BK-Books.eu » Besprekingen » Help Me — I’m Tired Of Feeling Bad

Bespreking van...

… Paul Vereshack, Help Me — I’m Tired Of Feeling Bad: Newer, Simpler and Much Deeper Instructions to move out of Serious Emotional Pain and Stress, ( www.interlog.com/~bbk/paulcvr.html ) 1997-2000, ca 200 pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Hoofdzaken

In deze teksten beschrijft de auteur op grond van eigen ervaring en gegroeid inzicht de vorm van psychotherapie die bekend staat onder de namen “primal therapy”, “deep therapy” en “regressive psychotherapy”, ofwel diepte-therapie of regressietherapie. De auteur prefereert zelf de naam “feeling-oriented therapy” (op gevoel gerichte therapie) omdat hij de naam “primal therapy” wil reserveren voor de therapie die Arthur Janov beschreef in diens boek Primal Man. Ik las ergens de aankondiging dat deze teksten van Vereshack een voorbeeld van helderheid waren en dat nergens zo goed omschreven is wat deze vorm van therapie inhoudt. Voorzover ik kan zien, is dat zeker het geval. Dat is een grote verdienste want therapie is nu eenmaal een onderwerp waarbij men gauw diffuus worden kan.

Kern van deze therapie is het herbeleven van vroegere trauma’s waardoor men ze los kan laten en bevrijd kan worden van de blokkade (van het vrijuit funcioneren) die de verdedigingsmechanismen (tegen de confrontatie met het trauma) veroorzaken. Duidelijk wordt dat deze therapie zeer bevrijdende ervaringen op kan leveren: zowel ontspanning als inzicht als beter functioneren als ervaringen die te vergelijken zijn met religieuze top-ervaringen. Ook wordt duidelijk dat de therapie niet altijd helpt, namelijk waar niet voldoende draagvlak is om de trauma’s te herbeleven of waar de trauma’s te groot zijn om nog gladgestreken te kunnen worden. De auteur gaat ook uitvoerig in op de rol van de therapeut bij het op integere wijze ondersteunen van het draagvlak waarbij vasthouden en aanraken een belangrijke rol kan spelen. De auteur is door twee vroegere cliëntes vanwege te ver gaande aanraking voor de medische tuchtrechter gedaagd en heeft zijn medische licentie anderhalf jaar niet mogen gebruiken en hem sindsdien vrijwillig ingeleverd; hij ziet dit als een belangrijke leerervaring die hem al experimenterend is overkomen, op weg naar betere therapie. Hij vindt weliswaar dat hij grenzen heeft overschreden die hij beter niet had kunnen overschrijden maar ook dat hij hetzelfde onder andere afspraken en voorzorgen wellicht wel had kunnen doen. Ook wordt duidelijk dat deze reactie van zijn cliëntes voor de auteur ook zeer onaangenaam was en dat hij het nu niet meer op dezelfde wijze zou doen; sexuele aanrakingen vermijdt hij nu of vangt hij in andere vormen op en hij vindt wel dat nog meer onderzoek gedaan moet worden naar de mogelijke functie ervan en de voorwaarden waaronder zij al dan niet mogelijk zijn. Hij legt vervolgens zonder gêne nadruk op integriteit, eerlijkheid, codes, nederigheid en dergelijke. Uit de teksten krijg ik de indruk dat de therapie vooral bedoeld is, en het beste werkt, in gevallen van ernstige verdrongen trauma’s, vaak in de relationele sfeer. De sfeer van veiligheid en de sturende impulsen die de therapeut kan bieden, komen daarbij het best tot hun recht.

De auteur waarschuwt voor een relatie waarbij de therapeut de rol van redder of zelfs verlosser voor de cliënt gaat spelen; hij of zij is geen guru. Tegelijk liggen de positieve ontwikkelingsmogelijkheden die zich voordoen, heel dicht bij religieuze ervaringen en de groei daarin. Voor mij is het heel interessant wat Vereshack daarover opmerkt, zoals dat het om de congruentie tussen de diepte-ervaring (het diepe gevoel) en de oppervlakte-ervaring (het beleven in het hier en nu) gaat, dat we af moeten van blokkerende rationalisaties en op het diepste niveau de verbinding moeten herstellen. Hij noemt dit “not knowing” (ofwel weten op een diep doorleefd gevoelsniveau) en vergelijkt dit met wat Zen-beoefenaars ervaren kunnen. Hij stelt dat diepte-therapie tot holistische inzichten kan leiden maar dat “satori” (Zen-term voor “absolute” verlichting) nog een stap verder is.

Er zijn drie hoofdstukken: 1. een inleidend hoofdstuk over zijn methode en de rol die aanraken daarin speelt; 2. een uitvoerige beschrijving van mechanismen van de geest en van onderdelen, stadia, problemen en valkuilen van de therapie; een waar vademecum (alles zeer helder en verhelderend, ook “theoretisch”); 3. reacties op vragen en andere kortere teksten, achteraf toegevoegd (van collega’s, lezers en cliënten).

Back to top

Vragen en waardering

Vragen die ik heb, hebben betrekking op wat ik als onevenwichtigheden ervaar. Zo heeft de auteur toch ergens de neiging om van deze methode de verlossing van de wereld te verwachten. Terwijl ik denk dat het al heel wat is als ieder van ons zichzelf een beetje kan redden op zijn of haar eigen manier. Ik wil hiermee geen afbreuk doen aan de goede intenties van Vereshack maar voel een valkuil: we verheffen onze positiefste ervaringen allemaal graag tot het absolute geluk maar daar is niemand mee gediend want dat absolute geluk kan iedereen alleen zelf ervaren. En natuurlijk zal de methode van Vereshack daar net als alle aspecten van de werkelijkheid een bijdrage aan kunnen leveren. Het lijkt me heel moeilijk om als therapeut afstand te houden, en ook in deze teksten die het achteraf op een rijtje zetten voel je dat de auteur dicht op de huid van zijn eigen ervaringen moet blijven en wil blijven maar daardoor soms wellicht minder afstand van het onderwerp kan nemen dan wij als lezers zouden willen; overigens met alle begrip voor de positie van de auteur van een tekst over zo’n onderwerp. Bovendien is zoals gezegd de tekst heel helder en we kunnen de auteur dus op de huid volgen, wat een grote verdienste is.

De besproken therapie lijkt vooral te werken voor mensen met een ernstig trauma zoals eerder gezegd. De auteur komt door zijn ervaringen er zelfs toe te zeggen dat hij niet in de vrije wil gelooft. Hij is er zo van overtuigd dat wij gestuurd worden door ons onbewuste, ofwel door wat wij niet weten, dat hij er sterk voor pleit elkaar veel meer te vergeven dan wij meestal doen omdat wij ons maar van weinig factoren bewust zijn die ons gedrag en onze “zogenaamd bewuste” keuzes werkelijk bepalen. Waarmee ik niet in wil gaan tegen zijn pleidooi voor bewust leven maar wel tegen de noodzaak van regressietherapie voor iedereen: er is een gezonde vorm van onbewustheid en vergeten. Tegelijk is er een ethische gewenstheid van bewustheid en vrijheid van keuze (hoe kun je anders nog verantwoordelijk zijn?). Waar de grens ligt tussen ongezonde en gezonde, therapiebehoeftige en in het leven van alledag op te lossen situaties lijkt me een boeiende vraag waar in deze teksten nog geen antwoord op komt. De aangeduide problemen en oplossingen lijken mij echter voor het normale dagelijkse leven even belangrijk als voor de therapeutische setting die de achtergrond van de auteur vormt.

De vraag dient zich impliciet en expliciet dan ook aan wanneer een cliënt genezen of waar de therapie beëindigd geacht kan worden. Duidelijk is dat wanneer de problemen opgehouden zijn, de therapie kan stoppen. Maar kennelijk blijven cliënten nog vaak last houden van hun trauma’s of van nieuw opduikende trauma’s. Weliswaar wordt duidelijk dat in normale situaties altijd van een zekere verwerking van hanteerbare trauma’s sprake is, maar de grens tussen verwerkbare en therapiebehoeftige trauma’s valt kennelijk nog niet aan te geven. En evenmin wanneer de therapie wel of niet een rol (en zoja welke) zou moeten spelen. De auteur waarschuwt hevig tegen het op eigen houtje aan de gang gaan, en zegt tegelijk ergens dat hij hoopt dat mensen dat toch aan kunnen en zullen doen.

Toch ben ik ervan overtuigd dat wie deze teksten leest, veel kan leren over hoe wij mensen in elkaar steken. Soms had ik heel even wel eens het gevoel dat het banale en het geniale zich in deze tekst in elkaars buurt ophouden, waar een inzicht te kort door de bocht wordt geponeerd als een soort “waarheid” of “boodschap” – dat wordt het immers pas voor wie die ervaring of dat inzicht zelf deelt. Maar ook al ben ik niet op dit gebied thuis, ik had sterk het gevoel dat er waardevolle zaken naar voren gebracht worden op een buitengewoon heldere en verifieerbare en controleerbare wijze; waar het vragen overlaat, is dat meestal op zorgvuldige wijze opengehouden. En al dat inzicht stel ik op hoge prijs, vooral waar het aansluit bij mijn belangstelling in Zen.

Vooral is mij opnieuw duidelijk geworden hoe belangrijk het voor ons mensen in alle omstandigheden – en zeker in afhankelijke – is om elkaar emotionele veiligheid te bieden. In die veilige warme omgeving bloeien we op en kunnen we onze krachten ontwikkelen en groeien, om uiteindelijk onze talenten te ontplooien en dienstbaar te maken aan door ons ontdekte of gestelde doelen.

Voor geïnteresseerden en zij die er qua kritiek en zelfkritiek aan toe zijn: informatief, zeer leerzaam en aanbevolen.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.