BK-Books.eu » Besprekingen » Hulpeloos maar schuldig

Bespreking van...

Aleid Schilder, Hulpeloos maar schuldig: het verband tussen een gereformeerde paradox en depressie, Kampen (Kok) eerste druk 1987, en latere drukken
P.C. Kuiper, Ver heen: Verslag van een depressie, 1988 (SDU Uitgeverij) Den Haag, 168pp.
Alice Miller, In den beginne was er opvoeding, Houten (Wereldvenster) 1989-7e druk, en latere drukken
Idem, Het drama van het begaafde kind: Een studie over het narcisme, Houten (Het Wereldvenster) 1992-15e druk

Alice Miller verwijst in haar boek ‘In den beginne was er opvoeding’ naar de zogenaamde ‘zwarte pedagogie’, het op vernedering en dwang gebaseerde vrij algemeen voorkomende opvoedingsklimaat in Europa in de laatste eeuwen tot ver na de Tweede Wereldoorlog; hoofdzaak daarvan is het kind zo vroeg mogelijk de eigen wil te ontnemen. Zij illustreert deze ‘zwarte pedagogie’ aan interessante voorbeelden, onder andere aan de achtergronden van Hitlers extreme opvoeding en het verband daarvan met het karakter van de door hem nagestreefde en uitgevoerde politiek. Wat mij het meest treft in dit boek en dat van Aleid Schilder is de eenzijdig door macht bepaalde communicatie die het kind zowel fysiek als psychisch schaadt en het bovendien opzadelt met de schuld voor wat er mis gegaan kan zijn (bij ouders en kind), terwijl het eigene van het kind niet gerespecteerd maar expres onder tafel geveegd wordt. Miller geeft op p. 103 als alternatief dan ook onder meer aan: respect voor dit eigene van het kind zodat het zich – ook psychisch – gezond kan ontwikkelen in een eigen richting. Zowel bij Schilder als bij Kuiper wordt duidelijk dat een dogmatisch-christelijke achtergrond hierbij negatief kan werken. De erfzonde-theorie houdt het slachtoffer dat er gevoelig voor is, net als de voorbeschikkings-theorie, in een ‘double bind’ die ertoe kan leiden dat het slachtoffer zich denkt te bevrijden uit zijn gebondenheid maar in feite zichzelf de schuld van die bevrijding blijft geven omdat dat zo hoort.
Bewustwording van hoe iemand in dit opzicht achter is geraakt en wat iemand in dit opzicht tekort is gekomen kan ook tijd en inspanning kosten, zoals Miller, Kuiper en Schilder alle drie aangeven; tegelijk is die bewustwording waardevol omdat zij kan bijdragen tot volwassen worden – een kans die men steeds als zij zich voordoet grijpen kan -, tot spirituele rijping en betere communicatie met en liefdevol leven in de wereld. Of tot genezing van depressie, zoals Kuiper laat zien. Bovendien geloof ik wel in de mogelijkheid van beschadiging van mensen door elkaar, ook in de opvoeding, maar niet in de absolute onheelbaarheid daarvan; dat zou pas beschadiging zijn! Ook Miller is hier op haar eigen wijze sterk mee bezig. Natuurlijk zijn sommige beschadigingen niet te herstellen maar er kan soms vrede gesloten worden in hogere zin. Zoals met alle aspecten van ons leven die het door de dood heen gaan raken. Een onderwerp apart.
Het lijkt mij van groot belang de eigen kwetsbaarheid te erkennen, en er niet voor weg te lopen. Want door het gebrek aan zelfkennis en omgang met de eigen kwetsbaarheid kan ongewenste kortsluiting en niet onderkende agressiviteit in de communicatie ontstaan. Of depressies die signaleren dat het tijd is weer een – in de eerste plaats zichzelf – voelend mens te worden. Dat geldt voor iedere mens op wie dit van toepassing is uiteraard op eigen persoonlijke wijze en in de eigen context. Gelukkig degene die hier tijdig de goede weg in vindt, en voelende respectvolle mensen in haar of zijn omgeving die het vallen in valkuilen kunnen helpen voorkomen en de weg kunnen helpen opgaan naar emotionele volwassenheid, ook in de communicatie. En even gelukkig degenen die deze hulp in een latere fase krijgen, om het herstel voor te bereiden.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens, en studeerde vanaf 1965 in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020.