer de tradities die zij zo duidelijk in het licht stelt? En wat bracht de pen van de verlichte Jacob Boehme zelf iedere keer weer in beweging? Begin bij het begin, stel ik u voor. En vergeet nooit: dat kan (en kan, wil het volledig zijn, niet anders dan) ieder moment opnieuw (en toch anders).

Ten slotte

Als Eenheid onze werkelijkheid is, ligt alles al klaar voor wie bereid is te ontvangen en te beamen en daarnaar te leven. Of zoals Jacob Boehme zei: “Voor wie tijd is als eeuwigheid, en eeuwigheid als de tijd, die is bevrijd van alle strijd.” Dat impliceert uiteraard alles, alle (!) tegendelen, maar ervaren in hun Eenheid.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.