BK-Books.eu » Besprekingen » Het volgende verhaal

Bespreking van...

Cees Nooteboom, Het volgende verhaal: EEN UITGAVE VAN DE STICHTING COLLECTIEVE PROPAGANDA VAN HET NEDERLANDSE BOEK TE GELEGENHEID VAN DE BOEKENWEEK 1991, CPNB, [Amsterdam (Uitgeverij De Arbeiderspers) 1991], 92pp.
Idem, Rituelen: Roman, Amsterdam/Antwerpen (Uitgeverij De Arbeiderspers) 1998-18e druk (1980-1e), 191pp.

Alweer zo’n tien jaar geleden las ik ‘Het volgende verhaal’, wat ik een prachtige tekst vond. Adembenemend om te lezen, en me rakend op een diep, niet goed te omschrijven niveau. Met zeker een aantal interessante levensbeschouwelijke problemen erin. Verder las ik nog nooit iets van deze auteur tot ik er kortgeleden op gewezen werd dat ‘Rituelen’ twee spirituele zoekers naar verlossing als romanpersonen heeft, waarvan bovendien één die in Zen zoekt, en dat deze personen er niet bepaald positief afkomen. Ook dit boek is erg goed geschreven, al lijdt de vertelling enigszins onder de behoefte van de auteur om (zijn) problemen op tafel te leggen en te behandelen, en onder het uitstallen van zijn eruditie, al zijn die elementen op zichzelf ook weer aantrekkelijk. Deze roman uit 1980 ademt de problematiek van de jaren zeventig. Tegen een familieachtergrond die nog de bekrompenheid van voor de zestiger jaren uitstraalt, zoeken alle personen naar vernieuwing. Alle personen worden daarbij negatief afgeschilderd, alsof de schrijver er niet in slaagt ook maar iets positiefs in hun pogingen of in hun kans op resultaat te ontdekken (het laatste is wellicht heilzaam, het eerste mijns inziens in zijn algemeenheid te eenzijdig negatief). De auteur slaagt er wel goed in te laten zien waar het bij genoemde twee personen aanschort, ze vertonen een verkramptheid die niet heilzaam is en bij beiden tot de dood leidt (in het tweede geval via een evidente zelfmoord), al zou je die nogal gewrongen als verlossing kunnen interpreteren. De schrijver moet van ouderwetse westerse (in zijn geval roomse) spiritualiteit niets meer hebben, en het lijkt hem raadzaam in plaats daarvan de hang naar het oosterse niet tot een uiterste verkramptheid door te voeren. Ik kan dit alleen maar met hem eens zijn. De vraag is vervolgens nog wel of spiritualiteit meer dan verkramping kan zijn, want het gaat wellicht toch ook om onthechtheid, om openheid en – eventueel geoefende … -spontaniteit. Daarbij zou spiritualiteit zelf ook losgelaten kunnen worden, voor zover het een hinder is. Bij de romanpersonen van Nooteboom in dit boek gaat de verkramping samen met duidelijke zelfhaat, die om zou moeten slaan in verlossing maar slechts tot de dood leidt. Tegelijkertijd stralen zij een superieure kennis uit: zij weten veel en zij weten het precies en goed, en vooral: die wetenschap is voor hen een houvast. Een zo stevig houvast dat dat negatief afgeschilderd worden kan. Evenals spiritualiteit zijn kennis en wetenschap wellicht zaken die hun rol alleen ten volle kunnen spelen als men er niet te krampachtig zekerheid aan ontleent. Daarmee roert de auteur relevante thema’s aan die in 1980 en nog steeds relevant zijn in de spirituele ontmoeting tussen oost en west en de verwerking daarvan door individuen. En dat bovendien op een erg leesbare manier.
Toch zie ik niet uit naar andere romans van deze auteur omdat ik er gecamoufleerde verhandelingen in vrees over thematieken die ik al ken in plaats van nadruk op de kracht van het verhaal zelf met de thema’s meer terloops verwerkt, zoals in ‘Het volgende verhaal’. Maar misschien doe ik me (en de auteur?) daarmee te kort. Ik heb uit ‘Rituelen’ een heleboel geleerd over de auteur, denk ik. En zeker dat hij goed schrijven kan, belangrijke thema’s aanroert en veel weet. Lijkt de auteur op zijn romanpersonages? En wij misschien ook?

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens, en studeerde vanaf 1965 in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020.