BK-Books.eu » Besprekingen » Een vriend voor de schemering

Bespreking van...

Hans Warren, Een vriend voor de schemering: Roman, met een nawoord van Mario Molegraaf, Amsterdam (Balans) 2005, 174pp.

Ik ben een bewonderaar van de dagboeken – en andere teksten – van Hans Warren, vooral van de eerste vijftien tot twintig jaren daarin beschreven, omdat hij daarin met een aantrekkelijke woordkeuze en stijl, die het leesgenot verhogen, melding maakt van zijn innerlijk – uiteraard te midden van allerlei op zich zelf al vaak interessante wederwaardigheden. Warren is een zeer boeiende persoon, vooral vanwege zijn worsteling met zijn verschillende talenten en de strijd om ze te realiseren of elkaar voor te laten gaan. Ook vanwege de altijd aanwezige aandacht voor het materiële, het lichamelijke, de seksualiteit. Voor zintuiglijkheid en de variaties in de natuur. En niet minder voor zijn gevarieerde beleving ervan, in vele ups en downs, of zoals Mario Molegraaf schrijft, vele ‘uitersten’. En ook omdat hij een Zeeuw is die in Zeeland woonde en de Zeeuwse taal en cultuur van binnen uit kende en waardeerde.
Ik lees deze roman dan ook met de dagboeken uit de jaren waarin de roman ontstond, als achtergrond, althans met mijn herinnering daaraan. Dan valt op hoe sterk Warren in deze roman zelf aanwezig is. Voor mij is daarin vooral opvallend zijn moeder, die als vrouw in het grote huis moet hebben rondgelopen als familielid van Heste in deze roman. En een karaktertrek die ik nog niet eerder zo expliciet geportretteerd tegenkwam, namelijk het ophouden van je eigen ethische standaarden als voortzetting van een met huis en geslacht verbonden traditie van ‘hogere’ cultuur of ‘innerlijke standing’. Zoals in de dagboeken regelmatig blijkt dat Warren zijn keuzes maakt en ze dan volhoudt tot het niet langer kan, ook als dat hem veel kost en een ander minder, ook als anderen hem of zijn keuzes afwijzen, zonder die anderen daar dan verder mee lastig te vallen. Niet dat Warren daar dan niet mee worstelt – en vaak zich zelf tegen komt, zoals dat heet – maar die trek en die worsteling waren er mijns inziens. Waar het dan ten diepste om gaat is dat je een ander dan ten diepste toch vrijlaat, ook al kost dat je zelf veel. Voor mij is het alsof door deze roman helderder wordt dat dit voor Warren toch een karaktertrek is die hij minstens deels van huis heeft meegekregen of overgenomen.
Maar dan de roman zelf. Het verhaal heeft mij vanaf het begin gepakt, de adem benomen soms. Warren windt geen doekjes om de seksuele lading van het gebeuren. De ontwikkeling van de ontmoeting tussen de hoofdpersonen is boeiend. De taal is direct, en zonder dat ik kan aangeven hoe precies, typerend voor Hans Warren. Als lezer zit je op de huid van de natuur, het landschap, de stad en de huizen, en van de personen.
Achteraf gezien lijkt het me doenlijk om in deze roman niet alleen vele thema’s uit het leven en het werk van Hans Warren aan te wijzen. Ik vermoed dat je kunt zeggen dat deze roman profetisch is, of autobiografisch in een mate dat bijna alle verwikkelingen in het leven van de schrijver zelf in deze roman aanwezig zijn, ook vele latere. Misschien is het dus een sleutelroman, als je dat waar kunt maken. Dat maakt het feit dat hij indertijd niet is uitgegeven maar afgewezen – waar Warren het destijds bij heeft gelaten – des te pregnanter wordt. Zeker is dat Warrens leven een heel andere koers gevaren zou hebben als deze roman waarin homoseksualiteit zo’n belangrijke rol speelt, zo vlug al vele van Warrens geheimen zou hebben verraden, inclusief zijn literaire talent dat nu voor de buitenwereld jarenlang allereerst aan poëzie en natuurbeschrijving gekoppeld zou blijven. Hij publiceerde wel recensies van literatuur en – pas veel later – zijn dagboeken maar romans van hemzelf ‘waren er niet’. En deze roman is geen onbetekenend werk. Ik vind hem gaver en spannender dan “Steen der hulp”, bijna het enige proza dat Warren tijdens zijn leven als roman publiceerde.
Het is dus terecht dat Mario Molegraaf in zijn nawoord spreekt van het grote ‘als’: áls deze roman inderdaad toen verschenen was …! Het zou in ieder geval het leven van Warren zelf volledig anders hebben doen verlopen, waarschijnlijk.
Maar gelukkig hebben wij nu deze roman in handen, als zeer lezenswaardig groot kunststuk van een jong uniek en groot talent, en als amplificatie van het boeiende leven en de dagboeken en gedichten en ander proza van Hans Warren, die zichzelf en zijn belevingen zo dicht bij in ieder geval vele van zijn lezers kon brengen dat ze er door geraakt werden en nog kunnen worden.

Gepubliceerd door

Boudewijn K. ⃝

--- In 1947 werd ik geboren in Sint Laurens als zoon van Suzan Huibregtse en Leen Koole (mijn zus en broers zijn Jopie, Wibo en † Rien). In 1969 trouwden Nel Knip en ik met elkaar en vormden een gezin waarin Heleen (moeder van Valerie en Michelle) en Hermen (getrouwd met Hanneke; samen vader en moeder van Manou en Tristan) werden geboren. Na Amsterdam woonden wij in Tiel en Driebergen. --- Vanaf 1965 studeerde ik in Amsterdam theologie (was student-assistent bij † prof. Harry Kuitert, VU) en filosofie (hoofdvak metafysica bij prof. Otto Duintjer, UvA; mijn afstudeeronderwerp was de eenheid van de tegenstellingen in de westerse dialectiek speciaal bij Marx en zijn voorlopers). --- Onder leiding van † prof. Gilles Quispel (UvUtr) promoveerde ik op de visie op de ‘eenheid van man en vrouw’ in het christendom (bij onder meer Jacob Böhme). Ik schreef een aantal boeken (zie in kolom links). --- Terugkerende thema's vormden de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid (filosofisch onder meer bij Wittgenstein, Boehme en het oosterse non-dualisme) en de directe verbanden hiervan met de visies op de man-vrouw-verhouding en alle andere dualiteiten of liever non-dualiteiten via het concept van de eenheid van tegenstellingen in West en Oost, met andere woorden een universeel thema dat ik deels al eerder had ontmoet als onderwerp van mijn doctoraalscriptie. --- Mijn recente publicaties betreffen de vertaling met commentaar van Jacob Böhmes "Theoscopia" (verlichting; het zien als God), 2019, en de nieuwe inleiding in het denken van Jacob Böhme "Eenvoud en diepgang in en voorbij alle tegenstellingen", 2020. --- Tegelijk is mijn aandacht verschoven ofwel uitgebreid van het hanteren én begrijpen van woorden naar subtiele andere 'tekens' en hun be-teken-is. Of liever naar hoe wij inclusief onze wereld(en) - vice versa - 'ons' vormen en ont-vormen (opkomen, blinken en verzinken) en daarbij tegelijk zowel geheel als tegengestelden zijn, zowel verschillen tonen als de eenheid of eenheden die het zien en vergelijken van 'alles' inclusief onszelf mogelijk maken. Of met de moderne term: wat 'inclusiviteit' en 'inclusief zijn' in [kunnen] houden.