BK-Books.eu » Besprekingen » Het gras wordt groener

Bespreking van...

Thich Nhat Hanh, Het gras wordt groener: Meditatie voor aktivisten, [In het Engels vertaald als: The miracle of awakening], In het Nederlands vertaald door Kirsten Roep-Rønbak Olsen, z.p.(Komitee voor Nederlandse Weeskinderen)z.j., 33 pp.; inmiddels heruitgegeven
idem, De geur van versgemaaid gras: Een gids voor loopmeditatie, Vertaling uit het Engels en voorwoord: Judith Bossert, Langenboom (Uitgeverij Theresiahoeve) 1985, 31pp.
idem, Tiêp Hiên: boeddhisme in 14 poorten, [vertaling uit het Engels door Judith Bossert, Nijmegen (Zen-uitgeverij Theresiahoeve)z.j., 61 pp.
idem, Vredelevend [Being Peace], [vertaling uit het Engels en voorwoord: Judith Bossert, met illustraties van Judith Bossert], Gondenbrett (ZEN-uitgeverij Theresiahoeve) 1992, 110 pp.
idem, Iedere stap is vrede: Met een voorwoord van Z.H. de Dalai Lama, [Vertaling: Eveline Beumkes en Anna Bol,] Deventer (Ankh-Hermes) 1995-tweede druk, 133 pp.
idem, Vrede aanraken: De kunst om in aandacht te leven, Amsterdam (Uitgeverij Karnak) 1998-tweede druk, 153 pp.

Kenmerkend voor de auteur, de Vietnamese boeddhistische monnik die tijdens de oorlog in Vietnam belangrijk hulpwerk verrichtte, nog deel uitmaakte van de Vietnamese delegatie die in Parijs het vredesakkoord met Amerika sloot en inmiddels verbannen is uit zijn land omdat hij niet van het regime afhankelijk wil zijn maar de vrijheid wil houden te helpen wie in nood zijn, is zijn eenvoud en zijn gave om door te dringen tot de kern, daarmee allerlei minder belangrijke zaken en problemen relativerend. Hij woont in Frankrijk sinds 1966, is vredesactivist gebleven en heeft overal in de wereld lezingen gegeven over de basisprincipes van het leven, en is een van de grote boeddhistische leraren van zijn tijd geworden.
Het gras wordt groener bevat in een notedop veel van de thema’s die de auteur in zijn leven en latere geschriften heeft uitgewerkt: het wonder van het leven, de ademhaling, het bewust glimlachen en de liefdevolle aandacht, eenheid met allen en alles (Tiêp Hiên, inter-zijn, interbeing), heldere waarneming en medeleven. Ik las de uitgave uit 1982, als speciaal nummer van het tijdschrift Zen, Langenboom (St. Theresiahoeve) 1982, 72 pp., van dezelfde vertaalster als hierboven genoemd, met aanhangsels als het Satipatthana ofwel Anapasati Soetra en 32 meditatie-oefeningen. Eigenlijk is de hele basis van Zen en van het boeddhisme en van leven in aandacht in dit boekje te vinden, zij het soms in een terminologie die de boeddhistische traditie direct verraadt en tijd nodig had om aan te komen in onze Westerse belevings- en taalwereld. Achteraf kun je echter zeggen dat dit geschrift werkelijk alles essenties bevat.
In De geur van versgemaaid gras ligt het accent op de loopmeditatie die voor de auteur zo kenmerkend is.
In Tiêp Hiên geeft hij een inleiding in het ontstaan en de beweegredenen van zijn beweging of ‘orde’, en de veertien regels die daarin worden nagestreefd.
In het boek Vredelevend legt hij de boeddhistische levensprincipes uit, eenvoudig leven en geweldloosheid. Hij begint ermee dat de kern van het leven vreugde is, om daarna op het lijden over te stappen dat daar ook op een bepaalde manier bij hoort. En hoe we daar mee om kunnen gaan. Hij laat zien hoe je bij jezelf kunt leren komen, hoe belangrijk het is om bij jezelf te zijn, en hoe je vredelievendheid vorm kunt geven in je communicatie met anderen, tot met diegenen die je als je tegenstanders moet zien vanwege hun geweld bevorderende of ronduit gewelddadige gedrag. En keert dan steeds weer terug tot de kern: ademen, glimlachen, een zijn met jezelf en de wereld. De kern van meditatie van waaruit je hele leven vredelevend vorm krijgt. [Dat we overal kunnen oefenen, dat alles ons de dharma verkondigt, iedere kiezelsteen, ieder blad, iedere bloem, vindt de auteur in het Saddharma Pundarika Soetra (34). Hij noemt het Satipatthana Sutta de grondtekst van Boeddha’s dharmalezing over meditatie (106). Dit voor de geïnteresseerden.]
Tot slot legt hij de veertien principes uit van de Tiep Hien orde, zijn beweging van mensen die streven naar vredelevend leven.
Een knap en toch zeer eenvoudig en aansprekend boek.
Het boek Iedere stap is vrede bestaat uit drie delen; zij gaan over (1) fundamentele aanwijzingen voor het leven met aandacht, (2) het omzetten van negatieve gevoelens in positieve, dus over heelwording, (3) hoe te werken aan vrede en respectvol om te gaan met ons leefmilieu. Het bevat korte teksten en is samengesteld uit lezingen, publicaties en ongepubliceerd materiaal en gesprekken, onder meer het gedicht ‘Noem me alsjeblieft bij mijn ware namen’ (122-123) en de veertien regels voor de Tiêp Hiên orde ofwel Orde van Inter-zijn (125-128). Dit laatste begrip staat voor de levende verwantschap van alles met alles. Regel 1: “Beschouw geen enkele leer, theorie of ideologie als de absolute waarheid. Gedachtenstelsels (het boeddhisme inbegrepen) zijn slechts wegwijzers en nooit de waarheid zelf.”
De grondgedachte van het boek Vrede aanraken omschrijf ik als volgt. Wanneer we met aandacht leven, zien we hoe bijzonder alles is, hoe vreugdevol of hoe pijnlijk. De auteur spreekt van zaadjes van geluk en liefde en van zaadjes van lijden en pijn, vaak niet bewust door ons meegedragen, die we overgehouden hebben uit eerdere ervaringen, vaak ook geërfd van traditie en ouders en omgeving. Onze pijnlijke ervaringen zijn het waard bewust gemaakt te worden en omgezet te worden in vreugdevolle – dat is mogelijk door liefdevolle aandacht voor onszelf, voor anderen en voor de geschiedenis en de wereld. We kunnen leren dat alles vergankelijk is en dat dat de vreugdevolle implicatie heeft dat ieder sterven de grondslag legt voor nieuwe groei in andere vormen. We kunnen leren dat meeleven met de pijn van onszelf en anderen waardevol kan zijn, hoe vaak ook herhaald. We kunnen leren dat we al een zijn met onszelf en met alle anderen en al het andere, ook al ervaren we de gescheidenheid sterk. En we kunnen leren omgaan met boosheid door een vredescontract te sluiten en communicatie op gang te brengen. En we kunnen leren met onszelf om te gaan en sterke persoonlijkheden te worden, en gemeenschappen te vormen met anderen zodat wij geven en ontvangen en allemaal groeien. Door hier en nu aanwezig te zijn zijn we een met alle kinderen en volwassenen van de hele wereld en met de hele aarde. Thich Nhat Hanh legt alles heel helder uit met direct aansprekende voorbeelden, of dat nu grote wereldproblemen zijn of voorvallen in onze directe leefkring. Bijvoorbeeld hoe we relaties kunnen herstellen of althans de belemmeringen wegnemen die wij daarvoor zelf kunnen vormen. Ook geeft hij regels en rituelen om bij al deze processen behulpzaam te zijn, met name de vijf belangrijkste leefregels die de Boeddha gegeven heeft, door de auteur niet ‘voorschriften’ (precepts) genoemd maar ‘aandachtsoefeningen’ (mindfulness trainings), evenals voorbeelden uit boeddhistische geschriften. Van de soetra’s noemt hij het Avatamsaka Soetra, het Lotus Soetra en het Maharatnakuta Soetra.

Thich Nhat Hanh heeft een buitengewoon groot pedagogisch talent. Zijn taal is direct aansprekend voor de meeste mensen, inclusief kinderen. Hij weet de essentie van ingewikkelde zaken eenvoudig en kernachtig toe te lichten, is appellerend en to the point. Hij is een lichtbaken in een wereld vol tweespalt; voor mij: een man naar mijn hart. Als je hem binnen de boeddhistische stromingen en leraren in het Westen een plaats zou moeten geven vanuit een perspectief op de variaties in het Christendom, dan kun je hem enigszins vergelijken met de evangelikalen: gericht op de directe transformatie van de mens en zijn leven, op lotsverbetering en vooral op bewustwording ter wille van het leiden van een goed leven. Buitengewoon sympathiek. Hij is zich heel goed ervan bewust dat veel oorlog en afwezigheid van vrede te maken heeft met gebrek aan bereidheid om echt naar elkaar te luisteren, en om echt oog te krijgen voor elkaars belangen. In alles wat hij zegt maakt hij een buitengewoon krachtige, helpende indruk. Aan de andere kant zegt hij niet zoveel over de economische strijd om het bestaan, en om de strijd om het vege lijf, en daardoor lijkt hij misschien wat wereldvreemd op het eerste gezicht, zeker voor ons welgedane mensen in het Westen van Europa. Hij zegt niet zoveel over de ingewikkelde wetten en structuren waarmee de machtigen in de wereld hun netten werpen over onze politieke en economische zeeën, en dus ook over hoe wij ons in die zeeën zouden kunnen redden of het economisch en politiek volhouden. Maar wees ervan verzekerd dat hij oog heeft voor de ‘have-nots’ in de wereld, en ons en anderen bewust wil maken van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het welzijn van de hele planeet aarde en al haar bewoners – om ons daartoe eerst maar te beperken. Als we om te beginnen – net als hijzelf – eerst maar eens bereid zouden willen zijn om ons absolute eigen standpunt op te geven en rekening met anderen te gaan houden (BK: in plaats van wellicht zelf al te zeer verstrikt te zijn in genoemde netten?). En zeker ook onze eigen krachten te ontdekken – die voldoende zijn voor een volwaardig leven (onthechtheid of niet-egoïsme betekent nog niet dat wij geen sterk ego of sterke geest verdienen op te bouwen en te onderhouden en de regels van het spel eerlijk en subtiel maar ook met volle inzet van onze echte krachten te spelen, BK). Waarbij het uitgangspunt en de methode en het doel de volledige beleving van ieder moment is. Hoewel we Thich Nhat Hanh een boeddhist kunnen noemen ‘van huis uit’, is hij in wezen universeel (verabsoluteert zijn eigen standpunt niet maar zoekt naar de kern). Hij heeft dan ook een goed oog voor wat in niet-boeddhistische religies, met name het Christendom, bij zijn universele standpunt aansluit, zoals uit diverse van zijn latere publikaties blijkt.
Informatie over de auteur en zijn beweging is te verkrijgen bij: Stichting Leven in Aandacht, Postbus 10989, 1001 EZ Amsterdam.
Voor bespreking van enkele andere belangrijke basisboeken van deze auteur, met name zijn uitleg van boeddhistische basisoefeningen en kerninzichten aan de hand van korte basissoetra’s, zie elders op deze pagina’s.
Voor zijn visie op hoe we kunnen omgaan met liefde en relaties, communicatie, boosheid, verdriet, angst, vergankelijkheid en dood, zie enkele andere boeken van zijn hand.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.