BK-Books.eu » Besprekingen » Het mysterie van de hersenstam

Bespreking van...

Tjeu van den Berk, Het mysterie van de hersenstam: Over basisfuncties, psychosomatiek en spiritualiteit, Zoetermeer (Meinema) 2001

Vergeleken met de vorige editie van dit boek, in 1987 bij Kok Agora verschenen onder de titel De wijsheid van de hersenstam (ondertitel: Leven met onze basisfuncties), is er bij van den Berk enige verschuiving opgetreden. De vorige versie sprak mij aan door de combinatie van thema’s: nuchtere en goede informatie over basisfuncties, gevoel voor oosterse en andere spiritualiteit, en een waardevolle uitleg van Socrates’ visie. Hij keert zich nu duidelijker tegen een louter mechanische geneeskunde waarin de patiënt in de eerste plaats als lichaam zonder ziel (lijk), als object of artefact, benaderd wordt en pas in de tweede plaats als levend geheel en onderdeel van een levende kosmos (waaraan van den Berk voorrang wil geven zonder dat van den Berk de geneeskundige bijdrage van de mechanische benadering loochent). Het is de vraag of het boek voldoende draagkracht heeft om in die discussie – die in de geneeskunde zelf en in de media uitvoerig en soms diepgaand wordt gevoerd – volop mee te kunnen doen. Als correctie van eenzijdige theologische en psychologische inzichten blijft het boek van van den Berk naar mijn smaak echter onovertroffen; het boek is dus vooral waardevol voor wie juist daaraan nog behoefte (zouden moeten) hebben. Een tweede verschuiving is dat van den Berks verwijzingen naar oosterse inzichten nu meer door het boek heen, en dus terloopser, naar voren komen en dus iets meer op de achtergrond zijn komen te staan. Meer accent hebben gekregen de noodzaak om onze angsten open tegemoet te treden en de daarbij helende verbondenheid met de natuur. Het boek blijft in veel zaken algemeen (dat heeft zijn voordelen want het blijft overzichtelijk en helder), wordt niet persoonlijk (dat vind ik zelf een gemis, want er zit zeker een persoonlijke geschiedenis achter en het gaat steeds om zaken die pas als ze een persoonlijke betekenis krijgen, werkelijk van betekenis worden). De verwijzing naar relevante moderne en een veelheid aan klassieke bronnen en de verwerking ervan blijft een genoegen om te lezen, al is het oorspronkelijke hoofdstuk over Socrates nu ingekrompen (het komt in een prachtige nieuwe versie voor in van den Berks recente boek Mystagogie waar het meer tot zijn recht komt) en is het meer een ondergeschikte illustratie geworden. Lees dus eventueel ook dit wat moeilijker boek Mystagogie, een ‘inwijding’ in het symbolisch bewustzijn.

Door de verschuivingen in deze herdruk is het boek voor mij minder aansprekend geworden. Dat komt vooral doordat de nieuwe accenten in al hun relevantie toch minder uitgewerkt worden dan ik zou hopen en aantref in bijvoorbeeld publikaties van de filosoof David Loy (zie Literatuurlijst Zen en Oosters en Westers denken). Dat gebrek aan uitwerking voel ik ook bij het nogal geïsoleerde citaat van Irene von Lippe-Biesterfeld op de prominente slotpagina van dit boek: wat voegt dit toe? Het komt natuurlijk niet alleen op de theorie aan, daarvan ben ik mij net als Tjeu van den Berk bewust.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens, en studeerde vanaf 1965 in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en een inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en buiten alle tegenstellingen", te verschijnen in 2020.