BK-Books.eu » Besprekingen » Elementaire wijsbegeerte van het moderne Rozenkruis

Bespreking van...

J. van Rijckenborg, Elementaire wijsbegeerte van het moderne Rozenkruis, Haarlem (Rozekruis Pers) 1981, derde herziene druk, 214 pp. + bijlage bij de hoofdstukken X en XI

Zie de opmerking vooraf.
Op het eerste gezicht maakt dit boekje een heldere indruk. De teksten stammen van lezingen uit 1944-1946.
Hoofdstukken 18 en 19 gaan over levenshouding en vegetarisme en het niet gebruiken van drugs (nicotine, alcohol enzovoort). Het zijn de enige hoofdstukken die ik tot nu toe las, vanwege deze onderwerpen.
Alvorens hierop te reageren, merk ik op dat ik vegetarisme als een goed ideaal beschouw vanwege onze verbondenheid met de rest van de kosmos, en het meest met de levende wezens die ons na staan. Verder dat ik te weinig bekend ben met de Rozenkruisers en hun idee?n en leefwijzen om het vegetarische ideaal in die context te kunnen plaatsen; dat bedoel ik dus ook niet te doen.
Ten aanzien van het vegetarisme stelt de auteur dat het vanzelf spreekt voor ieder die een spirituele levenshouding nastreeft en ook dat het een noodzakelijke voorwaarde voor deze laatste is. Dit tweede kan ik niet volgen, het lijkt mij dat de spirituele levenshouding het uitgangspunt is en de leefwijze het eventuele gevolg. Bij een verplichting span je, vrees ik, de wagen voor het paard. Overigens lijkt vegetarisme mij beslist niet voor iedere mens haalbaar, om praktische economische en medische redenen. Op de achtergrond speelt bij de auteur ook een visie op vlees als behept met krachten die de mens omlaag trekken. Dit geldt echter mijns inziens bij alle fysieke voedsel dat een mens nodig heeft. Waar het mijns inziens om gaat is dat men zich er niet door laat verleiden. En dat men zich er niet door laat overheersen en er niet (teveel) aan hecht.
Overigens is ook mijns inziens iedere bijdrage aan het gesprek over en de bevordering van gezond en van tegenover onze leefomgeving verantwoord eten en leven van groot belang, inclusief het zo min mogelijk vlees eten of de natuur schaden. In fysieke zin maken wij echter ook ten volle deel van de natuur uit, zijn wij ten volle ook dierlijk, en dat zie ik niet als louter negatief. Waar ik moeite mee heb, is dat het vegetarisme als verplichting en noodzakelijke voorwaarde wordt voorgesteld terwijl een sterke aanbeveling ervan voldoende is. Ik wijs niet af dat vegetarisme of andere levenswijzen die hier als noodzakelijke voorwaarden worden voorgesteld, een belangrijke vermindering van hindernissen op de weg kunnen zijn. Ik geloof alleen niet zonder meer in een automatische werking buiten het bewustzijn om.
Vergelijk eventueel de interessante argumenten en voorbeelden over het vegetarisme als (niet altijd en overal verplicht) boeddhistisch ideaal, in: P. Harvey, An Introduction to Buddhist Ethics, Cambridge (Cambridge Univ. Press) 2000, pp. 157-165.
Overigens is hiermee uiteraard niets over andere aspecten gezegd die mogelijk van even groot of groter belang zijn. Zoals ik een Rozenkruiser hoorde zeggen: wie dit pad gaat, komt wel voor grotere beslissingen te staan dan alleen het zich houden aan het vegetarisme en het zich onthouden van bepaalde drugs. Maar dat hoeft natuurlijk geen reden te zijn om het gesprek uit de weg te gaan.
Zie verder enkele opmerkingen over de Rozenkruisers bij de vermeldingen van de Vermaning van de ziel en de Stem van de Stilte.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.