BK-Books.eu » Besprekingen » Handvol water

Bespreking van...

Anthony de Mello, Handvol water: Een spirituele zoektocht naar verlossing, Tielt (Lannoo) 1999, 134pp.

Een paar zaken vielen mij op aan dit boekje dat meditaties bevat naar aanleiding van uitspraken van Jezus.

Het eerste is dat het om bekende teksten van Jezus gaat die bij nader inzien alle een radicale strekking hebben. Teksten als:
“Want wat zou het een mens baten als hij de hele wereld wint maar zijn eigen leven verliest?”
“Wanneer iemand naar mij toekomt en zijn vader en moeder niet haat, alsook zijn vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, dan kan hij mijn leerling niet zijn.”
“Indien iemand je wil vervolgen en je hemd nemen, laat hem dan ook je mantel; en wanneer iemand je dwingt een mijl te gaan, ga twee mijl met hem.”
“Het is gemakkelijker voor een kameel door het oog van een naald te kruipen, dan voor een rijk man het rijk der hemelen binnen te gaan.”
“Vossen hebben hun holen, en vogels hebben hun nesten; maar de Mensenzoon heeft niets om zijn hoofd op te leggen.”
“Voorwaar, zeg ik u: zolang ge u niet bekeert en wordt als deze kinderen, zult gij het Rijk der hemelen niet binnengaan.”
“Maar ik zeg tot u die naar mij luistert: bemin uw vijanden, doe wel aan die u haten.”
“De Farizeeën zegden tot zijn leerlingen: waarom eet uw Meester samen met tollenaars en zondaars?”
“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde.”
“Dreigt uw hand u aanstoot te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee handen in de hel te komen … Geeft uw oog u aanstoot, ruk het uit; het is beter voor u met een oog het Rijk Gods binnen te gaan dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen.”
“Vuur ben ik komen brengen, en hoe verlang ik dat het reeds oplaait!”
“Daarom zeg Ik u: wees niet bezorgd voor uw leven … let op de vogels in de lucht … kijk naar de lelies op het veld.”
“Wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk Gods.”
“Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie om Mijnentwege zijn leven verliest, zal het vinden.”

Het tweede is het hoofdthema van deze bundel. Dat is het leren zien van onze gehechtheden en het leren loslaten ervan, radicaal. Op het eerste gezicht zou het kunnen lijken alsof de auteur voortdurend hetzelfde zegt. Inderdaad slaat hij voortdurend op hetzelfde aambeeld maar steeds met een verschillende invalshoek, en daarmee zegt hij ons dat elke invalshoek een weg naar het doel kan zijn. Wat hij vooral duidelijk maakt, is dat half werk niets helpt. Alleen radicale verandering is voldoende. Wat hij ook zegt, is dat voor die radicale verandering alleen maar een verandering van inzicht nodig is, en daarna het opvolgen van dat inzicht. Dat zal volgens hem het geluk aan het licht brengen dat nu verborgen is onder onze gehechtheden en onze eindeloze inspanningen om eraan te beantwoorden. Het leven wordt er dan niet gemakkelijker op maar het wordt eindeloos rijker: écht leven!
De weg hierheen – een geestelijke weg – is niet gemakkelijk. “Als je die toestand ooit bereikt, zul je begrijpen wat het betekent helder en zuiver te zien, zonder beneveld te zijn door vrees of verlangen. Je zult begrijpen wat het is om lief te hebben. Om het oord van de liefde te bereiken moet je echter hellepijnen doorstaan, want om mensen lief te hebben, moeten je nood en behoefte aan mensen gestorven zijn en moet je volledig alleen zijn.
Hoe kun je ooit zover geraken? Door onophoudelijk bewustzijn, en het oneindige geduld en medeleven die je voor een drugsverslaafde zou hebben. Je kunt ook dingen doen die je hele wezen vervullen, waar je je helemaal voor inzet en waarbij succes of erkenning geen rol spelen. Of trek de natuur in: laat de massa achter en trek de bergen in, voel je in stilte verbonden met de bomen en de bloemen, de vogels en de dieren, de zee, de hemel, de wolken en de sterren. Dan zul je je hart voelen kloppen in de onmetelijke woestijn van de eenzaamheid. Er is niemand bij je, je bent volledig alleen. Aanvankelijk kan dat ondraaglijk lijken, want je bent er niet aan gewend volledig alleen te zijn. Als je het niettemin een tijdje uithoudt, zal de woestijn plotseling openbloeien in liefde. Uit je hart stijgt muziek op, je zingt en het zal altijd lente zijn.” Hoewel misschien een zweem van herinnering aan Westerse tradities van verzaking ofwel askese doorklinkt (de auteur was Jezuïet, dus lid van een orde in de rooms-katholieke kerk) lees ik hier dat het allerbelangrijkste is dat wij ons zelf grondig leren kennen op het punt van onze gehechtheden en valkuilen. Het gaat niet om verzaking of onthechting als middel waarna automatisch alles goed komt. Het gaat om een dieper dan diepgaand proces van zelfkennis en verandering, waarbij we onze gehechtheden loslaten vanuit het nieuwe inzicht dat groeit. De auteur geeft aan dat dit proces niet gemakkelijk is maar diepgaand, en alleen dan echte verandering brengt.
Nog een keer gezegd om misverstand te voorkomen: de Mello bedoelt niet dat we uit deze wereld moeten wegvluchten. Wel dat we niet kritiekloos de programma’s van onze omgeving of opvoeding moeten volgen (daar vallen voor hem ook de kerkelijke leerstellingen onder). Ook bedoelt hij niet dat we vervolgens alleen maar prettig gedrag vertonen of alleen prettige belevenissen hebben, of alleen in harmonie met onszelf en onze omgeving leven. Integendeel, ook wij zullen gewoon voor onszelf en anderen moeten opkomen (omdat we gewoon ons blote leven wel moeten handhaven) en wellicht daarbij geweld gebruiken of andere middelen die in principe te vermijden zijn (ook omdat we altijd allemaal gewoon mensen zullen blijven die fouten maken – volmaakten in de zin van mensen die nooit fouten maken kent ook de Mello niet en hij wil kennelijk vermijden iemand bij voorbaat te veroordelen). Maar dat zal niet zijn om gehechtheden van onze egoïstische zelfhandhaving te redden maar volkomen vanzelf gaan, zonder bijbedoelingen, en zelfverwerkelijking zonder meer zijn, zonder of met sociale doeleinden.
Hij wil onze pretenties aantasten, alsof wij het beter zouden moeten weten dan anderen, of zouden moeten streven naar vooraanstaande posities, net als vele politici, wetenschappers en andere leiders. Want voor hem staat vast dat aanzien in de wereld helemaal niets voorstelt, ons alleen afleidt van dat echte leven dat hij in de woorden van Jezus proeft.
Wie zich afvragen of de Mello niet erg gemakkelijk sociale doeleinden relativeert, herinner ik er aan dat hij beducht is voor elke gehechtheid. Ook die aan bezittingen en zeker die aan idealen. Met de strijd voor sociale doeleinden hoeft volgens hem niets mis te zijn, maar deze strijd heeft alleen zin vanuit ons echte zelf, niet vanuit ons valse zelf. Daarom heeft de ‘strijd’ met onze gehechtheden voorrang. En het ontdekken van wat ons echte leven is. Waarover we niet meer hoeven nadenken of het dat is. Omdat het volkomen vanzelf spreekt.

Als dit geen eye-openers biedt dan weet ik het niet meer. Ik verwijs naar een tweede boek dat ik inmiddels van hem las: De Weg van de Stilte.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.