BK-Books.eu » Besprekingen » GEHEIM DAGBOEK 2001

Bespreking van...

Hans Warren, GEHEIM DAGBOEK 2001, Amsterdam (Bert Bakker) 2002, 352 pp.
Idem, GEHEIM DAGBOEK: Zestiende deel, 1984-1987, (Uitgeverij Balans) 2004, 380 pp.

Het dagboekdeel dat Hans Warrens laatste jaar voor zijn dood weergeeft, is een indrukwekkend monument van Warrens strijd met zijn aftakeling en de geestkracht die hij tentoon spreidt om zijn dagboek en andere idealen te realiseren, tegelijkertijd getuigend van zijn zwaktes daarbij. Altijd nietsontziend tegenover zichzelf, maar ook om meelij vragend, en vindend dat hij dat niet krijgt, vooral soms niet van zijn partner. Die hem natuurlijk toch ook de grootst mogelijke steun biedt. Terecht dat Mario Molegraaf dit deel met een paar eigen waardige bladzijden afsluit. Moeilijk voor ons lezers om Warren zo maar ‘achter te moeten laten’ – en dat terwijl er nog een jaar of achttien dagboekdelen onderweg zijn; maar natuurlijk nog veel en veel ingrijpender voor zijn partner.

Voor de delen 1 tot en met 15 zie mijn eerdere bespreking. In deel 16 blijkt Warrens vader niet zo zeer met de Duitsers meegewerkt als gewoon zijn werk gedaan te hebben en de daarvoor noodzakelijke samenwerking met de Duitse autoriteiten bleek na afloop van de oorlog gebruikt te zijn om hem zwart te maken en zijn leven moeilijk te maken – het zondebok-principe. Duidelijk wordt dat Warren door de ouderdom ingehaald gaat worden en dat dit spanningen op gaat leveren die achteraf gezien – zie het deel over Warrens laatste jaar – in zijn laatste jaren culmineren in hevige wisselingen tussen toegeven aan het bij die ouderdom passende gedrag en de strijd ertegen, de laatste mede omdat hij zo dichter in de buurt kan blijven van zijn partner die zo’n veertig jaar jonger is. Een pijnlijke problematiek omdat die zijn creativiteit ook sterk belemmerd lijkt te hebben. Hij verzucht een keer dat hij alleen in z’n dagboek nog maar zichzelf heeft. Hoewel het streven om aan de ouderdom weerstand te bieden en nog jong te blijven en te presteren ook veel vruchten afwerpt en genoegens oplevert, is duidelijk dat het niet zijn innerlijke keuze is. Met alle gevolgen vandien. Hoe het tussen 1987 en 2001 gaat lopen, moeten we afwachten.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.