BK-Books.eu » Besprekingen » Elizabeth Costello

Bespreking van...

J.M. Coetzee, Elizabeth Costello: Eight Lessons, London (Secker & Warburg) 2003, 230pp.

Een bijzondere literaire tekst. In de eerste plaats boeiend om te lezen, prachtig gecomponeerd, en een intellectueel genoegen.
Misschien wat minder spannend voor diegenen voor wie sommige van de aangesneden menselijke vraagstukken minder interessant zijn om diepgaand aan de orde gesteld te zien worden: ouder worden, de verantwoordelijkheid en de positie van de schrijver in de samenleving, kan een mannelijke auteur op een bevredigende wijze dus van binnen uit doorleefd een vrouwenkarakter in een roman neerzetten, de verhouding mens-dier en de behandeling van dieren door de mens, de relatie van schrijvers onderling, soorten literatuur van Afrika, de opkomst en rol van de humaniora (literaire en tekst-wetenschappen vanaf de tijd van het humanisme in de Renaissance) in de westerse cultuur, de verhouding van literatuur en wetenschap en van literatuur en geloof (alle opgevat als activiteiten die van bepaalde denkbeelden of vooronderstellingen uitgaan), enzovoort. Dat zijn er nogal wat, ik heb nog veel weggelaten, bijvoorbeeld de rol van het christendom!
Maar de argumentaties, de dialogen, de compositie, en de setting van de gebeurtenissen in het nomadenbestaan van de hoofdpersoon, met de nodige couleur locale en beschrijving van het lezingencircuit, enzovoort, is zo briljant dat de rest vanzelf meekomt.
Een boek dat een aangename ongerustheid achterlaat: waar zou Coetzee precies op gedoeld hebben in deze roman, die evenals zijn andere zeker autobiografische trekjes heeft? Waarom eindigt dit boek met een brief uit een andere eeuw, die als hartekreet om redding toch prachtig bij de toon van het voorgaande aansluit? In hoeverre gaat het om een ontboezeming van een toevallige romanschrijver in dit boek, en in hoeverre om ons aller eindige en tekort schietende leven dat niettemin zo’n rijke ervaring kan zijn?
Van dezelfde auteur zie ook: In ongenade, Jongensjaren, Portret van een jongeman.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.