BK-Books.eu » Besprekingen » Erich Kästner

Bespreking van...

Franz Josef Görtz / Hans Sarkowicz, Erich Kästner: Eine Biographie: unter Mitarbeit von Anja Johann, München / Zürich (Piper) 1999-4 (1998-1), met registers en geselecteerde bibliografie, 371pp.

Erich Kästner was al in mijn middelbare schooltijd (rond 1960) een bekende naam. Ik weet nu waarom: hij is een van de buiten Duitsland meest gelezen en vertaalde Duitse auteurs van de 20e eeuw geweest, zeker in de jaren veertig, vijftig en zestig. Hij schreef uiterst leesbare en toegankelijke teksten, vooral kinderboeken, cabaretteksten, enkele romans, veel filmscenario’s, en veel toneelrecensies, en andere recensies, toneelstukken en ander mengelwerk. En tussendoor ook veel gedichten, vaak met commentaar op de tijd of op het menselijk leven, met moralistische en realistische elementen. Een schrijver met een uiterst grote taalbegaafdheid en werkkracht. En een interessante levensloop en carrière – in een moeilijke tijd.
Kästner werd in 1899 geboren, promoveerde in 1925, werd belangrijk redacteur van kranten rond 1930 en kreeg een schrijfverbod van de nazi’s. Hij emigreerde niet maar hield zich in leven, mede dank zij buitenlandse contacten, schnabbels, relaties binnen de schrijverswereld – zonder zich te compromitteren of zich openlijk te verzetten. Van de last van die tijd (zie bijvoorbeeld de dagboeken van Victor Klemperer) is van hem weinig gedocumenteerd, zijn dagboeken zijn nog niet volledig gepubliceerd.
Na de oorlog kreeg hij het al snel erg druk bij de wederopbouw van het culturele leven, hij vervulde weer een redacteursrol bij de belangrijkste krant, en schreef cabaretteksten. In 1951 werd hij voor een tiental jaren de eerste PEN-voorzitter van Duitsland.
Behalve als schrijver in een bijzondere tijd is Kästner ook interessant vanwege zijn persoon. Hij was een kind niet van zijn officiële vader; zijn echte vader was vooraanstaand joods arts. De speciale band met zijn moeder uitte zich in vrijwel dagelijkse brieven tussen die twee. Hij had een bijzondere band met zijn vrouwen. Uiteindelijk werd hij ook nog vader.
Dit erg leesbare boek is voor mij interessant geweest vanwege het aanvullende beeld op Duitsland in de jaren twintig, dertig en veertig. En vanwege het beeld van het literaire bedrijf. En vanwege de persoon van Kästner: zeer begaafd, levend in een tragische tijd, een Duitser met een lichtvoetige aard die zichzelf wist te blijven in allerlei tragische persoonlijke en tijdsomstandigheden, daar althans naar streefde en er tot op zekere hoogte in slaagde. Het is een voorrecht om dit leven en deze persoon al lezend iets nader te komen.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.