BK-Books.eu » Besprekingen » Het Groene Woordenboek

Bespreking van...

André Abeling, Het Groene Woordenboek, Den Haag (SDU Uitgevers) 2005 [Eerste editie 2002, tweede editie 2005], 895pp.

Deze bewonderenswaardige uitgave is een combinatie van twee eerdere uitgaven. Dat waren ‘het Groene Boekje’ dat in zijn telkens nieuwste editie van vrijwel alle woorden de nieuwste spelling bevatte, en de Grote Prisma Nederlands. Vooropgesteld zij dat de nieuwe uitgave bijzonder prettig in de hand ligt, niet te zwaar is en toch prettig open neergelegd kan worden. En dat voor een werk van 895 pp.! De letter is niet groot maar de bladspiegel is prettig en de tekst is prettig leesbaar, niet te druk en toch met goede onderscheiding van verschillende elementen, altijd weer een typografisch kunststuk waar de vormgever eer mee in legt.
Ook in de naam – niet Woordenlijst van de Nederlandse taal of ‘het Groene Boekje’ maar Het Groene Woordenboek – klinkt al door dat dit een stevige inhoud heeft. Dezelfde compleetheid als de woordenlijst, met dezelfde actuele spelling maar: met vele extra’s. En die zijn nu net van de grootste waarde voor een taalgebruiker in onze tijd. Het gaat om (ik citeer de ‘Aanwijzingen voor het gebruik’): “Bijzondere aandacht is besteed aan de … zakelijke samenhang van de woorden. Zo worden in het artikel ‘paard’ kenmerkende zelfstandige naamwoorden (hengst, merrie, veulen; achterhand, manen, gangen enz.), werkwoorden (briesen, hinneken, steigeren, roskammen enz.) en bijvoeglijke naamwoorden (afgejakkerd, aftands, bereden enz.) genoemd; onder het trefwoord ‘magneet’ vindt men: min- en pluspool, anker (armatuur), flux, krachtveld. … Spreekwoorden en vaste uitdrukkingen zijn telkens onder één trefwoord behandeld. Een ver doorgevoerd systeem van verwijzingen maakt zulke verbindingen verder toegankelijk. Zo vindt men in het artikel ‘absoluut’: * zie ook gehoor, meerderheid, muziek, nulpunt, werkwoord.” (p. VII).
Uit de voorbeelden wordt duidelijk genoeg dat hier een van de grote voordelen zichtbaar van wat het digitale tijdperk op taalgebied op gaat leveren. Namelijk zicht op de frequentie waarmee woorden in elkaars nabijheid voorkomen, en daarmee op een beter inzicht in en een betere toegang tot de verschillende betekeniscomplexen die woorden en combinaties van woorden in het gebruik hebben. Vroeger vond je toevallig wel eens een uitdrukking als je die kwijt was, door te zoeken bij een specifiek woord uit die uitdrukking. Maar dat leverde dan lang niet altijd een treffer op omdat het meestal maar op één plaats gebeurde. Nu is de kans daarop verveelvoudigd omdat systematisch voor de verwijzingen is gezorgd. En zeker in een tijd waarin taal sterk verandert onder druk van culturele veranderingen en sterke invloeden van andere talen, is die hulp van grote waarde om ons eigen taaleigen te blijven houden. Ook als we iets even kwijt zijn kunnen we het nu snel terugvinden. Dat lijkt mij buitengewoon waardevol.
Deze uitgave is dus heel speciaal en ik beveel haar sterk aan. Geschikt voor ieder die én de nieuwste spelling wil kunnen naslaan én die ‘even’ op zoek is naar de betekenis van een woord of naar de juiste wijze van gebruik ervan, of naar een uitdrukking of spreekwoord waar dat woord in voorkomt. Een grote stap vooruit. Mag op geen bureau ontbreken van wie regelmatig Nederlandse teksten schrijft.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.