BK-Books.eu » Besprekingen » Genade als spirituele kracht

Bespreking van...

… Roelof Tichelaar, Genade als spirituele kracht, Kampen (Ten Have) 2004, 176pp.

Kernwoorden: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Onder meer op deze pagina:

Inleiding

Een boek met een prachtige titel, vind ik, die overigens ook gewoon “spirituele kracht” had kunnen luiden als het woord genade niet ook een extra betekenis had, al kennen velen die misschien niet meer zoals het woord in de oude geschriften van Tenach en Nieuwe Testament, kortom van Jodendom en christendom voorkwam – en trouwens ook in vele latere geschriften uit die tradities.
Laat ik in deze bespreking vooropstellen dat het kenmerkend voor de schrijver en ook voor dit boek van hem – er zijn er een hele reeks inmiddels, te vinden bij de uitgevers Ankh-Hermes en Ten Have – dat hij in de christelijke traditie staat en dat het voor degenen die in de woorden en beelden van die traditie thuis zijn, iets gemakkelijker zal zijn hem te volgen. Maar de inhoud is voor iedereen van belang en kan ook in de termen van andere culturen en tradities onder woorden gebracht worden, want zij is naar mijn opvatting universeel. Dat is een grote kracht van de auteur en zijn teksten.
Zoals dat ook het feit is dat de auteur uit eigen ervaring spreekt, een ervaring die zeer illustratief is en die hij tegelijkertijd relativeert omdat hij persoonlijk is, en omdat hij zelf in zijn ontwikkeling nog volop staat voor zaken die geleerd blijken te moeten worden. Net als bij zijn lezers. De auteur staat met zijn benen stevig op de grond en heeft er daardoor (!) gelukkig weet van dat dat niet een permanente ervaring is, en dat wij allemaal permanent mogen blijven zoeken naar de basis die gelukkig altijd toch weer te vinden is. Het gaat in dit boek om lezers in onze tijd en maatschappij, ook iets erg waardevols van dit boek.

Inhoud

Dit boek is er niet zozeer een om de inhoud ervan samen te vatten, als om het te lezen en die tot zich door te laten dringen. Wat dan tegelijk betekent dat men zich erdoor laat oproepen zich bewust te worden van de geestelijke werkelijkheid en ermee in contact te komen en de weg te gaan die daar bij hoort. Over die geestelijke werkelijkheid heb ik het hier maar niet. Het belangrijkste is dat die deel van ons uitmaakt, of liever omgekeerd. En het realiseren daarvan is een zo essentieel proces, en zo vol betekenis en vreugde, dat dit proces eindeloos genoemd mag worden. Zowel om de kracht en de richting die er in gegeven worden, als om de onvoorstelbare ruimte en variatie die het voor het leven en de hele kosmos met zich meebrengt.
De auteur behandelt die aspecten in dit boek niet allemaal, maar wel een aantal dicht bij de problemen van de huidige samenleving liggende. Van de laatste stelt hij een aantal – het belang en vaak ook verlies van innerlijke ontwikkeling, de keuze tussen optreden of tolerantie ten aanzien van misstanden, omgaan met seksualiteit, medicijngebruik, en industrialisering van de veeteelt en vleesproductie – zelfs heel expliciet in het licht van zijn pleidooi voor evenwicht vanuit het belang van de geestelijke ontwikkeling die hij als de basis van ons leven ziet en ervaart.
Ook heb ik een aantal vragen, omdat de auteur sommige onderwerpen wel wat erg kort behandelt, althans in verhouding tot veel verbreide algemene of bepaalde godsdienstige opvattingen die hij als het ware als bekend veronderstelt maar waardoor een zekere ruimte voor vragen en verder onderzoek mogelijk en nodig blijft. Zoals de betekenis van de wet en van regels als bewustmakers, karma en reïncarnatie, of de verschillende mogelijkheden van contact met de geestelijke wereld (hoewel voor degene die tussen de regels wil lezen het boek over niets anders dan het laatste gaat!). Het prettige is dat de auteur nooit uit de bocht vliegt, en zich altijd duidelijk beperkt tot een kern die hij hier en nu wil vertellen. Zoals hij de zaken aan de orde stelt, is er veel van te leren en weinig aan te misvatten, tenzij men dat opzettelijk wil of doet. De auteur geeft aan dat hij veel geleerd heeft van de geschriften van Johannes Gruber, en ook wel van Karel Douven.
Een uiterst plezierig aspect van de schrijfwijze van de auteur is ook dat hij niet om de dingen heen draait maar recht op zijn doel afgaat. Elk hoofdstukje bevat aan het eind bovendien nog een meditatieve tekst om nog eens op andere wijze de inhoud ervan op zich af te laten komen.

Ten slotte

Dit boekje gaat ook over de eenheid die er altijd is, die aan alles ten grondslag ligt, en die wij altijd kunnen vinden. Hoe: lees. Ik laat toch maar na een aantal hoofdstuktitels te noemen want ik kan mij niet voorstellen dat de enorme rijkdom aan thema’s in dit boek daarmee gevangen kan worden. Voor ieder moet er wel veel in te vinden zijn, die de diepe zin ervan – maar goed en helder te volgen en te vinden – ontdekt en … ervaart (!). Eenvoud is het kenmerk van het ware, zou je kunnen zeggen (maar dat wil niet zeggen dat in de praktijk alles eenvoudig is, uiteraard; al is waar dat je eenvoud – in je en buiten je – mag veronderstellen en er je geestelijke ontwikkeling en praktische handelen op mag baseren!).
Een gouden boekje, van harte aanbevolen.

Back to top

Naar inhoudelijk meest verwante eerstvolgende pagina

Naar chronologisch eerstvolgende pagina

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.